Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-28
ECLI:NL:RBAMS:2026:4187
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
4,069 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4187 text/xml public 2026-05-04T09:33:45 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-28 13-335542-25 Uitspraak Eerste en enige aanleg NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4187 text/html public 2026-04-29T11:26:56 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4187 Rechtbank Amsterdam , 28-04-2026 / 13-335542-25 Vervolgings-EAB Frankrijk, artikel 11 OLW: detentieomstandigheden, wijziging in omstandigheden na een redelijke termijn, individueel gevaar weggenomen, overlevering toestaan. RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-335542-25 Datum uitspraak: 28 april 2026 UITSPRAAK op de vordering van 16 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 7 november 2025 door the Public Prosecutor at the Paris Judicial Court , Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1986 op [geboorteplaats] (Caribisch Nederland, voorheen: Nederlandse Antillen), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [BRP-adres] , feitelijk verblijfsadres: [verblijfadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting 31 december 2025 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 31 december 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. W.R. Jonk, advocaat in Amsterdam. De rechtbank heeft ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. De rechtbank heeft de zaak voor bepaalde tijd aangehouden in afwachting van een detentiegarantie van de uitvaardigende justitiële autoriteit. Zitting 29 januari 2026 De behandeling van het EAB is, met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 29 januari 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. W.R. Jonk. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tussenuitspraak 12 februari 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat voor de opgeëiste persoon sprake is van een individueel gevaar van schending van zijn grondrechten vanwege de detentieomstandigheden in de detentie-instelling van Fresnes als de overlevering zou worden toegestaan. De rechtbank heeft daarom de behandeling van de zaak aangehouden en een redelijke termijn van 60 dagen gesteld omdat er een mogelijkheid bestaat dat bij een wijziging in omstandigheden het individuele gevaar van een schending van grondrechten kan worden uitgesloten. Zitting 14 april 2026 De voorzetting van de behandeling van het EAB heeft met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling plaatsgevonden op de zitting van 14 april 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. W.R. Jonk. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 De tussenuitspraak van 12 februari 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB (paragraaf 3), de strafbaarheid van het feit (paragraaf 4), en over de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW (paragraaf 5). Wat de rechtbank daarover heeft overwogen, wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. 4 Artikel 11 OLW: Franse detentieomstandigheden Inleiding Bij tussenuitspraak van 12 februari 2026 heeft de rechtbank de behandeling van de zaak aangehouden vanwege de Franse detentieomstandigheden. De overwegingen uit deze tussenuitspraak in paragraaf 6 dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Op 10 februari 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit aanvullende informatie verstrekt: "In light of the above criteria, the Paris Public Prosecutor's Office, after considering incarceration at the Fresnes prison, has indicated that Mr. [de opgeëiste persoon] would, in principle, be assigned to Fleury-Merogis prison, which is under the jurisdiction of the Paris Interregional Prison Service, whose occupancy rate was 169.8% on January 1, 2026, according to French standards for calculating prison occupancy rates." (…) The area of sanitary facilities is therefore included in the floor area of the premises; it depends on technical constraints and varies between 1.4 and 1.8m². (…) As of 1 December 2025, the men's detention centre has 2,338 cells for adults, with 2,505 operational places, including 205 cells for the same number of operational places in the “arrivals” wing, where Mr. [de opgeëiste persoon] will be placed upon his arrival, if necessary, therefore in an individual cell.The "men's prison" wing has: - 2,026 cells with a surface area of 9 to 10m² and a theoretical capacity of 1 place, - 60 cells with a surface area of 14 to 19m² with a theoretical capacity of 3 places, - 32 cells adapted to accommodate people with reduced mobility, including 1 cell with a surface area of 11 to 12m² and a capacity of 1 place, and 31 cells with a surface area of 14 to 19m² and a capacity of 