Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2017-11-13
ECLI:NL:RBDHA:2017:16766
Rechtbank den haag Zittingsplaats 's-Gravenhage vR Rolnr. 5871870 \ RL EXPL 17-8731 13 november 2017 (bij vervroeging) Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] , h.o.d.n. [naam eenmanszaak] , wonende en zaakdoende te [woonplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, gemachtigde: mr. C.W. Meindersma (Charlotte’s Law & Fine Prints), tegen 1 [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , en 2. de vereniging [naam vereniging] tevens h.o.d.n. [naam vereniging] , statutair gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie, gemachtigde: [gemachtigde] (Juradvin incassobureau en juridische dienstverlening). Partijen worden aangeduid als [eiser] enerzijds en [gedaagde] en/of [naam vereniging] anderzijds. Procedure De kantonrechter heeft kennis genomen van de navolgende stukken: de dagvaarding van 30 maart 2016, met producties; de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties; de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring aan de zijde van [gedaagde] en [naam vereniging] ; de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident aan de zijde van [eiser] ; het vonnis in het bevoegdheidsincident van 18 september 2017; de conclusie van antwoord in reconventie. In deze zaak is een comparitie van partijen gelast voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een schikking. De comparitie van partijen is gehouden op 17 oktober 2017. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken. Een schikking is niet bereikt. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden. 1 Feiten in conventie en in reconventie De kantonrechter gaat uit van de navolgende feiten. 1.1 [eiser] is werkzaam als professioneel fotograaf en creëert in dat kader onder andere reportagefoto’s. 1.2 [eiser] heeft in opdracht van Stichting Folia Civitatis (hierna: Folia) op vrijdag 12 juni 2015 portretfoto’s gemaakt van [gedaagde] . (Enkele van) deze foto’s waren bedoeld om te worden afgedrukt bij een interview met [gedaagde] in het door Folia uitgegeven papieren magazine en de website van Folia. 1.3 [eiser] heef de door hem van [gedaagde] gemaakte foto’s (hierna ook: de werken) aanvankelijk uitsluitend toegezonden aan Folia. Twee van die foto’s zijn door Folia geplaatst bij voormeld interview. De overige door [eiser] gemaakte foto’s zijn niet door [eiser] noch door Folia openbaar gemaakt. 1.4 [gedaagde] heeft [eiser] op 24 juni 2015 per e-mail verzocht om toezending van de foto’s zoals deze waren gepubliceerd door Folia. Op 29 juni 2015 heeft [eiser] de twee door Folia gepubliceerde foto’s per e-mail aan [gedaagde] gezonden. Hierbij heeft [eiser] vermeld dat de foto’s uitsluitend voor privégebruik bestemd zijn en dat voor overig gebruik, waaronder online of print, eerst met [eiser] contact opgenomen dient te worden. 1.5 Op 14 oktober 2016 is het [eiser] gebleken dat [gedaagde] dan wel [naam vereniging] tweemaal de werken verveelvoudigd en openbaar hebben gemaakt op de website (homepage en persoonlijke pagina van [gedaagde] ) van [naam vereniging] . 1.6 [eiser] heeft voor het gebruik van de werken op de website geen toestemming gegeven of licentie verleend aan [gedaagde] en/of [naam vereniging] . 1.7 De werken zijn door [gedaagde] en/op [naam vereniging] openbaar gemaakt zonder daarbij de naam van [eiser] te vermelden als maker van de werken.Daarnaast hebben [gedaagde] en/of [naam vereniging] daarbij de indruk gewekt dat de werken van henzelf zijn door de werken openbaar te maken en te verveelvoudigen op de site van [naam vereniging] zonder de naam van [eiser] te vermelden, maar onderaan de webpagina “ [tekst] ” te plaatsen. 