Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-03
ECLI:NL:RBAMS:2026:3799
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,082 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:3799 text/xml public 2026-04-17T11:50:19 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-03 13.083796.22 en 13.303148.22 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3799 text/html public 2026-04-17T11:49:35 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3799 Rechtbank Amsterdam , 03-04-2026 / 13.083796.22 en 13.303148.22 Onderzoek Delos. Beslissing onderzoekswensen ontneming. Beoordelingskader. Afwijzing getuigenverzoeken. beslissing RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummers: 13.083796.22 en 13.303148.22 Beslissing van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in bovengenoemde strafzaak, genomen naar aanleiding van de regiezitting van 3 april 2026 in de ontnemingszaak tegen veroordeelde: [veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978, zonder vaste woon- of verblijfplaats, thans gedetineerd te: [Penitentiaire Inrichting] . [veroordeelde] wordt hierna ‘veroordeelde’ genoemd. 1 Procesverloop De rechtbank heeft voorafgaand aan de regiezitting van 3 april 2026 – na schriftelijke standpunten van de verdediging en het Openbaar Ministerie – kenbaar gemaakt dat tijdens de zitting besproken zal worden welke van de door het gerechtshof in het hoger beroep van de strafzaak toegewezen getuigen, de verdediging ook in de ontnemingsprocedure bij de rechtbank wil horen. Op 11 maart 2026 heeft de verdediging haar onderzoekswensen die binnen die kaders vielen, kenbaar gemaakt. Op 25 maart 2026 heeft het Openbaar Ministerie hierop schriftelijk gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank op 31 maart 2026 medegedeeld dat zij het hierna te noemen beoordelingskader voor getuigenverzoeken in ontnemingszaken bij de beoordeling van de verzoeken zal hanteren en het Openbaar Ministerie om een aanvullend standpunt verzocht. Dit standpunt heeft het Openbaar Ministerie op 1 april 2026 ingenomen. De relevante e-mailcorrespondentie is als bijlage aan deze beslissing gehecht. 2 Beoordelingskader De rechtbank stelt voorop dat de ontnemingsprocedure een ander karakter heeft dan de strafprocedure. De rechter die over de ontnemingsvordering moet oordelen, is gebonden aan het oordeel van de rechter in de hoofdzaak (de strafzaak). Wel komt de rechter die over de ontnemingsvordering oordeelt, een zelfstandig oordeel toe met betrekking tot alle verweren die betrekking hebben op de vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden geschat (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BK3424). Als een getuigenverzoek is gedaan in verband met de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de verdeling van dat voordeel of de gemaakte kosten, geldt dat de rechter bij de beoordeling van een verzoek tot het horen van een getuige, mede in zijn oordeel kan betrekken of het betreffende verzoek van de verdediging, in het licht van de door het Openbaar Ministerie aan zijn vordering ten grondslag gelegde financiële gegevens, is voorzien van een onderbouwing waaruit blijkt waarom het horen van die getuige van belang is voor die beslissing (vgl. ECLI:NL:HR:2021:1749). Ook mag bij dit oordeel betrokken worden de mate waarin het standpunt van het Openbaar Ministerie op voorhand aannemelijk kan worden geacht (vgl. de conclusie van de A-G voor ECLI:NL:HR:2021:1749 en ECLI:NL:HR:2022:147). De omstandigheid dat in de strafzaak in hoger beroep is geoordeeld dat er een belang is om die getuige in de strafzaak te horen, brengt dus niet zonder meer mee dat het horen van die getuige in de ontnemingszaak eveneens van belang is. De reden dat de rechtbank heeft verzocht zich te beperken tot die getuigen was in efficiëntie gelegen; dat die getuigen – zo mogelijk – niet dubbel gehoord hoefden te worden. 