Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-17
ECLI:NL:RBDHA:2023:10083
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
988 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/3549
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats] (Suriname), eiser
en
de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
(gemachtigde: H.K.M. Timmermans).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de commissie van 1 mei 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Waar gaat deze zaak over?Eiser is op 28 november 2013 voor de deur van een ziekenhuis mishandeld. Op zijn aanvraag heeft de commissie als tegemoetkoming een uitkering uit letselcategorie 1 toegekend van € 1.000,-.
3. Wat wil eiser?In bezwaar en beroep wenst eiser erkenning te krijgen van de politie voor de wijze waarop hij ten tijde van de mishandeling en daarna door hen is behandeld. Eiser heeft ook contact met de politie en de ombudsman gezocht, maar vindt dat hij van hen geen adequate reactie heeft gekregen. Hij wil ook een hogere schadevergoeding. Eiser heeft nog steeds last van de gevolgen van de mishandeling en de wijze waarop de politie in zijn beleving daarmee is omgegaan.
4. Wat is het oordeel van de rechtbank?De commissie kan een uitkering toekennen aan slachtoffers van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf als gevolg waarvan een slachtoffer ernstig letsel heeft opgelopen (artikel 3, derde lid van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven).De commissie kan eiser geen erkenning geven, in de vorm van een hogere uitkering, voor het feit dat hij zich door de politie als lokaas gebruikt voelt. Bij het bepalen van de hoogte van de letselcategorie houdt de commissie rekening met het door het misdrijf opgelopen letsel en de omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd. Dat eiser zich door de politie als lokaas gebruikt voelt is geen aanleiding om een hogere letselcategorie toe te kennen, omdat het geen onderdeel is van de mishandeling en diefstal met geweld.
De rechtbank deelt het standpunt van de commissie dat mocht eiser de politie verantwoordelijk houden voor door hem geleden schade, hij zich tot de politie moet wenden. Aangezien de politie kennelijk geen aansprakelijkheid aanvaardt voor de door eiser gestelde schade, staat voor eiser mogelijk alleen een schadeprocedure bij de burgerlijke rechter open. Uit de correspondentie van eiser leidt de rechtbank evenwel af dat hij voor die procedure geen financiële middelen heeft. Onder die omstandigheden ligt in de rede dat eiser zich neerlegt bij de situatie en zich op de toekomst te richt.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de argumenten van eiser niet slagen en het besluit juist is. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Janmaat, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.