Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-24
ECLI:NL:RBAMS:2026:3433
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,045 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3433 text/xml public 2026-04-08T14:10:00 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-24 24/3956 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3433 text/html public 2026-04-08T14:09:22 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3433 Rechtbank Amsterdam , 24-03-2026 / 24/3956 Urgentieaanvraag afgewezen. Beroep ongegrond. Algemene weigeringsgronden van toepassing. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/3956 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. M.L. Santokhi), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college (gemachtigde: [gemachtigde]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een urgentieverklaring. Deze aanvraag is door het college afgewezen omdat er sprake is van een algemene weigeringsgrond. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag van eiser voor een urgentieverklaring mocht afwijzen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2.1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 20 februari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 31 mei 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. Op 24 februari 2025 heeft eiser een verzoek om aanhouding gedaan. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen. 2.4. Op 9 december 2925 heeft de rechtbank partijen laten weten dat zij voornemens is het onderzoek te sluiten en partijen gevraagd of zij een zitting wensen. Omdat partijen niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Totstandkoming van het besluit 3. Eiser is een 39-jarige man. Hij woont op het adres [adres] . Eiser zit in de bijstand en heeft last van diverse psychische problemen zoals autisme, PTSS en suïcidale gedachten. Hij gaat drie keer per week naar de psycholoog om deze klachten te behandelen. Eiser heeft last van de hitte en warmte in zijn woning in combinatie met zijn psychische problematiek. Ondanks de verschillende maatregelen die hij heeft genomen, is de woning onleefbaar voor hem wanneer de zon erop schijnt. Hij doet om die reden een urgentieaanvraag op medische gronden. 4. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat er sprake is van een algemene weigeringsgrond. Dit houdt in dat eiser het huisvestingsprobleem zou moeten kunnen oplossen door gebruik te maken van een andere voorziening die gelet op zijn aard en doel passend en toereikend wordt geacht voor het huisvestingsprobleem. Omdat er sprake is van een algemene weigeringsgrond komt het college niet toe aan de medische toets in het kader van de hardheidsclausule. Maar ook als de algemene weigeringsgrond niet van toepassing zou zijn, vindt het college dat eiser niet voldoet aan de vereisten voor de hardheidsclausule op medische gronden. Eiser heeft namelijk niet aangetoond dat hij zes maanden (of langer) onder behandeling staat bij een specialist. Standpunt eiser 5. Eiser voert aan dat ondanks de maatregelen die hij zelf heeft getroffen, het nog steeds te heet is in de woning. Er is volgens hem sprake van een medische noodzaak voor een nieuwe woning. Daar komt bij dat eiser sinds 19 januari 2023 drie keer per week wordt behandeld bij een vrijgevestigde tweedelijns psycholoog. Naar verwachting van de psycholoog gaat de behandeling van eiser nog 5 tot 9 jaar duren. Uit de frequentie en de termijn van de behandeling is volgens eiser de ernst van de situatie op te maken. Eiser voert verder aan dat het niet uit te sluiten is dat er op den duur sprake is van een acuut levensbedreigend probleem. De psychische klachten die eiser ervaart in combinatie met de gebondenheid aan huis en de hitte, zorgen ervoor deze omstandigheden zeer zorgelijk en schadelijk voor hem zijn. Ten slotte vindt eiser het onzorgvuldig dat het college geen medisch advies heeft ingewonnen bij de GGD. Beoordeling door de rechtbank Wat is de rol van de rechter? 6. In onze democratische rechtstaat maken politici de wetten en regels. In dit geval gaat het om de Hvv, die is opgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. Het college voert de Hvv uit. De rechter controleert of het college in dit geval de regels goed heeft toegepast. Wat is het oordeel van de rechtbank? 6.1. De rechtbank stelt voorop begrip te hebben voor de situatie van eiser. Daarbij wordt benadrukt dat het niet ter discussie staat dat het eiser (net als vele anderen) zou helpen om naar een andere woning te verhuizen. Echter, vanwege het kleine aantal beschikbare sociale huurwoningen in Amsterdam en het grote aantal aanvragen om een urgentieverklaring, is het beleid in de gemeente Amsterdam voor het toekennen van voorrang op andere woningzoekenden zeer strikt. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) eerder heeft overwogen, is dit restrictieve beleid niet onredelijk. Het urgentiebeleid van Amsterdam is hoofdzakelijk gericht op het voorkomen van dakloosheid van gezinnen met kinderen, die door overmacht in een acute noodsituatie zijn terechtgekomen. De rechtbank constateert dat eiser een alleenstaande man is, waardoor hij in principe niet tot de doelgroep behoort waar het urgentiebeleid zich op richt. 6.2. Toch kan het college een uitzondering maken in een aantal gevallen, wanneer er sprake is van zeer ernstige medische of sociale problematiek die is gerelateerd aan de woonsituatie. Hierbij gelden strenge regels en voorwaarden, zoals minimaal zes maanden onder behandeling staan van een tweedelijns specialist. Onder behandeling staan bij een psycholoog is hiervoor onvoldoende. Ook mogen er geen algemene weigeringsgronden van toepassing zijn. 6.3. De rechtbank overweegt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er in dit geval sprake is van onzorgvuldige besluitvorming of andere redenen waarom het college eisers aanvraag om een urgentieverklaring ten onrechte heeft geweigerd. Er is sprake van een algemene weigeringsgrond. In de Nadere regels is bepaald dat het op de weg van eiser ligt om juridische stappen te ondernemen tegen de verhuurder wanneer deze faalt in het nakomen van zijn verplichtingen. Dit wordt door het college gezien als een voorziening die passend wordt geacht en waar eiser gebruik van zou kunnen maken. Dit betekent dus dat eiser allereerst de verhuurder moet aanspreken om de woning te verbeteren. Hoewel eiser heeft aangegeven zelf maatregelen te hebben genomen tegen de warmte, neemt dit niet weg dat de staat van de woning en het woongenot de verantwoordelijkheid van de verhuurder is en niet van het college. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiser dergelijke juridische stappen tegen de verhuurder heeft ondernomen. Dit betekent dat het college de algemene weigeringsgrond aan eiser heeft mogen tegenwerpen. 6.4. Als zich een algemene weigeringsgrond voordoet, is geen plaats meer voor toetsing van de vraag of een urgentieverklaring kan worden verleend voor een sociaal-medische urgentie. Dit is vaste rechtspraak. Eiser voert daartegen aan dat het college in de overgelegde stukken aanleiding had moeten zien om in het kader van de hardheidsclausule toch een medisch advies op te vragen bij de GGD. Hij verwijst daarbij naar een uitspraak van deze rechtbank. De rechtbank volgt eiser niet in dit standpunt. Eiser heeft zijn medische situatie op geen enkele wijze onderbouwd. Daarnaast gaat de vergelijking met de aangehaalde uitspraak door eiser niet op. In deze uitspraak was een andere Hvv van toepassing met andere regelgeving dan in deze zaak. Deze grond slaagt niet.