Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-03
ECLI:NL:RBAMS:2026:4728
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
11,067 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4728 text/xml public 2026-05-20T11:27:06 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-03 13-239542-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4728 text/html public 2026-05-19T13:23:40 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4728 Rechtbank Amsterdam , 03-04-2026 / 13-239542-25 Veroordeling diefstal in vereniging met geweld van pakket uit bezorgbus en medeplegen van het voorhanden hebben van hennep. Gevangenisstraf. vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/239542-25 Datum uitspraak: 3 april 2026 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [de verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1995, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , hierna: verdachte. 1 Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 maart 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.L. Firet, en van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. S.R. den Toonder, naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen de advocaat van de benadeelde partij, mr. B. Roodveldt, naar voren heeft gebracht. Er wordt gelijktijdig vonnis gewezen in de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] (13/239540-25). 2 Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 9 september 2025 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan 1. diefstal met geweld, in vereniging gepleegd, van een pakket, toebehorende aan [aangever] en/of [postbedrijf] ; 2. medeplegen van het voorhanden hebben van 3,2 kilogram hennep. De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 3 Waardering van het bewijs 3.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 en 2. 3.2 Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Op basis van het dossier kan de rol van verdachte niet worden vastgesteld. Dit wordt ondersteund door de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] , waaruit blijkt dat een derde betrokkene, ene ‘ [naam vriend] ’, de tracker die in het pakket zat met zijn telefoon kon volgen. Verdachte komt pas in beeld nadat het geweld al is begonnen en arriveert in een al escalerende en chaotische situatie. Van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op het dreigen met en/of plegen van geweld is dan ook geen sprake. Onder deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het gebruik van geweld of de bedreiging daarmee. De verdediging verwijst in dit verband naar een arrest van de Hoge Raad van 22 september 2022, waaruit volgt dat de wetenschap dat mededaders geweld zouden gebruiken of daarmee zouden dreigen, niet kan worden aangenomen op grond van omstandigheden waaruit slechts blijkt dat een confrontatie mogelijk was. Veder blijkt niet dat verdachte op enig moment wetenschap heeft gehad van de inhoud van het pakket. Uit het dossier volgt dat het pakket verpakt en gesloten was, waardoor de inhoud van buitenaf niet zichtbaar was. Evenmin is gebleken van overige omstandigheden, zoals bijvoorbeeld een opvallende geur, waaruit kan worden afgeleid dat verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het pakket een strafbare inhoud had. 3.3 Oordeel van de rechtbank Diefstal met geweld Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij op 9 september 2025 op de Hoofdweg te Amsterdam naast zijn bestelbus stond toen er drie mannen op hem kwamen aflopen. Eén van de mannen zei: "Ik wil mijn pakket." Nadat [aangever] dit weigerde, stapte een man de bestelbus in. Toen [aangever] dit probeerde te voorkomen, is hij bedreigd, geslagen en geschopt. Een van de mannen heeft twee pakketten uit de bestelbus gepakt. Een getuige heeft beelden van het incident gemaakt en deze verstrekt aan de politie. De politie heeft deze beelden bekeken en ziet een man met een grijze jas en witte schoenen (NN1) die de [postbedrijf] -bezorger vasthoudt, terwijl een man in een lichtblauwe trui (NN2) wegloopt met een zwart pakket. Even later geeft NN1 de [postbedrijf] -bezorger meerdere vuistslagen in het gezicht en werpt hij hem op de grond, waarbij hij zelf ook ten val komt en de [postbedrijf] -bezorger op hem terecht komt. NN3, een in het zwart geklede man, trekt de [postbedrijf] -bezorger van NN1 af, waarna NN1 de [postbedrijf] bezorger weer enkele klappen geeft. Vervolgens neemt de [postbedrijf] -bezorger afstand, waarna NN1 en NN3 weglopen. Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij samen met twee anderen naar de bezorger is toegegaan. Hij is degene geweest die het pakket van de grond heeft gepakt en ermee is weggerend, terwijl de anderen ruzie maakten met de bezorger. Medeverdachte [medeverdachte] heeft tegen de politie verklaard dat hij met een vriend ‘ [naam vriend] ’ naar Amsterdam toe ging om een Spaans sprekende vriend van die ‘ [naam vriend] ’ op te halen, die een pakket bezorgd moest krijgen dat niet was aangekomen. Diegene had een GPS-tracker in het pakket zitten. Dat hebben ze gevolgd, waarna zij uitkwamen bij het [postbedrijf] -busje. Op grond van deze feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal met geweld. Hoewel verdachte zelf geen geweldshandelingen lijkt te hebben gepleegd, is hij degene geweest die het pakket heeft weggenomen, waarbij hij gebruik maakte van het feit dat zijn mededaders er met geweld voor zorgden dat de bezorger de diefstal niet kon beletten. De geschetste gang van zaken – het afspreken met zijn drieën, waarbij de rechtbank ervan uitgaat dat verdachte de Spaans sprekende man is die met de andere twee in de auto kwam aanrijden en het volgen van het pakket via een GPS-tracker om vervolgens gedrieën op de [postbedrijf] -bezorger af te gaan – duidt op een vooraf gemaakt plan en uitvoering om het pakket weg te nemen. De rollen van de mannen waren hierbij onderling inwisselbaar. Het gebruik van (dreiging met) geweld zoals dat heeft plaatsgevonden, moet hierbij zijn ingecalculeerd omdat niet te verwachten is dat een bezorger zonder identificatie vrijwillig een pakket aan iemand op straat meegeeft. Hierin verschilt de onderhavige zaak ook met het door de raadsvrouw genoemde arrest, waarin de confrontatie met de slachtoffers niet van tevoren vaststond. Voorhanden hebben van hennep Uit het dossier volgt dat het weggenomen pakket kort na het voorval door verbalisanten op straat is aangetroffen. Onderzoek aan het pakket wijst uit dat er 3,2 kilogram hennep in zat. Hoewel verdachte heeft verklaard niet geweten te hebben wat er in het pakket zat, oordeelt de rechtbank dat het gezien de hierboven geschetste feitelijkheden, waarbij verdachte zich met twee anderen met geweld wilde verzekeren van een pakket met een kennelijk waardevolle en verboden inhoud dat met behulp van een GPS-tracker werd gevolgd, niet anders kan dan dat verdachte minstens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er hennep in dat pakket zat. Verdachte heeft het pakket fysiek in handen gehad en uit de bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 volgt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de drie verdachten bij deze diefstal en deze samenwerking houdt tevens in dat er sprake is geweest van gezamenlijke beschikkingsmacht over het weggenomen pakket en de inhoud ervan. Conclusie Op grond van het voorgaande, acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging en het medeplegen van het voorhanden hebben van 3,2 kilogram hennep.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4728 text/xml public 2026-05-20T11:27:06 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-03 13-239542-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4728 text/html public 2026-05-19T13:23:40 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4728 Rechtbank Amsterdam , 03-04-2026 / 13-239542-25 Veroordeling diefstal in vereniging met geweld van pakket uit bezorgbus en medeplegen van het voorhanden hebben van hennep. Gevangenisstraf. vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/239542-25 Datum uitspraak: 3 april 2026 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [de verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1995, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , hierna: verdachte. 1 Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 maart 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.L. Firet, en van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. S.R. den Toonder, naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen de advocaat van de benadeelde partij, mr. B. Roodveldt, naar voren heeft gebracht. Er wordt gelijktijdig vonnis gewezen in de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] (13/239540-25). 2 Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 9 september 2025 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan 1. diefstal met geweld, in vereniging gepleegd, van een pakket, toebehorende aan [aangever] en/of [postbedrijf] ; 2. medeplegen van het voorhanden hebben van 3,2 kilogram hennep. De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 3 Waardering van het bewijs 3.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 en 2. 