Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-24
ECLI:NL:RBAMS:2026:4289
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
15,423 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4289 text/xml public 2026-05-12T08:49:37 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-24 12064750 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Schadevergoedingsuitspraak NL Amsterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4289 text/html public 2026-05-06T16:16:20 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4289 Rechtbank Amsterdam , 24-04-2026 / 12064750 Werknemersverzoek ontbinding. Kwalificatie arbeidsovereekomst. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever; billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding. Tegenverzoeken afgewezen. RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 12064750 EA VERZ 26-63 beschikking van: 24 april 2026 func.: 25 beschikking van de kantonrechter I n z a k e [verzoekster] wonende te [woonplaats] verzoekster nader te noemen: [verzoekster] gemachtigden: mr. S.E.J.M. van Well en mr. J. Groeneveld t e g e n de vennootschap naar buitenlands recht Canonical Services Limited gevestigd te Engeland verweerster nader te noemen: Canonical gemachtigden: mr. T. Yekhlef en mr. O. Eweida VERLOOP VAN DE PROCEDURE [verzoekster] heeft een verzoek gedaan om wegens de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Canonical ten laste van Canonical een billijke vergoeding toe te kennen, met nevenverzoeken. Canonical heeft een verweerschrift en een voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek ex artikel 284 lid 4 Rv ingediend. Op 5 maart 2026 is de zaak ter zitting behandeld. [verzoekster] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigden. Canonical is verschenen bij [naam 1] ( [functie 1] ) en de gemachtigden. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg tot een regeling van het geschil te komen. Op verzoek van partijen heeft een korte voortzetting van de behandeling van de zaak plaatsgevonden op 26 maart 2026 in aanwezigheid van de gemachtigden van partijen. Daarna is de zaak opnieuw aangehouden voor overleg tussen partijen. Bij e-mail van 3 april 2026 heeft mr. van Well namens [verzoekster] laten weten dat partijen er niet in zijn geslaagd een minnelijke regeling te bereiken. Zij heeft daarbij opgemerkt: “Zoals ter zitting is besproken, zou daarbij vanuit Canonical een voorstel volgen en fiscaal advies worden ingewonnen. Ondanks herhaalde pogingen van de zijde van mevrouw [verzoekster] om daarover in contact te treden, is een dergelijk voorstel (of enig contact daarover) wederom uitgebleven. Nu een minnelijke regeling niet tot stand is gekomen, verzoekt mevrouw [verzoekster] de rechtbank om vonnis te wijzen. Zij acht het daarbij van belang op te merken dat deze houding van Canonical en de daarmee gepaarde vertraging voor haar onnodig belastend zijn geweest, zoal in fiancieel (gelet op het aanvullende fiscale en juridische advies dat is ingewonnen) als in mentaal opzicht.”. Tenslotte is beschikking bepaald op heden. Feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast. 1.1. [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1993, verrichtte vanaf 5 augustus 2024 werkzaamheden (“services”) voor Canonical als [functie 2] . Zij ontving hiervoor een vergoeding van € 7.667,83 per maand exclusief btw. 1.2. Canonical maakt deel uit van de Canonical groep, een internationaal softwarebedrijf. Binnen Canonical vindt de samenwerking plaats via centrale digitale systemen en interne communicatie- en samenwerkingsplatforms. 1.3. [verzoekster] heeft voorafgaand aan de start van haar werkzaamheden in augustus 2024 zes gesprekken met Canonical gevoerd. In de loop van deze gesprekken werd haar meegedeeld dat Canonical niet beschikt over een Nederlandse entiteit, zodat [verzoekster] niet in dienst kon treden, maar alleen op zzp-basis werkzaamheden kon verrichten. 1.4. [verzoekster] heeft vervolgens op 30 juli 2024 een eenmanszaak [naam eenmanszaak] ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 1.5. In de door [verzoekster] ook namens [naam eenmanszaak] getekende “Contracter Agreement” (nader te noemen de opdrachtovereenkomst) is onder meer opgenomen: “3. Duties and Obligations 3.1 During the Engagement the Contractor will (…) 3.1.2. use best efforts and such working time and energy may be required for the satisfactory performance of the Services in accordance with the requests and instructions from Canonical; 3.1.3. attend Canonical’s offices or travel to such locations as Canonical may request from time to time (…); 3.1.4. promptly give to Canonical all such information and reports as it may reasonably require in connection with matters relating to the provision of the Services or the Business of Canonical. (…) 3.5 The Contractor and the Individual (if applicable), may use a third party to perform any administrative, clerical or secretarial functions which are reasonably incidental to the provision of the Services (…)”. 1.6. In een door beide partijen ondertekende aanvulling van 28 juli 2025 staat onder meer de hiervoor genoemde maandelijkse vergoeding en dat [verzoekster] een bonus ontvangt van € 3.555,18. Er staat tevens: “(…) We confirm that the evolution of het details of your service, duration of service, current annual leave entitlement, seniority or seniority-based benefits are not impacted by the amended Agreement. (…) For the avoidance of any doubt, here are some of the other key details of your service (…) - Working Time: No less than 40 hours per week - Work location: Home office (…)” 1.7. Op 30 juli 2025 heeft [verzoekster] een klacht ingediend naar aanleiding van seksueel grensoverschrijdend gedrag van een aantal medewerkers van Canonical richting haarzelf en meerdere vrouwelijke collega’s. Haar persoonlijke klacht betrof [naam 2] ( [functie 3] ), [naam 3] ( [functie 4] ) en [naam 4] ( [functie 5] ) tijdens werkbijeenkomsten in respectievelijk [plaats 1] op 6 en 7 maart 2025 en [plaats 2] op 23 en 25 juli 2025. 1.8. Na onderzoek onder leiding van [naam 5] ( [functie 6] ) en [naam 6] ( [functie 7] ) heeft Canonical blijkens een e-mail van 3 september 2025 de klacht tegen [naam 3] en [naam 4] gedeeltelijk gegrond verklaard. De klachten over [naam 2] (en [naam 7] , over wie namens andere medewerksters werd geklaagd) werden ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs. 1.9. [verzoekster] heeft op 4 september 2025 beroep ingesteld tegen deze beslissing. Zij heeft hierbij onder meer aangevoerd dat Canonical bij het onderzoek en de besluitvorming in strijd heeft gehandeld met haar eigen interne no-tolerance beleid terzake intimidatie als beschreven in het Canonical Global Handbook 2024. 1.10. In de beslissing op het beroep van 25 september 2025 (Re-Outcome of Grievance Appeal), heeft [naam 1] ( [functie 8] ) geconcludeerd dat de klachten zorgvuldig zijn onderzocht (“We have a robust process to thoroughly investigate allegations” ) en dat de oorspronkelijke beslissing wordt gehandhaafd. 1.11. [verzoekster] heeft zich op 6 oktober 2025 ziek gemeld. 1.12. In reactie daarop heeft Canonical haar erop gewezen dat [verzoekster] niet bij Canonical in dienst is en de betalingen aan [verzoekster] stopgezet. 1.13. Bij e-mail van 23 oktober 2025 heeft de toenmalig gemachtigde van [verzoekster] laten weten dat [verzoekster] zich op het standpunt stelt dat zij werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst en dat zij aanspraak maakt op achterstallig loon en vakantietoeslag. 1.14. Bij e-mail van 5 november 2025 heeft Barrett namens Canonical dit standpunt betwist. 