Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-14
ECLI:NL:RBDHA:2023:11047
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
619 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/3556
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] (Frankrijk), eiser,
en
het ministerie van Financiën, verweerder.
Procesverloop
Bij brief van 15 mei 2023 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn klacht van 9 september 2022.
Overweging
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 9:3 van de Awb kan tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht over de gedraging van een bestuursorgaan geen beroep worden ingesteld. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld.
3. De rechtbank stelt vast dat het beroep van eiser gericht is tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op de door hem ingediende klacht.
4. Artikel 9:3 van de Awb is op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb evenzeer van toepassing op het niet tijdig nemen van een besluit omtrent de behandeling van de klacht. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat zij onbevoegd is kennis te nemen van het ingestelde beroep. Het voorgaande brengt met zich dat, nu eiser geen beroep bij de rechtbank kan instellen, hij evenmin een beroep kan doen op de in afdeling 4.1.3.2 van de Awb neergelegde dwangsomregeling. De rechtbank zal zich dan ook onbevoegd verklaren.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van
F.J.M. van den Berg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
14 augustus 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.