Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-09
ECLI:NL:RBAMS:2026:3656
Strafrecht; Materieel strafrecht
Beschikking
1,477 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:3656 text/xml public 2026-04-15T08:24:37 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-09 13-125242-23 Uitspraak Beschikking NL Amsterdam Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3656 text/html public 2026-04-15T08:23:48 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3656 Rechtbank Amsterdam , 09-04-2026 / 13-125242-23 Verzoek tussentijdse toetsing opheffing/voortzetting ISD-maatregel. De veroordeelde heeft op de openbare terechtzitting uitdrukkelijk verzocht om zijn verzoek in te trekken. Nu hij daarom geen belang meer heeft bij de behandeling van zijn verzoek, is de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard. RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 13/125242-23 (tussentijdse toetsing ISD-maatregel) BESLISSING Deze rechtbank heeft op 30 augustus 2023 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan: [veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1972, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in de [P.I.] , hierna: de veroordeelde. 1 Procesgang De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder: het vonnis van deze rechtbank van 30 augustus 2023; het verzoek ex artikel 6:6:14 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering van de veroordeelde en zijn raadsvrouw, mr. J. van Koesveld, om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel van 20 januari 2026; een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende de veroordeelde van 16 februari 2026; het voortgangsverslag van 9 maart 2026, opgesteld door mevrouw [naam 1] (plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de [P.I.] ) en de heer [naam 2] (senior casemanager ISD van de [P.I.] ). De rechtbank heeft op 26 maart 2026 de officier van justitie, mr. W. van Veen, de veroordeelde, zijn raadsvrouw, mr. J. van Koesveld, advocaat te Utrecht, alsmede de deskundige de heer [naam 2] , verbonden aan de [P.I.] , op de openbare terechtzitting gehoord. 2 Beoordeling Gelet op het op de openbare terechtzitting gedane uitdrukkelijke verzoek van de veroordeelde om zijn verzoek tot een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel in te trekken, is de rechtbank van oordeel dat hij geen belang meer heeft bij de behandeling van het verzoek en dat de veroordeelde daarom niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Daarom wordt als volgt beslist. Gezien artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering. 3 Beslissing De rechtbank verklaart de veroordeelde [veroordeelde] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel. Deze beslissing is gegeven door mr. D. Bode, voorzitter, mrs. P.K. Oosterling - van der Maarel en D.P. Hein, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:3656 text/xml public 2026-04-15T08:24:37 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-09 13-125242-23 Uitspraak Beschikking NL Amsterdam Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3656 text/html public 2026-04-15T08:23:48 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3656 Rechtbank Amsterdam , 09-04-2026 / 13-125242-23 Verzoek tussentijdse toetsing opheffing/voortzetting ISD-maatregel. De veroordeelde heeft op de openbare terechtzitting uitdrukkelijk verzocht om zijn verzoek in te trekken. Nu hij daarom geen belang meer heeft bij de behandeling van zijn verzoek, is de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard. RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 13/125242-23 (tussentijdse toetsing ISD-maatregel) BESLISSING Deze rechtbank heeft op 30 augustus 2023 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan: [veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1972, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in de [P.I.] , hierna: de veroordeelde. 1 Procesgang De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder: het vonnis van deze rechtbank van 30 augustus 2023; het verzoek ex artikel 6:6:14 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering van de veroordeelde en zijn raadsvrouw, mr. J. van Koesveld, om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel van 20 januari 2026; een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende de veroordeelde van 16 februari 2026; het voortgangsverslag van 9 maart 2026, opgesteld door mevrouw [naam 1] (plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de [P.I.] ) en de heer [naam 2] (senior casemanager ISD van de [P.I.] ). De rechtbank heeft op 26 maart 2026 de officier van justitie, mr. W. van Veen, de veroordeelde, zijn raadsvrouw, mr. J. van Koesveld, advocaat te Utrecht, alsmede de deskundige de heer [naam 2] , verbonden aan de [P.I.] , op de openbare terechtzitting gehoord. 2 Beoordeling Gelet op het op de openbare terechtzitting gedane uitdrukkelijke verzoek van de veroordeelde om zijn verzoek tot een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel in te trekken, is de rechtbank van oordeel dat hij geen belang meer heeft bij de behandeling van het verzoek en dat de veroordeelde daarom niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Daarom wordt als volgt beslist. Gezien artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering. 3 Beslissing De rechtbank verklaart de veroordeelde [veroordeelde] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel. Deze beslissing is gegeven door mr. D. Bode, voorzitter, mrs. P.K. Oosterling - van der Maarel en D.P. Hein, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 april 2026.