3.2 Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Op basis van het dossier kan de rol van verdachte niet worden vastgesteld. Dit wordt ondersteund door de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] , waaruit blijkt dat een derde betrokkene, ene ‘ [naam vriend] ’, de tracker die in het pakket zat met zijn telefoon kon volgen. Verdachte komt pas in beeld nadat het geweld al is begonnen en arriveert in een al escalerende en chaotische situatie. Van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op het dreigen met en/of plegen van geweld is dan ook geen sprake. Onder deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het gebruik van geweld of de bedreiging daarmee. De verdediging verwijst in dit verband naar een arrest van de Hoge Raad van 22 september 2022, waaruit volgt dat de wetenschap dat mededaders geweld zouden gebruiken of daarmee zouden dreigen, niet kan worden aangenomen op grond van omstandigheden waaruit slechts blijkt dat een confrontatie mogelijk was. Veder blijkt niet dat verdachte op enig moment wetenschap heeft gehad van de inhoud van het pakket. Uit het dossier volgt dat het pakket verpakt en gesloten was, waardoor de inhoud van buitenaf niet zichtbaar was. Evenmin is gebleken van overige omstandigheden, zoals bijvoorbeeld een opvallende geur, waaruit kan worden afgeleid dat verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het pakket een strafbare inhoud had. 3.3 Oordeel van de rechtbank Diefstal met geweld Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij op 9 september 2025 op de Hoofdweg te Amsterdam naast zijn bestelbus stond toen er drie mannen op hem kwamen aflopen. Eén van de mannen zei: "Ik wil mijn pakket." Nadat [aangever] dit weigerde, stapte een man de bestelbus in. Toen [aangever] dit probeerde te voorkomen, is hij bedreigd, geslagen en geschopt. Een van de mannen heeft twee pakketten uit de bestelbus gepakt. Een getuige heeft beelden van het incident gemaakt en deze verstrekt aan de politie. De politie heeft deze beelden bekeken en ziet een man met een grijze jas en witte schoenen (NN1) die de [postbedrijf] -bezorger vasthoudt, terwijl een man in een lichtblauwe trui (NN2) wegloopt met een zwart pakket. Even later geeft NN1 de [postbedrijf] -bezorger meerdere vuistslagen in het gezicht en werpt hij hem op de grond, waarbij hij zelf ook ten val komt en de [postbedrijf] -bezorger op hem terecht komt. NN3, een in het zwart geklede man, trekt de [postbedrijf] -bezorger van NN1 af, waarna NN1 de [postbedrijf] bezorger weer enkele klappen geeft. Vervolgens neemt de [postbedrijf] -bezorger afstand, waarna NN1 en NN3 weglopen. Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij samen met twee anderen naar de bezorger is toegegaan. Hij is degene geweest die het pakket van de grond heeft gepakt en ermee is weggerend, terwijl de anderen ruzie maakten met de bezorger. Medeverdachte [medeverdachte] heeft tegen de politie verklaard dat hij met een vriend ‘ [naam vriend] ’ naar Amsterdam toe ging om een Spaans sprekende vriend van die ‘ [naam vriend] ’ op te halen, die een pakket bezorgd moest krijgen dat niet was aangekomen. Diegene had een GPS-tracker in het pakket zitten. Dat hebben ze gevolgd, waarna zij uitkwamen bij het [postbedrijf] -busje. Op grond van deze feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal met geweld. Hoewel verdachte zelf geen geweldshandelingen lijkt te hebben gepleegd, is hij degene geweest die het pakket heeft weggenomen, waarbij hij gebruik maakte van het feit dat zijn mededaders er met geweld voor zorgden dat de bezorger de diefstal niet kon beletten. De geschetste gang van zaken – het afspreken met zijn drieën, waarbij de rechtbank ervan uitgaat dat verdachte de Spaans sprekende man is die met de andere twee in de auto kwam aanrijden en het volgen van het pakket via een GPS-tracker om vervolgens gedrieën op de [postbedrijf] -bezorger af te gaan – duidt op een vooraf gemaakt plan en uitvoering om het pakket weg te nemen. De rollen van de mannen waren hierbij onderling inwisselbaar. Het gebruik van (dreiging met) geweld zoals dat heeft plaatsgevonden, moet hierbij zijn ingecalculeerd omdat niet te verwachten is dat een bezorger zonder identificatie vrijwillig een pakket aan iemand op straat meegeeft. Hierin verschilt de onderhavige zaak ook met het door de raadsvrouw genoemde arrest, waarin de confrontatie met de slachtoffers niet van tevoren vaststond. Voorhanden hebben van hennep Uit het dossier volgt dat het weggenomen pakket kort na het voorval door verbalisanten op straat is aangetroffen. Onderzoek aan het pakket wijst uit dat er 3,2 kilogram hennep in zat. Hoewel verdachte heeft verklaard niet geweten te hebben wat er in het pakket zat, oordeelt de rechtbank dat het gezien de hierboven geschetste feitelijkheden, waarbij verdachte zich met twee anderen met geweld wilde verzekeren van een pakket met een kennelijk waardevolle en verboden inhoud dat met behulp van een GPS-tracker werd gevolgd, niet anders kan dan dat verdachte minstens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er hennep in dat pakket zat. Verdachte heeft het pakket fysiek in handen gehad en uit de bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 volgt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de drie verdachten bij deze diefstal en deze samenwerking houdt tevens in dat er sprake is geweest van gezamenlijke beschikkingsmacht over het weggenomen pakket en de inhoud ervan. Conclusie Op grond van het voorgaande, acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging en het medeplegen van het voorhanden hebben van 3,2 kilogram hennep.
