Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-01-05
ECLI:NL:RBAMS:2026:763
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,649 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:763 text/xml public 2026-03-05T19:23:21 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-05 C/13/781211 / FA RK 25/10170 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:763 text/html public 2026-03-05T19:15:46 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:763 Rechtbank Amsterdam , 05-01-2026 / C/13/781211 / FA RK 25/10170 Toegewezen voor 3 weken. Namens betrokkene verzocht om afwijzing omdat niet aan de termijnen is voldaan. 2 januari is gelijkgesteld met een feestdag. dus 5 januari is binnen de termijn. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/781211 / FA RK 25/10170 kenmerk: VCM/IND/189644 Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Beschikking van 5 januari 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] (Hongarije), verblijvende te [verblijfplaats] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. S.V. Jansen te Zoetermeer, zorgaanbieder: Arkin. 1 Procesverloop Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 30 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 29 december 2025 opgelegde crisismaatregel. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 januari 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder. Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Hongaarse taal; - de raadsman; - dhr. [naam 1] , psychiater; - mw. [naam 2] , arts. Betrokkene is gehoord in de ruimte voor de separeercel. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2 Beoordeling 2.1. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van katatonie bij onderliggend waarschijnlijk psychotisch beeld. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 2.2. De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden: toedienen van vocht en voeding; toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles; het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten; uitoefenen van toezicht op betrokkene; onderzoek aan kleding of lichaam; onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; opnemen in een accommodatie. 2.3. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief . Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. 2.4. Namens betrokkene is door de raadsman primair verzocht het verzoek af te wijzen, omdat niet is voldaan aan de termijnen van de wet. Subsidiair is verzocht het verzoek af te wijzen omdat er geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Er is geen acute noodzaak en gevaar dus moet niet het zwaarste middel van een crisismaatregel worden ingezet. De arts heeft aangegeven dat er werd gedacht aan katatonie. Betrokkene was aan het bonken en schreeuwen en is daarom overgeplaatst. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie en hij is oninvoelbaar. Hij heeft anti psychotica gekregen en het gaat iets beter. Betrokkene heeft mooie doelen, om die te bereiken is het nodig om de behandeling voort te zetten. De officier van justitie heeft schriftelijk laten weten dat op grond van art 7:7 Wvggz de officier uiterlijk op de dag na de datum van ontvangst van de stukken een verzoekschrift moet indienen voor een machtiging tot voortzetting: niet zijnde en zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene Termijnenwet. Op grond van de (regeling bij de) Algemene termijnenwet is 2 januari 2026 gelijkgesteld met een algemeen erkende feestdag . Hierdoor worden eventuele termijnen die aflopen op die dag verlengd (zie ook artikel 7:4 Wvggz). Er kan dus op 5 januari 2026 worden beslist op de vcm. Gelet op artikel 7:4 Wvggz moet naar het oordeel van de rechtbank dit artikel zo begrepen worden dat de geldigheidsduur van de crisismaatregel ook in een geval als hier aan de orde wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Dat wil zeggen: tot en met maandag 5 januari 2026. Daarbij acht de rechtbank het eerder in het belang van betrokkene en de maatschappij dat behandeling op dit moment wordt voortgezet. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het verzoek tijdig is ingediend en de crisismaatregel kan worden toegewezen. 2.5. Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden. 3 Beslissing De rechtbank: verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] (Hongarije), voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 26 januari 2026; Deze beschikking is op 5 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. H.P.E. Has, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 29 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open .