1.15. Op 1 december 2025 heeft Canonical de overeenkomst met [verzoekster] / [naam eenmanszaak] opgezegd tegen 30 november 2025. Verzoek 2. [verzoekster] verzoekt om haar ten laste van Canonical een billijke vergoeding toe te kennen van € 300.000,00 bruto op grond van artikel 7:681 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4289 text/xml public 2026-05-12T08:49:37 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-24 12064750 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Schadevergoedingsuitspraak NL Amsterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4289 text/html public 2026-05-06T16:16:20 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4289 Rechtbank Amsterdam , 24-04-2026 / 12064750 Werknemersverzoek ontbinding. Kwalificatie arbeidsovereekomst. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever; billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding. Tegenverzoeken afgewezen. RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 12064750 EA VERZ 26-63 beschikking van: 24 april 2026 func.: 25 beschikking van de kantonrechter I n z a k e [verzoekster] wonende te [woonplaats] verzoekster nader te noemen: [verzoekster] gemachtigden: mr. S.E.J.M. van Well en mr. J. Groeneveld t e g e n de vennootschap naar buitenlands recht Canonical Services Limited gevestigd te Engeland verweerster nader te noemen: Canonical gemachtigden: mr. T. Yekhlef en mr. O. Eweida VERLOOP VAN DE PROCEDURE [verzoekster] heeft een verzoek gedaan om wegens de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Canonical ten laste van Canonical een billijke vergoeding toe te kennen, met nevenverzoeken. Canonical heeft een verweerschrift en een voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek ex artikel 284 lid 4 Rv ingediend. Op 5 maart 2026 is de zaak ter zitting behandeld. [verzoekster] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigden. Canonical is verschenen bij [naam 1] ( [functie 1] ) en de gemachtigden. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg tot een regeling van het geschil te komen. Op verzoek van partijen heeft een korte voortzetting van de behandeling van de zaak plaatsgevonden op 26 maart 2026 in aanwezigheid van de gemachtigden van partijen. Daarna is de zaak opnieuw aangehouden voor overleg tussen partijen. Bij e-mail van 3 april 2026 heeft mr. van Well namens [verzoekster] laten weten dat partijen er niet in zijn geslaagd een minnelijke regeling te bereiken. Zij heeft daarbij opgemerkt: “Zoals ter zitting is besproken, zou daarbij vanuit Canonical een voorstel volgen en fiscaal advies worden ingewonnen. Ondanks herhaalde pogingen van de zijde van mevrouw [verzoekster] om daarover in contact te treden, is een dergelijk voorstel (of enig contact daarover) wederom uitgebleven. Nu een minnelijke regeling niet tot stand is gekomen, verzoekt mevrouw [verzoekster] de rechtbank om vonnis te wijzen. Zij acht het daarbij van belang op te merken dat deze houding van Canonical en de daarmee gepaarde vertraging voor haar onnodig belastend zijn geweest, zoal in fiancieel (gelet op het aanvullende fiscale en juridische advies dat is ingewonnen) als in mentaal opzicht.”. Tenslotte is beschikking bepaald op heden. Feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast. 1.1. [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1993, verrichtte vanaf 5 augustus 2024 werkzaamheden (“services”) voor Canonical als [functie 2] . Zij ontving hiervoor een vergoeding van € 7.667,83 per maand exclusief btw. 1.2. Canonical maakt deel uit van de Canonical groep, een internationaal softwarebedrijf. Binnen Canonical vindt de samenwerking plaats via centrale digitale systemen en interne communicatie- en samenwerkingsplatforms. 1.3. [verzoekster] heeft voorafgaand aan de start van haar werkzaamheden in augustus 2024 zes gesprekken met Canonical gevoerd. In de loop van deze gesprekken werd haar meegedeeld dat Canonical niet beschikt over een Nederlandse entiteit, zodat [verzoekster] niet in dienst kon treden, maar alleen op zzp-basis werkzaamheden kon verrichten. 1.4. [verzoekster] heeft vervolgens op 30 juli 2024 een eenmanszaak [naam eenmanszaak] ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 1.5. In de door [verzoekster] ook namens [naam eenmanszaak] getekende “Contracter Agreement” (nader te noemen de opdrachtovereenkomst) is onder meer opgenomen: “3. Duties and Obligations 3.1 During the Engagement the Contractor will (…) 3.1.2. use best efforts and such working time and energy may be required for the satisfactory performance of the Services in accordance with the requests and instructions from Canonical; 3.1.3. attend Canonical’s offices or travel to such locations as Canonical may request from time to time (…); 3.1.4. promptly give to Canonical all such information and reports as it may reasonably require in connection with matters relating to the provision of the Services or the Business of Canonical. (…) 3.5 The Contractor and the Individual (if applicable), may use a third party to perform any administrative, clerical or secretarial functions which are reasonably incidental to the provision of the Services (…)”. 1.6. In een door beide partijen ondertekende aanvulling van 28 juli 2025 staat onder meer de hiervoor genoemde maandelijkse vergoeding en dat [verzoekster] een bonus ontvangt van € 3.555,18. Er staat tevens: “(…) We confirm that the evolution of het details of your service, duration of service, current annual leave entitlement, seniority or seniority-based benefits are not impacted by the amended Agreement. (…) For the avoidance of any doubt, here are some of the other key details of your service (…) - Working Time: No less than 40 hours per week - Work location: Home office (…)” 1.7. Op 30 juli 2025 heeft [verzoekster] een klacht ingediend naar aanleiding van seksueel grensoverschrijdend gedrag van een aantal medewerkers van Canonical richting haarzelf en meerdere vrouwelijke collega’s. Haar persoonlijke klacht betrof [naam 2] ( [functie 3] ), [naam 3] ( [functie 4] ) en [naam 4] ( [functie 5] ) tijdens werkbijeenkomsten in respectievelijk [plaats 1] op 6 en 7 maart 2025 en [plaats 2] op 23 en 25 juli 2025. 1.8. Na onderzoek onder leiding van [naam 5] ( [functie 6] ) en [naam 6] ( [functie 7] ) heeft Canonical blijkens een e-mail van 3 september 2025 de klacht tegen [naam 3] en [naam 4] gedeeltelijk gegrond verklaard. De klachten over [naam 2] (en [naam 7] , over wie namens andere medewerksters werd geklaagd) werden ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs. 1.9. [verzoekster] heeft op 4 september 2025 beroep ingesteld tegen deze beslissing. Zij heeft hierbij onder meer aangevoerd dat Canonical bij het onderzoek en de besluitvorming in strijd heeft gehandeld met haar eigen interne no-tolerance beleid terzake intimidatie als beschreven in het Canonical Global Handbook 2024. 1.10. In de beslissing op het beroep van 25 september 2025 (Re-Outcome of Grievance Appeal), heeft [naam 1] ( [functie 8] ) geconcludeerd dat de klachten zorgvuldig zijn onderzocht (“We have a robust process to thoroughly investigate allegations” ) en dat de oorspronkelijke beslissing wordt gehandhaafd. 1.11. [verzoekster] heeft zich op 6 oktober 2025 ziek gemeld. 1.12. In reactie daarop heeft Canonical haar erop gewezen dat [verzoekster] niet bij Canonical in dienst is en de betalingen aan [verzoekster] stopgezet. 1.13. Bij e-mail van 23 oktober 2025 heeft de toenmalig gemachtigde van [verzoekster] laten weten dat [verzoekster] zich op het standpunt stelt dat zij werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst en dat zij aanspraak maakt op achterstallig loon en vakantietoeslag. 1.14. Bij e-mail van 5 november 2025 heeft Barrett namens Canonical dit standpunt betwist. 1.15. Op 1 december 2025 heeft Canonical de overeenkomst met [verzoekster] / [naam eenmanszaak] opgezegd tegen 30 november 2025. Verzoek 2. [verzoekster] verzoekt om haar ten laste van Canonical een billijke vergoeding toe te kennen van € 300.000,00 bruto op grond van artikel 7:681 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Volledig