2 Vordering in conventie [eiser] vordert dat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] en [naam vereniging] hoofdelijk worden veroordeeld: I. om zich met onmiddellijke ingang na dagtekening van het vonnis te onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser] , althans zich te onthouden van elke inbeuk 2.8 Als auteursrechthebbende heeft [eiser] er verder belang bij dat [gedaagde] en/of [naam vereniging] zich onthouden van iedere (verdere) inbreuk op de auteursrecht van [eiser] . [eiser] wijst er in dit verband de werken van [eiser] door [gedaagde] worden gebruikt op facebook, nadat [eiser] [gedaagde] en/of [naam vereniging] heeft aangeschreven om zich te onthouden van het verder zonder toestemming publiceren van de werken van [eiser] . 2.9 De schade die het gevolg is van de verveelvoudiging en openbaarmaking van de werken staat gelijk aan het bedrag dat [eiser] van [gedaagde] en/of [naam vereniging] vergoed had willen zien, indien zij vooraf in onderhandeling zouden zijn getreden met [eiser] over het gebruik van de werken. Uit de jurisprudentie volgt dat voor het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding kan worden uitgegaan van de tarieven die [eiser] zou hebben gehanteerd indien [gedaagde] en/of [naam vereniging] een licentie bij [eiser] zouden hebben afgenomen. 2.10 In het geval dat [eiser] vooraf met [gedaagde] en/of [naam vereniging] zou hebben onderhandeld over het gebruik van de werken, zoals dat in dit geval op de website heeft plaatsgevonden, dan zou aansluiting zijn gezocht bij de tarievenlijst 2015 van de Stichting Foto Anoniem. Gelet op de ingevolge die tarievenlijst geldende tarieven heeft [eiser] in dit geval overigens lagere bedragen van [gedaagde] en [naam vereniging] gevorderd. De door [eiser] gevorderde tarieven zijn dan ook redelijk en marktconform, gelet ook op de algemene voorwaarden van de Vereniging Dutch Photographers. Deze algemene voorwaarden zijn in dit geval weliswaar niet van toepassing, maar in de jurisprudentie is geoordeeld dat die voorwaarden rechtens aanvaardbaar zijn en een geaccepteerd uitgangspunt vormen om schade, zoals deze door [eiser] wordt gevorderd, te begroten. 2.11 [eiser] vordert verder vergoeding van de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten van dit geding overeenkomstig artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. [eiser] becijfert die kosten in totaal op een bedrag van € 4.827,56 te vermeerderen met eventuele nakosten en overige verschotten. 3 Verweer in conventie [gedaagde] en/of [naam vereniging] verweren zich tegen de vorderingen en voeren daartoe, zakelijk weergegeven, het navolgende aan. 3.1 Medio 2015 is [gedaagde] benaderd door samenstellers van Folia met het verzoek belangeloos mee te werken aan een interview over zijn vakgebied. [gedaagde] heeft daarmee ingestemd onder de voorwaarde dat het vervaardigde materiaal voor [gedaagde] nadien, vrij van rechten, beschikbaar zou zijn voor gebruik in zijn eigen publicaties, waarmee Folia, in de persoon van haar journalist [naam] , heeft ingestemd. 3.2 Gelet op de door hem met Folia mondeling aangegane overeenkomt bestond er voor [gedaagde] geen aanleiding om nader te informeren of aan te dringen op een schriftelijke overeenkomst met [eiser] . [gedaagde] was immers niet de ‘opdrachtgever’. 3.3 Op 24 juni 2015 heeft [gedaagde] zowel bij Folia als bij [eiser] de van hem gemaakte foto’s opgevraagd. [gedaagde] benadrukt hierbij dat er geen overeenkomst met [eiser] bestond. 3.4 Op 26 juni 2015 ontving [gedaagde] de foto’s van Folia. Uit de bij de toezending van de foto’s door Folia gebruikte begeleidende tekst is ondubbelzinnig af te leiden dat Folia met de toezending van de foto’s heeft willen voldoen aan de hiervoor bedoelde mondelinge overeenkomst. [gedaagde] is er vanuit gegaan dat [eiser] binnen dezelfde afspraak/overeenkomst viel. [eiser] heeft tijdens het maken van de afspraak of tijdens de fotosessie op geen enkele wijze blijk gegeven op eigen titel of tegen tarief te fotograferen, noch ook maar benoemd dat hij het exclusieve recht op de beelden wilde voorbehouden dan wel geen kopieën om niet ter beschikking te stellen. De inhoud van de overeenkomst tussen Folia en [eiser] was [gedaagde] niet bekend. 