Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-20
ECLI:NL:RBAMS:2026:4477
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,213 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4477 text/xml public 2026-05-18T12:23:18 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-20 AMS 25/1358 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4477 text/html public 2026-05-18T12:22:42 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4477 Rechtbank Amsterdam , 20-04-2026 / AMS 25/1358 In deze uitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het gebrek dat is vastgesteld in de tussenuitspraak is hersteld. Het college heeft met een wijzigingsbesluit en een aangepast ontwerp aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de geldende parkeernorm. De omgevingsvergunning die het college heeft verleend aan Marktkwartier blijft in stand met een gewijzigd ontwerp van het parkeerdek van De Slang. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/1358 uitspraak van de meervoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen Bidfood B.V. te [plaats 1] , eiseres (gemachtigden: mr. I.L. Haverkate en mr. J.M. Gerretsen), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. L. Bouzahra). Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: 1. Marktkwartier C.V. te [plaats 2] , vergunninghouder (gemachtigde: mr. W.D. de Vos) 2. Exploitatiemaatschappij Wheere B.V. te [plaats 2] (gemachtigden: mr. A.R. Klijn en mr. R. Vlaskamp). Partijen zullen hierna respectievelijk Bidfood, het college, Marktkwartier en Wheere worden genoemd. Samenvatting 1. In deze uitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het gebrek dat is vastgesteld in de tussenuitspraak is hersteld. Het college heeft met een wijzigingsbesluit en een aangepast ontwerp aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de geldende parkeernorm. De omgevingsvergunning die het college heeft verleend aan Marktkwartier blijft in stand met een gewijzigd ontwerp van het parkeerdek van [naam 1] . 1.1. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot deze conclusie komt. Procesverloop 2. Marktkwartier heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van de nieuwbouw van een bedrijfsverzamelgebouw van [naam 1] ) fase 1, inclusief laadkuil, tegenover de [adres 1] nabij [adres 2] . Het college heeft de omgevingsvergunning op 27 juni 2024 verleend. Met het bestreden besluit van 16 januari 2025 op het bezwaar van Bidfood heeft het college, onder aanvulling van de motivering over parkeren, de omgevingsvergunning gehandhaafd. 2.1. Bidfood heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Marktkwartier heeft ook schriftelijk gereageerd. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 8 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon 1] en [persoon 2] namens Bidfood, de gemachtigden van Bidfood, de gemachtigde van het college, vergezeld door mr. R. de Graaf (projectjurist), [persoon 3] (projectmanager) en [persoon 4] (projectmanager). Namens Marktkwartier waren aanwezig: [persoon 5] , [persoon 6] , [persoon 7] en haar gemachtigde. Namens Wheere waren aanwezig: [persoon 8] en haar gemachtigden. 2.3. In de tussenuitspraak van 28 oktober 2025 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek met betrekking tot de parkeernorm voor werknemers in het bestreden besluit te herstellen. 2.4. Het college heeft in reactie op de tussenuitspraak een wijzigingsbesluit genomen op 16 december 2025, waarin het bestreden besluit van 16 januari 2025 wordt ingetrokken ten aanzien van het aspect parkeren. Daarvoor in de plaats komt het wijzigingsbesluit van 16 december 2025 met als bijlagen twee gewijzigde tekeningen (O-T-21 Plattegrond Parkeerdek-fase 1 van 27 november 2025 en O-T-25 Parkeren definitief van 28 november 2025) en een notitie van [naam 2] van 2 december 2025. 2.5. Op 15 januari 2026 heeft het college het wijzigingsbesluit gerectificeerd. In het wijzigingsbesluit staat dat de bezwaarschriftencommissie advies heeft uitgebracht, maar dit is volgens het college niet juist. Het wijzigingsbesluit is in mandaat genomen door het dagelijks bestuur van stadsdeel West. 2.6. Eiseres heeft op 27 januari 2026 schriftelijk gereageerd op het wijzigingsbesluit en daarbij een notitie overgelegd van Buro Boot van 26 januari 2026. Wheere heeft op 17 februari 2026 een schriftelijke reactie ingediend en daarbij een rapport overgelegd van Spark B.V. van 16 februari 2026. Marktkwartier heeft eveneens op 17 februari 2026 schriftelijk gereageerd. 