ECLI:NL:RBDHA:2019:10914
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 18/6153
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 oktober 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van Westland, verweerder
(gemachtigde: B.H.J. Thedinga).
De rechtbank zal partijen hierna aanduiden als [eiser] en de gemeente Westland.
Bij brief van 24 mei 2018 heeft [eiser] een klacht ingediend bij de gemeente Westland en verzocht om een schadevergoeding van € 35.000,-.
De gemeente Westland heeft het verzoek van [eiser] om een schadevergoeding in een brief van 25 juli 2018 afgewezen.
Met een brief van 15 augustus 2018 heeft de gemeente Westland gereageerd op de klacht van [eiser] .
[eiser] heeft op 4 september 2018 beroep ingesteld tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding en de afhandeling van zijn klacht.
De rechtbank heeft op 20 februari 2019 uitspraak gedaan zonder zitting. In deze uitspraak heeft de rechtbank zich met betrekking tot het verzoek om een schadevergoeding onbevoegd verklaard en het beroep voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
[eiser] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
In de uitspraak van 27 juni 2019 heeft de rechtbank het verzet ongegrond verklaard voor zover het zich richt tegen de klachtbehandeling door de gemeente Westland. Voor het overige is het verzet gegrond verklaard. Dat betekent dat de uitspraak van 20 februari 2019 is vervallen, voor zover die betrekking heeft op het verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft de behandeling van het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding voortgezet.
[eiser] heeft nadere stukken overgelegd.
De gemeente Westland heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 2 september 2019. [eiser] was aanwezig. Namens de gemeente Westland was de gemachtigde aanwezig.
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 170,-- vergoedt;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.A. Stolker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2019.
De griffier is niet in de gelegenheid rechterdeze uitspraak mede te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Kenmerk W-AV-2014-1213
Kenmerk W-AV-2016-0241
Dat blijkt uit de artikelen 8:88 en 8:89, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
Dat blijkt uit artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
Dat volgt uit artikel 8:88 Awb.
De aanleiding voor deze procedure
1.1 De gemeente Westland heeft op 13 februari 2015 aan projectontwikkelaar Bouhuisen Groep, (Bouhuisen) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van dertien woningen op het perceel [adres] en [adres] te [plaats] (omgevingsvergunning Zuidweg) en op 11 maart 2016 een omgevingsvergunning voor het oprichten van een vrijstaande woning op het perceel [adres] te [plaats] (omgevingsvergunning Mosastraat).
1.2 Nadat de omgevingsvergunning Zuidweg was verleend, is het de gemeente Westland gebleken dat de situatietekening, gevoegd bij de vergunningsaanvraag, niet conform de privaatrechtelijk gemaakte afspraken met Bouhuisen was. Vervolgens heeft Bouhuisen de situatietekening aangepast en is die gewijzigde tekening als wijziging aan de omgevingsvergunning toegevoegd.
1.3 [eiser] heeft op 31 juli 2015 het perceel aan de [adres] van Bouhuisen gekocht. Het perceel, volgens de leveringsakte groot 223 m², is op 11 september 2015 aan [eiser] geleverd.
1.4 Op 7 december 2015 heeft de gemeente Westland de perceelgrenzen uitgezet en piketpalen geplaatst.
1.5 De gemeente Westland heeft in augustus 2016 piketpalen verplaatst. De verplaatsing betrof (mede) piketpalen die de grens van [eiser] perceel aangaven.
1.6 [eiser] meent dat zijn perceel door deze gang van zaken is verkleind. In eerdere documentatie, op basis waarvan [eiser] interesse voor het perceel was gewekt, is uitgegaan van een kavel van 249 m².
1.7 [eiser] zegt dat hij schade heeft geleden. Hij heeft het perceel met daarop de woning aan de [adres] gedwongen moeten verkopen. Ook heeft [eiser] een nieuwe keuken moeten afbestellen omdat de koper de woning in de oorspronkelijk opgeleverde staat eiste; [eiser] heeft hiervoor annuleringskosten moeten betalen. Tot slot heeft [eiser] 12 m² te weinig grond geleverd gekregen.
1.8 [eiser] heeft bij de gemeente Westland een verzoek tot schadevergoeding ingediend. Dit verzoek is afgewezen. Tegen die afwijzing is [eiser] in beroep gekomen.
Waar gaat deze procedure over?
2.1 [eiser] heeft op de zitting aan de rechtbank gevraagd om een uitgebreid onderzoek te doen naar de door hem gesignaleerde misstanden en daarbij voorop te stellen het algemeen belang van heel Nederland en van de bewoners van de gemeente Westland in het bijzonder, tot het hebben van een betrouwbare overheid.
