Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2017-11-06
ECLI:NL:RBDHA:2017:12822
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: SGR 16/2924, 16/4252, 16/5362, 16/6579, 16/6580, 16/6861, 16/6866, 16/9573, 16/9578, 17/2044 en 17/2049 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2017 in de zaak tussen [eiser] , te [plaats] , eiser en -de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder 1 (gemachtigde: mr. P. van den Berg) -de minister van Defensie, verweerder 2 (gemachtigden: mr. R. de Ruiter en mr. L. Beening). Procesverloop In de zaak 16/2924 Op 21 juni 2013 heeft eiser verzocht om openbaarmaking van eventueel aanwezige journalen inzake terrorisme van de voormalige Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). Bij besluit van 16 mei 2014 heeft verweerder 1 het verzoek afgewezen. Bij besluit van 31 juli 2014 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 28 juli 2015 (zaaknummer SGR 14/8334) heeft de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit 1 gegrond verklaard, het besluit van 31 juli 2014 vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen. Bij brief van 11 april 2016 heeft eiser een beroep niet tijdig beslissen ingediend. Bij besluit van 22 april 2016 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard, aan eiser een inzagedossier verstrekt van 266 pagina’s en een proceskostenvergoeding toegekend ten bedrage van € 1696,40. Bij brief van 17 mei 2016 heeft eiser zijn beroep gehandhaafd. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Op 11 oktober 2017 heeft verweerder een aanvullend verweerschrift ingediend. In de zaak 16/4252 Op 10 januari 2014 heeft eiser verzocht om openbaarmaking van eventueel bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) aanwezige gegevens die betrekking hebben op de BVD-operaties “Diepvries” en “Porselein” IVD [cijferreeks] . Bij het primaire besluit van 5 juni 2015 heeft verweerder 1 aan eiser een inzagedossier van 617 bladzijden verstrekt. Bij het bestreden besluit van 14 april 2016 heeft verweerder het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en aan eiser een aanvullend inzagedossier van 310 bladzijden verstrekt. Bij brief van 17 mei 2016 heeft eiser hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft verweer gevoerd. In de zaak 16/5362 Op 1 oktober 2014 heeft eiser verzocht om openbaarmaking van eventueel bij de AIVD aanwezige gegevens over de bestuurlijke aangelegenheid [cijferreeks] afschriften, korte informatierapporten (KIR-en) en speciale inlichtingenanalyses (SIA’s), opgesteld in 2008. Bij het primaire besluit van 11 december 2014 heeft verweerder 1 het verzoek afgewezen. Bij het bestreden besluit van 25 mei 2016 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Bij brief van 27 juni 2016 heeft eiser hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft verweer gevoerd. In de zaak 16/6579 Op 14 oktober 2015 heeft eiser verzocht om openbaarmaking van eventueel bij de AIVD aanwezige gegevens over de bestuurlijke aangelegenheid: Onderwerpsdossier [cijferreeks] Ambon. Bij het primaire besluit van 10 maart 2016 heeft verweerder 1 eiser een inzagedossier van 54 bladzijden verstrekt. Bij het bestreden besluit van 7 juli 2016 heeft verweerder het bezwaar deels gegrond verklaard en aan eiser twee eerder niet verstrekte passages alsnog verstrekt. Bij brief van 15 augustus 2016 heeft eiser hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft verweer gevoerd. In de zaak 16/6580 Op 8 april 2016 heeft eiser verzocht om openbaarmaking van eventueel bij de AIVD aanwezige gegevens over “verslagen besprekingen HBVD met de Minister van Binnenlandse Zaken over de periode 1 januari 1985 tot en met 31 december 1989”. Bij het primaire besluit van 2 mei 2016 heeft verweerder 1 eiser een inzagedossier verstrekt van 9 bladzijden. Bij het bestreden besluit van 7 juli 2016 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Bij brief van 15 augustus 2016 heeft eiser hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft verweer gevoerd. Eiser heeft de rechtbank, desgevraagd, toestemming gegeven In de zaak 17/2044 Bij brieven van 19 november 2013, 15 november 2015, 3 mei 2016 en 24 juni 2016 heeft eiser verzocht om openbaarmaking van eventueel bij de AIVD aanwezige gegevens over: [cijferreeks] weekoverzichten/focussen van de Stafafdeling SBP van de BVD in de periode 01-01-1975 t/m 31-12-1979, [cijferreeks] door de AIVD uitgebrachte ambtsberichten in de periode van oktober 2005 tot en mei 2010, [cijferreeks] periodieke rapportages van de PID ‘s Hertogenbosch van 1982 t/m 1984 en [cijferreeks] Indonesische handelsvereniging [naam handelsvereniging]. Bij de primaire besluiten van 3 augustus 2016 heeft verweerder 1 afzonderlijk op deze verzoeken beslist. Verweerder heeft de verzoeken niet in behandeling genomen omdat geen sprake is van een bestuurlijke aangelegenheid in de zin van artikel 51 van de Wiv. Eiser heeft hiertegen bij brieven van 24 augustus 2016 bezwaar gemaakt. Bij besluiten van 1 december 2016 heeft verweerder zijn eerdere besluiten van 3 augustus 2016 ingetrokken en beslist dat de verzoeken niet in behandeling worden genomen omdat sprake is van misbruik van recht. Bij brieven van 5 januari 2017 heeft eiser de bezwaargronden aangevuld. Bij besluiten van 9 februari 2017 heeft verweerder de bezwaren ongegrond verklaard. Hiertegen heeft eiser bij brief van 14 maart 2017, aangevuld bij brief van 5 april 2017, beroep ingesteld. Verweerder heeft verweer gevoerd. In de zaak 17/2049 In de periode van 1 december 2014 t/m 9 november 2016 heeft eiser 72 verzoeken om openbaarmaking van delen van het archief van de AIVD ingediend. Bij primaire besluiten van 23 november 2016, 1 december 2016 en 7 december 2016 heeft verweerder de verzoeken niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht. Bij brief van 28 december 2016 heeft eiser bezwaar gemaakt. Bij de bestreden besluiten van 9 februari 2017 heeft verweerder de bezwaren ongegrond verklaard. Bij brief van 5 april 2017 heeft eiser beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2017. Eiser is in persoon verschenen. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Overwegingen 1 Alvorens aan een inhoudelijke beoordeling kan worden toegekomen ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of de beroepen van eiser ontvankelijk zijn. Verweerders hebben zich in alle zaken, zowel in de uitvoerige verweerschriften als mondeling ter zitting van de rechtbank, primair op het standpunt gesteld dat sprake is van misbruik van recht. Daarbij heeft verweerder verwezen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 13 september 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2478). Subsidiair hebben verweerders inhoudelijk verweer gevoerd. 2.1 Artikel 3, eerste lid, van de Wob luidt: "Een ieder kan een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf." Het derde lid luidt: "De verzoeker behoeft bij zijn verzoek geen belang te stellen." Artikel 51, eerste lid, van de Wiv luidt: "Onze betrokken Minister deelt een ieder op diens aanvraag zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden mede of kennis kan worden genomen van andere dan persoonsgegevens betreffende de in de aanvraag vermelde bestuurlijke aangelegenheid. […]" Artikel 13, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: het BW) luidt: "Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt." Het tweede lid luidt: "Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen." Artikel 15 luidt: "Artikel 13 vindt buiten het vermogensrecht t