Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-22
ECLI:NL:RBAMS:2026:4158
Strafrecht; Europees strafrecht
Tussenuitspraak
8,021 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4158 text/xml public 2026-04-29T08:14:16 2026-04-25 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-22 13-043455-26 Uitspraak Tussenuitspraak NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4158 text/html public 2026-04-28T14:10:26 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4158 Rechtbank Amsterdam , 22-04-2026 / 13-043455-26 Vervolgings-EAB Frankrijk. Tussenuitspraak. Artikel 11 OLW. Detentieomstandigheden in Frankrijk. De rechtbank heeft vastgesteld dat een individueel gevaar bestaat van schending van grondrechten wegens de detentieomstandigheden in de detentie-instelling Fleury-Mérogis. Geen concrete garanties gegeven over het exacte aantal vierkante meters waarover de opgeëiste persoon na overlevering zal beschikken in een meerpersoonscel. Het is niet aan de rechtbank om zelf een berekening te maken o.b.v. de verstrekte informatie over de verschillende cellen i.c.m. de vermelde bezettingsgraad in de desbetreffende PI. Beslissing aangehouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW. Ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, zal bij de volgende zitting worden nagegaan of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden binnen een redelijke termijn. Verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie afgewezen. RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-043455-26 Datum uitspraak: 22 april 2026 TUSSENUITSPRAAK op de vordering van 20 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 27 januari 2025 door the Deputy Prosecutor van de Bobigny Court of Justice , Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] (Frankrijk), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in [J.C.] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 april 2026, in aanwezigheid van mr. J.J.M. Asbroek, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. Y. ten Tuijnte, advocaat in Arnhem, en door een tolk in de Franse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Franse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 22 januari 2025 uitgevaardigd door the investigating judge at the Bobigny court of Justice met prosecution No . 24 296 000 140, Investigation no. JI 14/24/16. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: deelneming aan een criminele organisatie; ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5 Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Frankrijk 5.1 Inleiding In twee uitspraken van 5 augustus 2025 heeft de rechtbank een algemeen gevaar van schending van grondrechten aangenomen voor personen die worden gedetineerd op een mannenafdeling in een Huis van Bewaring in Frankrijk. Dat algemene gevaar betreft het structurele probleem van overbevolking, waardoor er een reëel risico bestaat dat gedetineerden worden geplaatst in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte van minder dan 3 m². Verdachten en personen met een (rest)straf van niet meer dan twee jaar worden in een Huis van Bewaring gedetineerd. Gelet op dit algemeen gevaar heeft het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) van het openbaar ministerie gevraagd waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd en hoe de omstandigheden aldaar zijn. Bij brief van 5 maart 2026 heeft the Public Prosecutor - Directorate of Criminal Affairs and Pardons in Bobigny – voor zover relevant – de volgende aanvullende informatie verstrekt: " (…) the Bobigny Public Prosecutor's Office is able to indicate that Mr [de opgeëiste persoon] would, in principle, be eligible for placement in the prison in FLEURY MEROGIS, within the jurisdiction of the Appeal Court Paris, which had an occupancy rate of 174.3% on February 26, 2026, according to French standards for calculating the occupancy rate of prisons. However, this is a temporary assignment and, if convicted after being handed over to the French authorities, Mr [de opgeëiste persoon] will be subject to a procedure known as "orientation", which may result in his transfer to another prison. (…) 1 The conditions of imprisonment of Mr [de opgeëiste persoon] 1.1 The specific features of French regulations applicable to the calculation of accommodation capacity in French prisons On February 26, 2026, Fleury-Mérogis Prison had an overall occupation rate of 174.6 % which means that prisoners are being assigned to cells that exceed their theoretical capacity due to overcrowding. (…) Due to the methodological difference in calculating the surface area of cells and the personal space available to each prisoner between French regulations and the standards derived from European jurisprudence, it is not possible for the French authorities to provide the guarantees requested regarding the minimum surface area available to the prisoner when he is handed over to the French judicial authorities since the occupancy rate of prisons, defined according to French regulatory standards, is by definition variable and linked to the date of surrender of the wanted person, which is unknown at this stag (…) 1.2 The açtual conditions of imprisonment of Mr [de opgeëiste persoon] in the