Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-17
ECLI:NL:RBDHA:2023:10514
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
666 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 23/1881
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster] , verzoekster
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. J. Ruijs),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 15 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de ten behoeve van verzoekster ingediende aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij haar echtgenoot (referent) afgewezen.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroepschrift aangemerkt als bezwaarschrift. Zij heeft het bezwaarschrift daarom doorgezonden naar verweerder.
Verzoekster heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van een verzoekschrift griffierecht geheven. Voor verzoekster is het griffierecht vastgesteld op € 184,00.
2. Verzoekster is bij aangetekende brief van 25 februari 2023 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de datum van de brief het griffierecht te betalen. In de brief is ook vermeld dat als het griffierecht niet binnen deze termijn wordt betaald het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De rechtbank stelt vast dat verzoekster het griffierecht niet heeft betaald. Verzoekster heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
4. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, op 15 juni 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.