Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-20
ECLI:NL:RBDHA:2023:11851
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,530 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.7386
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. A. Šimičević),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. S. Zuithoff).
Inleiding
1. Bij besluit van 9 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat verweerder Spanje verantwoordelijk acht voor de behandeling daarvan.
1.1.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (NL23.7387).
1.2.
De rechtbank heeft het beroep, samen met zaak NL23.7387, op 6 juni 2023 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn (met bericht van verhindering) niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling
2. Deze zaak gaat over de asielaanvraag van eiseres ingediend op 23 november 2022. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiseres op 21 oktober 2022 illegaal via Spanje het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie is binnengekomen.
3. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat hij Spanje verantwoordelijk acht voor de behandeling van deze aanvraag, op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Op 13 januari 2023 heeft verweerder aan de Spaanse autoriteiten gevraagd om eiseres over te nemen, gelet op artikel 13, eerste lid van de Dublinverordening. Spanje heeft dit verzoek aanvaard. Het claimakkoord is op 19 januari 2023 tot stand gekomen.
4. Eiseres wijst in beroep op tekortkomingen in de Spaanse asielprocedure en opvangvoorzieningen. Zij stelt dat ten aanzien van Spanje niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Zij wijst erop dat uit het AIDArapport (update 2022) blijkt dat de Spaanse opvangcentra overbevolkt zijn en dat er slechte leefomstandigheden zijn. Eiseres stelt dat zij daardoor het risico loopt dat zij bij terugkeer naar Spanje op straat zal moeten leven. Zij wijst er daarbij op dat zij als vrouw alleen kwetsbaar is. Volgens haar had verweerder haar medische klachten moeten onderzoeken, en in ieder geval Spanje om garanties moeten vragen.
5. Uit artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening volgt dat Spanje de lidstaat is die in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is namelijk illegaal via Spanje het grondgebied van de Europese Unie binnengekomen. Uit het claimakkoord blijkt dat Spanje de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag ook heeft geaccepteerd.
6. De rechtbank oordeelt dat verweerder ervan mag uitgaan dat Spanje zijn verdragsverplichtingen zal nakomen, op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Recent is dit nog bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak van 29 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1268. Het AIDA-rapport, update 2022, waarop eiseres zich beroept, dateert van na die uitspraak. Zoals verweerder op de zitting heeft gesteld, geeft de update van het rapport geen wezenlijk ander beeld van de opvangvoorzieningen en asielprocedures in Spanje dan het jaar ervoor. Ook overigens heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat het systeem van asielprocedure en opvangvoorzieningen in Spanje zodanig tekortschiet dat verweerder haar niet zou mogen overdragen.
7. De door eiseres genoemde omstandigheden maken verder niet dat verweerder aanleiding had moeten zien de aanvraag zelf te behandelen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De rechtbank is namelijk van oordeel dat verweerder heeft mogen beslissen dat overdracht naar Spanje niet van een onevenredige hardheid is. Dat zij als vrouw alleen in Spanje de behandeling van haar asielaanvraag zal moeten afwachten, mocht verweerder daartoe onvoldoende achten. Bij eventuele problemen zal zij de hulp van de Spaanse autoriteiten kunnen inroepen. Er is geen aanwijzing dat de autoriteiten haar dan niet zouden kunnen of willen helpen. De medische klachten die zij ook naar voren heeft gebracht, heeft zij verder niet nader onderbouwd. Zoals verweerder op de zitting heeft betoogd, brengt het interstatelijk vertrouwensbeginsel mee dat ervan mag worden uitgegaan dat eiseres indien nodig adequate medische zorg zal kunnen krijgen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder geen aanleiding hoefde te zien om de aanvraag zelf te behandelen.
Conclusie
8. Uit het voorgaande volgt dat Spanje de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. Het besluit van verweerder om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen, blijft in stand.
9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B.L. van der Weele, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Haddoumi, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 20 juni 2023
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.