Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-01-29
ECLI:NL:RBAMS:2026:989
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/241375-25 Datum uitspraak: 29 januari 2026 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989, wonende op het adres [adres 1] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 januari 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.F. van Drumpt en van wat verdachte en zijn raadsman mr. M.G. van Wijk naar voren hebben gebracht. 2 Inleiding Op 11 september 2025 kwam er bij de politie een melding binnen over een man die in de [adres 2] in Amsterdam op straat een vuurwapen zou hebben getoond aan een vrouw. Ter plaatse zagen verbalisanten dat bij [adres 3] aan de [adres 4] een deur openstond en dat er licht brandde. Dat vonden zij opvallend, omdat [adres 3] op dat moment volgens hun gegevens gesloten zou moeten zijn. In het pand van [adres 3] was een wapenwinkel gevestigd. Daarnaast bevonden zich in het pand twee schietbanen, die werden verhuurd aan twee schietverenigingen. Eén van die schietverenigingen was [naam schietvereniging] , waarvoor verdachte als veiligheidsfunctionaris fungeerde. De verbalisanten kwamen op 11 september 2025, na aangeklopt te hebben, in gesprek met verdachte en hebben uiteindelijk het pand betreden. In het bedrijfspand werd op verschillende plaatsen onder andere een grote hoeveelheid aan vuurwapens en munitie aangetroffen, die open en bloot en voor het grijpen lagen. Ook in de bovengelegen woning werden vuurwapens en munitie aangetroffen, waaronder in de woonkamer. De wapens en munitie waren, voor zover het voorhanden hebben daarvan überhaupt al niet verboden was, niet volgens de daarvoor geldende veiligheidseisen opgeborgen. Naast verdachte waren ook de vrouw van verdachte, zijn zesjarige kind en vier mannen in het pand aanwezig. Op de verbalisanten maakte de binnenkant van het pand een zwaar vervuilde indruk. De vader van verdachte was tot november 2024 erkenninghouder, wat inhoudt dat hij tot die datum een vergunning had voor het bedrijfsmatig hanteren van wapens, waaronder de verkoop, verhuur of reparatie daarvan. Tot mei 2025 had schietvereniging [naam schietvereniging] een verenigingsverlof; de vergunning die de schietvereniging zelf bezit voor de wapens die zij ter beschikking stelt aan leden om mee te trainen. Vanwege de situatie zoals die tijdens de doorzoeking werd aangetroffen, ontstond de verdenking dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verboden wapen- en munitiebezit. Er is door het Openbaar Ministerie voor gekozen om in de tenlastelegging een kleine selectie van wat er is aangetroffen op te nemen, namelijk de wapens en munitie in de woning, de wapens en munitie die überhaupt niet in aanmerking komen voor een verlof (van de schietvereniging) of een erkenning (van de wapenwinkel) en de twee geladen vuurwapens in de bedrijfsruimte die volgens verdachte voor zelfverdediging waren bedoeld. 3 Tenlastelegging Verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij zich, kort en zakelijk weergegeven, heeft schuldig gemaakt aan: 1. het samen met anderen voorhanden hebben van meerdere geluidsdempers, vuurwapens en munitie op 11 september 2025 in een bedrijfsruimte in Amsterdam; 2. het samen met anderen voorhanden hebben van een geluidsdemper, meerdere vuurwapens en munitie op 11 september 2025 in een woning in Amsterdam; De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 4 Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 5 Standpunten van partijen 5.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft ten aanzien van de beschul Daarvoor hoeft het wapen of de munitie zich niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van verdachte te hebben bevonden. 