Volledig
Partieel vrijspraak De rechtbank spreekt verdachte ten aanzien van feit 1 vrij van het tenlastegelegde schoppen tegen het lichaam, omdat het dossier hiervoor geen steunbewijs biedt. 4 Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte Ten aanzien van feit 1: op 9 september 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen een pakket dat aan [postbedrijf] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - naar die [aangever] toe te gaan en vervolgens tegen die [aangever] te zeggen “ik wil mijn pakket” en - vervolgens voornoemde [aangever] dreigend de woorden toe te voegen “ik ga je vermoorden” en - ( meermaals) bovengenoemde [aangever] tegen zijn gezicht en hoofd te slaan en stompen; Ten aanzien van feit 2: op 9 september 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3200 gram hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 5 Strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6 Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7 Motivering van de straffen en maatregelen 7.1 Eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar onder feit 1 en feit 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van voorarrest. 7.2 Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat in de strafmaat rekening dient te worden gehouden met de volgende omstandigheden. Verdachte heeft een geringe rol gehad. Hij heeft geen initiatief genomen om het geweld te starten, heeft zelf geen geweldshandelingen verricht en aanwijzingen voor een coördinerende rol ontbreken. Het is voor verdachte de eerste keer dat hij gehecht heeft gezeten en dat heeft psychische gevolgen voor hem gehad. Verdachte heeft inmiddels een leven opgebouwd in [geboorteland] , is sinds 7 februari 2026 werkzaam als kok en heeft geen intentie zich te vestigen in Nederland. De raadsvrouw heeft gesteld dat ten hoogste een straf dient te worden opgelegd waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. 7.3 Oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Ernst feit Verdachte heeft zich als medepleger schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en het voorhanden hebben van 3,2 kilogram hennep. Op klaarlichte dag heeft hij samen met twee anderen, midden op straat, een bezorger met geweld van een pakket beroofd. De bezorger heeft zich in zijn eentje moeten verweren tegen die aanval en is daarbij hard geslagen. Dit zorgt voor een groot gevoel van onveiligheid, niet alleen bij het slachtoffer maar ook bij toevallige getuigen. Daarnaast heeft verdachte een hoeveelheid hennep voor handen gehad. Achteraf is gebleken dat deze diefstal met geweld gericht was op een pakket met daarin een hoeveelheid hennep. Dat toont aan dat het drugsfeiten vaak samen gaan met geweld. Persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 13 november 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie. Verdachte wordt beschouwd als first offender. Straf De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Als oriëntatiepunt voor een straatroof met licht geweld of verbale bedreiging wordt voor een first offender een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden vermeld. Voor het voorhanden hebben van 2500 tot 5000 gram hennep is het oriëntatiepunt een taakstraf van 180 uren. Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen omdat er geen bijzondere voorwaarden zijn geadviseerd en verdachte een first offender is die in [geboorteland] woont. Anderzijds houdt de rechtbank enigszins rekening met de omstandigheid dat verdachte niet zelf de geweldshandelingen heeft verricht. Al met al zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. 8 Beslag Onder verdachte is, het volgende voorwerp in beslag genomen: 3 STK Hennep (goednummer: BZAQ6820); 1 DS Doos (goednummer: BZAQ6809); 1 STK GSM (goednummer: BZAQ6827). 8.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen hennep moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat het bezit hiervan in strijd is met de wet. De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen doos moet worden verbeurdverklaard, omdat met dit voorwerp het bewezenverklaarde is begaan. De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de in beslag genomen GSM, omdat de telefoon al retour is gegeven aan de rechthebbende. 8.2 Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht om de inbeslaggenomen telefoon retour te geven aan verdachte. Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen goederen heeft de raadsvrouw geen standpunt ingenomen. 8.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de in beslag genomen hennep onttrekken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot dit voorwerp het bewezenverklaarde is begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. De doos zal de rechtbank verbeurd verklaren, omdat het feit met behulp daarvan is begaan. De rechtbank zal de teruggave gelasten aan de rechthebbende van de GSM met goednummer: BZAQ6827. 9 De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partij [aangever] vordert een totaalbedrag van € 247,91 (tweehonderdzevenenveertig euro en eenennegentig cent) aan vergoeding van materiële schade en € 5.500,- (vijfduizend vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende posten: Eigen risico ( € 209.91); Ziekenhuisdaggeldvergoeding ( €38,-). 9.1 Het standpunt van de verdediging Ten aanzien van de gevorderde materiele schadevergoeding, heeft de raadsvrouw, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, verzocht deze niet-ontvankelijk te verklaren voor zover deze zich niet richt tegen verdachte. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding heeft de raadsvrouw, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, verzocht deze toe te kennen tot een bedrag van maximaal € 2.000,- en het overige deel van de immateriële vordering niet-ontvankelijk te verklaren. 9.2 Het standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van de materiële schadevergoeding heeft de officier van justitie verzocht om de vordering ten aanzien van het eigen risico toe te wijzen, inclusief wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Volledig
