Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-11
ECLI:NL:RBDHA:2023:10081
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
774 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.17733
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R. Roelofsen),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. P. Ozturk).
Procesverloop
In het besluit van 6 september 2022 heeft de staatssecretaris besloten dat verzoekster niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op 6 april 2023 heeft de staatssecretaris een beslissing op bezwaar genomen. De staatssecretaris heeft deze beslissing vervolgens op 8 juni 2023 ingetrokken.
Met toestemming van partijen is een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege gelaten.
Griffierecht
1. Verzoekster heeft gesteld dat zij niet genoeg geld heeft om het griffierecht te betalen en daarom heeft zij gevraagd om een vrijstelling daarvan. De voorzieningenrechter bepaalt dat verzoekster aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet voldoende inkomen of vermogen heeft om het griffierecht te betalen. Daarom hoeft verzoekster geen griffierecht te betalen voor het verzoek om voorlopige voorziening.
Overwegingen
2. Bij brief van 23 juni 2023 heeft de staatssecretaris bericht dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van hetgeen verzoekster heeft verzocht. Dat betekent dat de staatssecretaris verzoekster niet zal uitzetten, totdat een beslissing op bezwaar is genomen.
3. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter verbiedt de staatssecretaris om verzoekster uit te zetten totdat op het bezwaar is beslist.
4. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. De staatssecretaris moet die vergoeding betalen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 837,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde van € 837,00 en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
- gebiedt de staatssecretaris om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoekster tot op het bezwaar is beslist;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage - van den Bosch, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Dit uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.