Daarnaast maakt [verzoekster] aanspraak op € 3.749,89 bruto aan transitievergoeding, € 15.335,66 bruto wegens onregelmatige opzegging en € 24.212,95 bruto aan achterstallig salaris (inclusief vakantietoeslag), een en ander vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, met veroordeling van Canonical in de kosten van de procedure. 3. [verzoekster] stelt hiertoe – kort samengevat – dat tussen partijen sprake was van een arbeidsovereenkomst, die niet rechtsgeldig door Canonical is opgezegd omdat geen sprake is van een dringende reden. Een nietige opzegging is op zichzelf grond voor een billijke vergoeding. Canonical heeft volgens [verzoekster] ernstig verwijtbaar gehandeld, welk handelen heeft geleid tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Zij voert daartoe – kort samengevat – het volgende aan. [verzoekster] is arbeidsongeschikt geraakt naar aanleiding van seksueel grensoverschrijdend gedrag door mannelijke collega’s in leidinggevende posities. Zij heeft daar melding van gemaakt bij Canonical en de wijze waarop Canonical die melding heeft afgewerkt is onzorgvuldig geweest. Haar melding dient te worden aangemerkt als een misstand in de zin van de wet bescherming klokkenluiders als onder de Whistleblowing-regeling van het handboek van Canonical. Canonical heeft de als arbeidsovereenkomst aan te merken opdrachtovereenkomst formeel opgezegd wegens het niet langer vervullen van de werkzaamheden wegens arbeidsongeschiktheid. Nu de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van het gemelde gedrag en de wijze waarop die melding is behandeld kwalificeert de beëindiging als verboden benadeling. Verweer 4. Canonical verweert zich tegen het verzoek en heeft uiteengezet waarom de opdrachtovereenkomst niet moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Voor het geval het verzoek van [verzoekster] (gedeeltelijk) wordt toegewezen, verzoekt Canonical de verzochte billijke vergoeding af te wijzen of te matigen. 5. Canonical verzoekt bij wijze van zelfstandig tegenverzoek om [verzoekster] te veroordelen tot vergoeding van alle schade die Canonical lijdt en zal lijden als gevolg van een al dan niet terugwerkende inhoudings- en afdrachtsverplichting ter zake loonheffingen en sociale premies, daaronder begrepen de verschuldigde loonheffingen en premies, heffings- invorderingsrente, bestuurlijke boetes en redelijke (advies- en proces)kosten die Canonical moet maken om aan die verplichtingen te voldoen of zich daartegen te verweren, op te maken bij staat. Verder verzoekt Canonical [verzoekster] te veroordelen tot terugbetaling van Canonical van het bedrag aan omzetbelasting dat over de door [naam eenmanszaak] gefactureerde vergoedingen is voldaan, voor zover deze vergoedingen bij kwalificatie als arbeidsovereenkomst als loon buiten de heffing van omzetbelasting dienen te worden aangemerkt, dan wel tot vergoeding van de schade die Canonical lijdt als gevolg van correcties ter zake omzetbelasting waaronder begrepen rente, boetes en kosten, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. 6. De stellingen van partijen zullen hierna, voorzover voor de beoordeling van belang, aan de orde komen. Beoordeling Verzoeken van [verzoekster] Arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht 7. In onderhavige procedure zal eerst worden beoordeeld of de arbeidsverhouding tussen partijen moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht of als arbeidsovereenkomst en als het een arbeidsovereenkomst is, of deze rechtsgeldig is opgezegd. 8. Artikel 7:610 lid 1 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. In zijn arrest van 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:443, Deliveroo) heeft de Hoge Raad ten aanzien van de zogenaamde kwalificatievraag bevestigd dat door uitleg aan de hand van de Haviltex-maatstaf moet worden vastgesteld welke rechten en plichten partijen zijn overeengekomen. Als de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als zodanig worden aangemerkt. Voor de kwalificatie is niet van belang of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen (rov. 3.2.4). Of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien (3.2.5), waarbij onder meer van belang kan zijn: 1. de aard en duur van de werkzaamheden; 2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald; 3. de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht; 4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren; 5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen; 6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd; 7. de hoogte van deze beloningen; 8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt; 9. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur van waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt. Het gewicht dat toekomt aan een contractueel beding bij beantwoording van de vraag of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, hangt mede af van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht. Relevante omstandigheden 9. Aan de hand van alle feiten en omstandigheden zal beoordeeld worden of de tussen partijen bestaande arbeidsverhouding moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst 10. Tussen partijen is niet in geschil dat [verzoekster] haar werkzaamheden is gestart nadat tussen partijen een overeenkomst van opdracht was gesloten met betrekking tot die werkzaamheden. [verzoekster] heeft tot zij zich in oktober 2025 ziek heeft gemeld werkzaamheden voor Canonical verricht en daarvoor vanuit haar eenmanszaak [naam eenmanszaak] maandelijks vaste bedragen gefactureerd die door Canonical zijn betaald. Aard en duur van de werkzaamheden 11. Vast staat dat [verzoekster] vanaf het begin van de overeenkomst in augustus 2024 fulltime (40 uur) in en met het Sales- en Marketingteam van Canonical heeft gewerkt. De werkzaamheden hielden in dat [verzoekster] op een “Senior” Level zich ging bezighouden met eventmanagement. Onweersproken is dat [verzoekster] als [functie 2] meer dan 120 evenementen per jaar bij Canonical diende te organiseren. In het door haar ontvangen Welcome Pack (productie 5 bij verzoekschrift) en uit het interne ‘Events Playbook’ met vaste evenementenprogramma’s van Canonical blijkt dat het werk van [functie 2] een structureel karakter heeft. 11. Canonical voert aan dat [verzoekster] de werkzaamheden volledig op afstand uitvoerde (vanuit haar home-office) en dat Canonical een flexibel urenmodel hanteert; er wordt geen registratie van werktijden bijgehouden, anders dan ten behoeve van de facturatie door [naam eenmanszaak] . De inrichting van de werkzaamheden was afhankelijk van project deadlines en internationale afstemming. De voorschriften in de Contractor Agreement en andere redelijke instructies waren gericht op de projectinhoud en voorgangsbewaking, niet op aansturing van werkwijze of aanwezigheid. 11. Zoals hierboven geciteerd onder 1.5 en 1.6 bevat de overeenkomst tussen Canonical en [naam eenmanszaak] een aantal specifieke bepalingen waaraan [verzoekster] als opdrachtnemer diende te voldoen. Dat zij “no less thans 40 hours” moest werken blijkt ondermeer uit de aanvulling van de opdrachtovereenkomst uit juli 2025.