Partieel vrijspraak De rechtbank spreekt verdachte ten aanzien van feit 1 vrij van het tenlastegelegde schoppen tegen het lichaam, omdat het dossier hiervoor geen steunbewijs biedt. 4 Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte Ten aanzien van feit 1: op 9 september 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen een pakket dat aan [postbedrijf] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - naar die [aangever] toe te gaan en vervolgens tegen die [aangever] te zeggen “ik wil mijn pakket” en - vervolgens voornoemde [aangever] dreigend de woorden toe te voegen “ik ga je vermoorden” en - ( meermaals) bovengenoemde [aangever] tegen zijn gezicht en hoofd te slaan en stompen; Ten aanzien van feit 2: op 9 september 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3200 gram hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 5 Strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6 Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7 Motivering van de straffen en maatregelen 7.1 Eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar onder feit 1 en feit 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van voorarrest. 7.2 Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat in de strafmaat rekening dient te worden gehouden met de volgende omstandigheden. Verdachte heeft een geringe rol gehad. Hij heeft geen initiatief genomen om het geweld te starten, heeft zelf geen geweldshandelingen verricht en aanwijzingen voor een coördinerende rol ontbreken. Het is voor verdachte de eerste keer dat hij gehecht heeft gezeten en dat heeft psychische gevolgen voor hem gehad. Verdachte heeft inmiddels een leven opgebouwd in [geboorteland] , is sinds 7 februari 2026 werkzaam als kok en heeft geen intentie zich te vestigen in Nederland. De raadsvrouw heeft gesteld dat ten hoogste een straf dient te worden opgelegd waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. 7.3 Oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Ernst feit Verdachte heeft zich als medepleger schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en het voorhanden hebben van 3,2 kilogram hennep. Op klaarlichte dag heeft hij samen met twee anderen, midden op straat, een bezorger met geweld van een pakket beroofd. De bezorger heeft zich in zijn eentje moeten verweren tegen die aanval en is daarbij hard geslagen. Dit zorgt voor een groot gevoel van onveiligheid, niet alleen bij het slachtoffer maar ook bij toevallige getuigen. Daarnaast heeft verdachte een hoeveelheid hennep voor handen gehad. Achteraf is gebleken dat deze diefstal met geweld gericht was op een pakket met daarin een hoeveelheid hennep. Dat toont aan dat het drugsfeiten vaak samen gaan met geweld. Persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 13 november 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie. Verdachte wordt beschouwd als first offender. Straf De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Als oriëntatiepunt voor een straatroof met licht geweld of verbale bedreiging wordt voor een first offender een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden vermeld. Voor het voorhanden hebben van 2500 tot 5000 gram hennep is het oriëntatiepunt een taakstraf van 180 uren. Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen omdat er geen bijzondere voorwaarden zijn geadviseerd en verdachte een first offender is die in [geboorteland] woont. Anderzijds houdt de rechtbank enigszins rekening met de omstandigheid dat verdachte niet zelf de geweldshandelingen heeft verricht. Al met al zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. 8 Beslag Onder verdachte is, het volgende voorwerp in beslag genomen: 3 STK Hennep (goednummer: BZAQ6820); 1 DS Doos (goednummer: BZAQ6809); 1 STK GSM (goednummer: BZAQ6827). 8.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen hennep moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat het bezit hiervan in strijd is met de wet. De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen doos moet worden verbeurdverklaard, omdat met dit voorwerp het bewezenverklaarde is begaan. De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de in beslag genomen GSM, omdat de telefoon al retour is gegeven aan de rechthebbende. 8.2 Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht om de inbeslaggenomen telefoon retour te geven aan verdachte. Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen goederen heeft de raadsvrouw geen standpunt ingenomen. 8.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de in beslag genomen hennep onttrekken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot dit voorwerp het bewezenverklaarde is begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. De doos zal de rechtbank verbeurd verklaren, omdat het feit met behulp daarvan is begaan. De rechtbank zal de teruggave gelasten aan de rechthebbende van de GSM met goednummer: BZAQ6827. 