Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-08
ECLI:NL:RBAMS:2026:4301
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
8,082 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4301 text/xml public 2026-05-04T14:55:19 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-08 13/242358-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4301 text/html public 2026-05-04T10:12:30 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4301 Rechtbank Amsterdam , 08-04-2026 / 13/242358-24 Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding door de blote borsten en tepels van zijn nichtje te betasten en daarbij de woorden heeft geuit zoals deze in de bewezenverklaring zijn opgenomen. vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/242358-24 Datum uitspraak: 8 april 2026 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1965, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Dit (verkort) vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 maart 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.W. van Zanten, en van wat verdachte en zijn raadslieden, mr. P. Metgod en mr. J.D. Lucieer, naar voren hebben gebracht. Tevens heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] , en van wat mr. A. van Kernebeek namens de benadeelde partij naar voren heeft gebracht. 2 Tenlastelegging Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging op de zitting – ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 7 februari 2024 te Amsterdam, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, zijn nichtje [benadeelde partij] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), immers heeft verdachte - zijn wijsvinger in zijn mond gedaan om deze te bevochtigen en hiermee de borst(en) en/of tepel(s) van die [benadeelde partij] aangeraakt, en/of - zijn wijsvinger om de tepel(s) van die [benadeelde partij] gedraaid, en/of - vervolgens gedurende langere tijd in de borst(en) en/of tepel(s) van die [benadeelde partij] geknepen, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld of die andere feite/ijkheden hierin dat verdachte - voornoemde ontuchtige handeling(en) onverhoeds heeft verricht, en/of - daarbij/daarna aan die [benadeelde partij] heeft gevraagd of zij dat lekker vond, wat het met haar deed en of zij daar opgewonden van werd, in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of - tegen heeft die [benadeelde partij] heeft gezegd “ik hou wel van kleine tieten, want die kan ik dan lekker helemaal in mijn mond doen en goed op zuigen”, in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of - voorbij is gegaan aan de non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [benadeelde partij] (via gezichtsuitdrukking), en/of - voornoemde ontuchtige handeling(en) heeft verricht terwijl hij die [benadeelde partij] kort daarvoor in haar slaapkamer had opgezocht en/of haar wakker had gemaakt en/of die [benadeelde partij] op dat moment topless/halfnaakt onder de dekens in bed lag, waardoor die [benadeelde partij] een beperkte bewegingsvrijheid had, en/of - het feit dat hij de oudere oom is van die [benadeelde partij] en/of aldus een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft in leeftijd en familierelatie, en/of - ( hierdoor) die [benadeelde partij] in een zodanig ongelijkwaardige en/of afhankelijke toestand heeft gebracht en/of (hierdoor) een zodanig bedreigende situatie heeft gecreëerd voor die [benadeelde partij] dat zij zich niet, althans onvoldoende aan bovengenoemde ontuchtige handelingen kon en/of durfde te onttrekken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 3 Bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte: op 7 februari 2024 te Amsterdam, door een andere feitelijkheid zijn nichtje [benadeelde partij] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte - zijn wijsvinger in zijn mond gedaan om deze te bevochtigen en hiermee de borst(en) en tepel(s) van die [benadeelde partij] aangeraakt, en - zijn wijsvinger om de tepel(s) van die [benadeelde partij] gedraaid, en - vervolgens in de borst(en) en/of tepel(s) van die [benadeelde partij] geknepen, en bestaande die andere feitelijkheden hierin dat verdachte - voornoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft verricht, en - daarbij/daarna aan die [benadeelde partij] heeft gevraagd of zij dat lekker vond, wat het met haar deed en of zij daar opgewonden van werd, in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking, en - tegen die [benadeelde partij] heeft gezegd ‘ik hou wel van kleine tieten, want die kan ik dan lekker helemaal in mijn mond doen en goed op zuigen’ in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking, en - voornoemde ontuchtige handelingen heeft verricht terwijl hij die [benadeelde partij] kort daarvoor in haar slaapkamer had opgezocht en/of haar wakker had gemaakt en die [benadeelde partij] op dat moment topless/halfnaakt onder de dekens in bed lag, waardoor die [benadeelde partij] een beperkte bewegingsvrijheid had, en - het feit dat hij de oudere oom is van die [benadeelde partij] en aldus een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft in leeftijd en familierelatie, en - ( hierdoor) die [benadeelde partij] in een zodanig ongelijkwaardige en/of afhankelijke toestand heeft gebracht dat zij zich niet, althans onvoldoende aan bovengenoemde ontuchtige handelingen kon en/of durfde te onttrekken. 