Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2017-11-02
ECLI:NL:RBDHA:2017:15065
Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummers: SGR 17/2727 en SGR 17/2729 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2017 in de zaken tussen [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. M.E. González Pérez), en de Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft bij beslissingen op bezwaar van 13 maart 2017 de bezwaren tegen de hierna onder 7 en 8 genoemde beschikkingen ongegrond verklaard. Eiseres heeft daartegen op 14 april 2017 beroep bij de rechtbank ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] . Overwegingen Feiten 1. Eiseres heeft ter zake van de opvang van haar kind in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014 gebruik gemaakt van het gastouderbureau [gastouderbureau] . Bij beschikking van 28 december 2012 is aan eiseres voor het berekeningsjaar 2013 een voorschot kinderopvangtoeslag toegekend van € 12.082. Bij beschikking van 27 december 2013 is aan eiseres voor het berekeningsjaar 2014 een voorschot kinderopvangtoeslag toegekend van €12.082. 2. Verweerder heeft eiseres bij brief van 22 juli 2014 meegedeeld dat zij geen kinderopvangtoeslag over 2014 meer krijgt, omdat er aanvullende gegevens nodig zijn om vast te kunnen stellen of eiseres recht heeft op kinderopvangtoeslag. Bij brief van 30 juli 2014 bevestigt verweerder de afspraak met eiseres dat zij op 1 september 2014 naar het kantoor van verweerder komt. In die brief verzoekt verweerder eiseres om nadere bewijsstukken -waaronder de jaaropgave over 2013, betalingsbewijzen en facturen over de periode 1 januari 2013 tot en met 30 juni 2014 en maandelijkse urenstaten van de gastouder- mee te nemen. 3. Bij beschikking van 21 augustus 2014 is aan eiseres voor het berekeningsjaar 2014 - periode 1 januari 2014 tot en met 31 augustus 2014 - een voorschot kinderopvangtoeslag toegekend van € 8.054. 4. Op 1 september 2014 heeft eiseres ten kantore van verweerder diverse bewijsstukken overgelegd. 5. Op 1 september 2014 heeft verweerder de kinderopvangtoeslag voor het jaar 2014 stopgezet. Vervolgens heeft eiseres op 7 november 2014 kinderopvangtoeslag aangevraagd met ingang van 1 augustus 2014. 6. Bij beschikking van 21 november 2014 is het aan eiseres toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 augustus 2014 gehandhaafd op € 8.054. 7. Verweerder heeft bij beschikking van 30 december 2014 de aan eiseres voor de periode 1 augustus 2014 tot en met 31 augustus 2014 toegekende voorschot kinderopvangtoeslag herzien naar € 0. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 8. Verweerder heeft bij beschikking van 15 mei 2015 de kinderopvangtoeslag over het berekeningsjaar 2013 definitief berekend op € 0. Voor het jaar 2013 dient eiseres een bedrag van 12.503 (€ 12.082 + € 421 rente) terug te betalen. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 9. Eiseres heeft in de bezwaarfase nadere bewijsstukken ingediend, waarna verweerder bij brief van 3 augustus 2016 eiseres heeft verzocht om voor het jaar 2014 nog aanvullende bewijsstukken te verstrekken, waaronder facturen over de periode 1 januari 2014 tot en met december 2014 en de urenstaten van de gastouder over de periode juni 2014 tot en met december 2014. Op 19 september 2016 heeft eiseres naar aanleiding van voormeld verzoek diverse stukken aan verweerder overgelegd. 10. Op 20 december 2016 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden. Eiseres is daarbij in de gelegenheid gesteld om ontbrekende bewijsstukken tot eind februari 2017 in te dienen. Eiseres heeft geen stukken meer ingediend, waarna verweerder op 3 maart 2017 op de bezwaren heeft beslist. 11. Verweerder heeft met dagtekening 28 april 2017 de definitieve berekening kinderopvangtoeslag over 2014 vastgesteld op € 0. V