Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-08-18
ECLI:NL:RBAMS:2026:8685
Verzoek nietigverklaring of vernietiging besluit Vereniging van Eigenaren om het bestuur te machtigen zo nodig een gerechtelijke procedure te voeren tegen verzoeker. Verzoek afgewezen. Besluit is niet genomen in strijd met het Modelreglement. Het besluit is ook niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter fno: 33623 Zaaknummer / rekestnummer: 12137115 \ EA VERZ 26-314 Beschikking van 18 augustus 2026 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats], verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker], procederend in persoon, tegen VERENIGING VAN EIGENAARS [locatie] , gevestigd te [vestigingsplaats], verwerende partij, hierna te noemen: de VvE, gemachtigde: mr. M.J.R. Elbers, 1 De procedure 1.1. [verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 5 maart 2026. Op 3 april 2026 heeft [verzoeker] een aanvullende productie nagestuurd. De VvE heeft op 29 juni 2026 een verweerschrift ingediend. 1.2. Op 8 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De mondelinge behandeling heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van de dagvaardingsprocedure die tussen partijen aanhangig is, bekend onder kenmerk 12143966 CV EXPL 26-3951. Op de zitting was [verzoeker] aanwezig met zijn ouders. Namens de VvE waren bestuursleden [naam 1] en [naam 2] aanwezig met de gemachtigde. Verder waren een aantal VvE-leden als belanghebbenden aanwezig. De VvE heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. 1.3. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [verzoeker] is eigenaar van een appartement aan de [adres]. Het appartement maakt deel uit van een appartementengebouw bestaande uit 152 appartementsrechten. [verzoeker] is als eigenaar van het appartement van rechtswege lid van de VvE. 2.2. Bij e-mail van 6 februari 2026 van het bestuur van de VvE aan [verzoeker] wordt geschreven: “(…) Zoals je in de brief van het bestuur aan alle leden hebt kunnen lezen zijn we nog druk met de voorbereiding van de extra ALV op 4 maart. (…)” 2.3. Bij e-mail van 16 februari 2026 van het bestuur van de VvE aan [verzoeker] wordt geschreven: “(…) Binnenkort ontvang je de agenda met toelichting voor de extra ALV op 4 maart via [naam 2]. Daarin is een agendapunt opgenomen waarbij de ALV wordt gevraagd om het bestuur te machtigen zo nodig een gerechtelijke procedure te starten op grond van de bepalingen in de splitsingsacte en het huishoudelijk reglement. In de nazending komt daarvoor een volledige toelichting en voorgesteld besluit. (…)” 2.4. Bij e-mail van 17 februari 2026 is de volledige agenda met toelichting en bijlagen voor de algemene ledenvergadering op 4 maart 2026 aan [verzoeker] verzonden. Op de agenda is het volgende punt opgenomen: “(…) Ad 10. Machtiging voor juridisch bureau Rijssenbeek om zo nodig een gerechtelijke procedure te voeren tegen eigenaar [verzoeker] in verband met geluidsoverlast naar de ondergelegen woning De onderburen van de heer [verzoeker] (…) ervaren sinds hij er woont geluidsoverlast. Het bestuur heeft daarom voorgesteld om een geluidsmeting te laten doen. Hij weigert vooralsnog daar medewerking aan te verlenen en is zelf een procedure gestart tegen de VvE om volledige inzage te krijgen in onze administratie. In onze correspondentie met de heer [verzoeker] worden we bijgestaan door een advocaat van Rijssenbeek. Het bestuur is bereid om in de komende tijd het gesprek met de heer [verzoeker] aan te gaan. Maar als stok achter de deur achten wij het noodzakelijk om de ALV een machtiging te vragen om zo nodig zelf een rechtszaak aan te spannen, met als eis dat de heer [verzoeker] aan moet tonen dat zijn vloeren voldoen aan de eisen uit de splitsingsacte en het huishoudelijk reglement, zoals daarin gesteld. (…)” 2.5. Op 24 februari 2026 is een meer uitgebreide toelichting op bovenstaand agendapunt aan de leden van de VvE verzonden, met als bijlage een brief die [verzoeker] aan het bestuur van de VvE heeft gezonden en haar korte reactie daarop. 