Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2017-10-06
ECLI:NL:RBDHA:2017:11566
Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 17/2887 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2017 in de zaak tussen [eiser] , te [plaats 1] , eiser (gemachtigde: [echtgenote van eiser] ), en de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats] , verweerder. Procesverloop Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2014 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd.. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 13 maart 2017 de aanslag gehandhaafd. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 september 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn echtgenote [echtgenote van eiser] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A] , [persoon B] en [persoon C] . Overwegingen Feiten 1. Eiser is huurder van de woning [adres 1] te [plaats 1] (hierna: de huurwoning). Eiser staat samen met zijn echtgenote ingeschreven op dit adres in de basisregistratie personen. De huurwoning heeft een inhoud van 209,4 m³. 2. Eiser en zijn echtgenote zijn eigenaar van een recreatiewoning gelegen aan [adres 2] te [plaats 2] (hierna: de koopwoning). Het oppervlak van de koopwoning bedraagt 67 m². De WOZ-waarde van de koopwoning voor het jaar 2014 is vastgesteld op € 71.000. 3. Inschrijving bij de gemeente [gemeente] is niet mogelijk omdat de koopwoning niet voor permanente bewoning mag worden gebruikt, zodat eiser in de basisregistratie personen vermeld staat op het adres van de huurwoning. Eiser werkt 8 ½ uur per week, te weten 2 ochtenden in de week bij een school in [plaats 3] . Verder heeft hij een eigen onderneming. Volgens gegevens van de Kamer van Koophandel is deze onderneming ingeschreven op het adres van de huurwoning. In het kader van zijn onderneming begeleidt eiser gewoonlijk twee leerlingen per week, elk voor een uur. Naast een inkomen uit die werkzaamheden geniet eiser inkomsten uit vroegere dienstbetrekking van het ABP pensioenfonds en van het UWV. 4. De echtgenote van eiser werkt bij [bedrijf] in [plaats 4] , en heeft daar een 36 urig contract. Zij werkt één uur per week korter, maar wordt hier wel voor doorbetaald. Verder heeft zij 52 uur studieverlof per jaar. Eiser en zijn echtgenote bezitten samen één auto. Eiser brengt zijn echtgenote af en toe naar haar werk. Eiser wordt door zijn echtgenote met de auto regelmatig naar de koopwoning gebracht om daar zijn vakanties en andere vrije dagen door te brengen; zij rijdt dan terug als zij nog moet werken in [plaats 4] , aangezien ze minder vrije dagen heeft dan eiser. De enkele reisafstand tussen de beide woningen afgelegd met de auto is ca 128 km. 5. In zijn aangifte IB/PVV voor het jaar 2014 heeft eiser voor de koopwoning een bedrag van € 346 als eigenwoningforfait aangegeven en een bedrag van € 5.901 voor betaalde rente en kosten van geldleningen ter zake van de koopwoning in aftrek gebracht. Daarmee bedragen de belastbare inkomsten uit eigen woning voor eiser negatief € 5.555. Verweerder is bij het vaststellen van de aanslag wat betreft het vorenstaande afgeweken van de aangifte en heeft de eigenwoningregeling niet van toepassing geacht op de koopwoning. 6. Tot de gedingstukken behoort een aantal schriftelijke verklaringen waarin familie, vrienden, kennissen en buren van eiser, uit zowel [plaats 2] als [plaats 1] , verklaren dat het hen bekend is dat eiser en zijn echtgenote alle weekenden, vrije dagen en feestdagen doorbrengen in hun koopwoning. Tevens wordt in een aantal verklaringen vermeld dat het hen bekend is dat eiser en zijn echtgenote in de koopwoning hun visite en logees ontvangen en dat zij alleen voor hun werkzaamheden verblijven in de huurwoning. Soms wordt in de verklaringen vermeld, dat dit ook het geval was in 2014. 7. In het bestemmingsplan van [park] waar de koopwoning is gelegen, is in de bestemmingsomschrijving aangegeven dat er recreatief verblijf wordt aangeboden aan personen die elders hun hoofdve