Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2021-03-22
ECLI:NL:RBDHA:2021:3370
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
2,423 tokens
Inleiding
REchtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/1035 BESLU
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 maart 2021 op het verzoek om een voorlopige voorziening van
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. T. Kocabas),
tegen
de burgemeester van Gouda, verweerder
(gemachtigde: mr. J.L. van den Dool).
Procesverloop
Bij besluit van 27 januari 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoeker een last onder dwangsom opgelegd.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft verweerschriften ingediend.
Het onderzoek ter zitting via Skype heeft plaatsgevonden op 8 maart 2021.
Aan de zitting hebben deelgenomen: verzoeker, bijgestaan door zijn gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Beoordeling
rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.2.
In de bestuurlijke rapportage van de politie van 26 januari 2021 is, onder meer, het volgende vermeld.
De rijksoverheid heeft op 23 januari 2021 een avondklok ingesteld die elke dag van kracht is tussen 21:00 uur en 04:30 uur, tot 10 februari 2021. Op 24 januari 2021 hebben zich op verschillende plaatsen in het land wanordelijkheden voorgedaan. Op 25 januari 2021 hebben, nadat daartoe werd opgeroepen op diverse social media, ongeregeldheden plaatsgevonden in verschillende wijken in Gouda.
Op 26 januari 2021 heeft de politie via de wijkagenten vernomen dat via social media het bericht rondging dat men op die dag om 15:00 uur wilde verzamelen in de wijk Bloemendaal. De politie heeft toezicht gehouden bij het winkelcentrum in deze wijk en gezien dat daar een groep van zes jongeren stenen en hout leek te verzamelen. Omdat bij de meeste rellen in het land gebruik is gemaakt van onder meer stenen en vuurwerk, had de politie het vermoeden dat deze personen zouden gaan rellen. De berichtgeving en opgeroepen tijd van de berichten op social media klopte. Daarom werden deze zes personen aangemerkt als verdachte van het strafbare feit opruiing. Deze zes personen, onder wie verzoeker, zijn omstreeks 16:38 uur door de politie op heterdaad aangehouden. De gsm’s van deze personen zijn inbeslaggenomen en worden onderzocht, op grond waarvan verder aannemelijk kan worden geacht dat zij betrokken zijn bij opruiing, dan wel het zich schuldig maken aan openlijke geweldpleging. Bij verzoeker is bij de aanhouding in zijn broekzak een stuk steen gevonden, dat volgens de politie leek op een stuk trottoirtegel.
2.1.
Bij het primaire besluit heeft verweerder verzoeker een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2:1 van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 (APV), artikel 58g. van de Wet publieke gezondheid (Wpg) en artikel 3.1. van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm).
Hieraan is de bestuurlijke rapportage van 26 januari 2021 ten grondslag gelegd.
Verweerder acht het aannemelijk dat verzoeker met de andere personen kwade bedoelingen had en zaken aan het verzamelen was om daarmee schade of letsel aan te richten.
Voorts blijkt volgens verweerder uit de bestuurlijke rapportage dat verzoeker in ieder geval met vijf personen in groepsverband bij elkaar was, terwijl het onder de huidige Covid-regels verboden is om met meer dan twee personen samen te komen.
Verzoeker wordt gelast zich te onthouden van
het deelnemen aan een samenscholing;
het in groepsverband samenkomen met meer mensen dan op grond van de Wpg in samenhang met de TRM is toegestaan;
het bij zich hebben van zaken waarvan het aannemelijk is dat deze zijn meegebracht of aanwezig zijn om de orde te verstoren dan wel schade aan zaken of letsel aan personen toe te brengen.
Indien verzoeker zich niet aan deze last houdt, dan verbeurt hij op grond van artikel 5:32 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een dwangsom van € 2.500,- per constatering, met een maximum van € 10.000,-.
2.2.
