Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-06-02
ECLI:NL:RBAMS:2026:7783
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 24/6855 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. M.G. Evers) en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister (gemachtigde: mr. K. van den Berg). Inleiding 1. Bij besluit van 4 maart 2024 (het primaire besluit) heeft de minister aan eiseres een boete opgelegd van € 24.000,- wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wav . Ook heeft de minister besloten de inspectiegegevens openbaar te maken. 1.1. Bij besluit van 28 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van eiseres tegen dit besluit ongegrond verklaard. 1.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft hierop gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft hierna nog aanvullende gronden ingediend. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 20 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon 1] (vennoot van eiseres) en de gemachtigde van eiseres. De gemachtigde van de minister is met voorafgaand bericht niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd. 2.1. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Juridisch kader 3. Het wettelijk kader en het beleidskader zijn opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak. Achtergrond en besluitvorming 4. Op 8 juni 2023 is door arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: de inspecteurs), samen met ambtenaren van de Nationale Politie, het UWV , de Gemeente Amsterdam en werknemers van Liander, een integrale controle ingesteld op het adres waar eiseres is gevestigd. Deze controle was georganiseerd door de Ondermijningsbrigade Amsterdam-Amstelland en was gericht op naleving van wet- en regelgeving. Tijdens deze controle werden twee mannen aangetroffen terwijl ze meerdere stoelen, van boven een vlizotrap naar beneden, aan elkaar aangaven. Uit onderzoek van de inspecteurs is gebleken dat de heer [persoon 2] (hierna: vreemdeling 1) en de heer [persoon 3] (hierna: vreemdeling 2, hierna samen: de vreemdelingen) vreemdeling zijn in de zin van Vw. 4.1. In het boeterapport van 9 januari 2024 hebben de inspecteurs geconstateerd dat twee vreemdelingen op 8 juni 2023 zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden hebben verricht, bestaande uit het opruimen van de zolder van eiseres, en dat deze vreemdelingen geen gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid bij eiseres hadden. De inspecteurs hebben geconcludeerd dat eiseres hiermee het zogeheten tewerkstellingsverbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wav ten aanzien van deze twee vreemdelingen heeft overtreden. 4.2. De minister heeft op 15 februari 2024, onder verwijzing naar het boeterapport, het voornemen uitgebracht om voor deze overtredingen aan eiseres een boete op te leggen. Eiseres heeft geen zienswijze ingediend tegen dit voornemen. 4.3. Met het primaire besluit heeft de minister aan eiseres een boete opgelegd van € 24.000,- wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wav. Ook heeft de minister besloten de inspectiegegevens openbaar te maken. Eiseres heeft hier bezwaar tegen gemaakt. 4.4. Met het bestreden besluit heeft de minister het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Beroepsgronden eiseres 5. Eiseres stelt zich primair op het standpunt dat zij geen overtreding heeft begaan en dat haar geen boete opgelegd had mogen worden. Subsidiair stelt eiseres dat als wel sprake is van overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wav, deze niet kunnen worden toegerekend aan haar. Eiseres stelt namelijk dat de werkzaamheden van de vreemdelingen niets te maken hebben met haar bedrijfsvoering en dat dit op particuliere grondslag is uitgevoerd via de heer [pe Dit komt niet overeen met de verklaring van de heer [persoon 3] dat het om privémeubelen zou gaan. 7.3. Uit het boeterapport blijkt dat de heer [persoon 2] en de heer [persoon 3] als vreemdelingen moeten worden aangemerkt. Beide vreemdelingen beschikten op het moment van de controle niet over een verblijfsrecht op grond waarvan zij arbeid mochten verrichten. De rechtbank concludeert daarom dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eiseres als werkgever twee vreemdelingen voor haar arbeid heeft laten verrichten zonder dat zij beschikten over een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning voor arbeid en verblijf. De minister heeft dan ook op goede gronden geconcludeerd dat eiseres een overtreding heeft begaan in de zin van de Wav. De opgelegde boete Is de overtreding verwijtbaar? 8. Uit de uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2022 volgt dat het beleid van de minister onvoldoende mogelijkheden biedt om bij het bepalen van de boete rekening te kunnen houden met de verschillende gradaties van verwijtbaarheid en het beleid in zoverre onredelijk is. De Afdeling neemt 100% van het boetenormbedrag als uitgangspunt wanneer artikel 2 van de Wav opzettelijk is overtreden en 75% van dat bedrag indien sprake is van grove schuld bij de overtreder. Is geen sprake van opzet of grove schuld, dan is volgens de Afdeling 50% van het boetenormbedrag een passend uitgangspunt en bij verminderde verwijtbaarheid is dat 25% van het boetenormbedrag. Onder opzet wordt verstaan het willens en wetens handelen of nalaten in strijd met de Wav. De ondergrens van opzet wordt gevormd door voorwaardelijke opzet. Van voorwaardelijke opzet is sprake indien bewust de aanmerkelijke kans wordt aanvaard dat de overtreding van de Wav zich zal voordoen. Bewuste aanvaarding houdt in dat de overtreding 'op de koop is toegenomen’. Tot slot wordt het boetebedrag volgens artikel 19d, tweede lid, van de Wav, met 100% verhoogd als er sprake is van recidive. 