Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2017-11-20
ECLI:NL:RBDHA:2017:13834
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 16-8838 Zaaknummer: C/09/522160 Datum beschikking: 20 november 2017 Bevoegd is de rechter van de woonplaats in Nederland of, bij gebreke daarvan, van het werkelijk Verblijf van de minderjarige - 265 Rv. Gerechtelijke vaststelling vaderschap Beschikking op het op 22 november 2016 ingekomen verzoekschrift van: [verzoekster] , de moeder, wonende te [woonplaats] advocaat: mr. W.A. Derogee-Berghuis te Dordrecht. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [belanghebbende] de man, wonende en/of verblijvende te [plaatsnaam] advocaat: mr. W.A. Derogee-Berghuis te Dordrecht. [1. minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en [2. minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna: de twee minderjarige kinderen [naam 1. minderjarige] en [naam 2. minderjarige] , in rechte vertegenwoordigd door mr. A.B. Baumgarten, advocaat te 's-Gravenhage, in de hoedanigheid van bijzondere curator. Procedure Bij beschikking van 6 september 2017 van deze rechtbank is de procedure pro forma aangehouden tot 15 november 2017 voor nader schriftelijk uitlaten door de advocaat en door de bijzondere curator, zoals de rechtbank in die beschikking nader heeft overwogen. De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de processtukken, waaronder nu ook: het F-9 formulier van de advocaat van 31 oktober 2017, met als bijlage een deskundigenrapportage van Verilabs BV; het aanvullend verweerschrift van de bijzondere curator van 9 november 2017. Beoordeling De rechtbank blijft bij al hetgeen zij heeft overwogen in de eerdere beschikking van 6 september 2017, die hier geheel als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Vaststelling vaderschap Bij F-9 formulier van 31 oktober 2017 heeft de advocaat bericht dat haar cliënten na de tussenbeschikking van de rechtbank ervoor hebben gekozen alsnog een onderzoek door [naam] BV te laten verrichten met het verzoek om het vaderschap nu vast te stellen. Uit het daartoe overgelegde ondertekende rapport van DNA-onderzoek van [naam] BV van 25 oktober 2017 met bijlagen blijkt dat met meer dan 99,999% zekerheid is aangetoond dat de man de biologische vader is van de twee kinderen [naam 1. minderjarige] en [naam 2. minderjarige] . Ook blijkt daaruit dat alsnog aan de naar vast beleid van deze rechtbank gestelde strenge eisen voor een rechtsgeldig DNA-onderzoek is voldaan, zoals nader beschreven in de eerdere beschikking van 6 september 2017. Nu van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW niet is gebleken, zal de rechtbank de verzoeken tot vaststelling van het vaderschap toewijzen. Bij deze stand van zaken heeft de bijzondere curator in deze procedure geen concreet belang meer bij de door hem bij aanvullend verweerschrift van 9 november 2017 nog verzochte meer principiële uitspraak over de rechtsgeldigheid van de eerdere goedkopere vaderschapstest door DNA Diagnostics Center (DDC) in dit specifieke geval en/of van vaderschapstesten door DDC in het algemeen. Waarom in dit specifieke geval deze eerdere vaderschapstest niet aan de eisen voldeed is al gemotiveerd uiteengezet in de beschikking van 6 september 2017. Er is op dit moment en in deze concrete zaak onvoldoende reden om het tot dusver door de rechtbank gehanteerde relatief strenge en voor de rechtszoekenden relatief dure beleid op het gebied van rechtsgeldige DNA-vaderschapstesten te versoepelen. Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [naam 1. minderjarige] en [naam 2. minderjarige] door de bijzondere curator niet meer nodig is. De rechtbank zal de bijzondere curator daarom eervol ontslaan uit zijn functie van bijzondere curator van [naam 1. minderjarige] en [naam 2. minderjarige] . Geslachtsnaam kinderen Hoewel daartoe uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld bij beschikking van 6 september 2017, heeft de advocaat niets naders meer gesteld over (kort gezegd) de te kiezen geslachtsnaam van de kinderen en de door de rechtbank in dat verband gesignaleerde problemen