Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2022-02-02
ECLI:NL:RBDHA:2022:773
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,887 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 21/5059 en SGR 21/6323
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. W.J. Vermeulen),
en
de staatssecretaris van Defensie, verweerder
(gemachtigde: mr. S.J.M. van Haren).
Procesverloop
Bij besluit van 14 januari 2021 (het primaire ontheffingsbesluit 1) heeft verweerder eiser ontheven uit de Leergang Algemeen Opsporingsambtenaar (LAO) omdat eiser niet voldoet aan de eisen van de opleiding.
Bij besluit van 28 januari 2021 (het primaire ontslagbesluit 1) heeft verweerder eiser eervol ontslagen wegens ontheffing uit de initiële opleiding.
Bij besluit van 11 mei 2021 (het primaire ontheffingsbesluit 2) heeft verweerder het eerste ontheffingsbesluit ingetrokken en eiser ontheven uit de opleiding omdat hij is voorgedragen voor proeftijdontslag.
Bij besluit van 12 mei 2021 (het primaire ontslagbesluit 2) heeft verweerder eiser eervol ontslagen tijdens de proeftijd. Het eerste ontslagbesluit is door verweerder bij afzonderlijk besluit van 12 mei 2021 ingetrokken. Bij besluit van 26 mei 2021 is de ontslagdatum bepaald op 1 juli 2021.
Bij besluit van 22 juli 2021 (het bestreden ontheffingsbesluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire ontheffingsbesluit 2 niet-ontvankelijk verklaard.
Bij besluit van 25 augustus 2021 (het bestreden ontslagbesluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire ontslagbesluit 2 ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen beide bestreden besluiten beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 december 2021.
Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voor verweerder zijn ook verschenen [A] , werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, [B] arts en hoofd afdeling selectie en keuring bij het Dienstencentrum Personeelslogistiek en kapitein mr. [C] .
Overwegingen
Waar gaan deze zaken over?
1. Eiser heeft zich in 2019 aangemeld voor de LAO van de Koninklijke Marechaussee (Kmar). In het kader van zijn medische keuring heeft de keuringsarts informatie opgevraagd bij eisers huisarts. Deze gaf aan dat labonderzoek weliswaar een allergie voor noten en melkbestanddelen uitwijst maar dat dit wel eens niet representatief zou kunnen zijn vanwege eisers hooikoorts. De huisarts verzoekt eiser zijn opleiding te laten volgen.
Eiser wordt aangesteld. Op 11 januari 2021, de eerste opleidingsdag nam het opleidingskader waar dat eiser zijn lunch uitruilde voor fruit. Ook besprak eiser met een medewerker dat het eten van een broodje een heftige allergisch reactie kan oproepen. Daarbij heeft eiser gezegd dat hij een koemelk- en notenallergie heeft en dat hij daarvoor medicatie bij zich heeft.
Verweerder heeft eiser ontheven uit de opleiding omdat hij niet voldoet aan de gestelde eisen uit Aanwijzing CDS 700/1. In de bezwaarfase heeft eiser ingestemd met het voorstel om zekerheid te verkrijgen over de aard en ernst van de allergie door middel van een onderzoek. Vervolgens is eiser eervol ontslagen wegens ontheffing uit de initiële opleiding. De ontslagdatum is een aantal maal verplaatst omdat de uitslag van het onderzoek naar de allergie lang op zich liet wachten. De labuitslag werd op 6 mei 2021 bekend. Hieruit blijkt dat eiser een risico op een reactie bij melk heeft, een hoog risico op ernstige klinische reactie op pindaproducten en voorspellend voor meer ernstige objectieve reacties op hazelnootproducten.
Wat heeft verweerder besloten?
2 Bij het primaire ontheffingsbesluit 2 heeft verweerder het eerste ontheffingsbesluit ingetrokken en eiser ontheven uit de opleiding omdat hij is voorgedragen voor proeftijdontslag. Bij het primaire ontslagbesluit 2 heeft verweerder eiser eervol ontslagen tijdens de proeftijd. Het eerste ontslagbesluit is ingetrokken. Bij besluit van 26 mei 2021 is de ontslagdatum bepaald op 1 juli 2021.
Het bezwaar van eiser tegen het ontheffingsbesluit 2 heeft verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser er geen procesbelang meer bij heeft. Aangezien eiser is ontslagen kan hij niet meer toegelaten worden tot de opleiding.
Het bezwaar tegen het ontslagbesluit 2 is ongegrond verklaard. Eiser voldoet met zijn allergieën niet aan de door verweerder in redelijkheid te stellen eisen en/of verwachtingen waardoor ontslag tijdens de proeftijd de aangewezen weg was, aldus verweerder.
Wat vindt eiser in beroep?
3 Eiser kan zich in beide bestreden besluiten niet vinden.
Eiser is duidelijk geweest over zijn allergieën en toch toegelaten tot de opleiding. Ontheffing uit de opleiding is in strijd met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
Daarnaast hoeft onder bepaalde omstandigheden de aanwezigheid van een allergie niet te leiden tot ongeschiktheid voor de dienst. Ook uit het CDS 700/1 en het document “aanpassingen richtlijnen voor voeding van rijkswege bij oefeningen, nationale inzet en uitzendingen/missies” blijkt dat personen met allergieën ingezet kunnen worden. Het is eiser verder bekend dat collega’s met een soortgelijke allergie wel zijn toegelaten. Daarmee beroept eiser zich op het gelijkheidsbeginsel.