2.7. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Overwegingen 3. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. 3.1. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geconcludeerd dat het project niet voldoet aan de geldende parkeernorm voor werknemers uit het bestemmingsplan ‘Food Center [adres 3] uitwerking’ (hierna: Up-1). De rechtbank heeft overwogen dat op het parkeerdek De Slang minimaal 12 parkeerplaatsen te weinig zijn en mogelijk minimaal 16 vanwege het ontbreken van een keerlus. Het college is in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen waarbij het college moet motiveren op welke wijze aan de parkeernorm kan worden voldaan. Ook moet het college ingaan op het standpunt van Bidfood dat een keerlus ontbreekt. 3.2. Met het wijzigingsbesluit van 16 december 2025 heeft het college twee nieuwe tekeningen ten grondslag gelegd aan de omgevingsvergunning, hierna te noemen: [nummer 1] nieuw en [nummer 2] nieuw, die de eerdere tekeningen vervangen. Beide tekeningen bevatten een aangepast ontwerp van het parkeerdek van [naam 1] . In het aangepaste ontwerp zijn 12 extra parkeerplaatsen ingetekend op het deel van het parkeerdek van [naam 1] dat behoort tot het bouwplan. Daarmee komt het aantal parkeerplaatsen op het parkeerdek van [naam 1] fase 1 op 157. [naam 2] heeft het aangepaste ontwerp getoetst aan de toepasselijke NEN-norm en het ontwerp beoordeeld op functionaliteit en veiligheid. De conclusie van [naam 2] is dat het aangepaste ontwerp voldoet, dat het ontwerp functioneel goed en veilig is. Een keerlus is volgens [naam 2] niet nodig, omdat de twee doodlopende parkeerwegen in het ontwerp niet lang zijn en volledig in een rechtstand liggen. Het zal relatief weinig voorkomen dat men achteruit terug moet rijden, omdat redelijk goed te overzien is of er vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Aangezien de parkeerwegen extra breed zijn is het mogelijk dat kleinere voertuigen op de parkeerweg keren. Het aangepaste ontwerp is akkoord bevonden door zowel de adviseur parkeernormen en ruimteregie als de afdeling Vergunningen van het college. 3.3. De rechtbank merkt het wijzigingsbesluit aan als een besluit in de zin van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht waar het beroep van eiseres zich van rechtswege mede tegen richt. 3.4. De rechtbank is van oordeel dat het college het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek heeft hersteld met het wijzigingsbesluit van 16 december 2025. Uit de tekeningen [nummer 1] nieuw en [nummer 2] nieuw volgt dat het bouwplan voldoet aan de parkeernorm voor werknemers uit Up-1. Het college heeft met de notitie van [naam 2] van 2 december 2025 voldoende gemotiveerd dat een keerlus niet nodig is. De conclusies van [naam 2] worden bovendien onderschreven in het rapport van Spark B.V. van 16 februari 2026. 3.5. De door eiseres ingebrachte notitie van Buro Boot van 26 januari 2026 leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Buro Boot kan zich namelijk grotendeels vinden in de onderbouwing van [naam 2]. Volgens Buro Boot voldoet de beoogde oplossing zoals vormgegeven op het dak. Dit geldt voor het aantal vakken, de afmeting van de vakken en de rijbaan en het, deels, toepassen van korte doodlopende delen. 3.6.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4477 text/xml public 2026-05-18T12:23:18 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-20 AMS 25/1358 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4477 text/html public 2026-05-18T12:22:42 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4477 Rechtbank Amsterdam , 20-04-2026 / AMS 25/1358 In deze uitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het gebrek dat is vastgesteld in de tussenuitspraak is hersteld. Het college heeft met een wijzigingsbesluit en een aangepast ontwerp aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de geldende parkeernorm. De omgevingsvergunning die het college heeft verleend aan Marktkwartier blijft in stand met een gewijzigd ontwerp van het parkeerdek van De Slang. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/1358 uitspraak van de meervoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen Bidfood B.V. te [plaats 1] , eiseres (gemachtigden: mr. I.L. Haverkate en mr. J.M. Gerretsen), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. L. Bouzahra). Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: 1. Marktkwartier C.V. te [plaats 2] , vergunninghouder (gemachtigde: mr. W.D. de Vos) 2. Exploitatiemaatschappij Wheere B.V. te [plaats 2] (gemachtigden: mr. A.R. Klijn en mr. R. Vlaskamp). Partijen zullen hierna respectievelijk Bidfood, het college, Marktkwartier en Wheere worden genoemd. Samenvatting 1. In deze uitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het gebrek dat is vastgesteld in de tussenuitspraak is hersteld. Het college heeft met een wijzigingsbesluit en een aangepast ontwerp aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de geldende parkeernorm. De omgevingsvergunning die het college heeft verleend aan Marktkwartier blijft in stand met een gewijzigd ontwerp van het parkeerdek van [naam 1] . 1.1. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot deze conclusie komt. Procesverloop 2. Marktkwartier heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van de nieuwbouw van een bedrijfsverzamelgebouw van [naam 1] ) fase 1, inclusief laadkuil, tegenover de [adres 1] nabij [adres 2] . Het college heeft de omgevingsvergunning op 27 juni 2024 verleend. Met het bestreden besluit van 16 januari 2025 op het bezwaar van Bidfood heeft het college, onder aanvulling van de motivering over parkeren, de omgevingsvergunning gehandhaafd. 2.1. Bidfood heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Marktkwartier heeft ook schriftelijk gereageerd. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 8 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon 1] en [persoon 2] namens Bidfood, de gemachtigden van Bidfood, de gemachtigde van het college, vergezeld door mr. R. de Graaf (projectjurist), [persoon 3] (projectmanager) en [persoon 4] (projectmanager). Namens Marktkwartier waren aanwezig: [persoon 5] , [persoon 6] , [persoon 7] en haar gemachtigde. Namens Wheere waren aanwezig: [persoon 8] en haar gemachtigden. 2.3. In de tussenuitspraak van 28 oktober 2025 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek met betrekking tot de parkeernorm voor werknemers in het bestreden besluit te herstellen. 2.4. Het college heeft in reactie op de tussenuitspraak een wijzigingsbesluit genomen op 16 december 2025, waarin het bestreden besluit van 16 januari 2025 wordt ingetrokken ten aanzien van het aspect parkeren. Daarvoor in de plaats komt het wijzigingsbesluit van 16 december 2025 met als bijlagen twee gewijzigde tekeningen (O-T-21 Plattegrond Parkeerdek-fase 1 van 27 november 2025 en O-T-25 Parkeren definitief van 28 november 2025) en een notitie van [naam 2] van 2 december 2025. 2.5. Op 15 januari 2026 heeft het college het wijzigingsbesluit gerectificeerd. In het wijzigingsbesluit staat dat de bezwaarschriftencommissie advies heeft uitgebracht, maar dit is volgens het college niet juist. Het wijzigingsbesluit is in mandaat genomen door het dagelijks bestuur van stadsdeel West. 2.6. Eiseres heeft op 27 januari 2026 schriftelijk gereageerd op het wijzigingsbesluit en daarbij een notitie overgelegd van Buro Boot van 26 januari 2026. Wheere heeft op 17 februari 2026 een schriftelijke reactie ingediend en daarbij een rapport overgelegd van Spark B.V. van 16 februari 2026. Marktkwartier heeft eveneens op 17 februari 2026 schriftelijk gereageerd. 2.7. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Overwegingen 3. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. 3.1. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geconcludeerd dat het project niet voldoet aan de geldende parkeernorm voor werknemers uit het bestemmingsplan ‘Food Center [adres 3] uitwerking’ (hierna: Up-1). De rechtbank heeft overwogen dat op het parkeerdek De Slang minimaal 12 parkeerplaatsen te weinig zijn en mogelijk minimaal 16 vanwege het ontbreken van een keerlus. Het college is in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen waarbij het college moet motiveren op welke wijze aan de parkeernorm kan worden voldaan. Ook moet het college ingaan op het standpunt van Bidfood dat een keerlus ontbreekt. 