FLEURY MEROGIS remand centre The FLEURY-MÉROGIS prison, the largest prison in Europe, consists of a "men's remand centre" (MAH) for undertrial persons, as is the case with Mr [de opgeëiste persoon] . (...) As of February 2026, the MAH has 2,338 cells dedicated to adults, with 2505 effective places, including 205 cells for the same number of effective places in the arrival wing. The MAH has: - 2026 cells with a surface area of 9 to 10 m2 and a theoretical capacity of 1 place, - 60 cells with a surface area of 14 to 19 m2 with a theoretical capacity of 3 places, - 32 cells equipped to accommodate persons with reduced mobility, including 1 cell with a surface area of 11 to 12m2and a capacity of 1 place, and 31 cells with a surface area of 14 to 19m2 and a capacity of 1 place, - 205 cells with a surface area of 9 to 10 m2 and a theoretical capacity of one place for new arrivals. On February 26, 2026, Fleury-Mérogis prison had an overall occupancy rate of 174.3%, which means that prisoners are assigned to cells that exceed their theoretical capacity due to overcrowding; 349 prisoners were forced to sleep on mattresses on the floor. (…) ” In een e-mailbericht van 19 maart 2026 heeft het IRC de volgende aanvullende vragen gesteld: "1. Can you confirm that mr. [de opgeëiste persoon] will be placed in the arrival wing? 2.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4158 text/xml public 2026-04-29T08:14:16 2026-04-25 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-22 13-043455-26 Uitspraak Tussenuitspraak NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4158 text/html public 2026-04-28T14:10:26 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4158 Rechtbank Amsterdam , 22-04-2026 / 13-043455-26 Vervolgings-EAB Frankrijk. Tussenuitspraak. Artikel 11 OLW. Detentieomstandigheden in Frankrijk. De rechtbank heeft vastgesteld dat een individueel gevaar bestaat van schending van grondrechten wegens de detentieomstandigheden in de detentie-instelling Fleury-Mérogis. Geen concrete garanties gegeven over het exacte aantal vierkante meters waarover de opgeëiste persoon na overlevering zal beschikken in een meerpersoonscel. Het is niet aan de rechtbank om zelf een berekening te maken o.b.v. de verstrekte informatie over de verschillende cellen i.c.m. de vermelde bezettingsgraad in de desbetreffende PI. Beslissing aangehouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW. Ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, zal bij de volgende zitting worden nagegaan of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden binnen een redelijke termijn. Verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie afgewezen. RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-043455-26 Datum uitspraak: 22 april 2026 TUSSENUITSPRAAK op de vordering van 20 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 27 januari 2025 door the Deputy Prosecutor van de Bobigny Court of Justice , Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] (Frankrijk), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in [J.C.] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 april 2026, in aanwezigheid van mr. J.J.M. Asbroek, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. Y. ten Tuijnte, advocaat in Arnhem, en door een tolk in de Franse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Franse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 22 januari 2025 uitgevaardigd door the investigating judge at the Bobigny court of Justice met prosecution No . 24 296 000 140, Investigation no. JI 14/24/16. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: deelneming aan een criminele organisatie; ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5 Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Frankrijk 5.1 Inleiding In twee uitspraken van 5 augustus 2025 heeft de rechtbank een algemeen gevaar van schending van grondrechten aangenomen voor personen die worden gedetineerd op een mannenafdeling in een Huis van Bewaring in Frankrijk. Dat algemene gevaar betreft het structurele probleem van overbevolking, waardoor er een reëel risico bestaat dat gedetineerden worden geplaatst in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte van minder dan 3 m². Verdachten en personen met een (rest)straf van niet meer dan twee jaar worden in een Huis van Bewaring gedetineerd. Gelet op dit algemeen gevaar heeft het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) van het openbaar ministerie gevraagd waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd en hoe de omstandigheden aldaar zijn. Bij brief van 5 maart 2026 heeft the Public Prosecutor - Directorate of Criminal Affairs and Pardons in Bobigny – voor zover relevant – de volgende aanvullende informatie verstrekt: " (…) the Bobigny Public Prosecutor's Office is able to indicate that Mr [de opgeëiste persoon] would, in principle, be eligible for placement in the prison in FLEURY MEROGIS, within the jurisdiction of the Appeal Court Paris, which had an occupancy rate of 174.3% on February 26, 2026, according to French standards for calculating the occupancy rate of prisons. However, this is a temporary assignment and, if convicted after being handed over to the French authorities, Mr [de opgeëiste persoon] will