2.2 De rechtbank kan en mag enkel oordelen over een concreet besluit van een bestuursorgaan. Ook moet tegen dat concrete besluit de mogelijkheid van beroep open staan en moet de eiser in een beroepsprocedure (hier dus [eiser] ) een persoonlijk belang hebben bij zijn beroep. Tegen algemene bezwaren over de werkwijze van de overheid is geen beroep mogelijk. Dit betekent dat de rechtbank hierna uitsluitend zal ingaan op het beroep van [eiser] tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding.
2.3 Ook is de rechtbank bevoegd om op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een onrechtmatig besluit of een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit. Daarbij mag de gevraagde schadevergoeding niet hoger zijn dan € 25.000,--. De rechtbank ziet aanleiding om het beroep van [eiser] mede te zien als een verzoek aan de rechtbank om de gemeente Westland te veroordelen tot vergoeding van de schade die [eiser] stelt te hebben geleden door volgens hem onrechtmatig handelen van de gemeente Westland. De rechtbank zal dit verzoek daarom hierna ook bespreken.
Het beroep
3.1 Het gaat in deze zaak om door [eiser] geclaimde schade als gevolg van een verleende omgevingsvergunning waarbij de gemeente Westland volgens hem onrechtmatig heeft gehandeld. Onder de brief van 25 juli 2018 met daarin de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding heeft de gemeente Westland een beroepsclausule opgenomen, waarin staat vermeld dat tegen dat besluit beroep ingesteld kan worden bij de bestuursrechter. In die brief schrijft de gemeente Westland dat [eiser] planschade heeft geclaimd; uit de brief blijkt overigens verder dat van planschade geen sprake is. De rechtbank is het daarmee eens en overweegt daarover dat planschade alleen kan worden vergoed als er sprake is van een in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen schadeoorzaak. De door [eiser] geclaimde schade valt niet onder de in die wet genoemde schadeoorzaken. De gemeente Westland heeft dus terecht besloten dat er geen sprake is van planschade. Waar het wel om gaat, is een afwijzing van schade wegens onrechtmatig handelen. Daartegen is echter geen beroep bij de bestuursrechter mogelijk. De gemeente Westland heeft de beroepsclausule dus ten onrechte opgenomen in de brief. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank op dit punt niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak.
3.2 Omdat [eiser] door de gemeente Westland over de beroepsmogelijkheid tegen het besluit van 25 juli 2018 op het verkeerde been is gezet, ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat [eiser] het door hem betaalde griffierecht van € 170,-- van de gemeente Westland vergoed krijgt.
Het verzoek om schadevergoeding
4.1 [eiser] heeft in de loop van deze procedure zijn schadeverzoek aangepast aan de bevoegdheidsgrens van de bestuursrechter, te weten € 25.000,--. [eiser] heeft drie schadeposten opgevoerd, te weten:
Hij heeft het perceel met daarop de woning aan de [adres] gedwongen moeten verkopen. Zijn schade daardoor bedraagt € 10.000,--.
Hij heeft een nieuwe keuken moeten afbestellen omdat de koper de woning in de oorspronkelijk opgeleverde staat eiste; [eiser] heeft hiervoor annuleringskosten moeten betalen. De schade daarvan is € 5.000,--.
Hij heeft 12 m² te weinig grond geleverd gekregen. Dat is een schadebedrag van € 10.000,--.
4.2 De schade die [eiser] zegt te hebben geleden, kan enkel vergoed worden als de schade een gevolg is van een door de gemeente Westland genomen onrechtmatig besluit of het onrechtmatig handelen in de voorbereiding hiervan. Van de andere in de Awb genoemde schadeoorzaken is in dit geval geen sprake: het gaat immers niet om het niet tijdig nemen van een besluit of een handeling van een bestuursorgaan waarbij een ambtenaar belanghebbende is. In zijn schadeverzoek heeft [eiser] de omgevingsvergunningen Zuidweg en Mosastraat genoemd als schadeoorzaak. De rechtbank zal daarom hierna bespreken of de gestelde schade het gevolg is van een door de gemeente Westland genomen onrechtmatig besluit of het onrechtmatig handelen in de voorbereiding hiervan.
De gedwongen verkoop van de woning en het afbestellen van de nieuwe keuken
5.1 [eiser] heeft op de zitting toegelicht dat hij de woning gedwongen heeft verkocht omdat die bouwkundige gebreken vertoonde. Omdat constructiefouten niet worden gedekt in de opstalverzekering, wilde [eiser] van de woning af. Vanwege de gebreken was zijn enige mogelijkheid het terugverkopen van de woning aan Bouhuisen. Bouhuisen accepteerde de woning echter alleen terug in de opgeleverde staat (zonder keuken), zodat [eiser] zich gedwongen zag de keuken af te bestellen.
7. Nu [eiser] geen schade heeft geleden als gevolg van een onrechtmatig besluit, dan wel een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit, moet het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.