Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2017-11-14
ECLI:NL:RBDHA:2017:13129
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 17/3519 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2017 in de zaak tussen [eiseres] , in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige zoon [zoon] , te [woonplaats] , eiseres, (gemachtigde: mr. R. Imkamp), en het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten, verweerder (gemachtigden: H. Wester en Y. Boonekamp). Procesverloop Bij besluit van 11 juli 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres op grond van de Jeugdwet voor de periode van 2 augustus 2016 tot en met 2 augustus 2017 4 uren groepsbegeleiding en 10 uren individuele begeleiding toegekend in de vorm van Zorg in Natura (ZIN). De door eiseres gevraagde indicatie voor een persoonsgebonden budget (pgb) is afgewezen. Verweerder heeft op 7 april 2017 schriftelijk aan eiseres medegedeeld dat een second opinion zal worden gevraagd aan een deskundige op het gebied van autisme, waarna een nieuw besluit zal worden genomen. Eiseres heeft beroep ingesteld en de gronden nadien aangevuld. Op 27 oktober 2017 heeft zij tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 november 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Overwegingen 1. [zoon] , de minderjarige zoon van eiseres, ervaart beperkingen in zijn dagelijks functioneren als gevolg van een pervasieve ontwikkelingsstoornis waarbij een disharmonisch profiel aanwezig is. [zoon] heeft tevens sensorische integratieproblemen. Eiseres waarborgt de individuele begeleiding en zorg voor [zoon] . Daarnaast zijn de hulpverlenende instanties [instantie 1] en [instantie 2] betrokken. 2. Eiseres had in verband hiermee voor de periode van 25 augustus 2015 tot en met 24 juni 2016 een indicatie, inhoudende Begeleiding Individueel voor 4 uur per week en Begeleiding Groep voor 4 uur per week door een professionele zorgverlener in de vorm van ZIN, alsmede begeleiding individueel door niet‑professionele zorgverlener (zijnde de moeder van [zoon] , eiseres) met een omvang van 28 uur per week in de vorm van een pgb, tegen een tarief van € 20,-- per uur. 3. Op 2 juli 2016 heeft eiseres een nieuwe aanvraag ingediend, waarbij zij om voortzetting van de indicatie verzoekt. 4. Bij het primaire besluit heeft verweerder besloten eiseres voor de periode van 2 augustus 2016 tot en met 2 augustus 2017 4 uren groepsbegeleiding en 10 uren individuele begeleiding toe te kennen in de vorm van ZIN. De door eiseres gevraagde indicatie voor een pgb is afgewezen. Verweerder is tot deze beslissing gekomen omdat eiseres zich onvoldoende heeft georiënteerd op de zorg in natura en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit aanbod niet passend is en waarom juist een pgb noodzakelijk is. Aan de weigering ligt ook ten grondslag dat, ondanks de langdurige inzet van eiseres, geen vooruitgang is geboekt in de verhoging van de zelfredzaamheid van [zoon] . 5. Naar aanleiding van het bezwaar van eiseres heeft verweerder advies gevraagd aan de commissie bezwaarschriften gemeente Voorschoten (de commissie). In het advies van de commissie van 9 maart 2017 wordt geconcludeerd dat verweerder het bestreden besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. De commissie adviseert verweerder om het primaire besluit niet in stand te laten en bij het nemen van een beslissing op het bezwaar een derde deskundige in te schakelen op het gebied van autisme en deze om een second opinion te vragen waarbij tevens de benodigde uren in kaart worden gebracht. Voorts adviseert de commissie om de feiten opnieuw vast te stellen en te waarderen. Tot slot wordt nog geadviseerd om de nagekomen motivering van eiseres voor het inzetten van een pgb bij de beslissing op het bezwaar te betrekken. Verweerder heeft zich aan het advies geconformeerd. 6. In beroep stelt eiseres zich op het standpun