2.6. Op de algemene ledenvergadering van 4 maart 2026 waren 6.066 van de 8.734 stemmen vertegenwoordigd (69,45%). Het bovenstaande agendapunt is uitgebreid besproken, waarvan in de nadien opgestelde notulen verslag is gedaan. Het besluit is met meerderheid van stemmen (één stem tegen van [verzoeker]) aangenomen. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoeker] verzoekt het besluit van de VvE genomen op 4 maart 2026 inzake het verstrekken van een machtiging voor juridisch bureau Rijssenbeek om zo nodig een gerechtelijke procedure te voeren tegen eigenaar [verzoeker] in verband met geluidsoverlast naar de ondergelegen woning nietig te verklaren, dan wel te schorsen en te vernietigen met veroordeling van de VvE in de proceskosten. 3.2. Aan het verzoek heeft [verzoeker] drie argumenten ten grondslag gelegd: - de termijn voor oproeping voor de algemene ledenvergadering alsmede voor het toesturen van de onderliggende stukken is niet gerespecteerd; - het bestuur heeft zich onbehoorlijk opgesteld in de onderhavige kwestie; - bestuurslid [naam 3] (de onderbuur van [verzoeker]) heeft een tegenstrijdig belang en heeft zich niet afzijdig gehouden bij de beraadslaging en besluitvorming van het bestuur. 3.3. De VvE verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. 4 De beoordeling Nietigverklaring 4.1. Wat betreft nietigverklaring geldt dat [verzoeker] geen stellingen heeft aangevoerd die, indien die juist zouden zijn, tot nietigheid van het besluit zouden moeten leiden. Het verzoek om nietigverklaring van het besluit zal daarom worden afgewezen. Vernietiging 4.2. De vraag die overblijft is of het besluit moet worden vernietigd. 4.2. Op grond van artikel 2:15 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar wegens (a) strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, (b) strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist of (c) strijd met een reglement. 4.3. [verzoeker] stelt in de eerste plaats dat het besluit tot stand is gekomen in strijd met artikel 33 lid 8 van het toepasselijke Modelreglement 1992, welk artikel bepaalt dat oproeping voor een ledenvergadering plaatsvindt met een termijn van tenminste 15 dagen (de dag van de vergadering en de dag van de oproeping daarbij niet meegerekend). 4.4. In dit geval wist [verzoeker] al op 6 februari 2026 dat op 4 maart 2026 een algemene ledenvergadering zou plaatsvinden. Op 16 februari 2026 is [verzoeker] op de hoogte gesteld dat op deze vergadering als agendapunt zou worden behandeld het voorstel tot machtiging van het bestuur van de VvE om een gerechtelijke procedure tegen [verzoeker] op te starten. [verzoeker] heeft zich dus tijdig kunnen voorbereiden op dit agendapunt. Door nadien nog een aanvullende toelichting na te sturen heeft de VvE niet in strijd gehandeld met het in het Modelreglement bepaalde. 4.5. Ook de andere twee door [verzoeker] ingenomen stellingen kunnen niet leiden tot vernietiging van het besluit. Er is op geen enkele manier duidelijk gemaakt op welke wijze het bestuur onbehoorlijk zou hebben gehandeld en waarom dit zou moeten leiden tot vernietiging van het onderhavige besluit. Het besluit is op juiste wijze voorgelegd aan de algemene ledenvergadering, hier is uitgebreid door de leden over gesproken en vervolgens is over het besluit gestemd. De VvE heeft bovendien onweersproken aangevoerd dat de heer [naam 3] (bestuurslid en onderbuur van [verzoeker]) zich op de achtergrond heeft gehouden en niet betrokken is geweest in de communicatie namens de VvE in de kwestie met betrekking tot de vloerafwerking in het appartement van [verzoeker]. Overigens is [naam 3] naast bestuurslid ook appartementseigenaar en daarmee regulier lid van de VvE. Het staat [naam 3] dan ook vrij om zijn standpunt in de vergadering naar voren te brengen en zijn stem uit te brengen ten aanzien van het besluit. Het enkele feit dat een ander besluit voor [verzoeker] persoonlijk wenselijker was geweest, maakt niet dat het besluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid is. 4.6. De slotsom is dat ook voor vernietiging van het besluit geen grond bestaat.