Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2022-07-01
ECLI:NL:RBDHA:2022:11118
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,133 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/2365
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2022 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres,
en
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder
(gemachtigde: mr. E.J.H. Jansen).
Procesverloop
Bij besluit van 28 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de subsidieaanvraag van eiseres afgewezen.
Bij besluit van 9 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 mei 2022.
Eiseres was aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Waar gaat deze zaak over?
1. Eiseres heeft een aanvraag voor een bedrag van € 3.425,- ingediend op grond van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) voor het uitvoeren van 125m2 dakisolaties, 15m2 HR++ glas en 16m2 gevelisolatie in het kader van een verbouwing van de zolderverdieping van een bestaande vrijstaande woning te [plaats], die was begroot op een bedrag van € 151.480,21.
2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat de gevelisolatie niet voldoet aan de minimale oppervlakte eis, het HR++ glas is toegepast in een aangebouwd deel van de woning en de dakisolatie niet is toegepast binnen de bestaande thermische schil van de woning.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres voert aan dat het voornemen was om het dak in de oorspronkelijke staat te isoleren maar dat nadien bleek dat het dak dit niet toeliet en de kap vervangen moest worden. Dit betreft ook het plaatsen van HR++ glas. Eiseres meent dat de SEEH geen definitie geeft van thermische schil. Eiseres vindt dat zij heeft geïsoleerd in de geest van de regeling.
Wat zijn de regels?
4. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van de uitspraak.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank overweegt dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen omdat geen sprake is van twee of meer energiebesparende maatregelen die voldoen aan de voorschriften op grond van artikel 7, eerste lid, van de SEEH. De gevelisolatie zag op 16m2 en dus op minder dan de minimaal vereiste 55m2. Niet in geschil is dat het dak is vernieuwd, hoger is geworden en een andere vorm heeft gekregen. Daardoor is niet voldaan aan het voorschrift dat de dakisolatie ziet op het bestaande dak in de thermische schil. Van het HR++ glas is 14m2 geplaatst in het nieuwe dak zodat geen sprake is van het vervangen van glas in de thermische schil door HR++ glas. Bij een uitbreiding van een woning kan in de regel niet worden gezegd dat dit leidt tot energiebesparing.
Het betoog dat de bouwkundige staat noopte tot vernieuwing van het dak leidt niet tot een ander oordeel. De regeling voorziet er niet in dat in een dergelijk geval subsidie wordt verleend. Verweerder komt bij het uitvaardigen van een subsidieregeling beleidsvrijheid toe en mag daarbij de reikwijdte van de regeling beperken, bijvoorbeeld ook in verband met het beschikbaar gestelde budget. Daarmee is het een gegeven dat ofschoon eiseres energiebesparende maatregelen treft en dus opgevat in ruime zin “in de geest van de regeling” handelt, zij toch niet in aanmerking komt voor subsidie omdat de regeling alleen voorziet in subsidie bij dakisolatie op het bestaande dak en niet voor een vernieuwd dak. Er is voor verweerder in rechte geen verplichting om elke maatregel van een huiseigenaar met een energiebesparend effect te subsidiëren. Verweerder heeft in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding hoeven zien om een beslissing te nemen in afwijking van de bepalingen in de SEEH. Daarbij merkt de rechtbank op dat in relatie tot de totale verbouwingskosten het aangevraagde subsidiebedrag gering is.
De aangevoerde gronden slagen niet.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.N. Powell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
Bijlage
Kaderwet overige BZK-subsidies
Artikel 2
1. Onze Minister kan subsidies verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid inzake:
[…]
e. het bouwen, het wonen en de woonomgeving.
Artikel 4
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen regels dan wel nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de aanvraag van de subsidie, de daarbij over te leggen gegevens en bescheiden, en de besluitvorming daarover;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
d. de verplichtingen van de subsidie-ontvanger;
e. de vaststelling van de subsidie;
[…]
Subsidieregeling energiebesparing eigen huis
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
[…]
– energiebesparende maatregelen: maatregelen, genoemd in artikel 4, eerste lid;
[…]
Artikel 2
Deze regeling heeft tot doel energiebesparing te stimuleren in bestaande koopwoningen in de particuliere sector alsmede in bestaande gebouwen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties, waarvan een of meer leden eigenaar-bewoner zijn.
Artikel 4
1. Energiebesparende maatregelen zijn: spouwmuurisolatie, gevelisolatie, dakisolatie, vloer- of bodemisolatie en hoogrendementsglas, waarbij wordt verstaan onder:
- spouwmuurisolatie: het isoleren van spouwmuren in de thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 1,1 [m²K/W];
- gevelisolatie: het isoleren van de binnen- of buitengevel met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m²K/W];
- dakisolatie: het isoleren van het dak in de thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m²K/W];
- vloer- of bodemisolatie: het isoleren van de vloer of de bodem in de thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m²K/W];
- hoogrendementsglas: het vervangen van glas in de thermische schil door HR++ glas of triple-glas;
- HR++ glas: glas met een maximale U-waarde van 1,2 [W/m²K];
- triple-glas: glas met een maximale U-waarde van 0,8 [W/m²K].
2. Bij toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, zijn de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in vrijstaande woningen worden uitgevoerd voor:
a. spouwmuurisolatie: 50 m²;
b. gevelisolatie: 55 m²;
c. dakisolatie: 57 m²;
d. vloer- of bodemisolatie: 44 m²;
e. hoogrendementsglas: 15 m².
Artikel 7.
1. De minister kan aan een eigenaar-bewoner ten behoeve van zijn woning subsidie verstrekken voor:
a. het na de datum van indiening van de subsidieaanvraag laten uitvoeren door een bedrijf dat is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, van twee of meer energiebesparende maatregelen over de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten van de woning of over ten minste de oppervlakten, genoemd in artikel 4, tweede, derde, vierde of vijfde lid;
[…]
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:488.