Volledig
Daarnaast maakt [verzoekster] aanspraak op € 3.749,89 bruto aan transitievergoeding, € 15.335,66 bruto wegens onregelmatige opzegging en € 24.212,95 bruto aan achterstallig salaris (inclusief vakantietoeslag), een en ander vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, met veroordeling van Canonical in de kosten van de procedure. 3. [verzoekster] stelt hiertoe – kort samengevat – dat tussen partijen sprake was van een arbeidsovereenkomst, die niet rechtsgeldig door Canonical is opgezegd omdat geen sprake is van een dringende reden. Een nietige opzegging is op zichzelf grond voor een billijke vergoeding. Canonical heeft volgens [verzoekster] ernstig verwijtbaar gehandeld, welk handelen heeft geleid tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Zij voert daartoe – kort samengevat – het volgende aan. [verzoekster] is arbeidsongeschikt geraakt naar aanleiding van seksueel grensoverschrijdend gedrag door mannelijke collega’s in leidinggevende posities. Zij heeft daar melding van gemaakt bij Canonical en de wijze waarop Canonical die melding heeft afgewerkt is onzorgvuldig geweest. Haar melding dient te worden aangemerkt als een misstand in de zin van de wet bescherming klokkenluiders als onder de Whistleblowing-regeling van het handboek van Canonical. Canonical heeft de als arbeidsovereenkomst aan te merken opdrachtovereenkomst formeel opgezegd wegens het niet langer vervullen van de werkzaamheden wegens arbeidsongeschiktheid. Nu de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van het gemelde gedrag en de wijze waarop die melding is behandeld kwalificeert de beëindiging als verboden benadeling. Verweer 4. Canonical verweert zich tegen het verzoek en heeft uiteengezet waarom de opdrachtovereenkomst niet moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Voor het geval het verzoek van [verzoekster] (gedeeltelijk) wordt toegewezen, verzoekt Canonical de verzochte billijke vergoeding af te wijzen of te matigen. 5. Canonical verzoekt bij wijze van zelfstandig tegenverzoek om [verzoekster] te veroordelen tot vergoeding van alle schade die Canonical lijdt en zal lijden als gevolg van een al dan niet terugwerkende inhoudings- en afdrachtsverplichting ter zake loonheffingen en sociale premies, daaronder begrepen de verschuldigde loonheffingen en premies, heffings- invorderingsrente, bestuurlijke boetes en redelijke (advies- en proces)kosten die Canonical moet maken om aan die verplichtingen te voldoen of zich daartegen te verweren, op te maken bij staat. Verder verzoekt Canonical [verzoekster] te veroordelen tot terugbetaling van Canonical van het bedrag aan omzetbelasting dat over de door [naam eenmanszaak] gefactureerde vergoedingen is voldaan, voor zover deze vergoedingen bij kwalificatie als arbeidsovereenkomst als loon buiten de heffing van omzetbelasting dienen te worden aangemerkt, dan wel tot vergoeding van de schade die Canonical lijdt als gevolg van correcties ter zake omzetbelasting waaronder begrepen rente, boetes en kosten, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. 6. De stellingen van partijen zullen hierna, voorzover voor de beoordeling van belang, aan de orde komen. Beoordeling Verzoeken van [verzoekster] Arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht 7. In onderhavige procedure zal eerst worden beoordeeld of de arbeidsverhouding tussen partijen moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht of als arbeidsovereenkomst en als het een arbeidsovereenkomst is, of deze rechtsgeldig is opgezegd. 8. Artikel 7:610 lid 1 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. In zijn arrest van 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:443, Deliveroo) heeft de Hoge Raad ten aanzien van de zogenaamde kwalificatievraag bevestigd dat door uitleg aan de hand van de Haviltex-maatstaf moet worden vastgesteld welke rechten en plichten partijen zijn overeengekomen. Als de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als zodanig worden aangemerkt. Voor de kwalificatie is niet van belang of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen (rov. 3.2.4). Of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien (3.2.5), waarbij onder meer van belang kan zijn: 1. de aard en duur van de werkzaamheden; 2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald; 3. de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht; 4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren; 5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen; 6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd; 7. de hoogte van deze beloningen; 8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt; 9. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur van waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt. Het gewicht dat toekomt aan een contractueel beding bij beantwoording van de vraag of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, hangt mede af van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht. Relevante omstandigheden 9. Aan de hand van alle feiten en omstandigheden zal beoordeeld worden of de tussen partijen bestaande arbeidsverhouding moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst 10. Tussen partijen is niet in geschil dat [verzoekster] haar werkzaamheden is gestart nadat tussen partijen een overeenkomst van opdracht was gesloten met betrekking tot die werkzaamheden. [verzoekster] heeft tot zij zich in oktober 2025 ziek heeft gemeld werkzaamheden voor Canonical verricht en daarvoor vanuit haar eenmanszaak [naam eenmanszaak] maandelijks vaste bedragen gefactureerd die door Canonical zijn betaald. Aard en duur van de werkzaamheden 11. Vast staat dat [verzoekster] vanaf het begin van de overeenkomst in augustus 2024 fulltime (40 uur) in en met het Sales- en Marketingteam van Canonical heeft gewerkt. De werkzaamheden hielden in dat [verzoekster] op een “Senior” Level zich ging bezighouden met eventmanagement. Onweersproken is dat [verzoekster] als [functie 2] meer dan 120 evenementen per jaar bij Canonical diende te organiseren. In het door haar ontvangen Welcome Pack (productie 5 bij verzoekschrift) en uit het interne ‘Events Playbook’ met vaste evenementenprogramma’s van Canonical blijkt dat het werk van [functie 2] een structureel karakter heeft. 11. Canonical voert aan dat [verzoekster] de werkzaamheden volledig op afstand uitvoerde (vanuit haar home-office) en dat Canonical een flexibel urenmodel hanteert; er wordt geen registratie van werktijden bijgehouden, anders dan ten behoeve van de facturatie door [naam eenmanszaak] . De inrichting van de werkzaamheden was afhankelijk van project deadlines en internationale afstemming. De voorschriften in de Contractor Agreement en andere redelijke instructies waren gericht op de projectinhoud en voorgangsbewaking, niet op aansturing van werkwijze of aanwezigheid. 11. Zoals hierboven geciteerd onder 1.5 en 1.6 bevat de overeenkomst tussen Canonical en [naam eenmanszaak] een aantal specifieke bepalingen waaraan [verzoekster] als opdrachtnemer diende te voldoen. Dat zij “no less thans 40 hours” moest werken blijkt ondermeer uit de aanvulling van de opdrachtovereenkomst uit juli 2025.
