Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-05-27
ECLI:NL:RBAMS:2026:7782
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht Zaaknummers: AWB 24/4787 en AWB 24/4790 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [eiseres] (eiseres) en [eiser] (eiser) , uit [plaats] , samen te noemen: eisers (gemachtigde: [eiser] ), en de Dienst Wegverkeer (de RDW) (gemachtigde: mr. D.R. Kamps). Inleiding 1. Eisers hebben beide een aanvraag ingediend voor de omwisseling van hun Canadese rijbewijs naar een Nederlands rijbewijs. De RDW heeft deze aanvraag met de besluiten van 20 december 2023 afgewezen. Met de besluiten van 2 juli 2024 heeft de RDW het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. 1.1. Op 11 augustus 2024 hebben eisers een beroepschrift ingediend tegen de besluiten van 2 juli 2024 en ook een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. In de uitspraak van 3 september 2024 heeft deze rechtbank het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. 1.2. De RDW heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft de beroepen op 20 april 2026 gevoegd op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser (ook de gemachtigde van eisers), Y. Li als tolk Mandarijnen de gemachtigde van de RDW. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eisers tegen de besluiten van 2 juli 2024. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden. 2.1. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep ongegrond. Eisers krijgen dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Welke besluiten zijn er genomen? 3. Op 29 november 2023 hebben eisers een aanvraag ingediend om omwisseling van hun Canadese rijbewijzen voor een Nederlands rijbewijs. De RDW heeft deze aanvragen met de besluiten van 20 december 2023 afgewezen. Met de besluiten van 2 juli 2024 heeft de RDW het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. Waarom heeft de RDW de aanvraag afgewezen? 4. Kort gezegd heeft de RDW de aanvragen afgewezen, omdat eisers niet voldoen aan de voorwaarden. Zij hebben de aanvraag gedaan terwijl zij niet langer onder de zogeheten 30%-regeling vallen . De Belastingdienst heeft namelijk op 22 juni 2023 in een beschikking vastgesteld dat eiseres als kennismigrant, en daarmee ook eiser als gezinslid, onder de 30%-regeling vallen van 15 april 2023 tot 14 november 2023. Eisers hebben de aanvraag voor omwisseling pas daarna gedaan. Welke regels gelden er in de zaken van eisers? 5. Hieronder zal de rechtbank uitleggen welke regels er gelden in de besluiten van 2 juli 2024. 5.1. De hoofdregel voor het verkrijgen van een Nederlands rijbewijs is opgenomen in artikel 111, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Een rijbewijs kan alleen worden afgegeven als de aanvrager van het rijbewijs beschikt over een voldoende mate van rijvaardigheid en geschiktheid en is voldaan aan een van de drie situaties: de aanvragers hebben hun rijexamens gehaald in Nederland; als de aanvragers eerder in Nederland een rijbewijs hebben gehaald kan deze worden vervangen door een nieuwe; of er is sprake van een rijbewijs wat buiten Nederland is afgegeven en, kort samengevat, voldoet aan de overige vereisten. 5.2. Voor eisers is situatie c aan de orde. Eisers hebben namelijk een rijbewijs wat buiten Nederland is afgegeven, namelijk een Canadees rijbewijs. De overige vereisten staan in artikel 46 van het Reglement rijbewijzen en artikel 2 van de Regeling omwisseling niet-Nederlandse rijbewijzen. In deze artikelen staat, kort samengevat, dat mensen normaal niet in aanmerking komen om hun buitenlandse rijbewijs om te wisselen voor een Nederlands rijbewijs. Dit kan alleen als mensen onder de uitzonderingsregeling vallen. Kennismigranten die onder de 30%-regeling vallen van de Nederlandse Belastingdienst, vallen onder deze uitzondering . Wat vinden eisers? 