Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2022-02-22
ECLI:NL:RBDHA:2022:1522
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,520 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.16771
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).
Procesverloop
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.16772, op 9 februari 2022 op zitting behandeld te Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen V. Sharma. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser is geboren op [Geb. datum] 1992 en bezit de Indiase nationaliteit. Op 7 oktober 2021 heeft hij een asielaanvraag in Nederland ingediend.
2. Aan de asielaanvraag heeft eiser het volgende ten grondslag gelegd. Een stuk grond van eisers vader is ingenomen door twee dorpsgenoten met veel macht, genaamd [Naam 2] en [Naam 3]. De vader van eiser werd uitgelachen en mishandeld door deze personen. In 2017 is eisers vader overleden door een herseninfarct dat is ontstaan door de martelingen. Eiser werd ook geslagen en psychisch mishandeld door de twee dorpsgenoten. In 2019 is eiser voor het laatst door deze personen mishandeld. Verder heeft eiser deelgenomen aan de boerenprotesten. Hij vreest daarom voor de Indiase autoriteiten.
3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser heeft verweerder geloofwaardig geacht evenals het overlijden van eisers vader middels een natuurlijke dood. Ook eisers deelname aan de boerenprotesten acht verweerder geloofwaardig, maar niet aannemelijk is dat eiser om deze reden door de Indiase autoriteiten wordt gezocht. Tot slot acht verweerder de problemen met de twee dorpsbewoners niet geloofwaardig, omdat eiser hierover summier, onduidelijk en inconsistent heeft verklaard.
4. Op wat eiser daartegen aanvoert, wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeel als volgt.
Samenwerkingsplicht en verzoek om aanhouding
5. Eiser voert aan dat verweerder niet heeft voldaan aan de samenwerkingsplicht door hem niet de gelegenheid te bieden documenten te vergaren die zijn relaas onderbouwen en de in beroep overgelegde stukken niet te onderzoeken. Ter zitting heeft eiser een verzoek om aanhouding gedaan, omdat hij op zeer korte termijn originele documenten ontvangt die door verweerder dienen te worden onderzocht.
6. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat verweerder zijn samenwerkingsplicht heeft geschonden. Verweerder heeft aan de samenwerkingsplicht voldaan door een medisch onderzoek aan te bieden, eiser te horen over zijn asielrelaas en hem in staat te stellen een zienswijze uit te brengen naar aanleiding van het voornemen. De samenwerkingsplicht maakt niet dat verweerder de asielprocedure moest aanhouden in afwachting van stukken die eiser mogelijk kan vergaren. De documenten die eiser in beroep heeft overgelegd – de overlijdensakte van zijn vader, een verklaring van het ziekenhuis, een aantal brieven over een rechtbankprocedure in India en een krantenartikel – heeft verweerder laten onderzoeken door Bureau Documenten op authenticiteit. Verweerder heeft daarmee voldaan aan zijn onderzoeksplicht.
7. De rechtbank ziet voorts geen aanleiding om eisers verzoek om aanhouding toe te wijzen. Twee dagen voorafgaand aan de zitting heeft eiser kopieën van de volgende documenten overgelegd: een Indiaas krantenbericht, een foto en Engelstalige stukken die dateren van juli en september 2021 met betrekking tot een gerechtelijke procedure. Ter zitting heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat geen reden bestaat om het krantenbericht en de foto te laten onderzoeken, omdat reeds geloofwaardig is geacht dat eiser heeft deelgenomen aan de massale boerenprotesten. Verder heeft verweerder het standpunt ingenomen dat uit de stukken over de gerechtelijke procedure blijkt dat eiser als gedaagde partij betrokken is bij een grondconflict met de twee dorpsbewoners en dat de inhoud van deze stukken verschilt van eisers verklaringen. Gelet hierop heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat deze stukken niet bijdragen aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas en daarom niet hoeven te worden onderzocht.
Gelijkheidsbeginsel
8. Eiser voert aan dat verweerder in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft
gehandeld. Eisers aanvraag is namelijk in de grensprocedure behandeld en aan hem is tegengeworpen dat hij zich waarschijnlijk te kwader trouw heeft ontdaan van zijn paspoort, terwijl dit niet is tegengeworpen aan de twee vreemdelingen met wie eiser heeft gereisd en hun asielaanvragen in de verlengde asielprocedure worden behandeld.
9. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser de v-nummers kenbaar gemaakt van de twee vreemdelingen met wie eiser heeft gereisd. Daarbij heeft hij opgemerkt dat de relazen van die vreemdelingen anders zijn dan het relaas van eiser. Gelet hierop zijn deze zaken onvoldoende vergelijkbaar met de zaak van eiser. Voorts is gebleken dat de asielprocedures van de twee vreemdelingen nog niet zijn afgerond. De omstandigheid dat de zaken van deze vreemdelingen worden behandeld in de verlengde asielprocedure betekent niet dat hun asielaanvragen niet als kennelijk ongegrond zouden kunnen worden afgewezen vanwege het waarschijnlijk te kwader trouw ontdoen van het paspoort.
Medisch onderzoek en advies
10. Ter zitting heeft eiser de beroepsgrond laten vallen dat verweerder ten onrechte geen forensisch medisch onderzoek heeft laten verrichten.
11. Eiser voert verder aan dat tijdens het gehoor wel rekening is gehouden met het medisch advies van MediFirst, maar niet tijdens de besluitvorming. Ten onrechte is volgens eiser tegengeworpen dat hij tijdens het gehoor een verkeerd jaartal heeft genoemd nu eiser geen data kan reproduceren.
12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende rekening gehouden met het medisch advies van MediFirst. MediFirst heeft geconcludeerd dat eiser moeite heeft met het plaatsen van exacte data door vermoeidheid en spanningen, dat hij emotioneel kan reageren en een verkorte concentratie heeft. Geadviseerd is om eiser meer tijd te geven om data te achterhalen en deze anders bij benadering uit te vragen, eiser regelmatig een pauze aan te bieden en hem korte en gerichte vragen te stellen. Het advies van MediFirst heeft, zoals eiser ook heeft opgemerkt, zowel betrekking op het horen als op het beslissen. Niet in geschil is dat met deze adviezen rekening is gehouden tijdens het gehoor. Het advies van MediFirst staat er niet aan in de weg dat in het bestreden besluit summiere en onvoldoende verklaringen aan eiser mochten worden tegengeworpen. Aan eiser zijn geen verklaringen over exacte data tegengeworpen, zoals verweerder ook ter zitting heeft opgemerkt. Verweerder heeft terecht tegengeworpen dat eiser wisselend heeft verklaard over het jaar waarin een incident met de dorpsbewoners zou hebben plaatsgevonden, nu eiser namelijk enerzijds heeft verklaard dat dit incident in 2019 heeft plaatsgevonden en anderzijds dat dit in 2015 heeft plaatsgevonden. Deze jaartallen verschillen dusdanig dat dit door verweerder tegengeworpen mocht worden. Dat eiser dit heeft gecorrigeerd middels de correcties en aanvullingen heeft verweerder ook niet hoeven volgen, nu het verschil in tijd groot is en bij de correctie geen uitleg is gegeven.
Problemen met twee dorpsbewoners
13. Eiser voert aan dat het een feit van algemene bekendheid is dat macht en grond aan
elkaar zijn gerelateerd en dat hij dit daarom niet hoeft te bewijzen. Eiser wijst daarbij op de boerenprotesten, die volgens hem draaiden om macht en grondbezit.
14. Verweerder heeft niet ten onrechte tegengeworpen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de dorpsbewoners [Naam 2] en [Naam 3] veel macht bezitten en connecties met (hogere) Indiase autoriteiten zouden hebben. Verweerder heeft van eiser mogen verlangen dat hij de stelling dat grondbezit in India hetzelfde is als macht bezitten onderbouwt met stukken of een verwijzing naar bronnen. De enkele stelling dat de boerenprotesten ook om macht draaiden, is onvoldoende. Daarbij komt dat eiser in beroep stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat eiser gedaagde partij is in een gerechtelijke procedure over het grondconflict.
Conclusie
20. De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw. Het beroep is ongegrond.
21. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr.W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Vreemdelingenwet 2000.
Rapport nader gehoor, pagina 17.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1022.