Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-05-07
ECLI:NL:RBAMS:2026:4480
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,089 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4480 text/xml public 2026-05-12T16:00:06 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-05-07 C/13/787319 / KG ZA 26-362 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding Proceskostenveroordeling Op tegenspraak NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4480 text/html public 2026-05-12T10:06:39 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4480 Rechtbank Amsterdam , 07-05-2026 / C/13/787319 / KG ZA 26-362 KG Leerling van 5 Havo wordt door zijn school uitgesloten van het centraal eindexamen. Vordering om hem alsnog toe te laten wordt afgewezen omdat hij niet voldoet aan de (wettelijke) eisen om deel te mogen nemen en omdat van de school niet gevergd kan worden om deze leerling nog nadere herkansingsmogelijkheden te bieden. RECHTBANK Amsterdam Civiel recht, voorzieningenrechter Zaaknummer: C/13/787319 / KG ZA 26-362 EAM/MV Vonnis in kort geding van 7 mei 2026 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij bij dagvaarding van 6 mei 2026, hierna te noemen: [eiser] , advocaten: mr. R.J.C. Bindels en M. den Hertog, tegen STICHTING [gedaagde] , te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. I.A. Hoen. 1 De procedure Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 7 mei 2026 heeft [eiser] de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig: [eiser] en zijn moeder met mr. Den Hertog; [naam] , algemeen schoolleider van [naam school] , met mr. Hoen. Na verder debat is vonnis bepaald op 7 mei 2026. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter reeds aangekondigd dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen. 2 De feiten 2.1. [eiser] is 18 jaar oud en leerling van de vijfde klas van de HAVO aan [naam school] , onderdeel van [gedaagde] . 2.2. Bij brief van 10 april 2026 heeft [gedaagde] [eiser] en zijn ouders bericht dat hij niet mag deelnemen aan het centraal eindexamen. In de brief staat onder meer: Ondanks alle extra kansen voor diverse vakken is het je niet gelukt om je PTA af te ronden. (…) Helaas is je PTA onvolledig en is de deadline verstreken, Op grond daarvan is besloten om je terug te trekken voor het examen. Zie daarvoor artikel 6 - Examenreglement vmbo, havo, vwo 2025-2026, te vinden op de website van de school. 2.3. [eiser] heeft tegen deze beslissing bezwaar ingediend bij de Commissie van beroep examenzaken. In dat kader heeft op 4 mei 2026 een gesprek plaatsgevonden. Op diezelfde dag is het bezwaar afgewezen. De Commissie heeft onder meer het volgende overwogen: De leden van de commissie van beroep examenzaken constateren dat de school de procedures goed heeft doorlopen en zien geen reden om het besluit van de directeur te herroepen. De leden van de commissie van beroep examenzaken vinden dat het schoolteam uitvoerig heeft gecommuniceerd met zowel de leerling als de ouders, zowel schriftelijk als mondeling, ook over het feit dat een onvolledig PTA kan leiden tot uitsluiting van het examen. Het schoolteam heeft aan de leerling meerdere kansen geboden om hem te helpen met de PTA-resultaten. Ook is voor het onderdeel spreekvaardigheid bij Nederlands, ‘Brandende kwesties’, meermalen gelegenheid geboden tot herkansen. 2.4. Het centraal eindexamen vangt aan op 8 mei 2026. 2.5. Artikel 6 van het Examenreglement van [gedaagde] luidt – voor zover van belang – als volgt: Artikel 6 Onregelmatigheden of afwezigheid 1 In het geval zich rondom het eindexamen onvoorziene omstandigheden of onregelmatigheden die niet te wijten zijn aan de leerling, voordoen, beslist de directeur/rector hoe hiermee om te gaan. De directeur/rector kan zich hierbij laten adviseren door de examencommissie. In voorkomende gevallen is overleg met of melding aan de inspectie verplicht. 2 Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het examen aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan de directeur/rector maatregelen nemen. 3 De maatregelen bedoeld in het tweede lid, die de directeur/rector jegens een examenkandidaat kan nemen, zijn: a het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen of het centraal examen; b het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het schoolexamen of het centraal examen; c het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het al afgelegde deel van het schoolexamen of het centraal examen; of d het bepalen dat het diploma en de cijferlijst alleen kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de directeur/rector aan te wijzen onderdelen. (…) 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: a. [gedaagde] te veroordelen om [eiser] per 8 mei 2026, althans op de kortst mogelijke termijn, toe te laten tot het Centraal Examen Havo 2026, op straffe van dwangsommen; b. althans een zodanige beslissing te nemen die de voorzieningenrechter geraden acht; c. met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding. 3.2. [eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Op 30 maart 2026 heeft de moeder van [eiser] van de examencoördinator te horen gekregen dat nog vier vakken openstonden in het PTA. [eiser] mocht deze vakken tot en met 