Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2017-10-12
ECLI:NL:RBDHA:2017:11621
Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummer: 09/997116-15 Datum uitspraak: 12 oktober 2017 Tegenspraak (Promisvonnis) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , [geboortedatum] 1970 [geboorteplaats 1] , [adres] 1 Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 1 juni 2017 (pro forma), 27 september 2017 (inhoudelijk) en 28 september 2017 (inhoudelijk). De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. E. Vermaseren en L.L.H. Roebroek en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. D. Duijvelshoff, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging Aan de verdachte is kort samengevat ten laste gelegd dat zij zich in de periode van 2 juli 2010 tot en met 23 november 2012 in haar functie van back office/front office medewerker van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) schuldig heeft gemaakt aan passieve omkoping als bedoeld in artikel in artikel 362/363 (oud) van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. 3. Bewijsoverwegingen 3.1 Inleiding De verdachte was met ingang van 1 juli 2007 tot 1 januari 2013 in dienst van het Centrum Indicatiestelling Zorg (verder: CIZ) in de functie van back-/front office medewerker. CIZ was (voor zover in deze zaak relevant) een stichting voor indicatiestelling in de zorg, die verantwoordelijk was voor het afgeven van indicatiebesluiten voor personen die in aanmerking willen komen voor een Persoons Gebonden Budget (PGB). CIZ legde verantwoording af aan het ministerie van VWS. Het was de verdachte duidelijk dat zij bij CIZ een taak in opdracht van de overheid vervulde. De werkwijze van CIZ was (voor zover in deze zaak relevant) als volgt. Voordat een zorgbehoevende een PGB aanvraagt onderzoekt het CIZ of diegene voor zorg in aanmerking komt en zo ja in welke mate (klasse) en voor welke duur. Zij geeft vervolgens een indicatiebesluit af en op basis van die indicatie wordt het PGB vastgesteld. Een indicatie kan door de zorgbehoevende zelf schriftelijk of digitaal worden aangevraagd. Ook kan een indicatie direct online worden aangevraagd door een zorgbureau met een account, dit is de zogenaamde Aanmeld Functionaliteit (AF). De back office medewerker (administratief medewerker) is in dit proces verantwoordelijk voor het inplannen van (aanvraag)dossiers en huisbezoeken bij indicatiestellers, het toetsen van de rechtmatigheid en volledigheid van dossiers, het versturen van besluitbrieven, en voor de receptiedienst en telefoondienst. Ook zijn back office medewerkers bevoegd om standaard- en spoedindicatieaanvragen af te handelen en dus zelfstandig een besluit te nemen. Indicatieaanvragen (waarvan er veel en soms wel honderd per dag binnenkwamen) dienen door de back office medewerker op volgorde van binnenkomst te worden behandeld. De verdachte wordt verweten dat zij zich als ambtenaar bij CIZ door v.o.f. [bedrijf] heeft laten omkopen. Zij zou in ruil voor giften van in totaal € 21.015,41 indicatieaanvragen van [bedrijf] met voorrang hebben afgehandeld, zorgklassen hebben opgehoogd en de termijn van indicatiestelling naar 15 jaar hebben verlengd. De verdachte heeft verklaard dat zij voor [bedrijf] (voor haar waren v.o.f. [bedrijf] . hetzelfde bedrijf) betaalde werkzaamheden heeft verricht. Volgens de verdachte heeft zij zich voor [bedrijf] echter niet bezig gehouden met het indienen en behandelen van indicatieaanvragen. Haar werkzaamheden bestonden naar eigen zeggen voornamelijk uit het geven van advies aan [medeverdachte 1] , de directrice van [bedrijf] , en het opstellen van zorgplannen en dergelijke. De verdachte heeft dan ook ontkend zich aan het ten laste gelegde schuldig te hebben gemaakt. 