3.2. Met het wijzigingsbesluit van 16 december 2025 heeft het college twee nieuwe tekeningen ten grondslag gelegd aan de omgevingsvergunning, hierna te noemen: [nummer 1] nieuw en [nummer 2] nieuw, die de eerdere tekeningen vervangen. Beide tekeningen bevatten een aangepast ontwerp van het parkeerdek van [naam 1] . In het aangepaste ontwerp zijn 12 extra parkeerplaatsen ingetekend op het deel van het parkeerdek van [naam 1] dat behoort tot het bouwplan. Daarmee komt het aantal parkeerplaatsen op het parkeerdek van [naam 1] fase 1 op 157. [naam 2] heeft het aangepaste ontwerp getoetst aan de toepasselijke NEN-norm en het ontwerp beoordeeld op functionaliteit en veiligheid. De conclusie van [naam 2] is dat het aangepaste ontwerp voldoet, dat het ontwerp functioneel goed en veilig is. Een keerlus is volgens [naam 2] niet nodig, omdat de twee doodlopende parkeerwegen in het ontwerp niet lang zijn en volledig in een rechtstand liggen. Het zal relatief weinig voorkomen dat men achteruit terug moet rijden, omdat redelijk goed te overzien is of er vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Aangezien de parkeerwegen extra breed zijn is het mogelijk dat kleinere voertuigen op de parkeerweg keren. Het aangepaste ontwerp is akkoord bevonden door zowel de adviseur parkeernormen en ruimteregie als de afdeling Vergunningen van het college. 3.3. De rechtbank merkt het wijzigingsbesluit aan als een besluit in de zin van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht waar het beroep van eiseres zich van rechtswege mede tegen richt. 3.4. De rechtbank is van oordeel dat het college het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek heeft hersteld met het wijzigingsbesluit van 16 december 2025. Uit de tekeningen [nummer 1] nieuw en [nummer 2] nieuw volgt dat het bouwplan voldoet aan de parkeernorm voor werknemers uit Up-1. Het college heeft met de notitie van [naam 2] van 2 december 2025 voldoende gemotiveerd dat een keerlus niet nodig is. De conclusies van [naam 2] worden bovendien onderschreven in het rapport van Spark B.V. van 16 februari 2026. 3.5. De door eiseres ingebrachte notitie van Buro Boot van 26 januari 2026 leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Buro Boot kan zich namelijk grotendeels vinden in de onderbouwing van [naam 2]. Volgens Buro Boot voldoet de beoogde oplossing zoals vormgegeven op het dak. Dit geldt voor het aantal vakken, de afmeting van de vakken en de rijbaan en het, deels, toepassen van korte doodlopende delen. 3.6.
Volledig
Buro Boot plaatst daarnaast een aantal kritische kanttekeningen bij de hellingbaan van het parkeerdek. Volgens Buro Boot voldoet het hellingspercentage niet aan de toepasselijke NEN-norm. Daarnaast plaatst Buro Boot vraagtekens bij de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het parkeerdek. De rechtbank stelt echter vast dat eiseres tegen het bestreden besluit van 16 januari 2025 geen beroepsgronden heeft aangevoerd die gaan over de hellingbaan en de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het parkeerdek. Uit de schriftelijke reactie van eiseres van 27 januari 2026 blijkt niet of eiseres heeft bedoeld met de notitie van Buro Boot nadere gronden in te dienen tegen de hellingbaan en de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het parkeerdek. Voor zover dit wel het geval is, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting en de rechtszekerheid van de andere partijen, na de tussenuitspraak geen nieuwe beroepsgronden meer kunnen worden ingebracht die al tegen het oorspronkelijke besluit hadden kunnen worden aangevoerd. Dit betekent dat de rechtbank deze gronden buiten beschouwing zal laten. 3.7. De rechtbank concludeert dat het beroep, voor zover dat is gericht tegen het wijzigingsbesluit van 16 december 2025, niet slaagt. Conclusie en gevolgen 4. Gelet op het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek, is het beroep tegen het bestreden besluit van 16 januari 2025 gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarin is opgenomen dat wordt voldaan aan de parkeernorm voor werknemers. Voor het overige blijft het bestreden besluit in stand. Het college heeft in zijn reactie op de tussenuitspraak het gebrek hersteld met het wijzigingsbesluit van 16 december 2025 met bijlagen. Het beroep gericht tegen dit wijzigingsbesluit is ongegrond. 4.1. Omdat de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaart, moet het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden. 4.2. Tevens krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Het college moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2,5 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een bestuurlijke lus met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Toegekend wordt € 2.335,-. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 16 januari 2025 gegrond, voor zover daarin is bepaald dat wordt voldaan aan de parkeernorm voor werknemers; - vernietigt het bestreden besluit van 16 januari 2025 alleen ten aanzien van de parkeernorm voor werknemers en laat dit bestreden besluit voor het overige in stand; - verklaart het beroep tegen het wijzigingsbesluit van 16 december 2025 ongegrond; - draagt het college op het betaalde griffierecht van € 385,- aan eiseres te vergoeden; - veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.335,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. van der Linden-Kaajan, voorzitter, en mr. A.C. Loman en mr. L. Kooman, leden, in aanwezigheid van mr. M.M. Mazurel, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026. De griffier is verhinderd voorzitter de uitspraak te ondertekenen. Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Het beroep is gelijktijdig behandeld met het beroep van Bidfood met zaaknummer AMS 25/1369.
Volledig
Buro Boot plaatst daarnaast een aantal kritische kanttekeningen bij de hellingbaan van het parkeerdek. Volgens Buro Boot voldoet het hellingspercentage niet aan de toepasselijke NEN-norm. Daarnaast plaatst Buro Boot vraagtekens bij de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het parkeerdek. De rechtbank stelt echter vast dat eiseres tegen het bestreden besluit van 16 januari 2025 geen beroepsgronden heeft aangevoerd die gaan over de hellingbaan en de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het parkeerdek. Uit de schriftelijke reactie van eiseres van 27 januari 2026 blijkt niet of eiseres heeft bedoeld met de notitie van Buro Boot nadere gronden in te dienen tegen de hellingbaan en de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het parkeerdek. Voor zover dit wel het geval is, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting en de rechtszekerheid van de andere partijen, na de tussenuitspraak geen nieuwe beroepsgronden meer kunnen worden ingebracht die al tegen het oorspronkelijke besluit hadden kunnen worden aangevoerd. Dit betekent dat de rechtbank deze gronden buiten beschouwing zal laten. 3.7. De rechtbank concludeert dat het beroep, voor zover dat is gericht tegen het wijzigingsbesluit van 16 december 2025, niet slaagt. Conclusie en gevolgen 4. Gelet op het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek, is het beroep tegen het bestreden besluit van 16 januari 2025 gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarin is opgenomen dat wordt voldaan aan de parkeernorm voor werknemers. Voor het overige blijft het bestreden besluit in stand. Het college heeft in zijn reactie op de tussenuitspraak het gebrek hersteld met het wijzigingsbesluit van 16 december 2025 met bijlagen. Het beroep gericht tegen dit wijzigingsbesluit is ongegrond. 4.1. Omdat de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaart, moet het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden. 4.2. Tevens krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Het college moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2,5 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een bestuurlijke lus met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Toegekend wordt € 2.335,-. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 16 januari 2025 gegrond, voor zover daarin is bepaald dat wordt voldaan aan de parkeernorm voor werknemers; - vernietigt het bestreden besluit van 16 januari 2025 alleen ten aanzien van de parkeernorm voor werknemers en laat dit bestreden besluit voor het overige in stand; - verklaart het beroep tegen het wijzigingsbesluit van 16 december 2025 ongegrond; - draagt het college op het betaalde griffierecht van € 385,- aan eiseres te vergoeden; - veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.335,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. van der Linden-Kaajan, voorzitter, en mr. A.C. Loman en mr. L. Kooman, leden, in aanwezigheid van mr. M.M. Mazurel, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026. De griffier is verhinderd voorzitter de uitspraak te ondertekenen. Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Het beroep is gelijktijdig behandeld met het beroep van Bidfood met zaaknummer AMS 25/1369.