Het bestreden ontslagbesluit vermeldt niet de naam, functie en het specialisme van de drie daarin genoemde artsen, die hebben vastgesteld dat sprake is van een ernstige notenallergie. Deze vaststelling klopt dan ook niet. Dat er sprake is van een ernstige allergie wordt betwist door de behandelend acupunctuur arts van eiser. Verweerder heeft dit standpunt ten onrechte niet bij het bestreden ontslagbesluit betrokken.
Verder is er strijd met het fair play beginsel en is er sprake van détournement de procedure, doordat verweerder de eerdere primaire besluiten weer heeft ingetrokken. Hierdoor heeft een behandeling van de eerdere besluiten geen plaats kunnen vinden. Met name in het geval van het ontheffingsbesluit pakt dit voor eiser slecht uit, aangezien het bezwaar tegen het nieuwe besluit niet-ontvankelijk verklaard is.
Er is sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel omdat de allergie niet ernstig is en er zoals gezegd mogelijkheden bestaan om ondanks een allergie toch ingezet te worden. De nadelen zijn voor eiser wel erg groot. Verweerder is ten onrechte niet ingegaan op eisers voorstel van een soort voorwaardelijk ontslag.
In het primaire ontslagbesluit 2 is ten onrechte opgenomen dat de reden voor ontslag uitvoerig met eiser is besproken. Er werden immers tegenstrijdige mededelingen gedaan tegen eiser zodat onduidelijkheid bestond over de uitkomst van dit probleem.
Eiser heeft op een later moment zijn eisen van beroep gewijzigd in die zin dat hij alleen wenst de onrechtmatigheid van de besluiten vast te stellen en vraagt om verweerder te veroordelen in een schadevergoeding.
Wat is het oordeel van de rechter?
Ontslag
4 Volgens vaste rechtspraak is de toetsing van een besluit, waarbij tijdens proeftijd ontslag is verleend, terughoudend. Deze toetsing is in beginsel beperkt tot de beantwoording van de vraag of het bestuursorgaan in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat de ambtenaar niet aan de door het bestuursorgaan in redelijkheid te stellen eisen en/of verwachtingen heeft voldaan.
5.1
De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat eiser niet aan de in redelijkheid te stellen eisen heeft voldaan. Verweerder heeft daarbij kunnen verwijzen naar de Richtlijn Medische Gezondheidszorg 032 waaronder bijzondere functie-eis wordt verstaan: alle kenmerken van een functie die een beroep doen op de belastbaarheid van de werknemer en bij een ongunstige balans tussen belasting en belastbaarheid een kans met zich meebrengen op aantasting van de gezondheid en/of de veiligheid van de werknemer, welke kans niet met gangbare maatregelen overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening kan worden gereduceerd. Zoals Kleinhout ter zitting toegelicht heeft is op dit moment de enige oplossing voor eiser een epipen als medicijn en dat is een no go voor een militair.
5.2
Los van de vraag of eiser bij het aanmelden al gemeld heeft dat hij allergieën heeft is de labuitslag van 6 mei 2021 naar het oordeel van de rechtbank voldoende grond om tot het ontslag te kunnen komen. Met name notenallergie kan in een (crisis)situatie waarin niet kan worden gegarandeerd dat notenvrij voedsel voorhanden is tot ernstige gezondheidsproblemen bij eiser leiden. Ook collega’s van eiser worden daardoor belast en hun veiligheid kan in gevaar komen. Deze verduidelijking op het gebied van de ernst werd door eiser dan wel zijn huisarts op een eerder moment niet gegeven. Dat de behandelend acupunctuur arts van eiser een andere mening is toegedaan over de ernst van de allergie maakt de uitslag niet anders. Ter zitting is door Kleinhout toegelicht dat de behandelmethode van acupunctuur niet wetenschappelijk onderbouwd is en dat het niet voldoet aan de standaard van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Daarnaast staat het eiser vrij om zich opnieuw aan te melden voor de initiële opleiding als de acupunctuurbehandeling inderdaad het gewenste gevolg heeft dat eiser geen allergieën meer heeft.
5.3
De omstandigheid dat verweerder in het bestreden besluit niet de namen heeft genoemd van de drie bedrijfsartsen van de afdeling Selectie en Keuring bij het Dienstencentrum Personeelslogistiek kan ook niet afdoen aan de uitslag van de test. Voldoende is om te weten dat bedrijfsartsen, die werkzaam zijn in selectie en keuring, de uitslag van de test bekeken hebben en tot het oordeel komen dat eiser met een dergelijke uitslag niet door de aanstellingskeuring was gekomen.
Conclusie
7 De beroepen zijn ongegrond.
8 Omdat de beroepen ongegrond zijn, wijst de rechtbank het verzoek van eiser om schadevergoeding af.
9 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
Zie bijvoorbeeld uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 september 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN6920
Vgl. Shit, afgekeurd voor je droombaan door hooikoorts! (hooikoortsradar.nl)