6.2. Feit 1 (bedrijfsruimte) 6.2.1. Partiële vrijspraak Ten behoeve van de leesbaarheid heeft de rechtbank ervoor gekozen om hier alle gedachtestreepjes waarvoor tot een vrijspraak wordt gekomen samen te bespreken, omdat de rechtbank in deze gevallen tot dezelfde overweging komt. 12 geluidsdempers 11 geluidsdempers zeven (gemodificeerde) grendelgeweren (merk Schmidt-Rubin, model K31) vier (gemodificeerde) grendelgeweren (Merk Schmidt-Rubin, model K31) één machinegeweer (merk Sig Sturmgewehr 57) Verdachte ontkent enige wetenschap te hebben gehad van de aanwezigheid van de aangetroffen geluidsdempers en vuurwapens en heeft verklaard dat hij deze nooit in het bedrijfspand heeft gezien. Als hij had geweten dat deze in het bedrijfspand lagen, had hij dit gemeld bij het team korpscheftaken van de politie (hierna: korpscheftaken). Verdachte heeft verklaard dat hij toegang had tot alle delen van het bedrijfspand. Daarmee staat vast dat de geluidsdempers en vuurwapens zich in de machtssfeer van verdachte bevonden, in die zin dat hij daarover kon beschikken. De rechtbank is echter van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte de geluidsdempers en vuurwapens in het bedrijfspand bewust aanwezig had, in die zin dat hij daarvan wetenschap had. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft verklaard dat hij, nadat zijn vader fysiek niet meer in staat was om bij [adres 3] aanwezig te zijn, een soort waarnemer voor hem was geworden. Hij was ook het aanspreekpunt geworden voor korpscheftaken. Volgens verdachte was het de bedoeling om de wapenwinkel van [adres 3] en de schietvereniging [naam schietvereniging] stop te zetten. Het pand was inmiddels verkocht en vanwege de afwezigheid van zijn vader was verdachte verantwoordelijk geworden voor het leegruimen van het pand en daarmee dus ook voor het ergens anders onderbrengen van de wapens en munitie die zich in het pand bevonden. Dit had hij naar eigen zeggen zo goed mogelijk en in overleg met korpscheftaken proberen te doen. Dit was lastig omdat hij geen erkenninghouder was en daardoor geen wapens en munitie mocht verkopen. Verdachte was bezig met de registratie van de vuurwapens en munitie ten behoeve van de door korpscheftaken uit te voeren zogenaamde ‘100% controle’, die twee weken na 11 september 2025 zou plaatsvinden, toen de politie op 11 september 2025 het pand binnen ging. Ter terechtzitting is de rechtbank duidelijk geworden dat er sprake was van een gedoogsituatie, waarbij verdachte (die geen erkenninghouder was) van korpscheftaken het feitelijk beheer had gekregen over de in het pand aanwezige wapens en munitie, zodat deze konden worden geregistreerd en uiteindelijk ook konden worden verkocht. Uit het dossier blijkt dat verdachte al enige maanden in overleg met korpscheftaken was over de registratie en de controle van de wapens en de afwikkeling van het één en ander. Gelet op de enorme hoeveelheid aan wapens en munitie die onoverzichtelijk in de vele ruimtes in het pand waren opgeslagen, kan de rechtbank zich indenken dat de situatie verdachte, die hier plotseling en ongewild mee was geconfronteerd, op enig moment boven het hoofd is gegroeid. Er zijn geen aanwijzingen om aan te nemen dat verdachte het geheel niet op een juiste manier wilde afwikkelen. Het bewust aanwezig hebben van illegale vuurwapens en onderdelen daarvan ligt daarbij niet in de rede, zeker niet nu enige mate van controle door korpscheftaken werd uitgevoerd. Daar komt bij dat de geluidsdempers en vuurwapens niet open en bloot in de ruimtes van het bedrijfspand lagen. Vijf van de grendelgeweren werden in een ruimte in de kelder in een roze sporttas gevonden. De overige zes grendelgeweren en alle geluidsdempers werden in verschillende ruimtes in de kelder in zwarte rolkoffers gevonden. Het machinegeweer (SIG Sturmgewehr 57) werd in de munitiewerkplaats op de begane grond - één hagelgeweer/shotgun (Maverick) In de hal van de woning lag achter het schoenenrek een hagelgeweer met pompfunctie, dat in de volksmond een shotgun wordt genoemd. Het betrof een hagelgeweer van het merk Maverick en dat is een vuurwapen van categorie II. Het wapen is van dien aard dat deze nimmer op een verlof geregistreerd had kunnen worden in verband met gevaar of verbod. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het hagelgeweer niet goed was opgeborgen door zijn vader, maar dat hij dacht dat hij dit vuurwapen mocht verkopen. De rechtbank komt op basis van het voorgaande tot het oordeel dat verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van het vuurwapen en daarover heeft kunnen beschikken. Zelfs als wordt aangenomen dat verdachte niet wist dat het een verboden vuurwapen betrof, maakt dat het niet anders. De bewustheid hoeft zich namelijk niet uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie. drie pistolen (Glock & Walther) twee revolvers twee pistolen (Tanfoglio) vier patronen (deformerend / hollow point) Op de eetkamertafel in de woning werden in een kartonnen doosje drie vuurwapens aangetroffen. De vuurwapens betroffen twee pistolen van het merk Glock en één pistool van het merk Walther en dat zijn vuurwapens van categorie III. De vuurwapens stonden op het verlof van [naam schietvereniging] of de erkenning van de wapenwinkel van [adres 3] geregistreerd. Op de eetkamertafel in de woning werden in een sporttas vier vuurwapens aangetroffen. De vuurwapens betroffen een revolver van het merk Smith & Wesson, een revolver van het merk Amadeo Rossi en twee pistolen van het merk Tanfoglio. De revolvers en pistolen zijn vuurwapens van categorie III. De vuurwapens stonden op het verlof van [naam schietvereniging] of de erkenning van de wapenwinkel van [adres 3] geregistreerd, met uitzondering van de revolver van het merk Amadeo Rossi. Van de revolver van het merk Amadeo Rossi was namelijk het serienummer machinaal uit het vuurwapen verwijderd, waardoor de herkomst niet meer bepaald kon worden. Eén van de pistolen uit de sporttas was geladen met vier deformerende/hollow point patronen. Deze patronen zijn voorzien van expanderende projectielen en zijn derhalve munitie van categorie II. De munitie stond niet op een verlof of erkenning geregistreerd. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de aangetroffen vuurwapens die dag vanuit de bedrijfsruimte beneden mee naar de woning boven had genomen, omdat hij bezig was met de registratie van de wapens. De rechtbank komt op basis van het voorgaande tot het oordeel dat verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van de vuurwapens en de munitie en daarover heeft kunnen beschikken. Zelfs als wordt aangenomen dat verdachte niet wist dat één van de pistolen geladen was met patronen, laat staan met hollow point munitie, maakt dat het niet anders. De bewustheid hoeft zich namelijk niet uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat, ondanks dat voor een aantal van de aangetroffen wapens sprake was van verlof, geen aanspraak kon worden gemaakt op de (verlopen) erkenning of het (verlopen) verlof met betrekking tot deze wapens omdat deze wapens zich buiten het bedrijfspand bevonden. - één aardewerk pot gevuld met scherpe munitie In de slaapkamer lag in de bovenste lade van een kastje een aardewerk pot, tot de rand gevuld met scherpe munitie. Verdachte heeft verklaard dat de munitie in het potje een verzameling van patronen betrof die hij op eerdere momenten beneden in zijn broekzak had gedaan en die op een later moment weer terug naar de bedrijfsruimte gebracht zouden worden. De rechtbank komt op basis van het voorgaande tot het oordeel dat verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van de munitie en daarover heeft kunnen beschikken. - één granaat (militaire geschutsmunitie) In de meterkast van de woning lag een granaat, zijnde muni In het pand verbleven ook de vrouw en de minderjarige dochter van verdachte. Daarnaast is gebleken dat op dat moment ook andere personen in het pand aanwezig waren. Verdachte was vanuit zijn rol als veiligheidsfunctionaris van schietvereniging [naam schietvereniging] bekend met de verantwoordelijkheid die hij had bij het waarborgen van de veiligheid en het verantwoord gebruik van wapens. Verdachte heeft daar echter niet naar gehandeld. De wapens en munitie (voor zover het voorhanden hebben daarvan überhaupt al niet verboden was) waren niet volgens de daarvoor geldende veiligheidseisen opgeborgen. De rechtbank vindt het zeer ernstig en zorgwekkend dat dergelijke (geladen) vuurwapens binnen handbereik van een minderjarig kind lagen. Het verenigingsverlof van [naam schietvereniging] was verlopen, terwijl leden van de vereniging volgens verdachte naar eigen zeggen nog steeds onder zijn toezicht en begeleiding kwamen schieten op de schietbaan. Uit het dossier blijkt daarnaast dat sprake was van een enorme rotzooi en vervuiling in het gehele pand, waaronder ook op de schietbanen. Ook was verdachte onder invloed van