9 De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partij [aangever] vordert een totaalbedrag van € 247,91 (tweehonderdzevenenveertig euro en eenennegentig cent) aan vergoeding van materiële schade en € 5.500,- (vijfduizend vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende posten: Eigen risico ( € 209.91); Ziekenhuisdaggeldvergoeding ( €38,-). 9.1 Het standpunt van de verdediging Ten aanzien van de gevorderde materiele schadevergoeding, heeft de raadsvrouw, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, verzocht deze niet-ontvankelijk te verklaren voor zover deze zich niet richt tegen verdachte. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding heeft de raadsvrouw, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, verzocht deze toe te kennen tot een bedrag van maximaal € 2.000,- en het overige deel van de immateriële vordering niet-ontvankelijk te verklaren. 9.2 Het standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van de materiële schadevergoeding heeft de officier van justitie verzocht om de vordering ten aanzien van het eigen risico toe te wijzen, inclusief wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Volledig
De vordering ten aanzien van de overige materiële schadepost dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat deze bedoeld is voor benadeelden die opgenomen zijn geweest in het ziekenhuis, en niet is gebleken dat benadeelde dat ook is geweest. De officier van justitie heeft verzocht om de vordering ten aanzien van het immateriële deel tot een bedrag van € 3.000,- toe te wijzen, inclusief wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 9.3 Het oordeel van de rechtbank Materieel De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van het eigen risico een bedrag van € 209,91 voor vergoeding in aanmerking komt. De schadepost van de ziekenhuisdaggeldvergoeding komt niet voor vergoeding in aanmerking, omdat onvoldoende is onderbouwd dat de benadeelde partij minimaal 6 uur in een ziekenhuis is opgenomen. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk verklaren, zodat die bij de civiele rechter opnieuw kan worden ingediend. Immaterieel De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij door het onder feit 1 bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 onder b van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij in ieder geval lichamelijk letsel heeft opgelopen, waarvoor hij zich nog heeft gemeld in het ziekenhuis. Voor de hoogte van de schadevergoeding heeft de rechtbank aangesloten bij de Rotterdamse Schaal, die in de categorie ‘ernstige’ persoonsaantasting bij een straatroof met meerdere daders € 3.000,- schadevergoeding adviseert. Gelet hierop acht de rechtbank een schadebedrag van € 3.000,- billijk. De rechtbank zal het meer gevorderde niet-ontvankelijk verklaren. Concluderend wordt een bedrag van € 3.209,91 (drieduizend tweehonderdnegen euro en eenennegentig cent) toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2025 tot aan de dag dat de hele vordering is betaald. Daarnaast zal de rechtbank in het belang van [aangever] voornoemd, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen. Hoofdelijk De verplichting tot betaling van het toegewezen bedrag wordt hoofdelijk aan verdachte opgelegd omdat verdachte het feit in vereniging heeft gepleegd. Verdachte en zijn medeverdachten zijn ieder afzonderlijk verplicht om het totale bedrag aan de benadeelde partij te betalen, tenzij de ander het hele bedrag al heeft betaald. 10 Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 47, 57, 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet. 11 Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van feit 1: medeplegen van diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld; Ten aanzien van feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C gegeven verbod Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [de verdachte] , daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier (4) maanden . Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Beslag : Verklaart onttrokken aan het verkeer : 3 STK Hennep (goednummer: BZAQ6820). Verklaart verbeurd: 1 DS Doos (goednummer: BZAQ6809), Gelast de teruggave aan [de verdachte] van de volgende voorwerpen: 1 STK GSM (goednummer: BZAQ6827). Vordering benadeelde partij [aangever] Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever] toe tot een bedrag van € 209,91 (tweehonderdnegen euro en eenennegentig cent) aan vergoeding van materiële schade en €3.000,- (drieduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, 9 september 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk met diens mededaders tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangever] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. De rechtbank verklaart de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van het overige deel niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregel Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever] aan de Staat € 3.209,91 (drieduizend tweehonderdnegen euro en eenennegentig cent) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 32 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bruil, voorzitter, mrs. I. Timmermans en G.J.M. Kruizinga, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Kwiyasse, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 april 2026. HR 22 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1265.