Volledig
Met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden staat in de opdrachtovereenkomst opgenomen dat de werkzaamheden zo moeten worden uitgevoerd dat sprake is van een tevreden stemmende werkprestatie in overeenstemming met de verzoeken en instructies van Canonical, dat [verzoekster] Canonical’s kantoren moet bezoeken en op verzoek van Canonical van tijd tot tijd moet reizen naar door Canonical op te dragen locaties, dat [verzoekster] zo prompt aan Canonical alle informatie en rapportages diende te geven als in redelijkheid kon worden gevraagd in relatie tot de uit te voeren werkzaamheden of de bedrijfsvoering van Canonical. [verzoekster] heeft gemotiveerd aangevoerd haar werkzaamheden gewoonlijk te verrichtten tussen 9.00 en 18.00 uur, ook omdat zij teambijeenkomsten had en dat zij haar werkzaamheden uitvoerde binnen en in overleg met het (Europese) Sales- en Marketingteam. Volgens [verzoekster] was er met betrekking tot de werkzaamheden en de uit te voeren werkzaamheden geen verschil in behandeling tussen werknemers met een arbeidsovereenkomst en ‘contracters’ binnen het Sales- en Marketingteam. Inbedding 14. [verzoekster] had als taak het organiseren van verkoopevenementen. Het betrof ca. 250 evenementen per jaar in diverse landen. 14. Canonical wijst erop dat de door [verzoekster] georganiseerde evenementen een extern en projectmatig karakter hadden. [verzoekster] verkreeg toegang tot de systemen om samenwerking met interne teams mogelijk te maken. Daarbij vond periodieke afstemming plaats over de voortgang van evenementen en bijbehorende werkzaamheden, in het kader van de lopende projecten. [verzoekster] verrichtte volgens Canonical een afgebakende taak die losstaat vaan de kernorganisatie. Het organiseren van events kan immers ook door een externe partij worden gedaan, zoals in het verleden ook daadwerkelijk is gebeurd. Canonical trekt hierbij de vergelijking met werkzaamheden van beveiligings- of schoonmaakdiensten. 14. [verzoekster] heeft onbetwist aangevoerd dat zij geacht werd wekelijks deel te nemen aan teamvergaderingen, onder andere met de leden van de marketingorganisatie, ook in andere landen. [verzoekster] maakte gebruik van de interne systemen, applicaties, roosters en procedures van Canonical en ondertekende haar correspondentie met een Canonical-handtekening. Ook was het Company Handbook op haar van toepassing. In totaal werkten binnen de marketingorganisatie van Canonical circa 50 personen. [verzoekster] verwijst naar het door haar als productie 5 overgelegde organogram dat was opgenomen in het ‘Welcome Pack’. [verzoekster] heeft onbetwist aangevoerd dat een deel van de genoemde personen in loondienst werkt, namelijk in die landen waar Canonical over een juridische entiteit beschikt. Er vonden beoordelingsgesprekken met haar plaats en naar aanleiding van haar beoordeling kreeg zij in de zomer van 2025 een bonus. Verplichting werkzaamheden persoonlijk uit te voeren 17. Uit de afspraken tussen partijen op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst volgt niet dat [verzoekster] zich kon laten vervangen. Immers, volgens het contract mochten alleen administratieve taken e.d. worden uitgevoerd door een derde partij, en dan nog slechts na toestemming van Canonical. De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand gekomen is 18. Canonical heeft bevestigd dat het initiatief om een opdrachtovereenkomst af te spreken van haar is uitgegaan. Zij heeft toegelicht dat zij nu eenmaal niet beschikt over een Nederlandse entiteit, zodat het volgens haar niet mogelijk is om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. In de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk zijn naast zzp-ers (“contracters”) ook werknemers (“employees”) in dienst. [verzoekster] heeft erop gewezen dat zij bij aanvang van de sollicitatieprocedure en tijdens de eerste gesprekken niet wist dat zij slechts als zzp-er aan de slag kon. In totaal werden er vijf gesprekken gevoerd voordat zij werd aangenomen. Canonical heeft haar uitgelegd dat zij een eenmanszaak moest oprichten om voor Canonical te kunnen werken, wat zij vervolgens heeft gedaan, resulterend in de oprichting van [naam eenmanszaak] . Beloning, commercieel risico en ondernemerschap 19. [verzoekster] ontving via haar eenmanszaak [naam eenmanszaak] een maandelijkse vergoeding van laatstelijk € 7.667,83 exclusief btw per maand. [verzoekster] heeft aangevoerd dat zij bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding geen onderhandelingsruimte had. Tevens stelt [verzoekster] dat het beloningsniveau aansloot bij het interne functiewaarderingsysteem van Canonical voor de betreffende functie. [verzoekster] werd doorbetaald tijdens vakantie. Zij had 21 vakantiedagen per jaar. [verzoekster] liep geen omzet- of debiteurenrisico en had naast haar werkweek bij Canonical geen ruimte of nog werkzaamheden te verrichten voor derden. Conclusie arbeidsovereenkomst 20. De kantonrechter komt op grond van de hierboven gegeven weergave van de afspraken en feitelijke gang van zaken tot de conclusie dat de samenwerking tussen partijen moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. 20. Doorslaggevend is het gegeven dat [verzoekster] full-time voor Canonical aan het werk was, geen andere opdrachtgevers had en ook niet had kunnen hebben omdat zij tenminste 40 uur per week voor Canonical werkzaamheden diende uit te voeren in overeenstemming met de instructies en aanwijzingen van Canonical, zoals onder andere verwoord in het handboek van Canonical. Voor die meer dan veertig uur per week werken ontving zij van Canonical een vaste maandelijkse vergoeding. Canonical heeft niet betwist dat [verzoekster] tijdens de in overleg met Canonical opgenomen vakantiedagen werd doorbetaald. [verzoekster] was ingebed in de werkorganisatie van Canonical; zij nam wekelijks deel aan meerdere teamoverleggen, zij had funcioneringsgesprekken en kon een bonus toegekend krijgen. Het grote aantal door [verzoekster] georganiseerde evenementen wijst erop dat deze bijeenkomsten een vast onderdeel uitmaken van de werkwijze van het marketing- en sales team van Canonical. Dit, de specifieke eisen die Canonical aan de functie van [verzoekster] stelde en de haar toebedeelde verantwoordelijkheden onderstrepen dat [verzoekster] als [functie 2] was ingebed in de marketingorganisatie van Canonical. Het ondernemersrisico van [verzoekster] beperkte zich tot het risico dat de opdrachtovereenkomst door Canonical kon worden opgezegd. 20. Het argument van Canonical dat zij nu niet beschikt over een Nederlandse entiteit, waardoor het voor haar niet mogelijk is om een arbeidsovereenkomst aan te bieden, kan op zichzelf niet leiden tot een ander oordeel, nog daargelaten dat deze keuze geheel voor haar rekening komt. Canonical had er bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen om een payrollbedrijf in de arm te nemen om de uitvoering in Nederland van het werkgeverschap op zich te nemen. Opzegging en ernstige verwijtbaarheid 23. Canonical heeft aangevoerd dat zij [verzoekster] althans [naam eenmanszaak] niet meer heeft doorbetaald toen zij zich ziek meldde op 6 oktober 2025, omdat er nu eenmaal alleen een vergoeding werd betaald voor geleverde diensten, waarna de samenwerking is opgezegd. Gelet op het oordeel dat er een arbeidsovereenkomst bestond tussen partijen, moet worden vastgesteld dat Canonical heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Op grond van artikel 7:681 lid 1 BW is de ernstige verwijtbaarheid aan de kant van Canonical gegeven. Vergoedingen 24. [verzoekster] heeft, gelet op het voorgaande, recht op de transitievergoeding en op de gefixeerde schadevergoeding over de niet in acht genomen opzegtermijn. 24. De hoogte van deze bedragen wordt vastgesteld aan de hand van de hoogte van het bruto maandloon. Volgens Canonical is niet het overeengekomen zzp-tarief van € 7.667,83 maar € 5.000,00 bruto per maand een marktconform salaris in loondienst voor een vergelijkbare functie als die van [verzoekster] . Met [verzoekster] wordt geoordeeld dat Canonical dit laatste bedrag op geen enkele wijze heeft onderbouwd.