8.1. De rechtbank oordeelt als volgt. Onder 7.1. is vastgesteld dat de vreemdelingen werkzaamheden hebben verricht ten behoeve van eiseres en niet ten behoeve van de heer [persoon 1] . Daarom heeft de minister bij de berekening van de hoogte van de boete de norm ten aanzien van rechtspersonen mogen gebruiken. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat hierbij is uitgegaan van grove schuld met een norm van 75% van het boetebedrag. Ook volgt de rechtbank de minister in het standpunt dat er sprake is van recidive waarmee het boetebedrag met 100% verhoogd mocht worden. Eiseres heeft tegen de berekening van de hoogte van de boete ook geen beroepsgronden gericht. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de hoogte van de boete te matigen. Is de hoogte van de boete evenredig? 9. De rechtbank overweegt dat op grond van de rechtspraak van de Afdeling inspanningen van na de overtreding niet van betekenis zijn voor de mate van verwijtbaarheid, maar wel van betekenis kunnen zijn voor de beoordeling of de opgelegde boete in het kader van de bredere evenredigheidstoets passend en geboden is. Inspanningen achteraf kunnen alleen tot matiging leiden als deze adequaat zijn, uit eigen beweging zijn en zo snel mogelijk zijn verricht. 9.1. In het beroepschrift van eiseres zijn geen gronden gericht tegen de evenredigheid van de boete. Op de zitting heeft eiseres aangegeven dat de boete een zware klap voor de V.O.F. zal opleveren. Voor zover eiseres hiermee heeft bedoeld te zeggen dat de hoogte van de boete daarmee onevenredig is, volgt de rechtbank dat niet. Eiseres heeft dit standpunt namelijk niet onderbouwd met stukken waaruit blijkt dat de V.O.F. in financiële nood zal komen door het opleggen van de boete. Ook is niet gebleken dat eiseres na de geconstateerde overtreding zo snel mogelijk adequate maatregelen heeft genomen om nieuwe overtredingen te voorkomen. Is de redelijke termijn overschreden? 10. De rechtbank beoordeelt in punitieve zaken zoals deze ambtshalve of de redelijke termijn als bedoeld in artikel Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Wet arbeid vreemdelingen Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: b. werkgever: 1°. degene die in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf een ander arbeid laat verrichten; Artikel 2 1. Het is een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning of zonder dat een vreemdeling in het bezit is van een gecombineerde vergunning voor werkzaamheden bij die werkgever. Artikel 18 Als overtreding wordt aangemerkt het niet naleven van de artikelen 2, eerste lid, 15, 15a en het bepaalde bij of krachtens artikel 2a. Artikel 19d, tweede lid 2. Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 100 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het zesde lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting of verbod of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen en verboden, is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. Vreemdelingenwet 2000 Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Vreemdeling: ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld. Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2020 Artikel 1 Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen wordt voor alle overtredingen als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen die zijn neergelegd in de ‘Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete Wet arbeid vreemdelingen’ die als bijlage I bij deze beleidsregel is gevoegd. Artikel 11 In gevallen waar sprake is van een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen kan de berekende bestuurlijke boete per overtreding met 25%, 50% of 75% worden gematigd afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de evenredigheid, waarbij de matigingsgronden en -percentages neergelegd in het ‘Overzicht specifieke matigingsgronden bestuurlijke boete Wet arbeid vreemdelingen’ die als bijlage II bij deze beleidsregel is gevoegd als uitgangspunt worden gehanteerd. Bijlage I. behorende bij artikel 1 van de Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2020 Tarieflijst Boetenormbedragen Bestuurlijke Boete Wet arbeid vreemdelingen Boetenormbedragen bestuursrechtelijke overtredingen als bedoeld in de artikelen 2 eerste lid, en 15a Wet arbeid vreemdelingen Artikel Lid Overtreding 2 1 Het is een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning; […] Overtreder Boetenormbedrag […] Overige rechtspersonen of daarmee gelijkgestelden € 8.000,- Wet arbeid vreemdelingen. Dat gold ten tijde van het bestreden besluit. Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Vreemdelingenwet 2000. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 30 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4367. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2583. Zie de memorie van toelichting bij de Wav, Kamerstukken II 1993-1994, 23 574, nr. 3. Zie de memorie van antwoord bij de Wav, Kamerstukken II 1993-1994, 23 574, nr. 5. Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:996. Zie pagina 2 van het boeterapport. ECLI:NL:RVS:2022:1973. ECLI:NL:GHSHE:2023:3097, r.o. 4.2. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 30 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4367. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1112. Verd