be subject to a procedure known as "orientation", which may result in his transfer to another prison. (…) 1 The conditions of imprisonment of Mr [de opgeëiste persoon] 1.1 The specific features of French regulations applicable to the calculation of accommodation capacity in French prisons On February 26, 2026, Fleury-Mérogis Prison had an overall occupation rate of 174.6 % which means that prisoners are being assigned to cells that exceed their theoretical capacity due to overcrowding. (…) Due to the methodological difference in calculating the surface area of cells and the personal space available to each prisoner between French regulations and the standards derived from European jurisprudence, it is not possible for the French authorities to provide the guarantees requested regarding the minimum surface area available to the prisoner when he is handed over to the French judicial authorities since the occupancy rate of prisons, defined according to French regulatory standards, is by definition variable and linked to the date of surrender of the wanted person, which is unknown at this stag (…) 1.2 The açtual conditions of imprisonment of Mr [de opgeëiste persoon] in the FLEURY MEROGIS remand centre The FLEURY-MÉROGIS prison, the largest prison in Europe, consists of a "men's remand centre" (MAH) for undertrial persons, as is the case with Mr [de opgeëiste persoon] . (...) As of February 2026, the MAH has 2,338 cells dedicated to adults, with 2505 effective places, including 205 cells for the same number of effective places in the arrival wing. The MAH has: - 2026 cells with a surface area of 9 to 10 m2 and a theoretical capacity of 1 place, - 60 cells with a surface area of 14 to 19 m2 with a theoretical capacity of 3 places, - 32 cells equipped to accommodate persons with reduced mobility, including 1 cell with a surface area of 11 to 12m2and a capacity of 1 place, and 31 cells with a surface area of 14 to 19m2 and a capacity of 1 place, - 205 cells with a surface area of 9 to 10 m2 and a theoretical capacity of one place for new arrivals. On February 26, 2026, Fleury-Mérogis prison had an overall occupancy rate of 174.3%, which means that prisoners are assigned to cells that exceed their theoretical capacity due to overcrowding; 349 prisoners were forced to sleep on mattresses on the floor. (…) ” In een e-mailbericht van 19 maart 2026 heeft het IRC de volgende aanvullende vragen gesteld: "1. Can you confirm that mr. [de opgeëiste persoon] will be placed in the arrival wing? 2.
Volledig
For how long will Mr [de opgeëiste persoon] be placed in this “arrivals” wing? - Will he be detained in the “arrivals” wing for the entire period he is in pre-trial detention, or - will the placement only apply for a few days and will he be transferred to another location in detention center Fleury-Mérogis at some point? 3. If the requested person spends his entire period of pre-trial detention in the “arrivals” wing: will he be placed alone, i.e. without fellow detainees, in a single cell with a floor area of 9 to 10 m2? If not, how many people will he be placed with in such a cell (or any other cell)? 3. If the requested person does not spend his entire period of pre-trial detention in the “arrivals” wing, where will he be placed? - How many square meters of personal space (excluding sanitary facilities) will Mr [de opgeëiste persoon] then have at his disposal?" Op 20 maart 2026 heeft de Substitute du procureur de la République in Bobigny per e-mail als volgt geantwoord: "1. I confirm he will be placed in the arrival wing; 2. He will not be detained in the arrival wing for the entire period of his pre-trial, the placement will only apply for a few days; 3. My colleague Mr Pauget alrealdy answered precisely to this question (see pages 4 and 5 of his answer)." 5.2 Standpunten van partijen Standpunt van de raadsman De raadsman heeft bepleit dat de opgeëiste persoon zo spoedig mogelijk wenst te worden overgeleverd aan Frankrijk en dat daarom ten aanzien van artikel 11 OLW geen verweer zal worden gevoerd. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft verzocht de behandeling van de zaak aan te houden dan wel een tussenuitspraak te doen, omdat de thans verstrekte informatie onvoldoende is om het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling voor de opgeëiste persoon weg te nemen. De gevraagde garanties kunnen niet worden verstrekt. Verder zal de opgeëiste persoon na overlevering enkele dagen op de nieuwkomersafdeling zal worden geplaatst, maar niet duidelijk is waar hij daarna wordt geplaatst. Indien de behandeling wordt aangehouden, zal nagevraagd worden of alsnog een afdoende garantie kan worden gegeven of gegarandeerd kan worden dat de opgeëiste persoon alleen op een cel komt met voldoende ruimte. 