3 De verzoeken In het schriftelijk verzoek van de verdediging worden de volgende getuigen genoemd: Verdenking drugshandel Toegewezen in zaak tegen veroordeelde [getuige 1] [getuige 2 ] Toegewezen in zaak tegen [getuige 1] 3. Veroordeelde 4. [getuige 2 ] 5. [getuige 2] 6. [getuige 3] 7. Sky-account [accountnummer 1] ( [getuige 2] ) 8. Gebruiker Sky-account [accountnummer 2] 9. Gebruiker Sky-account [accountnummer 3] 10. Gebruiker Sky-account [accountnummer 4] ( [getuige 4] ) Gelet op de toelichting ter zitting begrijpt de rechtbank dat, naast de onder 1 en 2 genoemde getuigen in de strafzaak tegen veroordeelde, het verzoek ten aanzien van de in de strafzaak tegen [getuige 1] toegewezen getuigen zo, dat, aanvullend wordt verzocht om de getuigen onder 5, 6 en 10 te horen in de ontnemingszaak. De overige getuigen worden dus niet meer verzocht: De onder 3 genoemde getuige is veroordeelde zelf, de onder 4 genoemde getuige is dezelfde als de onder 2 genoemde getuige, de getuigen onder 5 en 7 zijn dezelfde en de getuigen 8 en 9 zijn niet geïdentificeerd. De verdediging verzoekt het horen van de getuigen omdat zij volgens het Openbaar Ministerie betrokken zijn geweest bij ingevoerde cocaïne. Zij kunnen verklaren over de Sky-communicatie, het gebruik van de Sky-accounts door verdachte, het invoeren van de cocaïne, de betrokkenheid van veroordeelde daarbij en over de opbrengst, kosten en verdeling van de verkoop. Verdenking witwassen 11. [verdachte witwassen 1] 11. [verdachte witwassen 2] 11. [verdachte witwassen 3] 11. [verdachte witwassen 4] Het horen van getuige 11 wordt verzocht om vragen te stellen over de inrichting van de bij veroordeelde in gebruik zijnde woning in Dubai en de betaling daarvan. Getuige 12 wordt verzocht om te horen over de betaling(safspraken) rond de aanschaf van die woning. De getuigen 13 en 14 worden verzocht om te horen omdat zij kunnen verklaren over een aangetroffen document met kosten van een verbouwing. De officier van justitie verzet zich niet tegen de onder 1 en 2 genoemde getuigen, maar verzet zich wel tegen de getuigen 5, 6, 10, 11, 12, 13 en 14. 4 Beslissing op getuigenverzoeken De rechtbank wijst alle getuigenverzoeken af. Verdenking drugs Wat betreft de getuigen 1, 2, 5, 6 en 10 stelt de rechtbank voorop dat veroordeelde in de strafzaak door de rechtbank is veroordeeld voor onder meer het medeplegen van het invoeren van 1703 kilogram cocaïne. Hoewel de veroordeling niet onherroepelijk is, dient de rechtbank hier op dit moment in de ontnemingsprocedure wel van uit te gaan. In de ontnemingsrapportage is een berekening gemaakt van de geschatte opbrengst van de cocaïne per kilo, de eventuele kosten die hierop in mindering gebracht dienen te worden en aan wie het geschatte voordeel toegerekend dient te worden. Tegen deze achtergrond en het hiervoor weergegeven toetsingskader is de enkele stelling dat de getuigen onder andere kunnen verklaren over vraagstukken die in het algemeen van belang zouden kunnen zijn voor de beoordeling van een ontnemingsvordering onvoldoende om de getuigen toe te wijzen. In het bijzonder blijkt uit het verzoek niet welke aspecten van de in het rapport gepresenteerde berekening bijstelling behoeven en hoe de verzochte getuigen daaraan kunnen bijdragen. Verdenking witwassen Het horen van de getuigen 11 en 12 wordt verzocht, omdat zij kunnen verklaren over de financiële afspraken en betalingen van respectievelijk de inrichting en de aanschaf van een appartement in Dubai. De stelling van veroordeelde is dat de woning (grotendeels) door de heer [persoon] is betaald en dat de inrichting is betaald door een neef van [persoon] , [neef van persoon] . In het kader van de ontneming is de vraag van belang ten behoeve van wie er betaald is en door wie er gefinancierd is. Dat de getuigen 11. en 12. daarover kunnen verklaren, is onvoldoende onderbouwd. De getuigen 13 en 14 zouden kunnen verklaren over het document waaruit een bedrag aan sloop- en verbouwingskosten van € 318.422,- zou blijken. De rechtbank stelt vast dat de rechtbank in de strafzaak veroordeelde op dit onderdeel heeft veroordeeld voor een bedrag van € 100.000,-. Dit bedrag heeft de rechtbank niet ontleend aan voornoemd document, maar aan de verklaring van veroordeelde. Volgens deze verklaring zijn de werkzaamheden door een andere partij dan [bedrijfsnaam] uitgevoerd.