Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-23
ECLI:NL:RBAMS:2026:4117
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,023 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4117 text/xml public 2026-04-28T12:17:29 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-23 12049612 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4117 text/html public 2026-04-28T11:31:38 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4117 Rechtbank Amsterdam , 23-04-2026 / 12049612 De huurovereenkomst wordt ontbonden en huurder moet de woning ontruimen. Huurder is niet verschenen op de zitting. Forse huurachterstand. Ambtshalve toetsing. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 12049612 \ CV EXPL 26-467 Vonnis van 23 april 2026 in de zaak van WONINGSTICHTING ROCHDALE , gevestigd te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: verhuurder, gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V., tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: huurder, procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 23 december 2025, met producties - het proces-verbaal van het mondeling antwoord; - het instructievonnis van 6 februari 2026; - de dagbepaling mondelinge behandeling. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Namens de gemachtigde van verhuurder is mr. H.T.M. Blikman verschenen. Huurder is niet verschenen, hoewel hij wel behoorlijk was opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Verhuurder heeft zijn standpunt nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 1.4. Huurder heeft op 31 maart 2026 nog een mail aan de rechtbank verstuurd, waarin hij samengevat verzoekt om een nieuwe datum voor de zitting vast te stellen. De kantonrechter kan deze mail niet in behandeling nemen, omdat tijdens de mondelinge behandeling al een datum voor vonnis was bepaald. 2 De feiten 2.1. Verhuurder verhuurt met ingang van 3 december 2019 aan huurder de woning aan het adres [adres] (hierna: de woning). De huur bedraagt € 678,89 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden model van Woningstichting Rochdale 2018 (hierna: algemene voorwaarden), van toepassing. 2.2. Huurder heeft (een deel van) de huur niet betaald. Verhuurder heeft huurder voor het eerst aangemaand op 12 december 2023 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. 2.3. Bij vonnis van 4 juli 2025 (zaaknummer 11716407/CV EXPL 25-7544) heeft de kantonrechter huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand ter hoogte van op dat moment € 9.696,29 en huurder daarbij veroordeeld in de proceskosten. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning heeft de kantonrechter afgewezen, omdat de overgelegde melding bij schuldhulpverlening gedateerd was. De kantonrechter heeft ten slotte de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden ambtshalve getoetst. 2.4. Verhuurder heeft huurder schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. Huurder heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Verhuurder heeft huurder daarna op 21 augustus 2025 bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering. 3 Het geschil 3.1. Rochdale vordert – samengevat na eisvermeerdering – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 3.235,51 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Verhuurder legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Huurder is voor de tweede keer in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. Huurder maakt zich hiermee schuldig aan herhaalde wanprestatie. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Rochdale de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. Huurder voert verweer. Huurder erkent de huurachterstand, maar voert aan dat de huurachterstand is ontstaan in de periode dat huurder geen werk had en een depressie kreeg. Inmiddels heeft huurder weer een nieuwe baan en zit hij in een schuldhulpverleningstraject. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt voorop dat in het vonnis van 4 juli 2025 de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden reeds ambtshalve zijn getoetst aan het consumentenrecht. Voor zover in de onderhavige zaak nog van belang, is in dat vonnis geoordeeld dat het huurprijsbeding als een kernbeding moet worden aangemerkt en voldoet aan het transparantievereiste, zodat het op grond van artikel 4 lid 2 van Richtlijn 93/13/EEG is uitgesloten van een inhoudelijke toetsing op oneerlijkheid. Ten aanzien van het servicekostenbeding is geoordeeld dat dit eveneens een kernbeding betreft, maar niet voldoet aan het transparantievereiste. Dit leidt evenwel niet tot de conclusie dat het beding oneerlijk is. Voorts zijn de bepalingen met betrekking tot de huurprijswijziging getoetst en niet oneerlijk bevonden. De huurachterstand 4.2. Huurder heeft erkend dat hij een huurachterstand heeft en heeft de hoogte van de achterstand niet betwist. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen. 4.3. Huurder is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen. Ontbinding en ontruiming; gebruiksvergoeding 4.4. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Rochdale heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. 4.5. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. 4.6. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg de huurachterstand circa vier maanden. Daarbij komt dat huurder het bedrag van € 9.696,29 aan huurachterstand, waartoe hij bij vonnis van 4 juli 2025 is veroordeeld, onbetaald heeft gelaten. Dit brengt mee dat feitelijk sprake is van een huurachterstand van circa negentien maanden. De huurachterstand is daarom in beginsel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. Huurder heeft nog aangevoerd dat hij graag de woning wil behouden. Hij heeft een tijdje geen werk gehad en een depressie waardoor de achterstand is ontstaan. Dit kan de kantonrechter begrijpen, maar ook als huurder problemen heeft met zijn inkomen, moet hij de huur blijven betalen aan verhuurder. Bij de belangenafweging heeft de kantonrechter er ook rekening mee te houden dat huurder één minderjarig kind heeft. Op grond van artikel 3 van het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind moet bij een beslissing als de onderhavige, die betrekking heeft op de woonruimte van een minderjarige, het belang van het kind weliswaar een eerste overweging zijn, maar dit betekent niet dat de enkele aanwezigheid van een minderjarig kind zonder meer aan een vonnis strekkende tot ontruiming in de weg staat. In dit geval heeft huurder ook aangegeven dat het kind bij haar moeder woont. Hieruit blijkt dat een ontruiming niet het gevolg heeft dat het kind dakloos wordt. 