Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-04
ECLI:NL:RBDHA:2023:11906
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,802 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.16083 en NL23.16086
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam 1] en [naam 2],
V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2],
eisers
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. W. Epema).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen. Verweerder heeft de aanvragen met de bestreden besluiten van 25 mei 2023 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
2. De rechtbank heeft de beroepen op 21 juli 2023 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, A. Koster als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
3. Eisers zijn geboren op [geboortedatum 1] respectievelijk [geboortedatum 2] en hebben de Ecuadoraanse nationaliteit. Eisers zijn met elkaar getrouwd.
4. Op 30 november 2022 hebben zij een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de asielaanvragen niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. In dat artikel is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een asielvergunning niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Uit onderzoek in EU-VIS is gebleken dat Spanje aan eisers een visum heeft verleend, geldig van 5 november 2022 tot 17 februari 2023. Verweerder heeft de Spaanse autoriteiten op 23 februari 2023 verzocht om eisers over te nemen op grond van artikel 12, eerste lid, van de Dublinverordening. De Spaanse autoriteiten hebben dat verzoek op 2 maart 2023 geaccepteerd.
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvragen van eisers terecht niet in behandeling heeft genomen. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eisers hebben aangevoerd, de beroepsgronden.
6. Niet in geschil is dat Spanje op grond van artikel 12, eerste lid, van de Dublinverordening in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen van eisers.
7. Eisers stellen zich op het standpunt dat verweerder de behandeling van hun asielaanvragen toch (onverplicht) aan zich had moeten trekken, omdat sprake is van bijzondere omstandigheden. Zij stellen zich tevens op het standpunt dat ten aanzien van Spanje niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Daarnaast doen zij een beroep op hun medische situatie.
Interstatelijk vertrouwensbeginsel
8. Uitgangspunt is dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uit mag gaan dat Spanje zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het is aan eisers om aannemelijk te maken dat dit in hun geval anders is. Bij deze beoordeling is ook het arrest Jawo van belang. Als blijkt dat er sprake is van structurele tekortkomingen, dan moeten die tekortkomingen een bijzonder hoge drempel bereiken om onder het bereik van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest te vallen.
9. Eisers voeren aan dat het onzeker is dat zij in Spanje toegang zullen krijgen tot de opvang en de daarbij behorende voorzieningen. Zij hebben verwezen naar het AIDA-rapport ‘Spain 2022 Update’, waarin in paragraaf 2.7 is gerapporteerd dat er geen garanties worden gegeven aan andere lidstaten als het gaat om toegang tot de asielprocedure bij Dublinoverdrachten.
10. De rechtbank is van oordeel dat eisers met de verwijzing naar het AIDA-rapport niet aannemelijk hebben gemaakt dat ten aanzien van Spanje niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. De Afdelingheeft in haar uitspraak van 8 juli 2021 op basis van de Update 2019 van het AIDA-rapport geoordeeld dat de opvangvoorzieningen in Spanje voor verbetering vatbaar zijn, maar dat niet is gebleken van structurele tekortkomingen. In de uitspraak van 27 januari 2023heeft de Afdeling overwogen dat de Update 2021 van het AIDA-rapport geen wezenlijk ander beeld schets van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten. De rechtbank ziet geen reden om hierover anders te oordelen dan de Afdeling in deze uitspraken heeft gedaan.
Over de door eisers aangehaalde Update 2022 is al in een aantal rechtbankuitspraken geoordeeld dat ook deze update geen wezenlijke veranderingen laat zien. De rechtbank sluit zich bij dat oordeel aan.
11. De informatie uit het AIDA-rapport waarnaar eisers hebben verwezen, bevat geen concreet aanknopingspunt voor het oordeel dat vreemdelingen die in het kader van de Dublinverordening op basis van een claimakkoord worden overgedragen in Spanje te maken krijgen met pushbacks, of dat moet worden aangenomen dat eisers geen toegang zullen krijgen tot de opvang en de daarbij behorende voorzieningen. Verweerder heeft in het bestreden besluit overigens terecht opgemerkt dat de Opvangrichtlijn, de Kwalificatierichtlijn en de Procedurerichtlijn ook van toepassing zijn op de asielprocedure in Spanje en dat eisers kunnen klagen bij de Spaanse autoriteiten, als Spanje zich niet zou houden aan deze richtlijnen. Eisers hebben niet aangevoerd dat die mogelijkheid voor hen niet bestaat.