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:3799 text/xml public 2026-04-17T11:50:19 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-03 13.083796.22 en 13.303148.22 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3799 text/html public 2026-04-17T11:49:35 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3799 Rechtbank Amsterdam , 03-04-2026 / 13.083796.22 en 13.303148.22 Onderzoek Delos. Beslissing onderzoekswensen ontneming. Beoordelingskader. Afwijzing getuigenverzoeken. beslissing RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummers: 13.083796.22 en 13.303148.22 Beslissing van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in bovengenoemde strafzaak, genomen naar aanleiding van de regiezitting van 3 april 2026 in de ontnemingszaak tegen veroordeelde: [veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978, zonder vaste woon- of verblijfplaats, thans gedetineerd te: [Penitentiaire Inrichting] . [veroordeelde] wordt hierna ‘veroordeelde’ genoemd. 1 Procesverloop De rechtbank heeft voorafgaand aan de regiezitting van 3 april 2026 – na schriftelijke standpunten van de verdediging en het Openbaar Ministerie – kenbaar gemaakt dat tijdens de zitting besproken zal worden welke van de door het gerechtshof in het hoger beroep van de strafzaak toegewezen getuigen, de verdediging ook in de ontnemingsprocedure bij de rechtbank wil horen. Op 11 maart 2026 heeft de verdediging haar onderzoekswensen die binnen die kaders vielen, kenbaar gemaakt. Op 25 maart 2026 heeft het Openbaar Ministerie hierop schriftelijk gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank op 31 maart 2026 medegedeeld dat zij het hierna te noemen beoordelingskader voor getuigenverzoeken in ontnemingszaken bij de beoordeling van de verzoeken zal hanteren en het Openbaar Ministerie om een aanvullend standpunt verzocht. Dit standpunt heeft het Openbaar Ministerie op 1 april 2026 ingenomen. De relevante e-mailcorrespondentie is als bijlage aan deze beslissing gehecht. 2 Beoordelingskader De rechtbank stelt voorop dat de ontnemingsprocedure een ander karakter heeft dan de strafprocedure. De rechter die over de ontnemingsvordering moet oordelen, is gebonden aan het oordeel van de rechter in de hoofdzaak (de strafzaak). Wel komt de rechter die over de ontnemingsvordering oordeelt, een zelfstandig oordeel toe met betrekking tot alle verweren die betrekking hebben op de vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden geschat (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BK3424). Als een getuigenverzoek is gedaan in verband met de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de verdeling van dat voordeel of de gemaakte kosten, geldt dat de rechter bij de beoordeling van een verzoek tot het horen van een getuige, mede in zijn oordeel kan betrekken of het betreffende verzoek van de verdediging, in het licht van de door het Openbaar Ministerie aan zijn vordering ten grondslag gelegde financiële gegevens, is voorzien van een onderbouwing waaruit blijkt waarom het horen van die getuige van belang is voor die beslissing (vgl. ECLI:NL:HR:2021:1749). Ook mag bij dit oordeel betrokken worden de mate waarin het standpunt van het Openbaar Ministerie op voorhand aannemelijk kan worden geacht (vgl. de conclusie van de A-G voor ECLI:NL:HR:2021:1749 en ECLI:NL:HR:2022:147). De omstandigheid dat in de strafzaak in hoger beroep is geoordeeld dat er een belang is om die getuige in de strafzaak te horen, brengt dus niet zonder meer mee dat het horen van die getuige in de ontnemingszaak eveneens van belang is. De reden dat de rechtbank heeft verzocht zich te beperken tot die getuigen was in efficiëntie gelegen; dat die getuigen – zo mogelijk – niet dubbel gehoord hoefden te worden. 