Volledig
Met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden staat in de opdrachtovereenkomst opgenomen dat de werkzaamheden zo moeten worden uitgevoerd dat sprake is van een tevreden stemmende werkprestatie in overeenstemming met de verzoeken en instructies van Canonical, dat [verzoekster] Canonical’s kantoren moet bezoeken en op verzoek van Canonical van tijd tot tijd moet reizen naar door Canonical op te dragen locaties, dat [verzoekster] zo prompt aan Canonical alle informatie en rapportages diende te geven als in redelijkheid kon worden gevraagd in relatie tot de uit te voeren werkzaamheden of de bedrijfsvoering van Canonical. [verzoekster] heeft gemotiveerd aangevoerd haar werkzaamheden gewoonlijk te verrichtten tussen 9.00 en 18.00 uur, ook omdat zij teambijeenkomsten had en dat zij haar werkzaamheden uitvoerde binnen en in overleg met het (Europese) Sales- en Marketingteam. Volgens [verzoekster] was er met betrekking tot de werkzaamheden en de uit te voeren werkzaamheden geen verschil in behandeling tussen werknemers met een arbeidsovereenkomst en ‘contracters’ binnen het Sales- en Marketingteam. Inbedding 14. [verzoekster] had als taak het organiseren van verkoopevenementen. Het betrof ca. 250 evenementen per jaar in diverse landen. 14. Canonical wijst erop dat de door [verzoekster] georganiseerde evenementen een extern en projectmatig karakter hadden. [verzoekster] verkreeg toegang tot de systemen om samenwerking met interne teams mogelijk te maken. Daarbij vond periodieke afstemming plaats over de voortgang van evenementen en bijbehorende werkzaamheden, in het kader van de lopende projecten. [verzoekster] verrichtte volgens Canonical een afgebakende taak die losstaat vaan de kernorganisatie. Het organiseren van events kan immers ook door een externe partij worden gedaan, zoals in het verleden ook daadwerkelijk is gebeurd. Canonical trekt hierbij de vergelijking met werkzaamheden van beveiligings- of schoonmaakdiensten. 14. [verzoekster] heeft onbetwist aangevoerd dat zij geacht werd wekelijks deel te nemen aan teamvergaderingen, onder andere met de leden van de marketingorganisatie, ook in andere landen. [verzoekster] maakte gebruik van de interne systemen, applicaties, roosters en procedures van Canonical en ondertekende haar correspondentie met een Canonical-handtekening. Ook was het Company Handbook op haar van toepassing. In totaal werkten binnen de marketingorganisatie van Canonical circa 50 personen. [verzoekster] verwijst naar het door haar als productie 5 overgelegde organogram dat was opgenomen in het ‘Welcome Pack’. [verzoekster] heeft onbetwist aangevoerd dat een deel van de genoemde personen in loondienst werkt, namelijk in die landen waar Canonical over een juridische entiteit beschikt. Er vonden beoordelingsgesprekken met haar plaats en naar aanleiding van haar beoordeling kreeg zij in de zomer van 2025 een bonus. Verplichting werkzaamheden persoonlijk uit te voeren 17. Uit de afspraken tussen partijen op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst volgt niet dat [verzoekster] zich kon laten vervangen. Immers, volgens het contract mochten alleen administratieve taken e.d. worden uitgevoerd door een derde partij, en dan nog slechts na toestemming van Canonical. De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand gekomen is 18. Canonical heeft bevestigd dat het initiatief om een opdrachtovereenkomst af te spreken van haar is uitgegaan. Zij heeft toegelicht dat zij nu eenmaal niet beschikt over een Nederlandse entiteit, zodat het volgens haar niet mogelijk is om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. In de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk zijn naast zzp-ers (“contracters”) ook werknemers (“employees”) in dienst. [verzoekster] heeft erop gewezen dat zij bij aanvang van de sollicitatieprocedure en tijdens de eerste gesprekken niet wist dat zij slechts als zzp-er aan de slag kon. In totaal werden er vijf gesprekken gevoerd voordat zij werd aangenomen. Canonical heeft haar uitgelegd dat zij een eenmanszaak moest oprichten om voor Canonical te kunnen werken, wat zij vervolgens heeft gedaan, resulterend in de oprichting van [naam eenmanszaak] . Beloning, commercieel risico en ondernemerschap 19. [verzoekster] ontving via haar eenmanszaak [naam eenmanszaak] een maandelijkse vergoeding van laatstelijk € 7.667,83 exclusief btw per maand. [verzoekster] heeft aangevoerd dat zij bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding geen onderhandelingsruimte had. Tevens stelt [verzoekster] dat het beloningsniveau aansloot bij het interne functiewaarderingsysteem van Canonical voor de betreffende functie. [verzoekster] werd doorbetaald tijdens vakantie. Zij had 21 vakantiedagen per jaar. [verzoekster] liep geen omzet- of debiteurenrisico en had naast haar werkweek bij Canonical geen ruimte of nog werkzaamheden te verrichten voor derden. Conclusie arbeidsovereenkomst 20. De kantonrechter komt op grond van de hierboven gegeven weergave van de afspraken en feitelijke gang van zaken tot de conclusie dat de samenwerking tussen partijen moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. 20. Doorslaggevend is het gegeven dat [verzoekster] full-time voor Canonical aan het werk was, geen andere opdrachtgevers had en ook niet had kunnen hebben omdat zij tenminste 40 uur per week voor Canonical werkzaamheden diende uit te voeren in overeenstemming met de instructies en aanwijzingen van Canonical, zoals onder andere verwoord in het handboek van Canonical. Voor die meer dan veertig uur per week werken ontving zij van Canonical een vaste maandelijkse vergoeding. Canonical heeft niet betwist dat [verzoekster] tijdens de in overleg met Canonical opgenomen vakantiedagen werd doorbetaald. [verzoekster] was ingebed in de werkorganisatie van Canonical; zij nam wekelijks deel aan meerdere teamoverleggen, zij had funcioneringsgesprekken en kon een bonus toegekend krijgen. Het grote aantal door [verzoekster] georganiseerde evenementen wijst erop dat deze bijeenkomsten een vast onderdeel uitmaken van de werkwijze van het marketing- en sales team van Canonical. Dit, de specifieke eisen die Canonical aan de functie van [verzoekster] stelde en de haar toebedeelde verantwoordelijkheden onderstrepen dat [verzoekster] als [functie 2] was ingebed in de marketingorganisatie van Canonical. Het ondernemersrisico van [verzoekster] beperkte zich tot het risico dat de opdrachtovereenkomst door Canonical kon worden opgezegd. 20. Het argument van Canonical dat zij nu niet beschikt over een Nederlandse entiteit, waardoor het voor haar niet mogelijk is om een arbeidsovereenkomst aan te bieden, kan op zichzelf niet leiden tot een ander oordeel, nog daargelaten dat deze keuze geheel voor haar rekening komt. Canonical had er bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen om een payrollbedrijf in de arm te nemen om de uitvoering in Nederland van het werkgeverschap op zich te nemen. Opzegging en ernstige verwijtbaarheid 23. Canonical heeft aangevoerd dat zij [verzoekster] althans [naam eenmanszaak] niet meer heeft doorbetaald toen zij zich ziek meldde op 6 oktober 2025, omdat er nu eenmaal alleen een vergoeding werd betaald voor geleverde diensten, waarna de samenwerking is opgezegd. Gelet op het oordeel dat er een arbeidsovereenkomst bestond tussen partijen, moet worden vastgesteld dat Canonical heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Op grond van artikel 7:681 lid 1 BW is de ernstige verwijtbaarheid aan de kant van Canonical gegeven. Vergoedingen 24. [verzoekster] heeft, gelet op het voorgaande, recht op de transitievergoeding en op de gefixeerde schadevergoeding over de niet in acht genomen opzegtermijn. 24. De hoogte van deze bedragen wordt vastgesteld aan de hand van de hoogte van het bruto maandloon. Volgens Canonical is niet het overeengekomen zzp-tarief van € 7.667,83 maar € 5.000,00 bruto per maand een marktconform salaris in loondienst voor een vergelijkbare functie als die van [verzoekster] . Met [verzoekster] wordt geoordeeld dat Canonical dit laatste bedrag op geen enkele wijze heeft onderbouwd.