5.3 Oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat met de door de Franse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie van 5 maart 2026 en 20 maart 2026 het vastgestelde algemene gevaar niet is weggenomen voor de opgeëiste persoon. Uit deze aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid tijdelijk, voor enkele dagen, in de “ arrival wing ” van de detentie-instelling Fleury-Mérogis zal worden geplaatst. Onduidelijk is op welke afdeling de opgeëiste persoon daarna zal worden geplaatst. Voorts blijkt dat de Franse autoriteiten, vanwege de methode die zij hanteren voor het berekenen van de oppervlakte van cellen en de persoonlijke leefruimte van gedetineerden, geen concrete garanties kunnen gegeven over het exacte aantal vierkante meters waarover de opgeëiste persoon na overlevering zal beschikken in een meerpersoonscel. De Franse autoriteiten hebben alleen algemene informatie over de oppervlakte van de verschillende cellen, de theoretische capaciteit van deze cellen en de bezettingsgraad op 26 februari 2026 (174,3 procent) verstrekt. Er zijn dus geen individuele garanties ten behoeve van de opgeëiste persoon afgegeven. Het is niet aan de rechtbank om zelf een berekening te maken op basis van de verstrekte informatie over de verschillende cellen in combinatie met de vermelde bezettingsgraad in de desbetreffende penitentiaire inrichting. De rechtbank weet namelijk niet wat de impact van de overbevolking op de verdeling van de cellen is en of en zo ja, met hoeveel mensen de opgeëiste persoon in een cel zal worden geplaatst. Een geschatte berekening van de rechtbank over de vermoedelijke persoonlijke ruimte van de opgeëiste persoon is daarom geen garantie dat de opgeëiste persoon die ruimte daadwerkelijk zal krijgen, omdat dat in de verstrekte informatie niet is toegezegd door de Franse autoriteiten. De rechtbank stelt dan ook vast dat voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar bestaat van schending van zijn grondrechten wegens de detentieomstandigheden in de detentie-instelling Fleury-Mérogis als de overlevering zou worden toegestaan. Dat betekent dat de rechtbank de beslissing moet aanhouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, tenzij evident is dat het gevaar niet binnen een redelijke termijn zal worden weggenomen als gevolg van een wijziging van de omstandigheden. In dat laatste geval zou de rechtbank direct geen gevolg kunnen geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk kunnen verklaren. De rechtbank acht het niet ondenkbaar dat de hiervoor bedoelde wijziging van de omstandigheden zich binnen afzienbare tijd voordoet en ziet daarom aanleiding het onderzoek te heropenen en te schorsen. Dit betekent ook dat de rechtbank de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW aanhoudt. De rechtbank zal ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, bij de volgende zitting nagaan of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden binnen een redelijke termijn. De voortzetting van de zaak zal worden ingepland in de periode van 21 mei 2026 tot en met 30 mei 2026, zodat kan worden nagegaan of deze wijziging van omstandigheden is opgetreden. Verlenging van de beslistermijn De termijn om op het verzoek tot overlevering te beslissen loopt af op 11 mei 2026. Nu de rechtbank, gezien het voorgaande, een verlenging nodig heeft om op het verzoek tot overlevering te beslissen zal zij ook de beslistermijn verlengen met 60 dagen onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 60 dagen. 6 Verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie 6.1 Standpunten van partijen De raadsman heeft verzocht, indien de behandeling van de zaak wordt aangehouden, de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon te schorsen tot aan de einduitspraak. De opgeëiste persoon kan bij zijn familie in Nederland verblijven en is bereid daarbij een borgsom te betalen van € 5.000, -. Er is geen sprake van vluchtgevaar, nu de opgeëiste persoon de wens heeft om naar Frankrijk te worden overgeleverd. De officier van justitie heeft zich verzet tegen schorsing. Uit het EAB en de daarop betrekking hebbende stukken blijkt dat ten aanzien van de opgeëiste persoon sprake is van vluchtgevaar. De opgeëiste persoon is na zijn eerdere overlevering aan Frankrijk (in november 2024) door de Franse autoriteiten geschorst onder de voorwaarde dat hij Frankrijk niet mocht verlaten. De opgeëiste persoon is vervolgens naar Nederland gekomen en aangehouden met valse identiteitspapieren. Daarnaast heeft de raadsman onvoldoende met stukken onderbouwd dat de opgeëiste persoon in Nederland bij familie kan verblijven. 6.2 Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat geen termen aanwezig zijn om de schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon te bevelen. Zij acht op grond van de door de officier van justitie genoemde argumenten het vluchtgevaar zo reëel dat alleen vrijheidsbeneming kan voorkomen dat de opgeëiste persoon zich aan overlevering zal onttrekken. De rechtbank zal het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie afwijzen. 7 Beslissing HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd en bepaalt dat de zaak op een zitting wordt gepland in de periode van 21 mei 2026 tot en met 30 mei 2026. HOUDT AAN de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW. VERLENGT op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het derde lid van dit artikel uitspraak moet doen met 60 dagen ( eindigend 10 juli 2026 ), omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. VERLENGT op grond van artikel 27, derde lid, OLW de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met 60 dagen . BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman .
