Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-04-14
ECLI:NL:RBAMS:2026:3652
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/4587 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigden: mr. G.J. Mulder en mr. R.S. Bakker), en Argonaut Advies B.V., verweerder (gemachtigde: mr. A. Versloot). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (hoog PKB). Dat is een regeling voor taxivervoer voor mensen met een medische beperking die niet met de trein kunnen reizen. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder eisers aanvraag mocht afwijzen . Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een hoog PKB. Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 18 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 juni 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigden van eiser en de gemachtigde van verweerder. Ook was drs. [persoon] , verzekeringsarts van verweerder, aanwezig. Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Verweerder heeft eisers aanvraag met het primaire besluit afgewezen en hieraan een adviesrapportage van Argonaut van 18 februari 2025 ten grondslag gelegd. Uit dit advies volgt dat onderzoek heeft plaatsgevonden door [deskundige 1] , arts, door middel van dossierstudie van eisers medische informatie. Geconcludeerd is dat eiser op grond van de aangeleverde medische informatie niet heeft aangetoond dat hij, onder begeleiding en met zo nodig gebruik van hulpmiddelen zoals een rolstoel, met de trein kan reizen. Om die reden komt eiser niet in aanmerking voor een hoog PKB. 3.1. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. Verweerder heeft aan het bestreden besluit de adviesrapportage van 27 juni 2025 ten grondslag gelegd. Uit dit advies volgt dat door arts, [deskundige 2] , is onderzocht of eiser gezien zijn ergonomische belemmeringen en/of chronische medische toetsbare beperkingen met de trein kan reizen. In dit advies staat dat eiser bekend is met een functionele neurologische stoornis en een ernstige visusstoornis. Eiser is door persoonsgebonden blijvende mobiliteitsbeperkingen vanuit strikt medische optiek echter wel in staat, al dan niet met begeleiding, met de trein te reizen. Om die reden voldoet hij niet aan het tweede en derde criterium van het Indicatieprotocol Hoog PKB 2024. Beoordeling door de rechtbank Komt eiser in aanmerking voor een hoog PKB? 4. Eiser stelt zich op het standpunt dat in de adviesrapportage geen rekening is gehouden met zijn epileptische klachten. Verder zijn ook zijn andere medische beperkingen onvoldoende in samenhang betrokken door de verzekeringsarts. Daarbij is eiser ernstig vermoeid. Dit levert een motiveringsgebrek op. 4.1. In de regelgeving staat dat beoordeeld moet worden of eiser met de trein kan reizen, eventueel met behulp van een rolstoel en/begeleiding. Verder volgt uit vaste jurisprudentie dat de in het protocol neergelegde toetsingscriteria de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te gaan buiten. 4.2. De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het oordeel van verweerder, dat is onderbouwd door meerdere artsen. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de situatie waarin eiser zich bevindt, is niet met medis