6. Eisers vinden dat de RDW ten onrechte hun aanvraag tot omwisseling van hun Canadese rijbewijs naar een Nederlands rijbewijs heeft afgewezen. Eisers geven aan dat zij de geldigheidsduur van de 30%-be Wat oordeelt de rechtbank? Inhoudelijk 9. De rechtbank begrijpt van eisers dat zij het niet eens waren met de geldigheidsduur van de 30%-regeling die de Belastingdienst heeft vastgesteld. Daarom zijn ze daartegen in bezwaar gegaan. Op de zitting heeft eiser toegelicht hoe het verloop is gegaan. De Belastingdienst heeft 22 juni 2023 vastgesteld dat eisers recht hadden op de 30%-regeling en de ingangsdatum op 15 april 2023 vastgesteld en de einddatum op 14 november 2023. Eisers zagen dat er een verkeerde ingangsdatum en einddatum op dit besluit stond en hebben daarom op 22 juni 2023 bezwaar gemaakt bij de Belastingdienst. Eisers hebben dit bezwaar te laat ingediend en de Belastingdienst heeft aangegeven binnen zes weken te beslissen, maar heeft dit met nog eens zes weken verlengd. Hierdoor kwam pas op 8 november 2023 het voornemen dat hun bezwaar niet-ontvankelijk verklaard zou gaan worden. Dit voornemen hebben eisers pas op 14 november 2023 ontvangen, dus toen was het al te laat om nog op tijd een aanvraag in te dienen. In het voornemen van de Belastingdienst stond dat eisers nog twee weken de tijd hadden om stukken aan te leveren waaruit blijkt dat ze een goede reden hadden om het bezwaar te laat in te dienen. Eisers kwamen erachter dat zij die stukken niet hadden. Deze twee weken moesten eisers dus afwachten en toen die termijn voorbij was hebben zij op 29 november 2023 de aanvraag bij de RDW ingediend. 9.1. De rechtbank begrijpt van eisers dat zij hebben geluisterd naar wat de Belastingdienst aan hen heeft verteld over de bezwaarprocedure over de 30%-regeling. De rechtbank heeft eiser op zitting ook goed gehoord dat het nooit de bedoeling is geweest om stukken expres laat aan te leveren. En dat het feit dat de Belastingdienst niet zes maar twaalf weken heeft genomen om op hun bezwaar te beslissen voor eisers een grote rol heeft gespeeld. Toch vindt de rechtbank niet dat sprake is van een overmachtsituatie. Het besluit van de Belastingdienst over de 30%-regeling staat namelijk los van het besluit van de RDW over het omwisselen van de rijbewijzen. De Belastingdienst en de RDW zijn twee verschillende instanties die geen bevoegdheid hebben om iets te kunnen zeggen over elkaars besluiten. Dit betekent dat de RDW zich moest houden aan de informatie in het besluit van de Belastingdienst en niet de mogelijkheid had om iets te vinden over de periode waarin de 30%-regeling van toepassing was voor eisers. Daarom hadden eisers, ondanks dat de bezwaarprocedure bij de Belastingdienst nog niet klaar was, een aanvraag voor omwisseling van hun rijbewijzen bij de RDW moeten indienen. Zij hadden ook contact kunnen opnemen met de RDW om de situatie te bespreken en te vragen of het goed was dat zij de bezwaarprocedure bij de Belastingdienst eerst zouden afwachten. Dit hebben eisers niet gedaan en dat had wel van hen mogen worden verwacht. Zeker omdat zij hebben aangegeven dat het voor hen heel belangrijk was om snel een rijbewijs te hebben, zij kennismigranten zijn en eiseres op de VU werkt waar zij een netwerk had om mensen om hulp te kunnen vragen. 10. Over de evenredigheid merkt de rechtbank het volgende op. Eisers hebben aangegeven het rijbewijs hard nodig te hebben om de kinderen naar school te kunnen brengen. Zonder rijbewijs geeft het veel gedoe om te regelen dat het gezin met het openbaar vervoer kan reizen. Ook vinden eisers het niet evenredig om theorie- en praktijkexamen te doen. Hier zijn namelijk kosten aan verbonden en eisers spreken de Nederlandse taal niet, waardoor het voor hen erg lastig zal zijn om de examens te halen. De rechtbank begrijpt waar voor eisers de pijnpunten zitten, maar is het eens met de beslissing van de RDW dat het evenredig is om eisers geen omwisseling van hun rijbewijzen te geven. Het belang van het naleven van de wet (namelijk het voorkomen dat een Nederlands rijbewijs wordt afgegeven in strijd met wet- en regelgeving) weegt zwaarder dan het belang van eisers. Eisers kunnen namelijk examen doen voor een Ne