Volledig
For how long will Mr [de opgeëiste persoon] be placed in this “arrivals” wing? - Will he be detained in the “arrivals” wing for the entire period he is in pre-trial detention, or - will the placement only apply for a few days and will he be transferred to another location in detention center Fleury-Mérogis at some point? 3. If the requested person spends his entire period of pre-trial detention in the “arrivals” wing: will he be placed alone, i.e. without fellow detainees, in a single cell with a floor area of 9 to 10 m2? If not, how many people will he be placed with in such a cell (or any other cell)? 3. If the requested person does not spend his entire period of pre-trial detention in the “arrivals” wing, where will he be placed? - How many square meters of personal space (excluding sanitary facilities) will Mr [de opgeëiste persoon] then have at his disposal?" Op 20 maart 2026 heeft de Substitute du procureur de la République in Bobigny per e-mail als volgt geantwoord: "1. I confirm he will be placed in the arrival wing; 2. He will not be detained in the arrival wing for the entire period of his pre-trial, the placement will only apply for a few days; 3. My colleague Mr Pauget alrealdy answered precisely to this question (see pages 4 and 5 of his answer)." 5.2 Standpunten van partijen Standpunt van de raadsman De raadsman heeft bepleit dat de opgeëiste persoon zo spoedig mogelijk wenst te worden overgeleverd aan Frankrijk en dat daarom ten aanzien van artikel 11 OLW geen verweer zal worden gevoerd. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft verzocht de behandeling van de zaak aan te houden dan wel een tussenuitspraak te doen, omdat de thans verstrekte informatie onvoldoende is om het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling voor de opgeëiste persoon weg te nemen. De gevraagde garanties kunnen niet worden verstrekt. Verder zal de opgeëiste persoon na overlevering enkele dagen op de nieuwkomersafdeling zal worden geplaatst, maar niet duidelijk is waar hij daarna wordt geplaatst. Indien de behandeling wordt aangehouden, zal nagevraagd worden of alsnog een afdoende garantie kan worden gegeven of gegarandeerd kan worden dat de opgeëiste persoon alleen op een cel komt met voldoende ruimte. 5.3 Oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat met de door de Franse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie van 5 maart 2026 en 20 maart 2026 het vastgestelde algemene gevaar niet is weggenomen voor de opgeëiste persoon. Uit deze aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid tijdelijk, voor enkele dagen, in de “ arrival wing ” van de detentie-instelling Fleury-Mérogis zal worden geplaatst. Onduidelijk is op welke afdeling de opgeëiste persoon daarna zal worden geplaatst. Voorts blijkt dat de Franse autoriteiten, vanwege de methode die zij hanteren voor het berekenen van de oppervlakte van cellen en de persoonlijke leefruimte van gedetineerden, geen concrete garanties kunnen gegeven over het exacte aantal vierkante meters waarover de opgeëiste persoon na overlevering zal beschikken in een meerpersoonscel. De Franse autoriteiten hebben alleen algemene informatie over de oppervlakte van de verschillende cellen, de theoretische capaciteit van deze cellen en de bezettingsgraad op 26 februari 2026 (174,3 procent) verstrekt. Er zijn dus geen individuele garanties ten behoeve van de opgeëiste persoon afgegeven. Het is niet aan de rechtbank om zelf een berekening te maken op basis van de verstrekte informatie over de verschillende cellen in combinatie met de vermelde bezettingsgraad in de desbetreffende penitentiaire inrichting. De rechtbank weet namelijk niet wat de impact van de overbevolking op de verdeling van de cellen is en of en zo ja, met hoeveel mensen de opgeëiste persoon in een cel zal worden geplaatst. Een geschatte berekening van de rechtbank over de vermoedelijke persoonlijke ruimte van de opgeëiste persoon is daarom geen garantie dat de opgeëiste persoon