2 april 2026 inhalen; dit was de deadline om de cijfers in te leveren. [eiser] heeft dit tijdig gedaan, met uitzondering van het vak Nederlands. Met de docent Nederlands heeft hij afgesproken op 9 april 2026 nog een verplichte presentatie te houden. Vanwege ziekte lukte het [eiser] echter niet om die dag te verschijnen. Die ziekmelding is geaccepteerd en [eiser] ging er vanuit dat hij de presentatie later nog mocht inhalen, maar reeds op 10 april 2026 ontving hij het bericht van uitsluiting, omdat zijn PTA onvolledig zou zijn. Dit besluit is genomen zonder [eiser] te horen en dus in strijd met het elementaire beginsel van hoor en wederhoor. In artikel 6 lid 2 van het Examenreglement is bepaald dat de directeur maatregelen kan nemen als een leerling zich schuldig maakt aan een onregelmatigheid. Dit veronderstelt schuld aan de zijde van de leerling en daarvan is in dit geval geen sprake. Volstrekt onduidelijk is aan welke onregelmatigheid [eiser] zich schuldig zou hebben gemaakt. De beslissing is daarnaast niet proportioneel (uitsluiting is de zwaarst mogelijke sanctie) en niet deugdelijk gemotiveerd. De slotsom is dan ook dat de beslissing van de directeur gezien de inhoud en de wijze van totstandkoming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Hierbij is ook van belang dat bij de school bekend was dat [eiser] lichamelijke en mentale problemen heeft, waaronder ADHD. Dit is van invloed op de zorgplicht van de school. 3.3. [gedaagde] heeft verweer gevoerd. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De beslissing [eiser] uit te sluiten van het centraal examen is vernietigbaar indien gebondenheid daaraan in verband met de inhoud of de wijze van totstandkoming van de beslissing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit betekent dat de voorzieningenrechter de beslissing slechts marginaal en niet in volle omvang kan toetsen. 4.2. [gedaagde] heeft voorshands terecht aangevoerd dat de beslissing om [eiser] uit te sluiten van het centraal examen is gebaseerd op artikel 6 lid 1 van het Examenreglement en niet op artikel 6 lid 2. De beslissing is dus geen maatregel of sanctie vanwege een “onregelmatigheid” maar is gebaseerd op de (wettelijke) regel dat een leerling slechts aan het centraal examen mag deelnemen indien het schoolexamen (Programma van Toetsing en Afsluiting, PTA) is afgerond. Het relevante wettelijke kader is artikel 2.55 lid 2 WVO dat kort gezegd bepaalt dat het schoolexamen moet zijn afgesloten voor de aanvang van het centraal examen. 4.3. [gedaagde] heeft eveneens voldoende aannemelijk gemaakt dat in het geval van [eiser] het PTA niet volledig was afgerond en dat de daarvoor geldende termijnen waren verstreken.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4480 text/xml public 2026-05-12T16:00:06 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-05-07 C/13/787319 / KG ZA 26-362 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding Proceskostenveroordeling Op tegenspraak NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4480 text/html public 2026-05-12T10:06:39 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4480 Rechtbank Amsterdam , 07-05-2026 / C/13/787319 / KG ZA 26-362 KG Leerling van 5 Havo wordt door zijn school uitgesloten van het centraal eindexamen. Vordering om hem alsnog toe te laten wordt afgewezen omdat hij niet voldoet aan de (wettelijke) eisen om deel te mogen nemen en omdat van de school niet gevergd kan worden om deze leerling nog nadere herkansingsmogelijkheden te bieden. RECHTBANK Amsterdam Civiel recht, voorzieningenrechter Zaaknummer: C/13/787319 / KG ZA 26-362 EAM/MV Vonnis in kort geding van 7 mei 2026 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij bij dagvaarding van 6 mei 2026, hierna te noemen: [eiser] , advocaten: mr. R.J.C. Bindels en M. den Hertog, tegen STICHTING [gedaagde] , te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. I.A. Hoen. 1 De procedure Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 7 mei 2026 heeft [eiser] de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig: [eiser] en zijn moeder met mr. Den Hertog; [naam] , algemeen schoolleider van [naam school] , met mr. Hoen. Na verder debat is vonnis bepaald op 7 mei 2026. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter reeds aangekondigd dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen. 2 De feiten 2.1. [eiser] is 18 jaar oud en leerling van de vijfde klas van de HAVO aan [naam school] , onderdeel van [gedaagde] . 2.2. Bij brief van 10 april 2026 heeft [gedaagde] [eiser] en zijn ouders bericht dat hij niet mag deelnemen aan het centraal eindexamen. In de brief staat onder meer: Ondanks alle extra kansen voor diverse vakken is het je niet gelukt om je PTA af te ronden. (…) Helaas is je PTA onvolledig en is de deadline verstreken, Op grond daarvan is besloten om je terug te trekken voor het examen. Zie daarvoor artikel 6 - Examenreglement vmbo, havo, vwo 2025-2026, te vinden op de website van de school. 