Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-12
ECLI:NL:RBDHA:2023:10805
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,020 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.18676
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2023 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [v-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. S. Wortel),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het voortduren van de aan eiser opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en het verzoek om schadevergoeding. Deze maatregel is opgelegd op 10 mei 2023.
1.1.
De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 26 mei 2023.
1.2.
De staatssecretaris heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
1.3.
De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten op 5 juli 2023 en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.
Beoordeling
2. Gelet op artikel 96, tweede lid, van de Vw 2000 doet de rechtbank mondeling of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan. In afwijking van artikel 8:66, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.
2.1.
Het beroep is ingediend op 27 juni 2023. Het vooronderzoek is op 5 juli 2023 gesloten en bepaald is dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank had uiterlijk op 11 juli 2023 uitspraak moeten doen. Door een technische storing is dat niet gelukt. Daarmee is de in artikel 96, tweede lid, van de Vw 2000 gestelde uitspraaktermijn overschreden. Dat de rechtbank niet tijdig uitspraak heeft gedaan op het beroep is niet aan eiser toe te rekenen. Dit heeft tot gevolg dat het beroep gegrond moet worden verklaard en de maatregel van bewaring met ingang van 12 juli 2023 (de dag volgend op de dag dat de rechtbank uitspraak had moeten doen) onrechtmatig moet worden geacht.
Conclusie
3. De rechtbank verklaart het beroep dan ook gegrond en de maatregel van bewaring is vanaf 12 juli 2023 onrechtmatig. De rechtbank beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring.
3.1.
Op grond van artikel 106 van de Vw 2000 kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van bewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 1 dag onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel van 1 x € 100,-- (verblijf detentiecentrum) = € 100,--.
3.2.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser ook een vergoeding voor zijn proceskosten. De staatssecretaris moet deze betalen. Deze vergoeding bedraagt € 837 omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van vandaag;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 100,--, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 837,--.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. van Gerwen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Rb. Den Haag (zp Arnhem) 26 mei 2023, zaaknummer NL23.14627 (niet gepubliceerd).