3.5 [gedaagde] geniet een zekere publieke bekendheid. Deze populariteit moet worden aangemerkt 6.2 De foto’s hebben naar het oordeel van de kantonrechter een eigen en oorspronkelijk karakter en dragen het stempel van [eiser] als de maker. [eiser] heeft immers onweersproken gesteld dat hij keuzes heeft gemaakt in de brandpuntafstand, de positionering van [gedaagde] , de belichting, de compositie, de scherptediepte en de kadering. Daarnaast heeft [eiser] onweersproken gesteld in de nabewerking van de foto’s creatieve keuzes te hebben gemaakt bij onder meer het aanpassen van de belichting, het contrast, de witbalans en kleurruimte en de uitsnede van de foto’s. Aldus zijn de door [eiser] gemaakte foto’s aan te merken als werken in de zin van artikel 10 van de Auteurswet. [eiser] is dan ook aan te merken als maker en auteursrechthebbende van de in het kade van voormelde opdracht door hem vervaardigde foto’s. Dat [gedaagde] . zoals hij heeft aangevoerd, ook een zekere inbreng heeft gehad bij de vervaardiging van de foto’s maakt voormeld oordeel niet anders. Die inbreng van [gedaagde] is, gelet op de creatieve inbreng van [eiser] , in dit geval van (te groot) ondergeschikt belang. 6.3 Met de toezending op verzoek van [gedaagde] van twee van de door [eiser] gemaakte foto’s aan [gedaagde] heeft [eiser] naar het oordeel van de kantonrechter geen toestemming gegeven voor verveelvoudiging en/of openbaarmaking daarvan. [eiser] heeft bij de toezending van die foto’s immers nadrukkelijk vermeld dat de foto’s enkel voor privégebruik bestemd zijn en dat voor overig gebruik, waaronder online of print, eerst met [eiser] contact opgenomen dient te worden. 6.4 De door [gedaagde] gestelde met Folia gesloten overeenkomst kunnen [gedaagde] en/of [naam vereniging] niet aan [eiser] tegenwerpen. Uit wat hiervoor is overwogen en beslist volgt immers dat de door [gedaagde] gestelde overeenkomst met Folia ten aanzien van het vrije gebruik van de door [eiser] gemaakte foto’s onrechtmatig is jegens [eiser] . Folia was in de zin van de Auteurswet niet de rechthebbende van de foto’s en kon het vrije gebruik van die foto’s daarom niet leveren aan [gedaagde] en/of [naam vereniging] . 6.5 Door niettemin zonder de toestemming van [eiser] de door [eiser] vervaardigde foto’s te verveelvoudigen en openbaar te maken op de website van [naam vereniging] hebben [gedaagde] en/of [naam vereniging] inbreuken gemaakt op de auteursrechten van [eiser] . [eiser] heeft daarmee als professioneel fotograaf inkomsten misgelopen en een [eiser] komt daarom voor die inbreuken een schadevergoeding toe. 6.6 In deze procedure staat verder vast dat [gedaagde] en/of [naam vereniging] inbreuk hebben gemaakt op de ingevolge de Auteurswet aan [eiser] toekomende persoonlijkheidsrechten. Door [eiser] vervaardigde foto’s van [gedaagde] zijn immers door [gedaagde] en/of [naam vereniging] gepubliceerd zonder de vermelding van [eiser] als de maker daarvan dan wel door het wekken van de indruk dat de foto’s niet van [eiser] afkomstig zijn. Ook voor die inbreuken komt aan [eiser] een schadevergoeding toe. 6.7 Zoals hiervoor is overwogen mist [eiser] door de handelwijze van [gedaagde] en/of [naam vereniging] als professioneel fotograaf inkomsten, welke inkomsten zich naar het oordeel van de kantonrechter laten begroten op het in de branche gebruikelijk voor soortgelijke werkzaamheden daarvoor te berekenen loon. Gelet op de in de branche gebruikelijk gehanteerde tarieven komt de door [eiser] ter zake in totaal gevorderde schadevergoeding de kantonrechter in de gegeven omstandigheden niet bovenmatig en/of ongebruikelijk voor. Dat volgens [gedaagde] en/of [naam vereniging] (één of meer van) de foto’s niet het door hen gewenste kwaliteitsniveau had(den) vormt geen grond voor het toekennen van een lagere schadevergoeding aan [eiser] . De Foto’s zijn immers gemaakt in opdracht van Folia, zodat uitsluitend Folia een eventueel recht van reclame heeft ten opzichte van [eiser] . 6.8 Dat [naam vereniging] geen commerciële doelstelling heeft, zoals [gedaagde] en/of [naam vereniging] hebben gesteld, laat d