4.7. Omdat de huurachterstand aanzienlijk is, wegen de belangen van verhuurder zwaarder.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4117 text/xml public 2026-04-28T12:17:29 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-23 12049612 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4117 text/html public 2026-04-28T11:31:38 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4117 Rechtbank Amsterdam , 23-04-2026 / 12049612 De huurovereenkomst wordt ontbonden en huurder moet de woning ontruimen. Huurder is niet verschenen op de zitting. Forse huurachterstand. Ambtshalve toetsing. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 12049612 \ CV EXPL 26-467 Vonnis van 23 april 2026 in de zaak van WONINGSTICHTING ROCHDALE , gevestigd te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: verhuurder, gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V., tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: huurder, procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 23 december 2025, met producties - het proces-verbaal van het mondeling antwoord; - het instructievonnis van 6 februari 2026; - de dagbepaling mondelinge behandeling. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Namens de gemachtigde van verhuurder is mr. H.T.M. Blikman verschenen. Huurder is niet verschenen, hoewel hij wel behoorlijk was opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Verhuurder heeft zijn standpunt nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 1.4. Huurder heeft op 31 maart 2026 nog een mail aan de rechtbank verstuurd, waarin hij samengevat verzoekt om een nieuwe datum voor de zitting vast te stellen. De kantonrechter kan deze mail niet in behandeling nemen, omdat tijdens de mondelinge behandeling al een datum voor vonnis was bepaald. 2 De feiten 2.1. Verhuurder verhuurt met ingang van 3 december 2019 aan huurder de woning aan het adres [adres] (hierna: de woning). De huur bedraagt € 678,89 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden model van Woningstichting Rochdale 2018 (hierna: algemene voorwaarden), van toepassing. 2.2. Huurder heeft (een deel van) de huur niet betaald. Verhuurder heeft huurder voor het eerst aangemaand op 12 december 2023 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. 2.3. Bij vonnis van 4 juli 2025 (zaaknummer 11716407/CV EXPL 25-7544) heeft de kantonrechter huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand ter hoogte van op dat moment € 9.696,29 en huurder daarbij veroordeeld in de proceskosten. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning heeft de kantonrechter afgewezen, omdat de overgelegde melding bij schuldhulpverlening gedateerd was. De kantonrechter heeft ten slotte de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden ambtshalve getoetst. 2.4. Verhuurder heeft huurder schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. Huurder heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Verhuurder heeft huurder daarna op 21 augustus 2025 bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering. 3 Het geschil 3.1. Rochdale vordert – samengevat na eisvermeerdering – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 3.235,51 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Verhuurder legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Huurder is voor de tweede keer in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. Huurder maakt zich hiermee schuldig aan herhaalde wanprestatie. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Rochdale de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. Huurder voert verweer. Huurder erkent de huurachterstand, maar voert aan dat de huurachterstand is ontstaan in de periode dat huurder geen werk had en een depressie kreeg. Inmiddels heeft huurder weer een nieuwe baan en zit hij in een schuldhulpverleningstraject. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt voorop dat in het vonnis van 4 juli 2025 de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden reeds ambtshalve zijn getoetst aan het consumentenrecht. Voor zover in de onderhavige zaak nog van belang, is in dat vonnis geoordeeld dat het huurprijsbeding als een kernbeding moet worden aangemerkt en voldoet aan het transparantievereiste, zodat het op grond van artikel 4 lid 2 van Richtlijn 93/13/EEG is uitgesloten van een inhoudelijke toetsing op oneerlijkheid. Ten aanzien van het servicekostenbeding is geoordeeld dat dit eveneens een kernbeding betreft, maar niet voldoet aan het transparantievereiste. Dit leidt evenwel niet tot de conclusie dat het beding oneerlijk is. Voorts zijn de bepalingen met betrekking tot de huurprijswijziging getoetst en niet oneerlijk bevonden. De huurachterstand 4.2. Huurder heeft erkend dat hij een huurachterstand heeft en heeft de hoogte van de achterstand niet betwist. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen. 4.3. Huurder is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen. Ontbinding en ontruiming; gebruiksvergoeding 4.4. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Rochdale heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. 4.5. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. 4.6. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg de huurachterstand circa vier maanden. Daarbij komt dat huurder het bedrag van € 9.696,29 aan huurachterstand, waartoe hij bij vonnis van 4 juli 2025 is veroordeeld, onbetaald heeft gelaten. Dit brengt mee dat feitelijk sprake is van een huurachterstand van circa negentien maanden. De huurachterstand is daarom in beginsel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. Huurder heeft nog aangevoerd dat hij graag de woning wil behouden. Hij heeft een tijdje geen werk gehad en een depressie waardoor de achterstand is ontstaan. Dit kan de kantonrechter begrijpen, maar ook als huurder problemen heeft met zijn inkomen, moet hij de huur blijven betalen aan verhuurder. Bij de belangenafweging heeft de kantonrechter er ook rekening mee te houden dat huurder één minderjarig kind heeft. Op grond van artikel 3 van het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind moet bij een beslissing als de onderhavige, die betrekking heeft op de woonruimte van een minderjarige, het belang van het kind weliswaar een eerste overweging zijn, maar dit betekent niet dat de enkele aanwezigheid van een minderjarig kind zonder meer aan een vonnis strekkende tot ontruiming in de weg staat. In dit geval heeft huurder ook aangegeven dat het kind bij haar moeder woont. Hieruit blijkt dat een ontruiming niet het gevolg heeft dat het kind dakloos wordt. 4.7. Omdat de huurachterstand aanzienlijk is, wegen de belangen van verhuurder zwaarder.