Verweerder heeft bij zijn verweerschrift van 5 maart 2021 een nadere reactie van de politie van 5 maart 2021 overgelegd. Daarin is vermeld dat de politie op 26 januari 2021 bij de Ganzenburg te Gouda onder meer heeft gezien dat een groep jongens bezig was met het uit de straat halen van tegels. De jongens sloegen de tegels kapot en legden deze in een winkelwagen. Ook waren zij met hout aan het slepen. De groep heeft zich verplaatst naar het winkelcentrum Bloemendaal. Er werd gezien dat een persoon, naar later bleek verzoeker, in het winkelcentrum was. De politie heeft de foto die van verzoeker is genomen toen hij in de groep verkeerde, vergeleken met de foto die van verzoeker is genomen net na de aanhouding. Deze foto’s kwamen overeen en zijn verwerkt in het dossier. Verzoeker is gefouilleerd voor hij werd overgebracht naar het politiebureau. Er werd in zijn linker broekzak een stuk steen met een afmeting van 3cm bij 2 cm aangetroffen. Dit stuk steen was volgens de politie qua structuur en kleur mogelijk afkomstig van een stoeptegel. Uit het digitaal onderzoek aan de telefoon van verzoeker is gebleken dat hij met gebruikersnaam GKA deelnemer is van de chatgroep “ [chatgroep] ”. GKA had een actieve rol binnen deze chatgroep, waar hij heeft gezegd: “alles is welkom nogmaals vuurwerk wasbenzine hamers enz”. Voorts heeft hij gezegd dat het beter was om een nieuwe en gesloten groep te maken. Vervolgens is de nieuwe groep “herresgouda” gemaakt, waarin GKA heeft gezegd “wees actief als je er bij wilt zijn alles is welkom neem als het kan benzine en vuurwerk mee!!!”
3. De voorzieningenrechter komt aan de hand van hetgeen verzoeker heeft aangevoerd tot de volgende beoordeling.
4.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling, zie de uitspraak van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2222) mag de burgemeester in beginsel uitgaan van de juistheid van een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, tenzij tegenbewijs noopt tot afwijking van dit uitgangspunt. Dit geldt eveneens voor de op ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage.
4.2.
De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen reden waarom verweerder niet mag uitgaan van de bestuurlijke rapportage van 26 januari 2021, zoals aangevuld met de reactie van 5 maart 2021. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet bij de groep heeft gehoord en dat de waarnemingen van de politie over de gedragingen van deze groep niet juist zijn. Dat hij bij het winkelcentrum alleen aanwezig was voor een bestelling bij een eettent is door verzoeker niet onderbouwd.
Ter zitting heeft verzoeker meegedeeld dat hij de berichten die de politie heeft aangetroffen op zijn telefoon niet heeft verzonden. Hij heeft die dag zijn telefoon uitgeleend aan meerdere vrienden, hetgeen volgens verzoeker onderling gebruikelijk is. De voorzieningenrechter overweegt dat er geen aanwijzingen zijn voor de lezing van verzoeker op dit punt. Hij heeft ook niet nader aangegeven aan hoeveel vrienden en aan wie hij zijn mobiel heeft uitgeleend. Verzoeker heeft voorts meegedeeld dat hij een taakstraf van 80 uur opgelegd heeft gekregen. Dat daartegen hoger beroep is ingesteld, maakt dit niet anders. Een (bestuursrechtelijke) herstelmaatregel ter voorkoming van verdere overtredingen, zoals hier aan de orde, heeft een ander doel dan een strafrechtelijke sanctie (zie de uitspraak van de Afdeling van 25 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3274).
Verzoeker heeft over het bij hem aangetroffen stukje steen aangevoerd dat hij altijd een steentje bij zich draagt voor zijn rituele wassing als hij buitenshuis zijn geloof wenst te belijden. Voor zover moet worden uitgegaan van deze lezing van verzoeker, volgt de voorzieningenrechter het standpunt van verweerder dat het bij zich hebben van een klein steentje geen probleem hoeft te zijn, zolang zich geen overige verdachte omstandigheden voordoen.
Gelet op het vorenstaande is sprake van overtreding van artikel 2:1 van de APV. Nu ervan mag worden uitgegaan dat verzoeker behoorde bij de groep van zes jongeren, is tevens sprake van overtreding van artikel 58g. van de Wpg en artikel 3.1. van de Trm. Verweerder was in beginsel bevoegd om handhavend op te treden.
4.3.
Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan het bestuursorgaan hiervan afwijken.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
22 maart 2021.
griffier de voorzieningenrechter is verhinderd te tekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.