Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-07
ECLI:NL:RBDHA:2023:11105
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Proceskostenveroordeling
1,209 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.20658
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. B.A. Palm),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoeker is op 12 oktober 2022 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 30 maart 2023 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op zijn aanvraag. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en aangegeven niet bereid te zijn om de proceskosten van verzoeker te vergoeden.
5. Verzoeker heeft op 27 augustus 2021 een aanvraag ingediend. Verweerder heeft een besluitmoratorium ingesteld voor asielaanvragen van vreemdelingen uit Afghanistan. Dit geldt vanaf 14 oktober 20211. De aanvraag van verzoeker van 27 augustus 2021 valt
1. Staatscourant van 14 oktober 2021, nr. 43855.
daarmee onder het bereik van dit besluitmoratorium. Het besluitmoratorium is op 21 juli 2022 geëindigd.2
6. Verweerder stelt dat de aanvraag van verzoeker ook valt onder het bereik van WBV 2022/22, als gevolg waarvan de beslistermijn met nog eens negen maanden zou zijn verlengd. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Sinds 27 september 2022 is het besluit met kenmerk WBV 2022/22 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die op 27 september 2022 nog niet waren verstreken met negen maanden zijn verlengd. De asielaanvraag van verzoeker valt niet onder het toepassingsbereik van dit besluit. Dit omdat, door de beëindiging van het besluitmoratorium, de beslistermijn al was verstreken.
7. Op het moment van de ingebrekestelling, ontvangen door verweerder op 19 september 2022, was het besluitmoratorium niet meer op de asielaanvraag van eiser van toepassing. De ingebrekestelling is dus niet prematuur ingediend. Aldus is dus voldaan aan de vereisten om in beroep te gaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
8. Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen.
9. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5).
Dictum
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van D.A.M. Delger, griffier.
2 Staatscourant van 21 juli 2022, nr. 19545.
3 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
07 juli 2023
Documentcode: [documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.