Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-18
ECLI:NL:RBDHA:2023:11782
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,099 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.7998
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster], V-nummer: [V nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. J.P. Sanchez Montoto),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoekster om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel verblijf als familie- of gezinslid bij haar dochter, G.M. Hasa.
1.1.
De staatssecretaris heeft deze aanvraag met het besluit van 15 maart 2023 afgewezen. Daarbij is medegedeeld dat verzoekster haar bezwaar niet in Nederland mag afwachten.
1.2.
Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen de staatssecretaris te verbieden haar uit te zetten hangende de bezwaarprocedure.
1.3.
Bij brief van 17 juli 2023 heeft de staatssecretaris medegedeeld dat hij aanleiding ziet om verzoekster in bezwaar te horen en dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.
1.4.
Partijen hebben toestemming verleend om zonder zitting uitspraak te doen. Nadien is het onderzoek gesloten.
Beoordeling
2. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan – onder meer – indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij brief van 17 juli 2023 heeft de staatssecretaris meegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van wat verzoekster in haar verzoekschrift heeft verzocht.
4. De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit ingevolge artikel 6:16 van de Awb niet wordt geschorst, ook niet als tegen dat besluit bezwaar is gemaakt. Tevens overweegt de voorzieningenrechter dat de staatssecretaris op grond van de Awb noch de Vw zelf de bevoegdheid heeft de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, met de aanzegging aan verzoekster Nederland te verlaten, op te schorten.
5. Nu tussen partijen niet langer in geschil is dat van uitzetting van verzoekster op dit moment moet worden afgezien, bestaat reeds daarom aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en uitzetting te verbieden tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist.
6. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten van verzoekster. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 837,- (1 punt voor het verzoekschrift, wegingsfactor 1, waarde per punt € 837,-).
7. Omdat het verzoek wordt toegewezen, moet de staatssecretaris het griffierecht aan verzoekster terugbetalen.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
verbiedt de staatssecretaris verzoekster uit Nederland te verwijderen totdat op het bezwaar is beslist;
veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van € 837,- aan verzoekster;
bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht dat verzoekster heeft betaald, aan haar terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
28 juli 2023
Documentcode: [Documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.