Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-27
ECLI:NL:RBDHA:2023:11089
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,043 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.13249
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
geboren op [geboortedatum]
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 25 april 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij bericht van 8 mei 2023 heeft gemachtigde van eiseres de rechtbank laten weten zich als gemachtigde van eiseres aan de zaak te hebben onttrokken.
Omdat geen van de partijen, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, heeft verklaard dat zij gebruik wil maken van dit recht, heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich (ambtshalve) voor de vraag gesteld of eiseres belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. In dat kader overweegt de rechtbank als volgt.
2. Eiseres heeft op 24 maart 2023 een asielaanvraag ingediend. De staatssecretaris heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres reeds internationale bescherming geniet in Zweden. Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.
3. Bij bericht van 26 mei 2023 heeft de staatssecretaris de rechtbank laten weten dat eiseres op 23 mei 2023 zelfstandig haar woonruimte heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken.
4. Volgens de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient, in het geval dat een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, in beginsel ervan uit te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.
5. De rechtbank constateert allereerst dat gemachtigde van eiseres bij bericht van 8 mei 2023 de rechtbank heeft laten weten zich aan de zaak te hebben onttrokken. Voorts constateert zij dat eiseres niet heeft gereageerd op berichten van de rechtbank waarin haar werd verzocht aan te geven welke advocaat de zaak zou gaan overnemen en of zij het beroep ter zitting behandeld wilde zien. Bij deze stand van zaken kan naar het oordeel van de rechtbank de gevolgtrekking worden gemaakt dat eiseres kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het door haar tegen het bestreden besluit ingediende beroep. Om deze reden heeft eiseres geen rechtens te bescherming belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.