Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-27
ECLI:NL:RBDHA:2023:11445
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
918 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 23/4229
V-nummer: [nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
en
Het bestuur van het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 20 maart 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een strafmaatregel op grond van het Reglement onthoudingen en verstrekkingen (ROV) opgelegd, inhoudende dat €12,95 eenmalig wordt ingehouden van eisers leefgeld.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Verweerder heeft aan de maatregel ten grondslag gelegd dat eiser agressief en respectloos gedrag heeft vertoond bij de GZA (GezondheidsZorgAsielzoekers). Nu alle bewoners zich aan de normen en waarden dienen te houden die binnen het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) gelden, heeft verweerder aan eiser een ROV-maatregel 1 opgelegd op grond van het ‘Maatregelenbeleid inclusief Regeling Onthoudingen Verstrekkingen’. Verweerder meent dat de gedraging van eiser betreft aard en omvang zodanig ernstig is, dat dit het opleggen van de maatregel rechtvaardigt.
2. Eiser voert aan dat hij het niet eens is met het besluit. Volgens eiser heeft verweerder de zaken anders voorgesteld dan hoe een en ander feitelijk heeft plaatsgevonden. Eiser heeft aan de dokter gevraagd om op papier te zetten wat er met zijn neus is gebeurd. Eiser heeft dit papier nodig om aan de politie te laten zien. De dokter wilde niets uitleggen en doet alsof eiser met haar heeft gevochten. Eiser stelt dat hij geen ruzie heeft gemaakt en dat de dokter zijn probleem niet heeft opgelost.
De rechtbank oordeelt als volgt.
3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit voldoende heeft uitgelegd welke gebeurtenis tot de maatregel heeft geleid, welke rol eiser daarbij had en wat de gevolgen daarvan waren voor de omgeving. Uit het bestreden besluit blijkt dat eiser zich agressief en respectloos heeft gedragen. Dat verweerder een onjuiste gang van zaken heeft gegeven, zoals eiser stelt, is niet gebleken. Eiser heeft verder ook niet onderbouwd dat hij niet geschreeuwd zou hebben.
4. Verweerder heeft deze gedragingen van eiser mogen kwalificeren als een vorm van agressie en respectloos gedrag richting GZA-medewerkers, wat volgens de COA-huisregels van mei 2020 in opvanglocaties van het COA strikt verboden is. Met zijn gedrag heeft eiser de huisregels in zijn opvanglocatie dus overtreden.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.