Volledig
Gelet op het gegeven dat het bedrag dat partijen zijn overeengekomen tot achter de komma is gespecificeerd, moet ervan worden uitgegaan dat dit bedrag op een beredeneerde wijze tot stand is gekomen en past bij haar functie van [functie 2] . Nu hierover niets is gesteld en ook overige aanknopingspunten om een hoger bedrag vast te stellen, zoals [verzoekster] heeft bepleit, zal voor de berekening van de hiervoor benoemde vergoedingen het bruto maandloon op € 7.667,83 (inclusief vakantiegeld en overige emolumenten) worden gesteld. 24. De transitievergoeding wordt berekend op een bedrag van € 3.380,56 bruto en wordt toegewezen, evenals de gefixeerde schadevergoeding van € 15.335,66 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente als na te melden. 24. [verzoekster] heeft tevens aanspraak op een billijke vergoeding omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Canonical. Voor de vaststelling van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. 28. Bij de beoordeling van deze zaak is tot nu toe de aanleiding voor de ziekmelding van [verzoekster] en de uiteindelijke keuze van [verzoekster] om niet te kiezen voor vernietiging van de opzegging en voortzetting van haar werkzaamheden bij Canonical nog onbesproken gebleven, terwijl de gang van zaken daaromheen wel van invloed is op de mate waarin Canonical een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het betreft de klacht van [verzoekster] op 30 juli 2025 naar aanleiding van seksueel grensoverschrijdend gedrag van een aantal senior leidinggevenden zowel ten aanzien van haarzelf als ook ten aanzien van een aantal (jongere) vrouwelijke collega’s en de wijze waarop Canonical met deze klacht is omgegaan. 28. Canonical heeft, door haar laat in de sollicitatieprocedure te “dwingen” een zzp-constructie op te tuigen, [verzoekster] de bescherming onthouden die een arbeidsovereenkomst haar zou hebben geboden. Niettemin heeft [verzoekster] zich weerbaar getoond door haar klacht(en) over grensoverschrijdend gedrag door te zetten. Naar aanleiding van haar klachten en die van andere vrouwelijke medewerkers zijn aan twee managers naar aanleiding van hun gedrag op een tweetal werkgerelateerde bijeenkomsten in het buitenland stevige sancties opgelegd. Canonical heeft de klacht(en) tegen twee mannen uit het hogere management met een niet zonder meer overtuigende motivering in twee instanties (gedeeltelijk) ongegrond verklaard. Het is aannemelijk dat [verzoekster] zich door het indienen en vervolgens ongegrond verklaren van een deel van de door haar en ook door andere vrouwelijke collega’s geuite klachten tegen twee hogere managers kwetsbaar voelde binnen de werkorganisatie van Canonical. In die voor [verzoekster] kwetsbare periode heeft Canonical haar op geen enkele wijze ondersteund of externe ondersteuning aangeboden. Aannemelijk is dat dit heeft bijgedragen aan haar ziekmelding kort daarna. Canonical kan een zeer ernstig verwijt worden gemaakt dat zij direct na de ziekmelding van 6 oktober 2025 is gestopt met doorbetaling van de overeengekomen vergoeding en de overeenkomst zonder geldige reden heeft opgezegd. [verzoekster] was op dat moment arbeidsongeschikt en kwam daardoor per direct zonder inkomen te zitten. 28. In dit licht wordt een vergoeding van € 70.000,00 bruto billijk geacht, te vermeerderen met de wettelijke rente als na te melden. Daarbij is ook rekening gehouden met de overige toegekende vergoedingen maar ook met de arbeidsongeschiktheid van [verzoekster] die ten tijde van de zitting nog in de weg stond aan het verwerven van inkomen. loonvordering 31. [verzoekster] verzoekt betaling van achterstallig loon en vakantiegeld. 31. Geoordeeld wordt dat [verzoekster] recht heeft op doorbetaling van het loon tot het einde van het dienstverband, derhalve tot en met november 2025. Zoals hierboven al is geoordeeld wordt het loon gesteld op € 7.667,83 bruto per maand, inclusief vakantiegeld en overige emolumenten. Nu Canonical niet heeft betwist dat het salaris over oktober en november 2025 niet is betaald, zal dit worden toegewezen. Gelet op de te late betaling zijn de verhoging ex artikel 7:625 BW, beperkt tot 25%, en de wettelijke rente eveneens toewijsbaar als na te melden. Zelfstandige tegenverzoeken van Canonical 33. Canonical verzoekt bij wijze van zelfstandig tegenverzoek om haar – samengevat – ten laste van [verzoekster] te vrijwaren van alle schade door eventuele fiscale gevolgen van de kwalificatie van de rechtsverhouding tussen partijen als arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter kunnen de nadelige gevolgen van het feit dat de overeenkomst een arbeidsovereenkomst is niet contractueel eenzijdig bij de werknemer worden gelegd. Dit past niet in de beschermingsgedachte van het arbeidsrecht, zeker niet wanneer zoals in dit geval het initiatief voor de opdracht-constructie volledig door de werkgever is genomen. Dat Canonical niet anders kon dan [verzoekster] op basis van een opdrachtovereenkomst inhuren is bovendien niet juist; zij had [verzoekster] direct of via een payrollconstructie wel degelijk een arbeidsovereenkomst kunnen aanbieden. Dit verzoek wordt dan ook afgewezen. 33. Canonical verzoekt ook veroordeling van [verzoekster] tot terugbetaling van door [naam eenmanszaak] gefactureerde omzetbelasting. Als [naam eenmanszaak] , de eenmanszaak van [verzoekster] , naar aanleiding van de herkwalificatie van de Belastingdienst een BTW-teruggave zou ontvangen, hetgeen niet zeker is, en daaruit een verplichting tot terugbetaling zou ontstaan vanwege ten onrechte gefactureerde BTW, rust die op grond van de opdrachtovereenkomst op [naam eenmanszaak] , de eenmanszaak van [verzoekster] . In deze procedure, waarin [naam eenmanszaak] niet is betrokken, zal de vordering tot terugbetaling van BTW door [verzoekster] dan ook worden afgewezen. proceskosten 35. Canonical zal als de overwegend in het ongelijk gesteld partij worden veroordeeld in de kosten van beide procedures. 35. Namens [verzoekster] hebben haar gemachtigden er tijdens de voortgezette behandeling en bije-mail van 3 april 2025 herhaaldelijk op gewezen dat [verzoekster] door de opstelling van Canonical onnodig (financieel) belast is. De kantonrechter stelt vast dat het herhaaldelijk toezeggen bereid te zijn tot een minnelijke regeling, waarna er geen enkele reactie volgt inderdaad niet de schoonheidsprijs verdient. Dit is aanleiding tot het toekennen van een bijdrage in de daadwerkelijke proceskosten van [verzoekster] van € 20.000,00 inclusief (eventuele) btw ten laste van Canonical.
