Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-05-08
ECLI:NL:RBAMS:2026:5507
ECLI:NL:RBAMS:2026:5507 text/xml public 2026-06-04T14:18:06 2026-06-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-05-08 12158166 CV EXPL 26-4560 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Verstek NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:5507 text/html public 2026-06-04T11:13:28 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:5507 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2026 / 12158166 CV EXPL 26-4560 Ambtshalve toetsing huur Richlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen) vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 12158166 CV EXPL 26-4560 vonnis van: 8 mei 2026 fno.: 506 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de stichting Woningstichting Rochdale statutair gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam eisende partij gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam t e g e n [gedaagde] wonende in de Filipijnen, derhalve zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland gedaagde partij niet verschenen Verloop van de procedure Eisende partij heeft gedaagde partij gedagvaard. Gedaagde partij is niet verschenen. Tegen gedaagde partij is verstek verleend. De datum voor vonnis is bepaald op vandaag. Gronden van de beslissing 1. Eisende partij vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen. 2. Nu het gehuurde is gelegen in het arrondissement van deze rechtbank, is de kantonrechter ingevolge het bepaalde in artikel 103 Rv bevoegd om van deze vordering kennis te nemen, ondanks dat de woonplaats van gedaagde partij buiten dit arrondissement is gelegen. Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening 3. De kantonrechter heeft vastgesteld dat eisende partij heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen 4. In deze procedure gaat het om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Als er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden staan, moet de kantonrechter deze buiten toepassing laten. Eisende partij mag die bepalingen dan niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht (zie ECLI:EU:C:2021:68). 5. Eisende partij heeft de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de woning gelegen aan het adres [adres] en de daarop van toepassing zijnde Algemene Huurvoorwaarden Woonruimte (versie 2018) Woningstichting Rochdale (verder: de algemene voorwaarden) in het geding gebracht. 6. Eisende partij heeft bij dagvaarding het standpunt ingenomen dat in de algemene voorwaarden geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn. 7. Het huurprijsbeding (artikel 4.2 (eerste zin) van de huurovereenkomst) is een kernbeding. Dit beding is transparant en op grond van artikel 4 lid 2 van de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid. 8. Het servicekostenbeding (artikel 4.3 van de huurovereenkomst) is ook een kernbeding. Dit beding is niet transparant, omdat niet is vermeld waaruit de servicekosten bestaan. De in dit artikel aangekondigde specificatie (bijlage C) van de door of vanwege de verhuurder te verzorgen bijkomende leveringen en diensten is niet bijgevoegd. Omdat het gaat om een voorschotbedrag, dat blijkens de artikelen in de algemene voorwaarden periodiek wordt afgerekend op basis van de werkelijke kosten, is echter geen sprake van een situatie waarin het evenwicht tussen verhuurder en huurder wordt verstoord. Het beding is daarom, hoewel niet transparant, niet oneerlijk. 9. De bedingen die voor de beoordeling van de vordering relevant zijn, te weten artikel 4.2 (tweede zin - huurprijswijziging) van de huurovereenkomst en artikel 4.2 (wijziging voorschot servicekosten) van de algemene voorwaarde