3 De verzoeken In het schriftelijk verzoek van de verdediging worden de volgende getuigen genoemd: Verdenking drugshandel Toegewezen in zaak tegen veroordeelde [getuige 1] [getuige 2 ] Toegewezen in zaak tegen [getuige 1] 3. Veroordeelde 4. [getuige 2 ] 5. [getuige 2] 6. [getuige 3] 7. Sky-account [accountnummer 1] ( [getuige 2] ) 8. Gebruiker Sky-account [accountnummer 2] 9. Gebruiker Sky-account [accountnummer 3] 10. Gebruiker Sky-account [accountnummer 4] ( [getuige 4] ) Gelet op de toelichting ter zitting begrijpt de rechtbank dat, naast de onder 1 en 2 genoemde getuigen in de strafzaak tegen veroordeelde, het verzoek ten aanzien van de in de strafzaak tegen [getuige 1] toegewezen getuigen zo, dat, aanvullend wordt verzocht om de getuigen onder 5, 6 en 10 te horen in de ontnemingszaak. De overige getuigen worden dus niet meer verzocht: De onder 3 genoemde getuige is veroordeelde zelf, de onder 4 genoemde getuige is dezelfde als de onder 2 genoemde getuige, de getuigen onder 5 en 7 zijn dezelfde en de getuigen 8 en 9 zijn niet geïdentificeerd. De verdediging verzoekt het horen van de getuigen omdat zij volgens het Openbaar Ministerie betrokken zijn geweest bij ingevoerde cocaïne. Zij kunnen verklaren over de Sky-communicatie, het gebruik van de Sky-accounts door verdachte, het invoeren van de cocaïne, de betrokkenheid van veroordeelde daarbij en over de opbrengst, kosten en verdeling van de verkoop. Verdenking witwassen 11. [verdachte witwassen 1] 11. [verdachte witwassen 2] 11. [verdachte witwassen 3] 11. [verdachte witwassen 4] Het horen van getuige 11 wordt verzocht om vragen te stellen over de inrichting van de bij veroordeelde in gebruik zijnde woning in Dubai en de betaling daarvan. Getuige 12 wordt verzocht om te horen over de betaling(safspraken) rond de aanschaf van die woning. De getuigen 13 en 14 worden verzocht om te horen omdat zij kunnen verklaren over een aangetroffen document met kosten van een verbouwing. De officier van justitie verzet zich niet tegen de onder 1 en 2 genoemde getuigen, maar verzet zich wel tegen de getuigen 5, 6, 10, 11, 12, 13 en 14. 4 Beslissing op getuigenverzoeken De rechtbank wijst alle getuigenverzoeken af. Verdenking drugs Wat betreft de getuigen 1, 2, 5, 6 en 10 stelt de rechtbank voorop dat veroordeelde in de strafzaak door de rechtbank is veroordeeld voor onder meer het medeplegen van het invoeren van 1703 kilogram cocaïne. Hoewel de veroordeling niet onherroepelijk is, dient de rechtbank hier op dit moment in de ontnemingsprocedure wel van uit te gaan. In de ontnemingsrapportage is een berekening gemaakt van de geschatte opbrengst van de cocaïne per kilo, de eventuele kosten die hierop in mindering gebracht dienen te worden en aan wie het geschatte voordeel toegerekend dient te worden. Tegen deze achtergrond en het hiervoor weergegeven toetsingskader is de enkele stelling dat de getuigen onder andere kunnen verklaren over vraagstukken die in het algemeen van belang zouden kunnen zijn voor de beoordeling van een ontnemingsvordering onvoldoende om de getuigen toe te wijzen. In het bijzonder blijkt uit het verzoek niet welke aspecten van de in het rapport gepresenteerde berekening bijstelling behoeven en hoe de verzochte getuigen daaraan kunnen bijdragen. Verdenking witwassen Het horen van de getuigen 11 en 12 wordt verzocht, omdat zij kunnen verklaren over de financiële afspraken en betalingen van respectievelijk de inrichting en de aanschaf van een appartement in Dubai. De stelling van veroordeelde is dat de woning (grotendeels) door de heer [persoon] is betaald en dat de inrichting is betaald door een neef van [persoon] , [neef van persoon] . In het kader van de ontneming is de vraag van belang ten behoeve van wie er betaald is en door wie er gefinancierd is. Dat de getuigen 11. en 12. daarover kunnen verklaren, is onvoldoende onderbouwd. De getuigen 13 en 14 zouden kunnen verklaren over het document waaruit een bedrag aan sloop- en verbouwingskosten van € 318.422,- zou blijken. De rechtbank stelt vast dat de rechtbank in de strafzaak veroordeelde op dit onderdeel heeft veroordeeld voor een bedrag van € 100.000,-. Dit bedrag heeft de rechtbank niet ontleend aan voornoemd document, maar aan de verklaring van veroordeelde. Volgens deze verklaring zijn de werkzaamheden door een andere partij dan [bedrijfsnaam] uitgevoerd.