Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2017-12-12
ECLI:NL:RBDHA:2017:15972
Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummers: SGR 16/6260, SGR 16/6261 en SGR 16/6262 uitspraak van de meervoudige kamer van 12 december 2017 in de zaken tussen Gemeente Nissewaard te Spijkenisse, eiseres (gemachtigde: mr. R.J. van der Zwan), en de inspecteur van de Belastingdienst/Grote ondernemingen, kantoor [plaats] , verweerder. Procesverloop Bij beschikking van 17 juni 2016 (de beschikking) heeft verweerder aan eiseres bericht niet over te gaan tot wijziging van de uitnamebedragen uit het BTW-compensatiefonds (het fonds) voor de jaren 2010, 2011 en 2012. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 27 juni 2016 en 28 juni 2016 de beschikking gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De beroepen zijn geregistreerd onder de nummers SGR 16/6260 (2010), SGR 16/6261 (2011) en SGR 16/6262 (2012). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 september 2017. Namens eiseres is verschenen [persoon 1] (kantoorgenoot van de gemachtigde), bijgestaan door [persoon 2] en [persoon 3]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon 4] en [persoon 5]. Overwegingen Feiten 1. Verweerder heeft op grond van opgaven van eiseres de bijdragen uit het fonds voor de jaren 2010 tot en met 2012 bij beschikkingen vastgesteld op respectievelijk € 9.728.437, € 9.168.427 en € 9.643.034. 2. Eiseres heeft op haar in eigendom behorende grond de sporthal [sporthal] (de sporthal) gerealiseerd. De sporthal is in oktober 2012 in gebruik genomen. De ter zake van de bouw in de jaren 2009 tot en met 2012 aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting (de voorbelasting) heeft eiseres op haar aangiften omzetbelasting volledig in aftrek gebracht. 3. Eiseres stelt tijdens schooltijden de sporthal ter beschikking aan de school voor katholiek basisonderwijs [basisschool] (de basisschool). Verder wordt, met name in de avonduren, de sporthal ter beschikking gesteld aan een badmintonvereniging en aan particulieren. 4. Verweerder heeft de in de jaren 2009 tot en met 2012 in aftrek gebrachte voorbelasting (gedeeltelijk) nageheven omdat eiseres ter zake van de terbeschikkingstelling van de sporthal aan de basisschool geen ondernemer is voor de omzetbelasting. De tegen deze naheffingsaanslagen ingediende bezwaren zijn ongegrond verklaard. Eiseres heeft de daartegen ingestelde beroepen, geregistreerd onder de nummers SGR 16/6263 tot en met SGR 16/6266, op 3 april 2017 ingetrokken. Geschil 5.In geschil is of eiseres, nu in rechte vast staat dat zij ter zake van de terbeschikkingstelling van de sporthal aan de basisschool geen ondernemer is voor de omzetbelasting, voor de jaren 2010 tot en met 2012 recht heeft op aanvullende uitnamen uit het fonds voor de omzetbelasting die aan haar in rekening is gebracht voor de bouw van de sporthal, een en ander voor zover betrekking hebbend op de terbeschikkingstelling aan de basisschool. 6. Eiseres stelt - kort en zakelijk weergegeven - dat bij de terbeschikkingstelling van de sporthal aan de basisschool sprake is van een terbeschikkingstelling aan de collectiviteit van (jeugdige) inwoners van de gemeente met als achterliggend doel het stimuleren en bevorderen van de lichamelijke beweging en gezondheid van kinderen. De uitsluitingsgrond van artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het BTW-compensatiefonds (Wet Bcf) is daarom niet van toepassing. Ter zitting heeft eiseres verklaard haar aanvankelijke beroep op artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit BTW-compensatiefonds niet langer te handhaven. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de beschikking en toekenning van extra uitnamen uit het fonds voor de jaren 2010 tot en met 2012 van respectievelijk € 6.081, € 101.823 en € 180.586. 7. Verweerder stelt dat sprake is van de terbeschikkingstelling van de sporthal aan een of meer individuele derden, te weten de basisschool. Daarom bestaat op grond van artikel 4, eerst lid, onder