Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-07
ECLI:NL:RBDHA:2023:11833
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
554 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.16841
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, verzoeker V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: E. de Bonth).
Procesverloop
In het besluit van 8 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL23.16840, op 4 juli 2023 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Ahmed. Verweerder is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
Overwegingen
1. In de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.16840, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
07 juli 2023
Documentcode: [Documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.