alcohol op het moment dat hij naar eigen zeggen bezig was met het registreren van de wapens en had hij twee (door)geladen wapens binnen handbereik liggen. Daarnaast vindt de rechtbank het zorgwekkend dat zowel in het bedrijfspand als de woning niet enkel wapens die geregistreerd stonden op het verlof van schietvereniging [naam schietvereniging] of de wapenwinkel van [naam wapenwinkel], maar ook illegale wapens zijn aantroffen. Verdachte had, vanwege zijn bekendheid met vuurwapens en de veiligheidseisen daaromtrent, beter moeten weten. Het ongecontroleerde bezit van (deels geladen) wapens, onderdelen daarvan en munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. Gelet op de ernst van de feiten en de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) rechtvaardigt het voorhanden hebben van een dergelijke hoeveelheid aan vuurwapens en munitie zonder meer de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken komt echter een beeld naar voren dat maakt dat deze zaak niet vergeleken kan worden met andere zaken waarbij sprake was van het verboden bezit van een grote hoeveelheid aan vuurwapens. Het pand van [adres 3] , met daarin onder andere een wapenwinkel en schietbanen, was voor lange tijd onder beheer van de vader van verdachte. De vader van verdachte was de erkenninghouder en daarmee als enige bevoegd om bedrijfsmatig met wapens en munitie om te gaan, waaronder het verkopen daarvan. Nadat de vader van verdachte fysiek niet meer in staat was om aanwezig te zijn, is het feitelijke beheer van het pand neergekomen op verdachte en was hij ook het aanspreekpunt geworden voor korpscheftaken. Het pand was inmiddels verkocht en de wapenwinkel en schietvereniging [naam schietvereniging] zouden worden stopgezet. Er was sprake van een gedoogsituatie, waarbij door korpscheftaken werd toegestaan dat verdachte, die geen erkenninghouder was, alle wapens registreerde ten behoeve van een controle en het uiteindelijk verkopen van de wapens. Deze gang van zaken duurde al enkele maanden voort. Dat betekent echter niet dat de situatie in het pand zoals die op 11 september 2025 werd aangetroffen ook werd gedoogd. Het lijkt erop dat verdachte de intentie had om alles netjes af te wikkelen, maar dat hij de situatie niet geheel meer heeft kunnen overzien en dat zijn (onzorgvuldig) handelen grotendeels daardoor is ingegeven. Uit het strafblad van 27 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte Verklaart onttrokken aan het verkeer de voorwerpen genoemd onder 12 tot en met 14, 18, 23 tot en met 38, 41, 44 tot en met 53, 57, 67 tot en met 73, 76 tot en met 88, 90 tot en met 108 en 115 tot en met 133. Omdat deze voorwerpen zijn aangetroffen in het onderzoek naar de door verdachte begane misdrijven, terwijl zij kunnen dienen tot het begaan van soortelijke misdrijven en van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer. 12 Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie. 13 Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in paragraaf 7 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van feit 1: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie, meermalen gepleegd Ten aanzien van feit 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II, meermalen gepleegd en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie, meermalen gepleegd Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden . Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Gelast de teruggave aan veroordeelde van de items op de beslaglijst genoemd onder 1, 2, 3, 17, 19 tot en met 22, 54 tot en met 56, 58 tot en met 66, 74, 75, 89 en 109 tot en met 114. Verklaart onttrokken aan het verkeer de items op de beslaglijst genoemd onder 4 tot en met 16, 18, 23 tot en met 53, 57, 67 tot en met 73, 76 tot en met 88, 90 tot en met 108 en 115 tot en met 133 en het pistool (Walther, goednummer 726651) en de aardewerk pot met munitie. Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door Mr. C. Wildeman, voorzitter, mrs. A.H.E. van der Pol en M. Versteege, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Stockmann, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 januari 2026. [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] [...] Hoge Raad 3