Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-01-26
ECLI:NL:RBAMS:2026:495
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,041 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:495 text/xml public 2026-05-14T10:05:26 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-26 24/7091, 24/7093, 24/70916, 24/7097 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl Belastingblad 2026/192 met annotatie van M.P. van der Burg http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:495 text/html public 2026-02-25T10:00:23 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:495 Rechtbank Amsterdam , 26-01-2026 / 24/7091, 24/7093, 24/70916, 24/7097 Naheffingsaanslagen parkeerbelasting op goede gronden opgelegd. Vroegsignaleringssysteem. Rechtbank kan verweerder niet verplichten tot coulance. Geen strijd evenredigheidsbeginsel. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummers: AMS 24/7091, AMS 24/7093, AMS 24/7096 en AMS 24/7097 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 26 januari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar (gemachtigde: [gemachtigde] ), Inleiding 1. De heffingsambtenaar heeft aan eiser vier naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting opgelegd voor het parkeren in [plaats] op de volgende locaties, data en tijdstippen: ter hoogte van de [adres 1] op 30 oktober 2024 om 21:57 uur , ter hoogte van de [adres 2] op 31 oktober 2024 om 12:55 uur , ter hoogte van de [adres 3] op 2 november 2024 om 10:51 uur en ter hoogte van de [adres 4] op 4 november 2024 om 19:05 uur . 2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen die naheffingsaanslagen. Met de vier uitspraken op bezwaar van 27 november 2024 heeft de heffingsambtenaar de bezwaren van eiser ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen gehandhaafd. Eiser heeft vervolgens tegen alle vier de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. 3. De rechtbank heeft de beroepen op 24 juni 2025 op een zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Eiser was niet aanwezig. 4. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank besloten het onderzoek te heropenen, omdat zij van oordeel was dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar een aantal vragen gesteld met betrekking tot een zogenaamd vroegsignaliseringssysteem . De heffingsambtenaar heeft deze vragen op 18 november 2025 beantwoord. Eiser is in de gelegenheid gesteld om op de beantwoording van de heffingsambtenaar te reageren, maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. 5. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Beoordeling door de rechtbank 6. De rechtbank beoordeelt de vier aan eiser opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 7. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Zijn de naheffingsaanslagen op goede gronden opgelegd? 8. Eiser is in het bezit van een parkeervergunning. Eiser heeft toegelicht dat hij op 30 oktober 2024 het kenteken van die vergunning wilde wijzigen. Eiser geeft aan dat die aanvraag toen niet is verwerkt, maar dat hij hier pas op 5 november 2024 achter kwam omdat hij toen de eerste naheffingsaanslag ontving. Hij heeft toen zo snel mogelijk alsnog het kenteken van de vergunning gewijzigd. Eiser geeft aan dat hij van goede wil was en verzoekt de rechtbank de naheffingsaanslagen te laten vervallen. 9. Volgens de heffingsambtenaar is de parkeervergunning alleen geldig voor het kenteken dat is aangemeld op de parkeervergunning en dat was het voertuig waarmee eiser heeft geparkeerd niet. De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat zij eiser al een keer tegemoetgekomen is door een naheffingsaanslag in te trekken. De vier naheffingsaanslagen waar het in deze zaken om gaat trekt de heffingsambtenaar daarom niet in. 10. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank desgevraagd geïnformeerd dat de gemeente bezig is met extra coaching van scanbeoordelaars en een vroegsignaleringssysteem, om stapeling van naheffingsaanslagen bij kentekenhouders/vergunninghouders te voorkomen. De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat dit kortgezegd neerkomt op het (buitenwettelijke) beleid om vergunninghouders te bellen die in één week meer dan drie naheffingsaanslagen, in twee weken meer dan vijf naheffingsaanslagen of in een maand meer dan tien naheffingsaanslagen opgelegd krijgen. Dit kan alleen als de vergunninghouder bij de aanvraag een telefoonnummer heeft opgegeven. 11. Het vroegsignaleringssysteem is volgens de heffingsambtenaar geen coulancebeleid, maar dient in sommige gevallen enkel als een signaal aan de vergunninghouder. Kentekenhouders worden niet automatisch ingelicht als zij meer dan één naheffingsaanslag opgelegd krijgen. Als de vergunninghouder buiten het vergunninggebied blijft parkeren of niet handelt naar aanleiding van het gegeven signaal kunnen er nog steeds naheffingsaanslagen worden opgelegd. Het vroegsignaleringssysteem leidt dus niet tot vernietiging van naheffingsaanslagen. Het evenredigheidsbeginsel wordt hiermee volgens de heffingsambtenaar niet geschonden. De heffingsambtenaar heeft daarbij verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 oktober 2024 . 