Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-11
ECLI:NL:RBDHA:2023:10375
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,057 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.19612
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres
V-nummer: [V-nr.]
[naam eiser]
, eiser
V-nummer: [V-nr.]
tezamen: eisers
(gemachtigde: mr. T. der Bedrosian),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).
Procesverloop
Bij besluit van 6 december 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor eisers afgewezen.
Bij besluit van 15 augustus 2018 heeft verweerder het hiertegen gerichte bezwaarschrift van eisers ongegrond verklaard.
Op 24 december 2018 heeft verweerder het besluit van 15 augustus 2018 ingetrokken.
Op 31 mei 2019 zijn eisers gehoord op de diplomatieke post te Beiroet. Referent heeft op 26 april 2021 schriftelijk geantwoord op vragen die verweerder aan hem heeft gesteld.
Bij besluit van 17 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het hiertegen gerichte bezwaar van eisers ongegrond verklaard.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft op 1 november 2022 een verweerschrift ingediend. Desgevraagd heeft verweerder op 24 april 2023 stukken toegevoegd aan het digitale dossier.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2023 op zitting behandeld te Breda. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde, die is verschenen via beeldverbinding. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft de termijn voor het doen van een uitspraak éénmaal verlengd.
Overwegingen
1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en eiser is geboren op [geboortedatum] . Beiden hebben de Syrische nationaliteit. Voor hen is op 27 september 2017 een aanvraag gedaan voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om in Nederland te mogen verblijven. Deze aanvraag is ingediend door [naam referent] (referent). Referent en zijn echtgenote [naam echtgenote] zijn de grootouders van eisers, zij verblijven beiden in Nederland en hebben een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
2. De moeder van eisers is [naam moeder eisers] (hierna: de moeder). Zij is de dochter van referent en zijn echtgenote. Uit de overlijdensakte die eisers hebben overgelegd blijkt dat de moeder op [datum overlijden moeder] is overleden. Eisers stellen dat sinds dat moment hun grootouders voor hen zorgen, omdat hun vader, Ayman Abu Ras (hierna: de vader), na het overlijden van de moeder is hertrouwd en niet meer voor eisers wil zorgen. Eisers stellen daarom dat zij de pleegkinderen zijn van hun grootouders en zij willen om die reden herenigd worden met hen in Nederland.
3. Verweerder heeft de mvv-aanvragen voor eisers afgewezen omdat de identiteit van de gestelde overleden moeder en de gestelde familierechtelijke relatie met eisers niet is aangetoond. Daarnaast hebben eisers de feitelijke gezinsband met referent niet onderbouwd. Zij hebben verder niet aannemelijk gemaakt dat zij voor binnenkomst van referent in Nederland deel hebben uitgemaakt van zijn gezin. Uit de verschillende verklaringen van eisers blijkt namelijk dat de vader nog in beeld is en betrokken is bij de opvoeding van eisers. Verder is niet gebleken dat hij geen gezag meer heeft over eisers en dat referent de voogdij over de kinderen heeft.
4. Ter zitting heeft verweerder meegedeeld dat aan eisers inmiddels het voordeel van de twijfel wordt gegeven ten aanzien van de identiteit van de moeder en de familierechtelijke relatie tussen hen.
5. Eisers voeren in beroep aan dat verweerder ten onrechte de mvv-aanvraag heeft afgewezen. Eisers hebben met hun verklaringen de feitelijke gezinsband met referent voldoende aannemelijk gemaakt. Referent heeft vanaf het overlijden van de moeder voor eisers gezorgd. De vader van eisers is hertrouwd en hij draagt geen zorg meer voor hen. Weliswaar is de vader nog in beeld, maar zoals uit de verklaringen van de vader en de Mukhtar van 19 augustus 2019 volgt, zorgen referent en zijn echtgenote voor eisers sinds het overlijden van de moeder. Uit die verklaringen blijkt voldoende dat het gezag over eisers bij referent ligt. Daarnaast zijn eisers financieel afhankelijk van referent.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Procesbelang
6. Allereerst moet de rechtbank ambtshalve (uit zichzelf, los van wat partijen aanvoeren) toetsen of eisers nog procesbelang hebben bij hun beroepsprocedure. Op 23 april 2023 heeft verweerder een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP) overgelegd. Daaruit blijkt dat referent op 10 september 2021 is overleden. Omdat eisers zich beroepen op hun feitelijke gezinsband met referent, is de vraag of de grondslag voor de aanvraag nog aanwezig is. Op de zitting hebben zowel eisers als verweerder het standpunt ingenomen dat eisers nog procesbelang hebben, omdat de echtgenote van referent, [naam echtgenote] , de oma van eisers, nog in Nederland verblijft.
