Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-08-07
ECLI:NL:RBAMS:2026:8120
geen vrijwilligheid want geen ziekte inzicht en daarom kans op terugval RECHTBANK AMSTERDAM Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/13/791520 / FA RK 26-5851 Datum uitspraak: 7 augustus 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats], wonende [adres 1], verblijvende te [adres 2], hierna te noemen betrokkene, advocaat mr. N. Bevelander uit Amsterdam. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 juli 2026. 1.2. De zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - arts, mw. [naam]. 2 Het verzoek 2.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden. 3 De beoordeling 3.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 3.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofrenie, stoornis in gebruik van middelen (cannabis, alcohol). 3.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt. 3.4. Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 3.5. Omdat het thuis slecht ging met betrokkene vond het ambulante team een opname noodzakelijk. Betrokkene wordt ingesteld op depot medicatie. Hoewel betrokkene nu tijdens klinische opname niet geheel negatief tegenover zorg staat, is er nog duidelijk desorganisatie en ontbrekend ziekte-inzicht waardoor serieuze kans bestaat dat zonder verplichte zorg dezelfde thuissituatie zich weer zal voordoen na ontslag. Er zijn derhalve geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis en is verplichte zorg nodig. 3.6. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie voor de duur van 12 maanden; - het verrichten van medische controles voor de duur van 12 maanden; het beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 12 weken per toepassing; insluiten voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 3 dagen per toepassing; uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 3 dagen per toepassing; onderzoek aan kleding of lichaam voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 12 weken per toepassing; onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 12 weken per toepassing; controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 12 weken per toepassing; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen voor de duur van 12 maanden; beperken van het recht op het ontvangen van bezoek voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 12 weken per toepassing; opnemen in een accommodatie voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 12 weken per toepassing. 3.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1976, wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6 staan kunnen worden toegepast; 4.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 augustus 2027; 4.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026 door mr. J. Kloosterhuis, rechter, in aanwezigheid van M.E. Langewisch, griffier en op schrift gesteld op 12 augustus 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.