1 place, -205 cells with a surface area of 9 to 10m² with a theoretical capacity of 1 place for the “arrivals” wing.” Op 26 maart 2026 heeft het Internationaal rechtshulpcentrum (IRC) de volgende aanvullende vragen gesteld, voor zover hier relevant: 1. When detained in one of the 2026 cells or 205 cells in the arrival area with a surface area of 9 to 10m2 with a theoretical capacity of 1 place (and sanitary area between 1,4 and 1,8 m2), can you guarantee that Mr. [de opgeëiste persoon] will not be placed in that cell with more than one other person in which case he would have at least have 7,2 m2 individual floor space in that cell when detained individually (9 m2 -/- 1,8 m2 sanitary area) or 3,6 m2 individual floor space in that cell when detained with one other cellmate? Op 3 april 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende antwoorden verstrekt: "if the prisoner requests it, or if the prison authorities order it, they will be placed in solitary confinement in a cell measuring 9 to 10 m2, which includes a toilet and a washbasin. (…)" Standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB omdat er geen wijziging in omstandigheden heeft plaatsgevonden. De raadsman heeft verwezen naar een tussenuitspraak van deze rechtbank van 3 maart 2026 waarin de rechtbank aanvullende vragen heeft gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. De detentiegarantie in deze zaak is bijna gelijk aan de informatie die de rechtbank in die uitspraak onvoldoende vond. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat aanvullende vragen gesteld moeten worden aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de praktische haalbaarheid van de garantie, gelet op de bezettingsgraad en de afmetingen van het sanitair. Overigens heeft de raadsman opgemerkt dat de aanvullende informatie erg chaotisch leest en het onduidelijk is welke informatie bij welke vragen hoort, gelet op de afwijkende data. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er een wijziging in omstandigheden heeft plaatsgevonden en dat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg staat. Uit de detentiegaranties van 10 februari en 3 april 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon voldoende vierkante meters persoonlijke celruimte zal hebben, ook indien er een extra persoon in de cel wordt bijgeplaatst. Ten aanzien van de afwijkende data in de aanvullende informatie geldt dat dit moet worden gezien als een kennelijke verschrijving.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4187 text/xml public 2026-05-04T09:33:45 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-28 13-335542-25 Uitspraak Eerste en enige aanleg NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4187 text/html public 2026-04-29T11:26:56 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4187 Rechtbank Amsterdam , 28-04-2026 / 13-335542-25 Vervolgings-EAB Frankrijk, artikel 11 OLW: detentieomstandigheden, wijziging in omstandigheden na een redelijke termijn, individueel gevaar weggenomen, overlevering toestaan. RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-335542-25 Datum uitspraak: 28 april 2026 UITSPRAAK op de vordering van 16 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 7 november 2025 door the Public Prosecutor at the Paris Judicial Court , Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1986 op [geboorteplaats] (Caribisch Nederland, voorheen: Nederlandse Antillen), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [BRP-adres] , feitelijk verblijfsadres: [verblijfadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting 31 december 2025 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 31 december 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. W.R. Jonk, advocaat in Amsterdam. De rechtbank heeft ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. De rechtbank heeft de zaak voor bepaalde tijd aangehouden in afwachting van een detentiegarantie van de uitvaardigende justitiële autoriteit. Zitting 29 januari 2026 De behandeling van het EAB is, met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 29 januari 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. W.R. Jonk. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tussenuitspraak 12 februari 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat voor de opgeëiste persoon sprake is van een individueel gevaar van schending van zijn grondrechten vanwege de detentieomstandigheden in de detentie-instelling van Fresnes als de overlevering zou worden toegestaan. De rechtbank heeft daarom de behandeling van de zaak aangehouden en een redelijke termijn van 60 dagen gesteld omdat er een mogelijkheid bestaat dat bij een wijziging in omstandigheden het individuele gevaar van een schending van grondrechten kan worden uitgesloten. Zitting 14 april 2026 De voorzetting van de behandeling van het EAB heeft met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling plaatsgevonden op de zitting van 14 april 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. W.R. Jonk. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 De tussenuitspraak van 12 februari 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB (paragraaf 3), de strafbaarheid van het feit (paragraaf 4), en over de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW (paragraaf 5). Wat de rechtbank daarover heeft overwogen, wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. 4 Artikel 11 OLW: Franse detentieomstandigheden Inleiding Bij tussenuitspraak van 12 februari 2026 heeft de rechtbank de behandeling van de zaak aangehouden vanwege de Franse detentieomstandigheden. De overwegingen uit deze tussenuitspraak in paragraaf 6 dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Op 10 februari 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit aanvullende informatie verstrekt: "In light of the above criteria, the Paris Public Prosecutor's Office, after considering incarceration at the Fresnes prison, has indicated that Mr. [de opgeëiste persoon] would, in principle, be assigned to Fleury-Merogis prison, which is under the jurisdiction of the Paris Interregional Prison Service, whose occupancy rate was 169.8% on January 1, 2026, according to French standards for calculating prison occupancy rates." (…) The area of sanitary facilities is therefore included in the floor area of the premises; it depends on technical constraints and varies between 1.4 and 1.8m². (…) As of 1 December 2025, the men's detention centre has 2,338 cells for adults, with 2,505 operational places, including 205 cells for the same number of operational places in the “arrivals” wing, where Mr. [de opgeëiste persoon] will be placed upon his arrival, if necessary, therefore in an individual cell.The "men's prison" wing has: - 2,026 cells with a surface area of 9 to 10m² and a theoretical capacity of 1 place, - 60 cells with a surface area of 14 to 19m² with a theoretical capacity of 3 places, - 32 cells adapted to accommodate people with reduced mobility, including 1 cell with a surface area of 11 to 12m² and a capacity of 1 place, and 31 cells with a surface area of 14 to 19m² and a capacity of 1 place, -205 cells with a surface area of 9 to 10m² with a theoretical capacity of 1 place for the “arrivals” wing.” Op 26 maart 2026 heeft het Internationaal rechtshulpcentrum (IRC) de volgende aanvullende vragen gesteld, voor zover hier relevant: 1. When detained in one of the 2026 cells or 205 cells in the arrival area with a surface area of 9 to 10m2 with a theoretical capacity of 1 place (and sanitary area between 1,4 and 1,8 m2), can you guarantee that Mr. [de opgeëiste persoon] will not be placed in that cell with more than one other person in which case he would have at least have 7,2 m2 individual floor space in that cell when detained individually (9 m2 -/- 1,8 m2 sanitary area) or 3,6 m2 individual floor space in that cell when detained with one other cellmate? Op 3 april 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende antwoorden verstrekt: "if the prisoner requests it, or if the prison authorities order it, they will be placed in solitary confinement in a cell measuring 9 to 10 m2, which includes a toilet and a washbasin. (…)" Standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB omdat er geen wijziging in omstandigheden heeft plaatsgevonden. De raadsman heeft verwezen naar een tussenuitspraak van deze rechtbank van 3 maart 2026 waarin de rechtbank aanvullende vragen heeft gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. De detentiegarantie in deze zaak is bijna gelijk aan de informatie die de rechtbank in die uitspraak onvoldoende vond. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat aanvullende vragen gesteld moeten worden aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de praktische haalbaarheid van de garantie, gelet op de bezettingsgraad en de afmetingen van het sanitair. Overigens heeft de raadsman opgemerkt dat de aanvullende informatie erg chaotisch leest en het onduidelijk is welke informatie bij welke vragen hoort, gelet op de afwijkende data. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er een wijziging in omstandigheden heeft plaatsgevonden en dat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg staat. Uit de detentiegaranties van 10 februari en 3 april 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon voldoende vierkante meters persoonlijke celruimte zal hebben, ook indien er een extra persoon in de cel wordt bijgeplaatst. Ten aanzien van de afwijkende data in de aanvullende informatie geldt dat dit moet worden gezien als een kennelijke verschrijving.