die ruimte daadwerkelijk zal krijgen, omdat dat in de verstrekte informatie niet is toegezegd door de Franse autoriteiten. De rechtbank stelt dan ook vast dat voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar bestaat van schending van zijn grondrechten wegens de detentieomstandigheden in de detentie-instelling Fleury-Mérogis als de overlevering zou worden toegestaan. Dat betekent dat de rechtbank de beslissing moet aanhouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, tenzij evident is dat het gevaar niet binnen een redelijke termijn zal worden weggenomen als gevolg van een wijziging van de omstandigheden. In dat laatste geval zou de rechtbank direct geen gevolg kunnen geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk kunnen verklaren. De rechtbank acht het niet ondenkbaar dat de hiervoor bedoelde wijziging van de omstandigheden zich binnen afzienbare tijd voordoet en ziet daarom aanleiding het onderzoek te heropenen en te schorsen. Dit betekent ook dat de rechtbank de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW aanhoudt. De rechtbank zal ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, bij de volgende zitting nagaan of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden binnen een redelijke termijn. De voortzetting van de zaak zal worden ingepland in de periode van 21 mei 2026 tot en met 30 mei 2026, zodat kan worden nagegaan of deze wijziging van omstandigheden is opgetreden. Verlenging van de beslistermijn De termijn om op het verzoek tot overlevering te beslissen loopt af op 11 mei 2026. Nu de rechtbank, gezien het voorgaande, een verlenging nodig heeft om op het verzoek tot overlevering te beslissen zal zij ook de beslistermijn verlengen met 60 dagen onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 60 dagen. 6 Verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie 6.1 Standpunten van partijen De raadsman heeft verzocht, indien de behandeling van de zaak wordt aangehouden, de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon te schorsen tot aan de einduitspraak. De opgeëiste persoon kan bij zijn familie in Nederland verblijven en is bereid daarbij een borgsom te betalen van € 5.000, -. Er is geen sprake van vluchtgevaar, nu de opgeëiste persoon de wens heeft om naar Frankrijk te worden overgeleverd. De officier van justitie heeft zich verzet tegen schorsing. Uit het EAB en de daarop betrekking hebbende stukken blijkt dat ten aanzien van de opgeëiste persoon sprake is van vluchtgevaar. De opgeëiste persoon is na zijn eerdere overlevering aan Frankrijk (in november 2024) door de Franse autoriteiten geschorst onder de voorwaarde dat hij Frankrijk niet mocht verlaten. De opgeëiste persoon is vervolgens naar Nederland gekomen en aangehouden met valse identiteitspapieren. Daarnaast heeft de raadsman onvoldoende met stukken onderbouwd dat de opgeëiste persoon in Nederland bij familie kan verblijven. 6.2 Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat geen termen aanwezig zijn om de schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon te bevelen. Zij acht op grond van de door de officier van justitie genoemde argumenten het vluchtgevaar zo reëel dat alleen vrijheidsbeneming kan voorkomen dat de opgeëiste persoon zich aan overlevering zal onttrekken. De rechtbank zal het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie afwijzen. 7 Beslissing HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd en bepaalt dat de zaak op een zitting wordt gepland in de periode van 21 mei 2026 tot en met 30 mei 2026. HOUDT AAN de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW. VERLENGT op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het derde lid van dit artikel uitspraak moet doen met 60 dagen ( eindigend 10 juli 2026 ), omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. VERLENGT op grond van artikel 27, derde lid, OLW de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met 60 dagen . BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman .