Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-04-15
ECLI:NL:RBAMS:2026:3687
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/029302-24 Datum uitspraak: 15 april 2026 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967, wonende op het adres [adres] , [woonplaats] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 2 februari 2026, 3 februari 2026 en 15 april 2026. Op laatstgenoemde zitting is het onderzoek gesloten en is aansluitend uitspraak gedaan. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.W. van Zanten, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. N.D. de Fluiter, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van hetgeen door de benadeelde partij [benadeelde partij] naar voren is gebracht. 2 Inleiding Op 17 september 2021 is medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) aangehouden vanwege een verdenking op grond van de Opiumwet. Bij het uitlezen van zijn telefoon in het kader van die verdenking zijn ook afbeeldingen aangetroffen met daarop advertenties, waarbij Covid-19 vaccinatieregistraties te koop worden aangeboden. De resultaten van het onderzoek naar de telefoon van [medeverdachte 1] hebben naar [medeverdachte 2] ( hierna: [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 3] ( hierna: [medeverdachte 3] ) en uiteindelijk ook naar [medeverdachte 4] ( hierna: [medeverdachte 4] ) geleid. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] waren allen doktersassistente bij Expat Medical Centre op de Bloemgracht in Amsterdam. Het openbaar ministerie verdenkt hen ervan dat zij – tezamen en in vereniging – valse negatieve testresultaten dan wel valse vaccinatiebewijzen hebben opgemaakt en deze hebben geregistreerd in het BRBA-systeem. Zij zouden daartoe persoonsgegevens hebben gekregen van [medeverdachte 1] , [verdachte] ( hierna: [verdachte] ) en [medeverdachte 5] ( hierna: [medeverdachte 5] ). [medeverdachte 5] is de partner van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] was destijds de partner van [medeverdachte 2] en [verdachte] is de broer van [medeverdachte 4] . Met de vaccinatiebewijzen en negatieve testbewijzen kon een coronatoegangsbewijs worden verkregen. Middels de QR-code op dit bewijs werd toegang mogelijk tot horeacagelegenheden, evenementen, bioscopen en theaters. Een dergelijke QR-code was in een bepaalde periode gedurende de coronapandemie verplicht om naar het buitenland te mogen reizen. Uitleg van de gebruikte systemen In het BRBA-systeem werden de Nederlandse vaccinaties geregistreerd. Dit systeem was gekoppeld aan de RIVM-database. Voor de invoering was onder meer een BSN nummer vereist. Eenmaal geregistreerd kon de geregistreerde via DigiD het vaccinatiebewijs raadplegen en kon via de coronacheck app een QR-code worden gegenereerd. Nadat de vaccinatie was geregistreerd in het BRBA-systeem werd een registratiekaart meegegeven. Op die kaart kwam een sticker van het type vaccinatie (het batchnummer), de datum van vaccinatie en een stempel te staan. Om volledig gevaccineerd te zijn moest men in beginsel twee vaccinaties hebben gehad, zodat er uiteindelijk twee verschillende data en twee verschillende stickers van batchnummers op een registratiekaart kwamen te staan. Het HKVI-systeem was bedoeld voor de omzetting van buitenlandse vaccinaties in een Nederlandse QR-code. Dit systeem fungeerde ook als een alternatieve methode om een onjuiste registratie via het BRBA-systeem te kunnen corrigeren en zo alsnog een QR-code te kunnen genereren. Daarnaast waren er testbewijzen. De negatieve test kon vanaf een gegeven moment met een ophaalcode in de coronacheck app worden ingevoerd. 3 Tenlastelegging In deze strafzaak zijn zes verdachten gedagvaard, te weten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] . [medeverdachte 4] en [verdachte] . Dit vonnis ziet op [verdachte] vraagt [medeverdachte 4] of zij kans ziet om deze persoon te registreren. Het gaat om een registratiekaart “die we samen ingevuld hadden”. [medeverdachte 4] meldt daarna dat het andere data zijn geworden aangezien het genoemde batchnummer niet voor 9 april uit was. [verdachte] heeft verder van twee personen Covid-19 vaccinatiekaarten gestuurd naar [medeverdachte 4] met de vraag of zij nog iets voor hen kon betekenen. Van bovenstaande gevallen kan de rechtbank echter niet vaststellen dat er daadwerkelijk valse registraties zijn gemaakt. De rechtbank zal daarom een kortere periode bewezen verklaren. 5 Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat verdachte in de periode van 28 juli 2021 tot en met 2 augustus 2021 te Amsterdam, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een vaccinatiebewijs, valselijk heeft opgemaakt door telkens valselijk in het BRBA-systeem te laten vermelden dat een bepaald persoon was gevaccineerd tegen Covid-19 waardoor een vals vaccinatiebewijs en/of QR vaccinatie-code in de coronacheck-app konden worden aangemaakt met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6 De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7 De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8 Motivering van de straffen en maatregelen 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen en een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar. 8.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om bij een bewezenverklaring geen straf of maatregel op te leggen, gelet op de beperkte rol van [verdachte] . Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. 8.3. Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De ernst van de feiten [verdachte] heeft samen met anderen valse Covid-19 vaccinatiebewijzen aangemaakt en verkocht. Vanaf juni 2021 ging de Nederlandse samenleving langzaam weer open na een tweede lockdownperiode. Er werden regels opgesteld om dit veilig te laten verlopen. Zo werd een coronatoegangsbewijs verplicht om naar cafés en restaurants te kunnen gaan, evenementen te kunnen bezoeken, kunst en cultuur te kunnen beleven en te kunnen reizen. Het doel van dit bewijs was om het aantal besmettingen in de hand te kunnen houden en kwetsbare groepen te beschermen. Het weer veilig kunnen opengaan van de samenleving staat of valt met een betrouwbare Covid-registratie van personen die daaraan wensten deel te nemen. Verdachte heeft een situatie in het leven geroepen waarin ongevaccineerde personen zich in horecagelegenheden, vliegtuigen of tijdens festivals onder de bevolking konden begeven. Door ongevaccineerde personen dezelfde mogelijkheden te geven als mensen die zich wel aan de regels hielden, heeft verdachte het systeem van de maatregelen gericht op het tegengaan van de verspreiding van het coronavirus, ernstig ondermijnd. Bovendien is er op deze manier voor individuele personen het risico op besmetting ontstaan, met alle gevolgen van dien. Verdachte heeft enkel