Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-06-10
ECLI:NL:RBAMS:2026:5983
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/7740 uitspraak van de meervoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [vestigingsplaats], eiseres (gemachtigde: [gemachtigde] ), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. J.C. Smit). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een aanwijzing die is gegeven aan eiseres wegens overtreding van de Wet kinderopvang (Wko). Eiseres is het niet eens met de aanwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder een aanwijzing heeft kunnen geven. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken om de aanwijzing te geven. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het primaire besluit van 14 mei 2024 heeft verweerder een schriftelijke aanwijzing gegeven wegens overtredingen van de Wko. Met het bestreden besluit van 21 november 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 4 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon 3] ([functie]) namens eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van verweerder, [persoon 1] namens de [bedrijf 1] en [persoon 2] namens team [bedrijf 2] . Achtergrond en besluitvorming 3. Op 22 februari 2024 heeft de [bedrijf 1] als toezichthouder op de kinderopvang een jaarlijks onderzoek gedaan bij eiseres op de locatie [adres] in Amsterdam. Uit het naar aanleiding van dat onderzoek opgestelde inspectierapport van 22 april 2024 blijkt dat eiseres een aantal voorschriften uit de Wko niet heeft nageleefd. Voor de volgende twee overtredingen heeft eiseres een aanwijzing gekregen: In het pedagogisch beleidsplan is niet concreet beschreven hoe de inzet van het personeel per dag en per stamgroep is; Uit het inspectierapport blijkt dat eiseres kinderen soms in een andere stamgroep dan de eigen stamgroep opvangt om te kunnen voldoen aan de beroepskracht-kind-ratio. Dit is niet toegestaan. Daarom heeft de toezichthouder gevraagd om een plan van aanpak waaruit blijkt dat hier zorg voor wordt gedragen. Dit plan heeft de toezichthouder niet ontvangen. Ook is in eiseres haar pedagogisch beleidsplan beschreven hoe incidentele opvang in een tweede stamgroep wordt geregeld. Deze werkwijze leidt tot overtredingen. 3.1. De [bedrijf 1] heeft eiseres twee weken de gelegenheid gegeven om de geconstateerde overtredingen te herstellen. Omdat eiseres deze overtredingen niet binnen die periode had hersteld, heeft de [bedrijf 1] vervolgens verweerder geadviseerd om voor deze overtredingen handhavend op te treden. 3.2. Verweerder heeft dit advies overgenomen en heeft, bij het primaire besluit, eiseres voor beide overtredingen een aanwijzing gegeven. Verweerder heeft met het bestreden besluit het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Beoordeling door de rechtbank Beleidsplan concrete omschrijving ontbreekt 4. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het voor haar onduidelijk was welke aanpassingen vereist waren om de vastgestelde overtredingen te herstellen. Deze onduidelijkheid heeft haar belemmerd om aan de gestelde eisen te voldoen. 4.1. Artikel 1.50, tweede lid, onder f, van de Wko en artikel 3, tweede lid, onder d, van het Besluit kwaliteit kinderopvang (Bkk) schrijven voor dat het pedagogisch beleidsplan ten minste een concrete beschrijving moet bevatten van de werkwijze, de maximale omvang en leeftijdsopbouw van de stamgroepen, alsmede de wijze waarop wordt voldaan aan de beroepskracht-kind-ratio, onder andere door personele inzet. 4.2. Aan eiseres wordt verweten dat het pedagogisch beleidsplan niet concreet b