7. De rechtbank overweegt dat een eisende partij procesbelang heeft bij een
beroepsprocedure wanneer een belang wordt nagestreefd dat daadwerkelijk is te verwezenlijken. Weliswaar heeft referent namens eisers de aanvraag voor een mvv ingediend, maar uit de processtukken blijkt dat eisers verblijf beoogden bij beide grootouders, dus zowel bij referent als bij zijn echtgenote, die deel uitmaken van één gezin. Ook nu referent is overleden kunnen eisers nog steeds bij hun oma in Nederland verblijven. Dat betekent dat het doel dat eisers met deze procedure willen bereiken nog steeds kan worden bereikt. Eisers hebben dus nog procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroep. Hierna zal de rechtbank daarom inhoudelijk op de beroepsgronden ingaan.
8. Omdat in de gronden van beroep en gedurende de procedure steeds is gesproken over de grootvader als referent, zal hij in de volgende overwegingen ook zo genoemd worden. Daarnaast zal vanwege de overweging hiervoor de oma van eisers voortaan als referente vermeld worden. Samen worden zij vermeld als referenten.
Het juridisch kader
9. Uit de uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2022 volgt dat verweerder in nareiszaken een integrale beoordeling moet maken van alle overgelegde documenten en/of afgelegde verklaringen, tenzij een vreemdeling zijn deel van de samenwerkingsplicht overduidelijk niet is nagekomen. Hij betrekt daarbij ook alle andere relevante elementen van het desbetreffende geval. De eisen die verweerder aan het geleverde bewijs stelt, moeten evenredig zijn aan die elementen. Anders dan voorheen, geldt dat verweerder bovendien gemotiveerd moet beoordelen of een vreemdeling het voordeel van de twijfel verdient. Met name het belang van betrokken minderjarige kinderen speelt hierbij een belangrijke rol.
10. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling, waaronder de uitspraak van 4 januari 2019, volgt verder dat, indien een nareisaanvraag een gesteld pleegkind betreft, verweerder moet beoordelen of dat pleegkind voldoet aan het in artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw neergelegde vereiste dat het op het moment van de binnenkomst van de desbetreffende referent in Nederland (peildatum) tot diens gezin behoort. De pleegrelatie
moet dus worden beoordeeld aan de hand van de situatie ten tijde van de inreis van de referent in Nederland.
11. Volgens verweerders beleid, neergelegd in paragraaf C2/4.1.2.2. van de Vc, kan, anders dan bij biologische kinderen, bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken.
Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, wordt onder meer betrokken:
- de identiteit en de familierechtelijke relatie van het pleegkind en zijn/haar biologische ouders
- de duur en de reden van de opname van het pleegkind in het gezin van de referent;
- de (financiële) afhankelijkheid van het pleegkind van de referent;
- in hoeverre de biologische ouders van het pleegkind in staat zijn voor het pleegkind te zorgen en, als dit aan de orde is, in hoeverre zij betrokken zijn gebleven bij de opvoeding van het pleegkind; en
- of de referent de voogdij over het pleegkind heeft gekregen.
12. De rechtbank zal hierna beoordelen of verweerder zijn standpunt over de feitelijke gezinsband, bezien in het licht van wat eisers naar voren hebben gebracht, deugdelijk heeft gemotiveerd.
Familierechtelijke relatie.
13. Op basis van de stukken en wat is besproken ter zitting stelt de rechtbank vast dat uitsluitend in geschil is of eisers aannemelijk hebben gemaakt dat op de peildatum sprake was van een feitelijke gezinsband tussen eisers en referenten.
14. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is geworden dat eisers voor binnenkomst van referenten in Nederland feitelijk deel uitmaakte van het gezin van referenten. Allereerst hebben eisers geen officiële documenten overgelegd waaruit blijkt dat referenten de voogdij hebben gekregen over hen.
Wel hebben eisers een verklaring overgelegd van referenten en twee verklaringen van de vader, die zijn bevestigd door de Mukhtar. Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat deze verklaringen onvoldoende zijn om de feitelijke gezinsband tussen eisers en referent aan te tonen.
Conclusie
17. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom niet aannemelijk is dat referenten op de peildatum de pleegouders van eisers waren en eisers feitelijk tot hun gezin behoorden. Verweerder heeft gelet daarop terecht de aanvraag van eisers om een mvv afgewezen.
18. Het beroep is ongegrond.
19. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Geboren op 15 januari 1945.
Geboren op 13 februari 1957.
geboren op 5 december 1968.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2022:245.
ECLI:NL:RVS:2019:25.
Vreemdelingenwet 2000.
Vreemdelingencirculaire 2000.
Op 28 januari 2017.
Mukhtar Shakib Hasan Bahssad van het dorp Sala.
Pagina 3 van het verslag van eiseres en pagina 2 van het verslag van eiser beide van 31 mei 2019.
Pagina 4 van het verslag van het interview van eiseres van 31 mei 2019.
Pagina 6 het verslag van het interview van eiseres van 31 mei 2019.
Pagina 4 van het verslag van het interview van eiser van 31 mei 2019.
Als de voogd vermist is, onder curatele staat of in detentie verblijft of indien andere afspraken zijn gemaakt die zijn bekrachtigd door de sharia-rechtbank.
Pagina 47 en verder.