Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-17
ECLI:NL:RBDHA:2023:10696
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Mondelinge uitspraak
735 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.16792
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. D. de Vries),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).
Procesverloop
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 17 juli 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep. Het is vaste rechtspraak dat, als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit gegaan moet worden dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. De rechtbank verwijst bij wijze van voorbeeld naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:579).
Verweerder heeft de rechtbank bij brief van 21 juni 2023 geschreven dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken op 9 juni 2023. De rechtbank heeft ter zitting aan verweerder gevraagd of eiser zich nadien nog bij verweerder heeft gemeld, hetgeen volgens verweerder niet het geval is. Eiser en zijn gemachtigde hebben van de gelegenheid om de rechtbank ter zitting over het bovenstaande nader te informeren geen gebruik gemaakt.
De rechtbank concludeert, gelet op het voorgaande, dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft. Eiser stelt kennelijk geen prijs meer op de door hem verzochte bescherming in Nederland en heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij voorzetting van deze procedure. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2023 door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. N.W. Brand, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.