12. De rechtbank kan dit standpunt volgen en de beroepsrond van eiser slaagt niet. Van parkeren met een vergunning is alleen sprake als wordt voldaan aan de voorwaarden die aan de vergunning zijn verbonden. Is aan één of meer van deze voorwaarden niet voldaan, dan is geparkeerd zonder vergunning. Eén van de voorwaarden is dat een parkeervergunning alleen geldig is voor het parkeren van het motorvoertuig waarvan het kenteken is vermeld op de vergunning of in het digitale parkeerbelastingbestand. Tussen partijen is niet in geschil dat het kenteken van de auto waarmee eiser heeft geparkeerd niet was aangemeld op de parkeervergunning. Dit maakt dat de heffingsambtenaar bevoegd was om de naheffingsaanslagen op te leggen. 13. Dat eiser van goede wil was en na het ontvangen van de eerste naheffingsaanslag het kenteken van de vergunning zo snel mogelijk heeft gewijzigd, maakt dat niet anders. De parkeerbelasting is namelijk een objectieve belasting. Dat betekent dat voor de vraag of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd de intenties, de mate van schuld of opzet en de persoonlijke omstandigheden van de parkeerder geen rol kunnen spelen. Slechts in bijzondere gevallen kan strikte naleving van de regels niet van de parkeerder worden gevergd. Dat is bijvoorbeeld het geval als de parkeerder niet in redelijkheid de gelegenheid heeft gehad om de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen of wanneer sprake is van een acute noodsituatie. Er is niet gebleken dat van zo’n situatie sprake is geweest. Coulance? 14. Daarbij merkt de rechtbank wel het volgende op. Eiser heeft aangegeven dat hij er op 5 november 2024 achter kwam dat de wijziging van het kenteken van zijn parkeervergunning niet goed was gegaan, omdat hij op die datum de eerste naheffingsaanslag ontving. De eerste naheffingsaanslag is opgelegd voor parkeren op 30 oktober 2024, zes dagen eerder. Het huidige vroegsignaleringssysteem heeft blijkbaar niet voorkomen dat aan eiser binnen zes dagen vier naheffingsaanslagen zijn opgelegd. 15. Als eiser op 30 oktober 2024 de naheffingsaanslag direct onder de ruit van zijn auto had aangetroffen, had hij op dat moment op de hoogte kunnen raken van het feit dat de wijziging van het kenteken niet goed was gegaan. Dit had de overige naheffingsaanslagen kunnen voorkomen. Omdat de heffingsambtenaar er voor kiest geen fysieke naheffingsaanslagen meer onder de ruiten achter te laten, maar het systeem digitaal in te richten met behulp van scanauto’s, raken parkeerders vaak pas laat op de hoogte van het feit dat zij een menselijke fout hebben gemaakt.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:495 text/xml public 2026-05-14T10:05:26 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-26 24/7091, 24/7093, 24/70916, 24/7097 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl Belastingblad 2026/192 met annotatie van M.P. van der Burg http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:495 text/html public 2026-02-25T10:00:23 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:495 Rechtbank Amsterdam , 26-01-2026 / 24/7091, 24/7093, 24/70916, 24/7097 Naheffingsaanslagen parkeerbelasting op goede gronden opgelegd. Vroegsignaleringssysteem. Rechtbank kan verweerder niet verplichten tot coulance. Geen strijd evenredigheidsbeginsel. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummers: AMS 24/7091, AMS 24/7093, AMS 24/7096 en AMS 24/7097 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 26 januari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar (gemachtigde: [gemachtigde] ), Inleiding 1. De heffingsambtenaar heeft aan eiser vier naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting opgelegd voor het parkeren in [plaats] op de volgende locaties, data en tijdstippen: ter hoogte van de [adres 1] op 30 oktober 2024 om 21:57 uur , ter hoogte van de [adres 2] op 31 oktober 2024 om 12:55 uur , ter hoogte van de [adres 3] op 2 november 2024 om 10:51 uur en ter hoogte van de [adres 4] op 4 november 2024 om 19:05 uur . 2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen die naheffingsaanslagen. Met de vier uitspraken op bezwaar van 27 november 2024 heeft de heffingsambtenaar de bezwaren van eiser ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen gehandhaafd. Eiser heeft vervolgens tegen alle vier de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. 3. De rechtbank heeft de beroepen op 24 juni 2025 op een zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Eiser was niet aanwezig. 4. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank besloten het onderzoek te heropenen, omdat zij van oordeel was dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar een aantal vragen gesteld met betrekking tot een zogenaamd vroegsignaliseringssysteem . De heffingsambtenaar heeft deze vragen op 18 november 2025 beantwoord. Eiser is in de gelegenheid gesteld om op de beantwoording van de heffingsambtenaar te reageren, maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. 5. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Beoordeling door de rechtbank 6. De rechtbank beoordeelt de vier aan eiser opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 7. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Zijn de naheffingsaanslagen op goede gronden opgelegd? 8. Eiser is in het bezit van een parkeervergunning. Eiser heeft toegelicht dat hij op 30 oktober 2024 het kenteken van die vergunning wilde wijzigen. Eiser geeft aan dat die aanvraag toen niet is verwerkt, maar dat hij hier pas op 5 november 2024 achter kwam omdat hij toen de eerste naheffingsaanslag ontving. Hij heeft toen zo snel mogelijk alsnog het kenteken van de vergunning gewijzigd. Eiser geeft aan dat hij van goede wil was en verzoekt de rechtbank de naheffingsaanslagen te laten vervallen. 9. Volgens de heffingsambtenaar is de parkeervergunning alleen geldig voor het kenteken dat is aangemeld op de parkeervergunning en dat was het voertuig waarmee eiser heeft geparkeerd niet. De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat zij eiser al een keer tegemoetgekomen is door een naheffingsaanslag in te trekken. De vier naheffingsaanslagen waar het in deze zaken om gaat trekt de heffingsambtenaar daarom niet in. 10. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank desgevraagd geïnformeerd dat de gemeente bezig is met extra coaching van scanbeoordelaars en een vroegsignaleringssysteem, om stapeling van naheffingsaanslagen bij kentekenhouders/vergunninghouders te voorkomen. De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat dit kortgezegd neerkomt op het (buitenwettelijke) beleid om vergunninghouders te bellen die in één week meer dan drie naheffingsaanslagen, in twee weken meer dan vijf naheffingsaanslagen of in een maand meer dan tien naheffingsaanslagen opgelegd krijgen. Dit kan alleen als de vergunninghouder bij de aanvraag een telefoonnummer heeft opgegeven. 11. Het vroegsignaleringssysteem is volgens de heffingsambtenaar geen coulancebeleid, maar dient in sommige gevallen enkel als een signaal aan de vergunninghouder. Kentekenhouders worden niet automatisch ingelicht als zij meer dan één naheffingsaanslag opgelegd krijgen. Als de vergunninghouder buiten het vergunninggebied blijft parkeren of niet handelt naar aanleiding van het gegeven signaal kunnen er nog steeds naheffingsaanslagen worden opgelegd. Het vroegsignaleringssysteem leidt dus niet tot vernietiging van naheffingsaanslagen. Het evenredigheidsbeginsel wordt hiermee volgens de heffingsambtenaar niet geschonden. De heffingsambtenaar heeft daarbij verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 oktober 2024 . 12. De rechtbank kan dit standpunt volgen en de beroepsrond van eiser slaagt niet. Van parkeren met een vergunning is alleen sprake als wordt voldaan aan de voorwaarden die aan de vergunning zijn verbonden. Is aan één of meer van deze voorwaarden niet voldaan, dan is geparkeerd zonder vergunning. Eén van de voorwaarden is dat een parkeervergunning alleen geldig is voor het parkeren van het motorvoertuig waarvan het kenteken is vermeld op de vergunning of in het digitale parkeerbelastingbestand. Tussen partijen is niet in geschil dat het kenteken van de auto waarmee eiser heeft geparkeerd niet was aangemeld op de parkeervergunning. Dit maakt dat de heffingsambtenaar bevoegd was om de naheffingsaanslagen op te leggen. 13. Dat eiser van goede wil was en na het ontvangen van de eerste naheffingsaanslag het kenteken van de vergunning zo snel mogelijk heeft gewijzigd, maakt dat niet anders. De parkeerbelasting is namelijk een objectieve belasting. Dat betekent dat voor de vraag of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd de intenties, de mate van schuld of opzet en de persoonlijke omstandigheden van de parkeerder geen rol kunnen spelen. Slechts in bijzondere gevallen kan strikte naleving van de regels niet van de parkeerder worden gevergd. Dat is bijvoorbeeld het geval als de parkeerder niet in redelijkheid de gelegenheid heeft gehad om de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen of wanneer sprake is van een acute noodsituatie. Er is niet gebleken dat van zo’n situatie sprake is geweest. Coulance? 14. Daarbij merkt de rechtbank wel het volgende op. Eiser heeft aangegeven dat hij er op 5 november 2024 achter kwam dat de wijziging van het kenteken van zijn parkeervergunning niet goed was gegaan, omdat hij op die datum de eerste naheffingsaanslag ontving. De eerste naheffingsaanslag is opgelegd voor parkeren op 30 oktober 2024, zes dagen eerder. Het huidige vroegsignaleringssysteem heeft blijkbaar niet voorkomen dat aan eiser binnen zes dagen vier naheffingsaanslagen zijn opgelegd. 15. Als eiser op 30 oktober 2024 de naheffingsaanslag direct onder de ruit van zijn auto had aangetroffen, had hij op dat moment op de hoogte kunnen raken van het feit dat de wijziging van het kenteken niet goed was gegaan. Dit had de overige naheffingsaanslagen kunnen voorkomen. Omdat de heffingsambtenaar er voor kiest geen fysieke naheffingsaanslagen meer onder de ruiten achter te laten, maar het systeem digitaal in te richten met behulp van scanauto’s, raken parkeerders vaak pas laat op de hoogte van het feit dat zij een menselijke fout hebben gemaakt.