3.2 Het standpunt van de officier van justitie Volg [leiddinggevende] , die in de periode 2011-2012 leidinggevende van de verdachte was, heeft verklaard dat hij zeker weet dat de verdachte bij hem niets heeft gemeld. [getuige] , onderzoeker fraudebestrijding bij CIZ, heeft verklaard dat zij geen reden kan bedenken waarom de werkzaamheden van de verdachte bij [bedrijf] goedgekeurd zouden zijn. Betrokkenheid [verdachte] bij indicatieaanvragen [bedrijf] Uit intern onderzoek van CIZ over de periode 2010 tot 2013 is gebleken dat de verdachte in deze periode bijzonder vaak werkzaamheden heeft verricht met betrekking tot aanvragen ingediend door (cliënten van) [bedrijf] . Uit onderzoek door de Inspectie SZW is voorts het volgende gebleken: door [bedrijf] zijn via de zogenoemde Aanmeld Functionaliteit (AF) 142 indicatieaanvragen ingediend in de periode dat de verdachte werkzaam was voor CIZ; via het account van de verdachte is aan 76 van deze aanvragen gewerkt, terwijl bij de overige indicatieaanvragen twintig verschillende CIZ-medewerkers betrokken waren; van de 128 AF-aanvragen werd 47 keer vlak na het indienen van daarvan via het account van de verdachte ingelogd, en aan deze aanvragen gewerkt; de eerste 21 van de 128 AF-aanvragen werden een dag na indiening daarvan afgehandeld via het account van de verdachte, terwijl zij op die dag stond ingeroosterd op een receptiedienst; Via het account van de verdachte werden 64 aanvragen zelfstandig afgehandeld: bij 56 cliënten is de indicatie met één of meerdere klassen verhoogd; bij 33 van deze cliënten is de termijn van het indicatiebesluit verhoogd naar de maximale termijn van 15 jaar. Ten aanzien van de tijdstippen waarop de 128 indicatieaanvragen zijn ingediend en het tijdstip waarop er voor het eerst door een medewerker van CIZ aan is gewerkt, is het volgende gebleken: 47 van de 128 keer nadat door [bedrijf] een aanvraag is ingediend, wordt er vlak hierna (binnen een minuut tot één uur) voor het eerst via het account van de verdachte aan gewerkt. Op de dagen dat er meerdere indicatieaanvragen worden ingediend is te zien dat er eerst vanuit [bedrijf] verschillende aanvragen achter elkaar worden ingediend en dat deze vervolgens achter elkaar in behandeling worden genomen via het account van de verdachte; Van de 47 keer dat via het account van de verdachte is gewerkt, is 35 keer in de avonduren ingelogd in het CIZ-systeem. Bij de overige 12 keer wordt de aanvraag overdag in behandeling genomen op een parttime-dag, thuiswerkdag of (anderszins) vrije dag van de verdachte; een aanvraag is op de laatste werkdag van de verdachte verwerkt. Nader onderzoek naar inloggen in systeem CIZ Uit onderzoek is gebleken dat verschillende keren vanaf externe IP-adressen via het account van de verdachte is ingelogd in het systeem van CIZ. Zo is eenmaal met een computer met de cliëntnaam ‘ [bedrijf] Notebook’ ingelogd vanaf een IP-adres waarbij Tele2 als provider is geregistreerd. Dit is dezelfde provider als die van [bedrijf] (destijds). Voorts is zeven keer ingelogd met een computer met de naam ‘Thuis’ en negen keer met de computer met [naam] ’, in beide gevallen vanaf een IP-adres waarbij Caiway als provider is geregistreerd. De verdachte had een internetabonnement bij Caiway en de zoon van de verdachte heet [naam] . Betalingen per bank aan de verdachte Uit onderzoek is gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 2] , destijds vennoot van de v.o.f. vanaf zijn privérekening in juli, augustus en november 2010 respectievelijk bedragen van € 900,-, € 800,-- en € 200,-- aan de verdachte heeft overgemaakt (de laatste betaling is gedaan op de bankrekening van haar zoon, waarvan de verdachte in de bewuste periode gebruik maakte). In februari en april 2011 heeft medeverdachte [medeverdachte 2] van zijn privérekening bedragen van respectievelijk € 1.400,-- en € 1.300,-- aan de verdachte overgemaakt. In de periode vanaf 30 juni 2011 tot en met 29 december 2011 zijn vanaf de zakelijke rekening van [bedrijf] op verschillende momenten bedragen van in totaal € 6.206,51 aan Op grond van deze feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat de verdachte voor [bedrijf] naast haar ‘reguliere’ werkzaamheden (advieswerk, het opstellen van zorgplannen etc.) ook niet-reguliere betaalde werkzaamheden heeft verricht. Blijkens het voorgaande hebben deze niet-reguliere werkzaamheden in ieder geval bestaan uit het met voorrang behandelen van indicatieaanvragen, het ophogen van zorgklassen en het verlengen van de indicatietermijn met betrekking tot cliënten van [bedrijf] . Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de geldbedragen die de verdachte op haar bankrekening en die van haar zoon heeft ontvangen in ieder geval gedeeltelijk betrekking moeten hebben gehad op haar handelingen met betrekking tot de indicatieaanvragen ten behoeve van [bedrijf] . Naar het oordeel van de rechtbank is echter niet vast komen te staan dat de verdachte contante geldbedragen heeft ontvangen, nu dit enkel volgt uit de administratie van [bedrijf] , die ondeugdelijk is gebleken. Het voorgaande betekent dat naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte in haar functie als ambtenaar giften in de vorm van geldbedragen heeft aangenomen terwijl zij wist dat deze werden gedaan om haar te bewegen om in strijd met haar plicht iets te doen, dan wel naar aanleiding van hetgeen zij al in strijd met haar plicht had gedaan. 3.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht ten aanzien van de verdachte bewezen dat: zij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juli 2010 tot en met 23 november 2012, in de gemeente(n) Rotterdam en/of Schiedam en/of elders in Nederland, meermalen , althans eenmaal, ( telkens ) in haar, verdachtes, functie als ambtenaar, te weten als medewerker backoffice en/of frontoffice van Centrum Indicatiestelling Zorg (verder CIZ), (een) gift ( en ) heeft aangenomen, te weten één of meerdere geldbedrag ( en ) (in totaal euro 21.015), afkomstig van [bedrijf] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] , wetende of redelijkerwijs vermoedende dat die /deze gift ( en ) haar , verdachte, werd en gedaan en/of verleend en/of werd aangeboden: a)teneinde haar te bewegen om , al dan niet in strijd met haar plicht in haar bediening iets te doen, en/of b)ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door haar, al dan niet in strijd met haar plicht, in haar huidige of vroegere bediening is gedaan, immers heeft /hebben zij, verdachte , en/of haar mededader(s), - zakelijk weergegeven -: indicatieaanvra (a) g ( en ) afkomstig van [bedrijf] ( met voorrang ) afgehandeld en /of (op) voornoemde indicatieaanvra(a)g(en) (een) indicatie ( s ) met een of meerdere klasse ( n ) opgehoogd en/of de termijn naar 15 jaren verlengd. 4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5 De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten. 6 De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officieren van justitie hebben gevorderd dat aan de verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van tien maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht geen langere gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht en verder te volstaan met een taakstraf. In dit verband heeft hij de rechtbank verzocht rekening te houden met de zeer lange duur van de onderhavige procedure. Daarnaast heeft hij erop gewezen dat de verdachte een ‘first offender’ is en dat zij haar leven nu weer een beetje op de rails heeft. Zij houdt zich verre van het papierwerk binnen de zorg en is weer aan de slag als verzorgende. Haar huidige werkgever weet van deze zaak, aldus de raadsman. 6.3