4 Het bewijs De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht. 5 De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6 De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7 Motivering van de straffen 7.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Daarbij moeten ook de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden opgelegd. Het taakstrafverbod is van toepassing. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij de strafmaat rekening te houden met de volgende omstandigheden. Ten eerste is het taakstrafverbod niet van toepassing omdat er geen sprake is van een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Ook los daarvan is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend gelet op de verstrekkende negatieve gevolgen daarvan. Daarbij komt dat de reclassering het recidiverisico als laag heeft ingeschat, dat verdachte first offender is en dat hij zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, onder meer door herhaald zijn excuses aan (het slachtoffer) aan te bieden. De verdediging heeft de rechtbank dan ook verzocht om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke taakstraf op te leggen, eventueel met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. 7.3 Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4301 text/xml public 2026-05-04T14:55:19 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-08 13/242358-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4301 text/html public 2026-05-04T10:12:30 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4301 Rechtbank Amsterdam , 08-04-2026 / 13/242358-24 Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding door de blote borsten en tepels van zijn nichtje te betasten en daarbij de woorden heeft geuit zoals deze in de bewezenverklaring zijn opgenomen. vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/242358-24 Datum uitspraak: 8 april 2026 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1965, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Dit (verkort) vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 maart 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.W. van Zanten, en van wat verdachte en zijn raadslieden, mr. P. Metgod en mr. J.D. Lucieer, naar voren hebben gebracht. Tevens heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] , en van wat mr. A. van Kernebeek namens de benadeelde partij naar voren heeft gebracht. 2 Tenlastelegging Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging op de zitting – ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 7 februari 2024 te Amsterdam, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, zijn nichtje [benadeelde partij] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), immers heeft verdachte - zijn wijsvinger in zijn mond gedaan om deze te bevochtigen en hiermee de borst(en) en/of tepel(s) van die [benadeelde partij] aangeraakt, en/of - zijn wijsvinger om de tepel(s) van die [benadeelde partij] gedraaid, en/of - vervolgens gedurende langere tijd in de borst(en) en/of tepel(s) van die [benadeelde partij] geknepen, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld of die andere feite/ijkheden hierin dat verdachte - voornoemde ontuchtige handeling(en) onverhoeds heeft verricht, en/of - daarbij/daarna aan die [benadeelde partij] heeft gevraagd of zij dat lekker vond, wat het met haar deed en of zij daar opgewonden van werd, in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of - tegen heeft die [benadeelde partij] heeft gezegd “ik hou wel van kleine tieten, want die kan ik dan lekker helemaal in mijn mond doen en goed op zuigen”, in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of - voorbij is gegaan aan de non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [benadeelde partij] (via gezichtsuitdrukking), en/of - voornoemde ontuchtige handeling(en) heeft verricht terwijl hij die [benadeelde partij] kort daarvoor in haar slaapkamer had opgezocht en/of haar wakker had gemaakt en/of die [benadeelde partij] op dat moment topless/halfnaakt onder de dekens in bed lag, waardoor die [benadeelde partij] een beperkte bewegingsvrijheid had, en/of - het feit dat hij de oudere oom is van die [benadeelde partij] en/of aldus een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft in leeftijd en familierelatie, en/of - ( hierdoor) die [benadeelde partij] in een zodanig ongelijkwaardige en/of afhankelijke toestand heeft gebracht en/of (hierdoor) een zodanig bedreigende situatie heeft gecreëerd voor die [benadeelde partij] dat zij zich niet, althans onvoldoende aan bovengenoemde ontuchtige handelingen kon en/of durfde te onttrekken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 3 Bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte: op 7 februari 2024 te Amsterdam, door een andere feitelijkheid zijn nichtje [benadeelde partij] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte - zijn wijsvinger in zijn mond gedaan om deze te bevochtigen en hiermee de borst(en) en tepel(s) van die [benadeelde partij] aangeraakt, en - zijn wijsvinger om de tepel(s) van die [benadeelde