Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-03-30
ECLI:NL:RBAMS:2026:3882
beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/761484 / FA RK 24/8843 Beschikking van de rechtbank naar aanleiding van het ingediende verzoekschrift ter verkrijging van een beslissing over de verzochte schadevergoeding samenhangende met de klacht ingevolge artikel 10:11 jo. 10:7 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) van: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1982, wonende te [woonplaats] , [adres] , hierna te noemen: verzoeker, zorgaanbieder: Arkin, advocaat: mr. L.M.A. Schwartz te Amsterdam. tegen de vervolgbeslissing van de regionale klachtencommissie GGZ Amsterdam en omstreken, hierna te noemen: de klachtencommissie. 1 Feiten en Procesverloop 1.1 Bij beslissing van 26 september 2024 heeft de zorgverantwoordelijke psychiater van Mentrum, FACT Centrum West verzoeker medegedeeld dat besloten is hem per de datum van de beslissing verplichte zorg te gaan verlenen ter uitvoering van de door de rechtbank Amsterdam afgegeven zorgmachtiging van 16 september 2024. 1.2. Tegen voormelde beslissing heeft verzoeker een op 25 september 2024 gedateerde klacht ingediend bij de klachtencommissie, waarna de verplichte zorg is opgeschort en niet is ingezet. 1.3. De klachtencommissie heeft bij beslissing van 7 oktober 2024 de klacht in al haar onderdelen gegrond verklaard. De behandeling van het verzoek tot schadevergoeding werd door de klachtencommissie aangehouden teneinde verzoeker in de gelegenheid te stellen een nadere onderbouwing te geven van de gestelde schade. Bij een vervolgbeslissing heeft de klachtencommissie verzoeker een schadevergoeding € 25, = toegekend. 1.4. Bij verzoekschrift van 18 december 2024 heeft verzoeker via zijn advocaat mr. K.R. Lieuw On de rechtbank verzocht een hogere schadevergoeding toe te kennen. 1.5. Bij verweerschrift van 22 januari 2025 heeft Arkin verweer gevoerd. 1.6. Op 4 februari 2026 vond de eerste behandeling plaats naar aanleiding van het voormelde verzoek van 18 december 2024. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. 1.7. De verdere mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026 in het gebouw van de rechtbank te Amsterdam. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - bovengenoemde advocaat; - advocaat Arkin, mr. F. Jansen; - psychiater, mevrouw [persoon 1] ; - casemanager, de heer [persoon 2] . 2 Het verzoek en verweer 2.1. De zitting gaat over de schade die verzoeker zou hebben geleden door een besluit van Arkin om verplichte zorg in te zetten. 2.2. Bij verzoekschrift van 18 december 2024 heeft verzoeker verzocht hem een schadevergoeding toe te kennen van € 28.000, althans een schadevergoeding van € 1.950, en in ieder geval een door de rechtbank in goede justitie te bepalen schadevergoeding. Het bedrag van € 28.000 – zo begrijpt de rechtbank - betreffen opgelopen schulden ter hoogte van € 8000 en € 20.000 aan gemist loon en pensioen. Verzoeker heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij gewoon niet een prijs kan stellen voor alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd. Hij kan geen prijs geven aan de veiligheid van zijn kinderen en de tijd met zijn familie welke nu helemaal is verloren. Verzoeker was bezig met een opleiding en deze zou al afgerond kunnen zijn. Hij heeft bijna € 8000, = aan schulden en hij heeft maanden pensioen, ongeveer € 20.000,= aan loon en studie verloren. Hij had het zelf opgelost als deze dingen niet waren gebeurd. Hij zit vast in [plaats] ver van zijn echte familie, met een woning die heel duur is voor zijn huidige inkomen.. Er zijn consequenties en dingen gebeurd door het besluit om verplicht zorg toe te passen. Deze consequenties zijn niet direct gebeurd, maar zijn wel een gevolg daarvan. Ter onderbouwing van het subsidiaire gevraagde bedrag van € 1.950 is in het verzoekschrift het volgende aangevoerd. Over de periode van 25 september 2024, toen verzoeker in kennis werd gesteld d