Volledig
Gelet op het gegeven dat het bedrag dat partijen zijn overeengekomen tot achter de komma is gespecificeerd, moet ervan worden uitgegaan dat dit bedrag op een beredeneerde wijze tot stand is gekomen en past bij haar functie van [functie 2] . Nu hierover niets is gesteld en ook overige aanknopingspunten om een hoger bedrag vast te stellen, zoals [verzoekster] heeft bepleit, zal voor de berekening van de hiervoor benoemde vergoedingen het bruto maandloon op € 7.667,83 (inclusief vakantiegeld en overige emolumenten) worden gesteld. 24. De transitievergoeding wordt berekend op een bedrag van € 3.380,56 bruto en wordt toegewezen, evenals de gefixeerde schadevergoeding van € 15.335,66 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente als na te melden. 24. [verzoekster] heeft tevens aanspraak op een billijke vergoeding omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Canonical. Voor de vaststelling van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. 28. Bij de beoordeling van deze zaak is tot nu toe de aanleiding voor de ziekmelding van [verzoekster] en de uiteindelijke keuze van [verzoekster] om niet te kiezen voor vernietiging van de opzegging en voortzetting van haar werkzaamheden bij Canonical nog onbesproken gebleven, terwijl de gang van zaken daaromheen wel van invloed is op de mate waarin Canonical een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het betreft de klacht van [verzoekster] op 30 juli 2025 naar aanleiding van seksueel grensoverschrijdend gedrag van een aantal senior leidinggevenden zowel ten aanzien van haarzelf als ook ten aanzien van een aantal (jongere) vrouwelijke collega’s en de wijze waarop Canonical met deze klacht is omgegaan. 28. Canonical heeft, door haar laat in de sollicitatieprocedure te “dwingen” een zzp-constructie op te tuigen, [verzoekster] de bescherming onthouden die een arbeidsovereenkomst haar zou hebben geboden. Niettemin heeft [verzoekster] zich weerbaar getoond door haar klacht(en) over grensoverschrijdend gedrag door te zetten. Naar aanleiding van haar klachten en die van andere vrouwelijke medewerkers zijn aan twee managers naar aanleiding van hun gedrag op een tweetal werkgerelateerde bijeenkomsten in het buitenland stevige sancties opgelegd. Canonical heeft de klacht(en) tegen twee mannen uit het hogere management met een niet zonder meer overtuigende motivering in twee instanties (gedeeltelijk) ongegrond verklaard. Het is aannemelijk dat [verzoekster] zich door het indienen en vervolgens ongegrond verklaren van een deel van de door haar en ook door andere vrouwelijke collega’s geuite klachten tegen twee hogere managers kwetsbaar voelde binnen de werkorganisatie van Canonical. In die voor [verzoekster] kwetsbare periode heeft Canonical haar op geen enkele wijze ondersteund of externe ondersteuning aangeboden. Aannemelijk is dat dit heeft bijgedragen aan haar ziekmelding kort daarna. Canonical kan een zeer ernstig verwijt worden gemaakt dat zij direct na de ziekmelding van 6 oktober 2025 is gestopt met doorbetaling van de overeengekomen vergoeding en de overeenkomst zonder geldige reden heeft opgezegd. [verzoekster] was op dat moment arbeidsongeschikt en kwam daardoor per direct zonder inkomen te zitten. 28. In dit licht wordt een vergoeding van € 70.000,00 bruto billijk geacht, te vermeerderen met de wettelijke rente als na te melden. Daarbij is ook rekening gehouden met de overige toegekende vergoedingen maar ook met de arbeidsongeschiktheid van [verzoekster] die ten tijde van de zitting nog in de weg stond aan het verwerven van inkomen. loonvordering 31. [verzoekster] verzoekt betaling van achterstallig loon en vakantiegeld. 31. Geoordeeld wordt dat [verzoekster] recht heeft op doorbetaling van het loon tot het einde van het dienstverband, derhalve tot en met november 2025. Zoals hierboven al is geoordeeld wordt het loon gesteld op € 7.667,83 bruto per maand, inclusief vakantiegeld en overige emolumenten. Nu Canonical niet heeft betwist dat het salaris over oktober en november 2025 niet is betaald, zal dit worden toegewezen. Gelet op de te late betaling zijn de verhoging ex artikel 7:625 BW, beperkt tot 25%, en de wettelijke rente eveneens toewijsbaar als na te melden. Zelfstandige tegenverzoeken van Canonical 33. Canonical verzoekt bij wijze van zelfstandig tegenverzoek om haar – samengevat – ten laste van [verzoekster] te vrijwaren van alle schade door eventuele fiscale gevolgen van de kwalificatie van de rechtsverhouding tussen partijen als arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter kunnen de nadelige gevolgen van het feit dat de overeenkomst een arbeidsovereenkomst is niet contractueel eenzijdig bij de werknemer worden gelegd. Dit past niet in de beschermingsgedachte van het arbeidsrecht, zeker niet wanneer zoals in dit geval het initiatief voor de opdracht-constructie volledig door de werkgever is genomen. Dat Canonical niet anders kon dan [verzoekster] op basis van een opdrachtovereenkomst inhuren is bovendien niet juist; zij had [verzoekster] direct of via een payrollconstructie wel degelijk een arbeidsovereenkomst kunnen aanbieden. Dit verzoek wordt dan ook afgewezen. 33. Canonical verzoekt ook veroordeling van [verzoekster] tot terugbetaling van door [naam eenmanszaak] gefactureerde omzetbelasting. Als [naam eenmanszaak] , de eenmanszaak van [verzoekster] , naar aanleiding van de herkwalificatie van de Belastingdienst een BTW-teruggave zou ontvangen, hetgeen niet zeker is, en daaruit een verplichting tot terugbetaling zou ontstaan vanwege ten onrechte gefactureerde BTW, rust die op grond van de opdrachtovereenkomst op [naam eenmanszaak] , de eenmanszaak van [verzoekster] . In deze procedure, waarin [naam eenmanszaak] niet is betrokken, zal de vordering tot terugbetaling van BTW door [verzoekster] dan ook worden afgewezen. proceskosten 35. Canonical zal als de overwegend in het ongelijk gesteld partij worden veroordeeld in de kosten van beide procedures. 35. Namens [verzoekster] hebben haar gemachtigden er tijdens de voortgezette behandeling en bije-mail van 3 april 2025 herhaaldelijk op gewezen dat [verzoekster] door de opstelling van Canonical onnodig (financieel) belast is. De kantonrechter stelt vast dat het herhaaldelijk toezeggen bereid te zijn tot een minnelijke regeling, waarna er geen enkele reactie volgt inderdaad niet de schoonheidsprijs verdient. Dit is aanleiding tot het toekennen van een bijdrage in de daadwerkelijke proceskosten van [verzoekster] van € 20.000,00 inclusief (eventuele) btw ten laste van Canonical.