partij] gedraaid, en - vervolgens in de borst(en) en/of tepel(s) van die [benadeelde partij] geknepen, en bestaande die andere feitelijkheden hierin dat verdachte - voornoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft verricht, en - daarbij/daarna aan die [benadeelde partij] heeft gevraagd of zij dat lekker vond, wat het met haar deed en of zij daar opgewonden van werd, in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking, en - tegen die [benadeelde partij] heeft gezegd ‘ik hou wel van kleine tieten, want die kan ik dan lekker helemaal in mijn mond doen en goed op zuigen’ in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking, en - voornoemde ontuchtige handelingen heeft verricht terwijl hij die [benadeelde partij] kort daarvoor in haar slaapkamer had opgezocht en/of haar wakker had gemaakt en die [benadeelde partij] op dat moment topless/halfnaakt onder de dekens in bed lag, waardoor die [benadeelde partij] een beperkte bewegingsvrijheid had, en - het feit dat hij de oudere oom is van die [benadeelde partij] en aldus een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft in leeftijd en familierelatie, en - ( hierdoor) die [benadeelde partij] in een zodanig ongelijkwaardige en/of afhankelijke toestand heeft gebracht dat zij zich niet, althans onvoldoende aan bovengenoemde ontuchtige handelingen kon en/of durfde te onttrekken. 4 Het bewijs De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht. 5 De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6 De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7 Motivering van de straffen 7.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Daarbij moeten ook de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden opgelegd. Het taakstrafverbod is van toepassing. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij de strafmaat rekening te houden met de volgende omstandigheden. Ten eerste is het taakstrafverbod niet van toepassing omdat er geen sprake is van een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Ook los daarvan is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend gelet op de verstrekkende negatieve gevolgen daarvan. Daarbij komt dat de reclassering het recidiverisico als laag heeft ingeschat, dat verdachte first offender is en dat hij zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, onder meer door herhaald zijn excuses aan (het slachtoffer) aan te bieden. De verdediging heeft de rechtbank dan ook verzocht om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke taakstraf op te leggen, eventueel met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. 7.3 Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
Volledig
Ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding door de blote borsten en tepels van zijn nichtje te betasten en daarbij de woorden heeft geuit zoals deze in de bewezenverklaring zijn opgenomen. Daarmee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn nichtje. Uit de door haar ter zitting voorgehouden slachtofferverklaring blijkt dat het handelen van verdachte een grote impact op haar heeft gehad. Het slachtoffer vertrouwde verdachte omdat hij haar oom is en omdat zij een goede band met hem had. Sinds zij het feit onder de aandacht heeft gebracht van haar familie en van de politie, zijn de familiebanden ernstig verstoord. Daarbij komt dat verdachte, in een chatgesprek tussen hem en het slachtoffer, zijn nichtje meermaals heeft gemaand om niets over het feit te zeggen zodat het hem zijn huwelijk niet zou kosten. In tegenstelling tot wat de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte slechts ten dele zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor wat hij heeft gedaan. De rechtbank houdt daar rekening mee. Taakstrafverbod De rechtbank is van oordeel dat het taakstrafverbod zoals neergelegd in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) niet van toepassing is. Het enkele op ontuchtige wijze betasten is door de wetgever bij de totstandkoming van deze bepaling immers nadrukkelijk niet als een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit als bedoeld in die bepaling onder lid 1 sub a aangemerkt. Dat bij het slachtoffer daarnaast sprake is van psychische schade als gevolg van het handelen van de verdachte wordt door de rechtbank onderkend, maar dit gegeven is voor de toepasselijkheid van het taakstrafverbod niet relevant. De wetgever heeft de aantasting van de geestelijke integriteit van het slachtoffer immers expliciet geen factor willen laten zijn bij het al dan niet van toepassing zijn van het taakstrafverbod. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enkele maanden, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, geen redelijk strafdoel dient nu het feit geruime tijd geleden heeft plaatsgevonden en verdachte sindsdien niet meer met justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank acht wel een taakstraf van hierna te melden duur passend en geboden, gelet op de ernst van het feit. Persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 23 november 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Verder heeft de rechtbank gekeken naar het reclasseringsadvies van 25 maart 2025 betreffende verdachte, opgesteld door mw. [reclasseringsmedewerkster] . Dit advies houdt, samengevat, het volgende in. Hoewel verdachte niet eerder is veroordeeld en er dus geen sprake is van een delictpatroon, zijn er wel aanwijzingen van een patroon van grensoverschrijdend gedrag jegens het slachtoffer. De reclassering heeft geen zicht kunnen krijgen op de totstandkoming van het delictgedrag, waardoor risico- en beschermende factoren niet konden worden vastgesteld. Wel is uit de risicotaxatie voor zedenplegers naar voren gekomen dat impulsiviteit, negatieve emotionaliteit en het hebben van enige seksistisch aandoende denkbeelden mogelijke risicofactoren zijn. Hoewel de reclassering het recidiverisico als laag heeft ingeschat, adviseert zij wel tot oplegging van bijzondere voorwaarden omdat zij het gedrag van verdachte zorgelijk vindt. Er zijn aanknopingspunten om verder met hem in gesprek te gaan over seksualiteit, het respecteren van grenzen en het interpreteren van signalen. De reclassering adviseert dan ook de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht en een ambulante behandeling. Tegelijkertijd geeft de reclassering aan te hebben getwijfeld over het al dan niet adviseren van interventies, mede omdat de strafrechtelijke vervolging impact op verdachte lijkt te hebben en hij hierdoor reeds meer doordrongen lijkt van de grens tussen toelaatbare en ontoelaatbare gedragingen. Strafoplegging Alles afwegende, komt de rechtbank tot de volgende straf. Aan verdachte wordt een taakstraf van 100 uren opgelegd. Ondanks dat verdachte tijdens de behandeling op de zitting blijk gaf dat hij zijn gedrag bagatelliseerde volgt de rechtbank de inschatting van de reclassering dat het recidiverisico laag is, nu verdachte doordrongen lijkt te zijn van het ontoelaatbare van zijn eerdere gedrag. Daarnaast is verdachte na dit feit niet met justitie in aanraking is gekomen, zodat de rechtbank geen noodzaak ziet voor een voorwaardelijk strafdeel met (bijzondere) voorwaarden. 8 De vordering van de benadeelde partij De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente. De officier van justitie heeft gevorderd dat deze vordering integraal wordt toegewezen. De verdediging heeft zich niet verzet tegen de vordering en aangegeven dat verdachte bereid is om de schade te betalen. Vast staat dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de aard en de ernst van de normschendig en de gevolgen ervan dit rechtvaardigen. Verdachte heeft de blote borsten en tepels van zijn veel jongere nichtje onverhoeds betast. Daarbij heeft hij zijn vingers bevochtigd en ongepaste opmerkingen gemaakt. Als gevolg hiervan zijn de familiebanden zodanig verstoord, dat de benadeelde partij op dit moment (bijna) geen contact meer heeft met haar familie. In de schriftelijke toelichting op de vordering komt bovendien naar voren dat de benadeelde partij zich lange tijd onveilig en vies heeft gevoeld, maandenlang niet meer in haar eigen bed heeft geslapen, last had van opkomende paniekaanvallen en psychologische hulp heeft gezocht bij verschillende zorgverleners. Gelet op deze omstandigheden brengt de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, mee dat de rechtbank de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon van de benadeelde partij op andere wijze aanneemt. De hoogte van de vordering is niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. In het belang van [benadeelde partij] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f Sr aan verdachte opgelegd. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro) en legt daarbij 15 dagen aan gijzeling op, in het geval verdachte niet aan deze betalingsverplichting voldoet. 9 Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 246 (oud) van het Wetboek van Strafrecht. 10 Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is vermeld. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 100 (honderd) uren , met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 (vijftig) dagen.
Volledig
Ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding door de blote borsten en tepels van zijn nichtje te betasten en daarbij de woorden heeft geuit zoals deze in de bewezenverklaring zijn opgenomen. Daarmee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn nichtje. Uit de door haar ter zitting voorgehouden slachtofferverklaring blijkt dat het handelen van verdachte een grote impact op haar heeft gehad. Het slachtoffer vertrouwde verdachte omdat hij haar oom is en omdat zij een goede band met hem had. Sinds zij het feit onder de aandacht heeft gebracht van haar familie en van de politie, zijn de familiebanden ernstig verstoord. Daarbij komt dat verdachte, in een chatgesprek tussen hem en het slachtoffer, zijn nichtje meermaals heeft gemaand om niets over het feit te zeggen zodat het hem zijn huwelijk niet zou kosten. In tegenstelling tot wat de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte slechts ten dele zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor wat hij heeft gedaan. De rechtbank houdt daar rekening mee. Taakstrafverbod De rechtbank is van oordeel dat het taakstrafverbod zoals neergelegd in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) niet van toepassing is. Het enkele op ontuchtige wijze betasten is door de wetgever bij de totstandkoming van deze bepaling immers nadrukkelijk niet als een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit als bedoeld in die bepaling onder lid 1 sub a aangemerkt. Dat bij het slachtoffer daarnaast sprake is van psychische schade als gevolg van het handelen van de verdachte wordt door de rechtbank onderkend, maar dit gegeven is voor de toepasselijkheid van het taakstrafverbod niet relevant. De wetgever heeft de aantasting van de geestelijke integriteit van het slachtoffer immers expliciet geen factor willen laten zijn bij het al dan niet van toepassing zijn van het taakstrafverbod. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enkele maanden, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, geen redelijk strafdoel dient nu het feit geruime tijd geleden heeft plaatsgevonden en verdachte sindsdien niet meer met justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank acht wel een taakstraf van hierna te melden duur passend en geboden, gelet op de ernst van het feit. Persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 23 november 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Verder heeft de rechtbank gekeken naar het reclasseringsadvies van 25 maart 2025 betreffende verdachte, opgesteld door mw. [reclasseringsmedewerkster] . Dit advies houdt, samengevat, het volgende in. Hoewel verdachte niet eerder is veroordeeld en er dus geen sprake is van een delictpatroon, zijn er wel aanwijzingen van een patroon van grensoverschrijdend gedrag jegens het slachtoffer. De reclassering heeft geen zicht kunnen krijgen op de totstandkoming van het delictgedrag, waardoor risico- en beschermende factoren niet konden worden vastgesteld. Wel is uit de risicotaxatie voor zedenplegers naar voren gekomen dat impulsiviteit, negatieve emotionaliteit en het hebben van enige seksistisch aandoende denkbeelden mogelijke risicofactoren zijn. Hoewel de reclassering het recidiverisico als laag heeft ingeschat, adviseert zij wel tot oplegging van bijzondere voorwaarden omdat zij het gedrag van verdachte zorgelijk vindt. Er zijn aanknopingspunten om verder met hem in gesprek te gaan over seksualiteit, het respecteren van grenzen en het interpreteren van signalen. De reclassering adviseert dan ook de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht en een ambulante behandeling. Tegelijkertijd geeft de reclassering aan te hebben getwijfeld over het al dan niet adviseren van interventies, mede omdat de strafrechtelijke vervolging impact op verdachte lijkt te hebben en hij hierdoor reeds meer doordrongen lijkt van de grens tussen toelaatbare en ontoelaatbare gedragingen. Strafoplegging Alles afwegende, komt de rechtbank tot de volgende straf. Aan verdachte wordt een taakstraf van 100 uren opgelegd. Ondanks dat verdachte tijdens de behandeling op de zitting blijk gaf dat hij zijn gedrag bagatelliseerde volgt de rechtbank de inschatting van de reclassering dat het recidiverisico laag is, nu verdachte doordrongen lijkt te zijn van het ontoelaatbare van zijn eerdere gedrag. Daarnaast is verdachte na dit feit niet met justitie in aanraking is gekomen, zodat de rechtbank geen noodzaak ziet voor een voorwaardelijk strafdeel met (bijzondere) voorwaarden. 8 De vordering van de benadeelde partij De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente. De officier van justitie heeft gevorderd dat deze vordering integraal wordt toegewezen. De verdediging heeft zich niet verzet tegen de vordering en aangegeven dat verdachte bereid is om de schade te betalen. Vast staat dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de aard en de ernst van de normschendig en de gevolgen ervan dit rechtvaardigen. Verdachte heeft de blote borsten en tepels van zijn veel jongere nichtje onverhoeds betast. Daarbij heeft hij zijn vingers bevochtigd en ongepaste opmerkingen gemaakt. Als gevolg hiervan zijn de familiebanden zodanig verstoord, dat de benadeelde partij op dit moment (bijna) geen contact meer heeft met haar familie. In de schriftelijke toelichting op de vordering komt bovendien naar voren dat de benadeelde partij zich lange tijd onveilig en vies heeft gevoeld, maandenlang niet meer in haar eigen bed heeft geslapen, last had van opkomende paniekaanvallen en psychologische hulp heeft gezocht bij verschillende zorgverleners. Gelet op deze omstandigheden brengt de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, mee dat de rechtbank de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon van de benadeelde partij op andere wijze aanneemt. De hoogte van de vordering is niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. In het belang van [benadeelde partij] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f Sr aan verdachte opgelegd. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro) en legt daarbij 15 dagen aan gijzeling op, in het geval verdachte niet aan deze betalingsverplichting voldoet. 9 Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 246 (oud) van het Wetboek van Strafrecht. 10 Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is vermeld. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 100 (honderd) uren , met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 (vijftig) dagen.