2.3. [eiser] heeft tegen deze beslissing bezwaar ingediend bij de Commissie van beroep examenzaken. In dat kader heeft op 4 mei 2026 een gesprek plaatsgevonden. Op diezelfde dag is het bezwaar afgewezen. De Commissie heeft onder meer het volgende overwogen: De leden van de commissie van beroep examenzaken constateren dat de school de procedures goed heeft doorlopen en zien geen reden om het besluit van de directeur te herroepen. De leden van de commissie van beroep examenzaken vinden dat het schoolteam uitvoerig heeft gecommuniceerd met zowel de leerling als de ouders, zowel schriftelijk als mondeling, ook over het feit dat een onvolledig PTA kan leiden tot uitsluiting van het examen. Het schoolteam heeft aan de leerling meerdere kansen geboden om hem te helpen met de PTA-resultaten. Ook is voor het onderdeel spreekvaardigheid bij Nederlands, ‘Brandende kwesties’, meermalen gelegenheid geboden tot herkansen. 2.4. Het centraal eindexamen vangt aan op 8 mei 2026. 2.5. Artikel 6 van het Examenreglement van [gedaagde] luidt – voor zover van belang – als volgt: Artikel 6 Onregelmatigheden of afwezigheid 1 In het geval zich rondom het eindexamen onvoorziene omstandigheden of onregelmatigheden die niet te wijten zijn aan de leerling, voordoen, beslist de directeur/rector hoe hiermee om te gaan. De directeur/rector kan zich hierbij laten adviseren door de examencommissie. In voorkomende gevallen is overleg met of melding aan de inspectie verplicht. 2 Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het examen aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan de directeur/rector maatregelen nemen. 3 De maatregelen bedoeld in het tweede lid, die de directeur/rector jegens een examenkandidaat kan nemen, zijn: a het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen of het centraal examen; b het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het schoolexamen of het centraal examen; c het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het al afgelegde deel van het schoolexamen of het centraal examen; of d het bepalen dat het diploma en de cijferlijst alleen kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de directeur/rector aan te wijzen onderdelen. (…) 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: a. [gedaagde] te veroordelen om [eiser] per 8 mei 2026, althans op de kortst mogelijke termijn, toe te laten tot het Centraal Examen Havo 2026, op straffe van dwangsommen; b. althans een zodanige beslissing te nemen die de voorzieningenrechter geraden acht; c. met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding. 3.2. [eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Op 30 maart 2026 heeft de moeder van [eiser] van de examencoördinator te horen gekregen dat nog vier vakken openstonden in het PTA. [eiser] mocht deze vakken tot en met 2 april 2026 inhalen; dit was de deadline om de cijfers in te leveren. [eiser] heeft dit tijdig gedaan, met uitzondering van het vak Nederlands. Met de docent Nederlands heeft hij afgesproken op 9 april 2026 nog een verplichte presentatie te houden. Vanwege ziekte lukte het [eiser] echter niet om die dag te verschijnen. Die ziekmelding is geaccepteerd en [eiser] ging er vanuit dat hij de presentatie later nog mocht inhalen, maar reeds op 10 april 2026 ontving hij het bericht van uitsluiting, omdat zijn PTA onvolledig zou zijn. Dit besluit is genomen zonder [eiser] te horen en dus in strijd met het elementaire beginsel van hoor en wederhoor. In artikel 6 lid 2 van het Examenreglement is bepaald dat de directeur maatregelen kan nemen als een leerling zich schuldig maakt aan een onregelmatigheid. Dit veronderstelt schuld aan de zijde van de leerling en daarvan is in dit geval geen sprake. Volstrekt onduidelijk is aan welke onregelmatigheid [eiser] zich schuldig zou hebben gemaakt. De beslissing is daarnaast niet proportioneel (uitsluiting is de zwaarst mogelijke sanctie) en niet deugdelijk gemotiveerd. De slotsom is dan ook dat de beslissing van de directeur gezien de inhoud en de wijze van totstandkoming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Hierbij is ook van belang dat bij de school bekend was dat [eiser] lichamelijke en mentale problemen heeft, waaronder ADHD. Dit is van invloed op de zorgplicht van de school. 3.3. [gedaagde] heeft verweer gevoerd. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De beslissing [eiser] uit te sluiten van het centraal examen is vernietigbaar indien gebondenheid daaraan in verband met de inhoud of de wijze van totstandkoming van de beslissing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit betekent dat de voorzieningenrechter de beslissing slechts marginaal en niet in volle omvang kan toetsen. 4.2. [gedaagde] heeft voorshands terecht aangevoerd dat de beslissing om [eiser] uit te sluiten van het centraal examen is gebaseerd op artikel 6 lid 1 van het Examenreglement en niet op artikel 6 lid 2. De beslissing is dus geen maatregel of sanctie vanwege een “onregelmatigheid” maar is gebaseerd op de (wettelijke) regel dat een leerling slechts aan het centraal examen mag deelnemen indien het schoolexamen (Programma van Toetsing en Afsluiting, PTA) is afgerond. Het relevante wettelijke kader is artikel 2.55 lid 2 WVO dat kort gezegd bepaalt dat het schoolexamen moet zijn afgesloten voor de aanvang van het centraal examen. 4.3. [gedaagde] heeft eveneens voldoende aannemelijk gemaakt dat in het geval van [eiser] het PTA niet volledig was afgerond en dat de daarvoor geldende termijnen waren verstreken.