Medische situatie
12. Eisers hebben aangevoerd dat zij in Nederland onder medische behandeling staan. Zij hebben kort voor de zitting de meest recente behandelinformatie verstrekt, waaruit blijkt dat eiseres fysiotherapie krijgt voor haar knie en dat eiser voor onderzoek is doorverwezen naar een neuroloog in verband met pijnklachten, waar hij op 6 september 2023 een eerste afspraak heeft. Uit de informatie blijkt ook dat eiser een oogoperatie heeft ondergaan. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat de operatie geslaagd is, maar dat hij nog wel onder controle staat.
13. Uit het arrest C.K. tegen Slovenië volgt dat wanneer bij de vreemdeling sprake is van een ernstige medische aandoening, verweerder niet kan volstaan door louter te kijken naar de gevolgen van het fysieke vervoer van de vreemdeling van een lidstaat naar een andere, of naar eventuele systeemfouten in het zorgstelsel van de verantwoordelijke lidstaat. Verweerder dient ook rekening te houden met alle aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen die uit de overdacht kunnen voortvloeien. Een asielzoeker kan in deze context alleen worden overgedragen indien is uitgesloten dat hij door zijn medische omstandigheid wordt onderworpen aan onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest.
14. Verweerder heeft in het bestreden besluit rekening gehouden met de informatie uit de GZA-patiëntendossiers van eisers die zij bij hun zienswijze hebben overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder mede op basis daarvan terecht heeft besloten dat de medische klachten van eisers geen aanleiding zijn om de asielaanvragen van eisers inhoudelijk in behandeling te nemen. De rugklachten van eiser en de knieklachten van eiseres waren bij verweerder bekend. Verweerder heeft terecht het standpunt ingenomen dat uit de patiëntendossiers niet blijkt dat eisers onder specialistische behandeling zijn en dat er ook geen aanwijzingen zijn dat Nederland het meest geschikte land is om de klachten te behandelen. Verweerder heeft daarbij in aanmerking mogen nemen dat Spanje dezelfde medische verzorgingsmogelijkheden heeft als Nederland. Verweerder heeft in dat verband ook gewezen op artikel 32 van de Dublinverordening, op grond waarvan een uitwisseling van medische gegevens kan plaatsvinden tussen Nederland in Spanje. Eisers hebben met de in beroep overgelegde medische informatie niet aannemelijk gemaakt dat overdracht aan Spanje een reëel en bewezen risico inhoudt op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidstoestand. Van specialistische neurologische behandeling is (nog) geen sprake, aangezien een eerste consult is ingepland op 6 september 2023. Voor wat betreft de uitgevoerde oogoperatie heeft eiser ter zitting toegelicht dat deze geslaagd is en dat er alleen nog controles volgen.
Artikel 16 en 17 van de Dublinverordening
15. Eisers hebben aangevoerd dat hun zoon een Nederlandse verblijfsvergunning heeft en dat zij graag bij hem in Nederland willen verblijven. Eisers stellen zich op het standpunt dat het van onevenredige hardheid getuigt om hen te scheiden van hun zoon en naar Spanje over te dragen. Zij stellen dat zij afhankelijk zijn van de hulp en de zorg van hun zoon in Nederland. Zij hebben ook een verklaring overgelegd, die zij en hun zoon hebben ondertekend, waaruit blijkt dat zij ermee instemmen dat Nederland Spanje verzoekt om hun asielaanvragen inhoudelijk in Nederland te mogen behandelen, met het doel om de familie bij elkaar te houden.
Conclusie
22. Verweerder heeft de aanvragen terecht niet in behandeling genomen.
23. De beroepen zijn ongegrond.
24. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Vreemdelingenwet 2000.
Verordening (EU) nr. 604/2013.
Het visuminformatiesysteem van de Europese Unie.
arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:2018.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2021:1481.
ECLI:NL:RVS:2023:364.
bijvoorbeeld zittingsplaats Utrecht 10 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:15053, zittingsplaats Haarlem 25 mei 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:6221 en zittingsplaats Middelburg 6 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3007.
HvJEU 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127.
Gezondheidszorg asielzoekers.
Vreemdelingencirculaire 2000.