Volledig
De vordering ten aanzien van de overige materiële schadepost dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat deze bedoeld is voor benadeelden die opgenomen zijn geweest in het ziekenhuis, en niet is gebleken dat benadeelde dat ook is geweest. De officier van justitie heeft verzocht om de vordering ten aanzien van het immateriële deel tot een bedrag van € 3.000,- toe te wijzen, inclusief wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 9.3 Het oordeel van de rechtbank Materieel De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van het eigen risico een bedrag van € 209,91 voor vergoeding in aanmerking komt. De schadepost van de ziekenhuisdaggeldvergoeding komt niet voor vergoeding in aanmerking, omdat onvoldoende is onderbouwd dat de benadeelde partij minimaal 6 uur in een ziekenhuis is opgenomen. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk verklaren, zodat die bij de civiele rechter opnieuw kan worden ingediend. Immaterieel De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij door het onder feit 1 bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 onder b van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij in ieder geval lichamelijk letsel heeft opgelopen, waarvoor hij zich nog heeft gemeld in het ziekenhuis. Voor de hoogte van de schadevergoeding heeft de rechtbank aangesloten bij de Rotterdamse Schaal, die in de categorie ‘ernstige’ persoonsaantasting bij een straatroof met meerdere daders € 3.000,- schadevergoeding adviseert. Gelet hierop acht de rechtbank een schadebedrag van € 3.000,- billijk. De rechtbank zal het meer gevorderde niet-ontvankelijk verklaren. Concluderend wordt een bedrag van € 3.209,91 (drieduizend tweehonderdnegen euro en eenennegentig cent) toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2025 tot aan de dag dat de hele vordering is betaald. Daarnaast zal de rechtbank in het belang van [aangever] voornoemd, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen. Hoofdelijk De verplichting tot betaling van het toegewezen bedrag wordt hoofdelijk aan verdachte opgelegd omdat verdachte het feit in vereniging heeft gepleegd. Verdachte en zijn medeverdachten zijn ieder afzonderlijk verplicht om het totale bedrag aan de benadeelde partij te betalen, tenzij de ander het hele bedrag al heeft betaald. 10 Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 47, 57, 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet. 11 Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van feit 1: medeplegen van diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld; Ten aanzien van feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C gegeven verbod Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [de verdachte] , daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier (4) maanden . Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Beslag : Verklaart onttrokken aan het verkeer : 3 STK Hennep (goednummer: BZAQ6820). Verklaart verbeurd: 1 DS Doos (goednummer: BZAQ6809), Gelast de teruggave aan [de verdachte] van de volgende voorwerpen: 1 STK GSM (goednummer: BZAQ6827). Vordering benadeelde partij [aangever] Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever] toe tot een bedrag van € 209,91 (tweehonderdnegen euro en eenennegentig cent) aan vergoeding van materiële schade en €3.000,- (drieduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, 9 september 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk met diens mededaders tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangever] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. De rechtbank verklaart de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van het overige deel niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregel Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever] aan de Staat € 3.209,91 (drieduizend tweehonderdnegen euro en eenennegentig cent) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 32 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bruil, voorzitter, mrs. I. Timmermans en G.J.M. Kruizinga, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Kwiyasse, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 april 2026. HR 22 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1265.